Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB7549

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-10-2007
Datum publicatie
09-11-2007
Zaaknummer
137578 - KG ZA 07-409
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bodembeslag bij dienstverlener die voor haar klanten de telefoon beantwoordt, faxberichten ontvangt en verzendt en poststukken zonder deze te openen doorzendt. Gelet op de aard van de dienstverlening kan het vestigingsadres van de dienstverlener niet als bodem van de belastingplichtige worden beschouwd en heeft de Ontvanger ten onrechte bodembeslag gelegd op aan de dienstverlener toebehorende zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 137578 / KG ZA 07-409

Vonnis in kort geding van 12 oktober 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERSECRETARY SERVICE B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

eiseres,

procureur mr. R.E. Gerritsen,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

STAAT DER NEDERLANDEN P/A ONTVANGER BELASTINGDIENST,

zetelend te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

vertegenwoordigd door mr. T.L.Vons,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARAUT FLEET MANAGEMENT B.V.,

statutair gevestigd te Helmond,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna respectievelijk ISS, de Ontvanger en Maraut genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het tegen Maraut verleende verstek

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van ISS.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. ISS is een onderneming die diensten verleent aan derden onder meer door het beantwoorden van de telefoon, het ontvangen en verzenden van faxberichten en het doorzenden van poststukken zonder deze te openen.

2.2. Blijkens het inschrijfformulier van 26 februari 2004 en de opdrachtbevestiging van 29 april 2004 is ISS met Maraut een overeenkomst aangegaan.

2.3. De leveringsvoorwaarden van ISS, die door Maraut zijn ondertekend op 26 februari 2004, luiden, voor zover van belang:

“(…)

20. Het is abonnee toegestaan om het door ISS aangegeven adres te gebruiken als postadres dan wel dit adres te vermelden op zijn drukwerk als zakelijk adres.

21. Door ISS ontvangen, doch voor abonnee bestemde poststukken zullen telkens zo spoedig mogelijk aan abonnee worden doorgezonden, tenzij hierover andere afspraken tussen ISS en abonnee zijn gemaakt.

(…)”

2.4. Ingevolge genoemde opdracht bestond de dienstverlening van ISS eruit dat zij de voor Maraut ontvangen post doorstuurde naar het feitelijk adres van Maraut, zijnde het adres van de eigenaar van Maraut, [p], te Londen. Daarnaast beantwoordde ISS de telefoon voor Maraut, waarvan melding aan Maraut werd gedaan per e-mail.

2.5. Blijkens het exploot van executoriaal beslag van de Belastingdienst heeft de belastingdeurwaarder in opdracht van de Ontvanger op 22 februari 2007 ter invordering van een belastingschuld van Maraut van EUR 51.252,-- beslag gelegd op de navolgende roerende zaken, die in eigendom aan ISS toebehoren en aanwezig zijn op het kantoor van ISS.

- 1 grijsrode balie;

- 2 halfhoge roldeurkasten

- 2 verrijdbare bureaustoelen

- 1 papiersnijder

- 1 TFT beeldscherm, merk Philips

- 1 desktop computer, merk Hewlett Packard

- 1 toetsenbord met toebehoren

- 1 zwarte prullenbak

- 1 postbakje

De datum van de executieverkoop werd vastgesteld op 3 april 2007 om 12.00 uur.

2.6. ISS heeft ex artikel 22 Invorderingswet 1990 op 26 februari 2007 beroep aangetekend bij de Directeur van de Belastingdienst Holland Midden/kantoor Hoofddorp (hierna: de directeur) tegen het beslag. Blijkens de uitspraak op het beroep van 13 april 2007 heeft de directeur het beroep van ISS afgewezen, daartoe onder meer het volgende overwegend:

“(…)

Binnen de beoordeling spelen de termen “bodem” en “stoffering” een belangrijke rol.

Onder “bodem” wordt verstaan het perceel of een gedeelte van een perceel dat de belastingschuldige gebruikt, voor welk doel dan ook, en waarover hij onafhankelijk van derden de – feitelijke – beschikking heeft. Er kan sprake zijn van een gemeenschappelijke bodem als een perceel bij meer dan één natuurlijke en/of rechtspersoon in gebruik is. Ook dan is er sprake van de bodem van de belastingschuldige.

De uitdrukking “stoffering” heeft een zodanig brede betekenis, dat daaronder moet worden verstaan alle zaken die dienen tot gebruik van het perceel overeenkomstig zijn bestemming, zoals bijvoorbeeld de inventaris van een kantoor of van een horecagelegenheid.

(…)

Uit het geheel van de beschikbare gegevens is mij gebleken dat de economische verhouding tussen u en de belastingschuldige van dien aard is dat de belastingschuldige in feite de vrije beschikkingsmacht over zijn bedrijf en de beslissingsbevoegdheid, die normaliter bij het ondernemerschap past, geheel of ten dele mist omdat hij deze moet overlaten aan u zonder wie de bedrijfsvoering (of een deel daarvan) zoals die plaatsvindt niet denkbaar is.

Dit blijkt met name uit het feit dat belastingschuldige is ingeschreven op het beslagadres, de correspondentie wordt gevoerd via het beslagadres en dat , volgens de contractvoorwaarden, de belastingschuldige het beslagadres ook als zakenadres mag en kan gebruiken. Het feit dat belastingschuldige nimmer aanwezig is doet hier niets aan af.

In dit geval is sprake van een gemeenschappelijke bodem. In dat geval kan de Belastingdienst verhaal zoeken ten laste van belastingschuldige op alle roerende zaken die als stoffering dienen.

(…)”

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

2.7. Bij brief van 11 juni 2007 heeft ISS aan de Ontvanger meegedeeld dat de openbare verkoop van de aan ISS toebehorende roerende goederen zal plaatsvinden op 27 juni 2007 om 12.00 uur. Bij brief van 19 juni 2007 heeft de Ontvanger geschreven dat de openbare verkoop voorlopig is geschorst maar op termijn alsnog zal plaatshebben.

3. Het geschil

3.1. ISS vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter, bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

I. De Ontvanger zal gebieden de executie van de aan ISS toebehorende goederen te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 10.000,-- in geval de Ontvanger in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen en/of een dwangsom van EUR 1.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de Ontvanger in strijd met dit vonnis de executiemaatregelen voortzet;

Subsidiair:

I. De Ontvanger zal gebieden de executie van de aan ISS toebehorende eigendommen/roerende goederen te schorsen voor een zodanige termijn en onder zodanige voorwaarden als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

II.a. Maraut zal veroordelen tot het stellen van zakelijke zekerheid in de vorm van een bankgarantie ter grootte van EUR 51.252,-- te vermeerderen met 10% aan rente en kosten, af te geven door een Nederlandse bank, voor het geval het verzet tegen de executie niet zal slagen, met dien verstande dat afgifte daarvan binnen een week na betekening van dit vonnis dient plaats te vinden, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn en onder zodanige voorwaarden als de voorzieningenrechter in goede justitie zal behoren te verlenen;

II.b. Maraut zal veroordelen te gehengen en te gedogen dat geen verdere tenuitvoerlegging op grond van de gestelde bodemrechten op de goederen van ISS zal plaatsvinden en al het nodige te doen om te voorkomen dat de Ontvanger zich verhaalt op de goederen van ISS, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat Maraut nalatig blijft aan dit vonnis te voldoen, althans Maraut zal veroordelen tot het treffen van zodanige ordemaatregelen met het oog op de omschreven eigendomsbelangen van ISS als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

III. Met veroordeling van gedaagde partijen in de kosten van de procedure.

3.2. De Ontvanger voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. ISS heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat de aan ISS toebehorende zaken door de Ontvanger ten onrechte worden aangemerkt als zogenaamde bodemgoederen. Maraut heeft op het adres van ISS geen “bodem”, aldus ISS. Maraut gebruikt het adres van ISS slechts als postadres, maar houdt op dat adres geen kantoor. De reële eigendom van de in beslag genomen zaken ligt bij ISS en zij heeft de zaken nodig voor haar eigen bedrijfsvoering. Ten bewijze van haar eigendom heeft ISS onder meer kassabonnen, en facturen terzake de inbeslaggenomen zaken overgelegd.

4.2. De Ontvanger heeft de eigendom van ISS van de in beslag genomen zaken niet (langer) betwist. De Ontvanger beroept zich op artikel 22 lid 3 Invorderingswet 1990 op grond waarvan hij de mogelijkheid heeft de belastingschuld te verhalen op roerende zaken die zich tijdens de beslaglegging op de bodem van de belastingschuldige bevinden, ook als deze niet aan de belastingschuldige toebehoren. Met name omdat Maraut ten tijde van de beslaglegging was ingeschreven op het beslagadres, en haar correspondentie werd gevoerd via het beslagadres, heeft de directeur in zijn beslissing op het beroepschrift van ISS geconcludeerd dat er - met ISS - een gemeenschappelijke bodem bestaat en aldus een bodemrecht op de goederen.

4.3. Tussen partijen is in geschil of het kantooradres van ISS - mede - als bodem van Maraut dient te worden beschouwd. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat onder het begrip bodem in dit verband wordt verstaan het perceel of het gedeelte van een perceel dat de belastingschuldige gebruikt, voor welk doel dan ook, en waarover hij onafhankelijk van derden de feitelijke beschikking heeft. Daarbij is van belang of de administratie van de belastingschuldige aanwezig is op het beslagadres, en of er nog andere zaken op de bodem aanwezig zijn die verbonden zijn met de belastingschuldige. Voorts is van belang of er post voor de belastingschuldige wordt ontvangen op het beslagadres, of de belastingschuldige op of vanaf de bodem (ondernemings-)activiteiten verricht, en hoe het adres op het briefpapier van belastingschuldige en in het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel luidt.

4.4. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Vast staat dat de leveringsvoorwaarden die Maraut heeft ondertekend onder meer vermelden dat het adres van ISS ook als zakenadres mag en kan worden gebruikt. ISS heeft ter zitting uiteengezet dat de keuze van die terminologie onzorgvuldig is geweest omdat een zakenadres de plaats of het adres betreft waar men zijn bedrijf uitoefent. ISS heeft echter bedoeld dat het slechts is toegestaan een postadres te vermelden en heeft inmiddels haar leveringsvoorwaarden op dit punt ook aangepast. Eén van de diensten die ISS verleent brengt mee dat het adres van ISS mag worden vermeld op het drukwerk van haar klanten, zodat de post, bestemd voor die klanten, ook daadwerkelijk bij ISS bezorgd kan worden. Het is derhalve inherent aan de aard van de door ISS geleverde dienstverlening dat ISS toestemming heeft gegeven om haar adres te vermelden op het briefpapier van Maraut, omdat de betreffende dienst anders niet kan worden uitgevoerd. Geen belang mag worden gehecht aan de omstandigheid dat het adres van ISS als vestigingsadres van Maraut in de registers van de Kamer van Koophandel geregistreerd is geweest. Onweersproken is immers dat ISS van die vermelding niet op de hoogte was en daar geen toestemming voor heeft gegeven. Bovendien heeft zij die inschrijving op dat punt inmiddels ongedaan laten maken. De dienstverlening van ISS houdt voorts niet in dat zij de ontvangen post van Maraut opent of behandelt. Hoewel op het adres van ISS namens Maraut de telefoon wordt opgenomen, vindt geen inhoudelijke afhandeling van de telefoonberichten plaats. Blijkens de onweersproken stellingen van ISS heeft Maraut geen toegang tot het kantoor van ISS en bezit Maraut geen sleutel van het kantoor. Evenmin heeft Maraut de beschikking over eigen kantoorruimte of gebruik van inventaris op het adres van ISS.

4.5. Het hiervoor overwogene leidt tot de conclusie dat voorshands moet worden aangenomen dat op het adres van ISS geen ondernemingsactiviteiten door Maraut worden of werden verricht. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat sprake is van feitelijk gebruik door Maraut van de kantoorruimte van ISS, dan wel dat Maraut feitelijk de beschikking had over het adres van ISS. Gelet op de aard van de dienstverlening van ISS kan het vestigingsadres van ISS derhalve niet als bodem van de belastingplichtige worden beschouwd en heeft de Ontvanger ten onrechte bodembeslag gelegd op aan ISS toebehorende zaken.

4.6. Het beslag dient daarom te worden opgeheven, zodat de primaire vordering van ISS zal worden toegewezen. Voor het opleggen van een dwangsom is geen plaats, nu de voorzieningenrechter er van uit gaat dat de Ontvanger rechterlijke uitspraken nakomt.

4.7. Tegen Maraut is slechts een subsidiaire vordering ingesteld, derhalve voor zover het primair gevorderde niet toewijsbaar is. Nu de primaire vordering van ISS zal worden toegewezen dient de vordering tegen Maraut als niet ingesteld te worden beschouwd.

4.8. Voor een kostenveroordeling van Maraut is gelet op het onder ?4.7 overwogene geen plaats. De kosten voor de dagvaarding van Maraut blijven voor rekening van ISS.

De Ontvanger zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ISS worden begroot op:

- dagvaarding EUR 70,85

- vast recht 251,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.137,85

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt de Ontvanger de executie van de aan ISS toebehorende zaken te staken en gestaakt te houden,

5.2. veroordeelt de Ontvanger in de proceskosten, aan de zijde van ISS tot op heden begroot op EUR 1.137,85,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2007.?