Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB7546

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-07-2007
Datum publicatie
09-11-2007
Zaaknummer
125730 / HA ZA 06-852
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rekening-courant; opeisbaarheid?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 125730 / HA ZA 06-852

Vonnis van 11 juli 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRESFORTE INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. J. Verhoeven te Alphen aan den Rijn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EQUAL INVEST B.V.,

gevestigd te Haarlem,

gedaagde,

procureur mr. P. Ingwersen,

advocaat mr. R.W. Bax te Haarlem.

Partijen zullen hierna Tresforte en Equal genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 september 2006

- het proces-verbaal van comparitie van 16 november 2006.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Equal is aan Tresforte een bedrag van EUR 1.284.778,-- verschuldigd, zijnde het saldo per 31 december 2004 van een tussen partijen aangehouden rekening-courant.

2.2. Bij e-mail van 8 september 2005, met als onderwerpaanduiding “concept akte van verpanding”, heeft Van der Stap Notarissen, in de persoon van [p], aan Tresforte en Equal onder meer het volgende laten weten:

“(...) Voor de goede orde deel ik u mee, dat ik geen uitspraak kan doen omtrent het feit of de schuld waarvoor pandrecht verleend wordt, volledig opeisbaar is. Het is daarom van belang nadere afspraken hieromtrent te maken hetgeen tevens de achterliggende gedachte is van de in het concept opgenomen bepaling omtrent de aflossing van de schuld. Door te bepalen dat afspraken hieromtrent gemaakt gaan worden, is het de achterliggende gedachte dat hierbij gekeken gaat worden naar de vaststelling, opeisbaarheid enzovoort van de schuld. Indien hierover overeenstemming tussen partijen is bereikt, dan staat pas vast welk bedrag wanneer opeisbaar is. (...)”

2.3. Tot zekerheid van terugbetaling van voornoemd saldo hebben partijen bij notariële akte van 13 oktober 2005 ten behoeve van Tresforte een pandrecht gevestigd op de aandelen van Equal in een aantal vennootschappen van de Tresforte groep. Voorts werd een pand-recht gevestigd op de rechten van Excage Participatie B.V., een aan Equal gelieerde onder-neming, uit hoofde van een maatschapsovereenkomst d.d. 11 februari 2002.

2.4. De notariële akte van verpanding d.d. 13 oktober 2005 houdt onder meer het volgende in:

“Definities.

(…)

Maatschapsovereenkomst: de overeenkomst zoals neergelegd in een akte, verleden voor mr. L.F. Tamminga, notaris te Rotterdam op elf februari tweeduizendtwee, waarbij Excage Participatie en Van Duynhoven Beheer B.V. met betrekking tot het Registergoed een maatschap zijn aangegaan;

Pandgever: Equal Invest B.V. (…)

Rechten: de rechten van Excage Partcipatie voortvloeiende uit de Maatschapsovereenkomst;

Registergoed: een perceel grond met het zich daarop bevindende kantoorgebouw met alle verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend Nieuwe Gracht 53, 2011 ND Haarlem (…);

Schuld: de schuld van Pandgever aan Schuldeiser voortvloeiende uit een bestaande rekening courant verhouding, zoals deze op enig moment zal zijn, waarvan blijkt uit de financiële administratie van Schuldeiser, per één en dertig december tweeduizend vier groot één miljoen twee honderd vier en tachtig duizend zeven honderd acht en zeventig euro (EUR 1.284.778,--);

Schuldeiser: Tresforte Investments B.V.

(…)

Inleiding:

(…)

3. Schuldeiser en Pandgever wensen tot zekerheid van de terugbetaling van al hetgeen Pandgever verschuldigd is of zal zijn aan Schuldeiser, uit welke hoofde dan ook, pandrecht te vestigen op de Aandelen zoals in deze akte vermeld;

4. Excage Participatie, Schuldeiser en Pandgever zijn overeengekomen dat Excage Participatie tot zekerheid van de terugbetaling van al hetgeen Pandgever verschuldigd is of zal zijn aan Schuldeiser, uit welke hoofde dan ook, pandrecht zal vestigen op de Rechten zoals in deze akte vermeld;

5. Pandgever en Schuldeiser wensen nadere afspraken te maken met betrekking tot de aflossing van de Schuld;

(…)

Hoofdstuk III.

Aflossing van de Schuld.

Pandgever en Schuldeiser zullen vóór doch uiterlijk op één en dertig oktober tweeduizend vijf schriftelijk een schema vaststellen voor de aflossing van de Schuld. Uitgangspunt hierbij is dat dit schema voor zowel Pandgever als Schuldeiser reëel dient te zijn.”

2.5. Op 29 november 2005 heeft [q], namens Tresforte, aan Equal, in de persoon van [r], een e-mail verzonden met de volgende inhoud:

“ (…) Conform de akte had uiterlijk op 31 oktober 2005 een voorstel voor aflossing aanwezig moeten zijn. Herhaaldelijk heb ik daar om gevraagd, echter tot op heden zonder enig resultaat.

Vanwege het ontbreken van een dergelijk voorstel, wordt de schuld van Equal thans door de financiers van Tresforte Investments B.V. in mindering gebracht op het eigen vermogen van de onderneming. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de continuïteit.

Bij het uitblijven van een reëel voorstel op 2 december 2005 zal ik daarom noodgedwongen actie moeten ondernemen richting Equal. (…)”

2.6. Bij brief van 30 december 2005 heeft [q] voornoemd, namens Tresforte, aan [r] voornoemd het volgende geschreven:

“ (…) In vervolg op de correspondentie per email, de frequente telefonische kontakten en onder verwijzing naar de Akte van verpanding d.d. 13 oktober 2005 vragen wij uw aandacht voor het volgende.

Tot op heden is door Tresforte Investments B.V. geen voorstel ontvangen voor een aflossing van de bestaande schuldpositie, noch is voldaan aan de verzoeken om de verschuldigde ren-te over het boekjaar 2004 te voldoen. Bij de beoordeling van de herfinancieringaanvragen hebben de banken (…) de vordering van Tresforte Investments B.V. op Equal Invest B.V. inmiddels afgewaardeerd, zodat het zichtbaar eigen vermogen van de vennootschap ontoe-reikend is voor het aangaan van een passende financiering.

Als bestuurder van de vennootschap is het daarom mijn plicht u erop te wijzen dat een ver-der uitstel van de verplichting tot betaling van de verschuldigde rente over 2004 en 2005 niet wordt toegestaan.

Ik verzoek u dringend thans binnen tien dagen na heden het bedrag van de rente over 2004 ad EUR 85.643,00 en ook de verschuldigde rente over 2005 ad EUR 89.934,00 (…) te voldoen door bijschrijving op rekeningnummer 3863.44.523 t.n.v. Tresforte Investments B.V. te Haarlem.

Voorts verwachten wij van u binnen de hierboven gestelde termijn een reëel voorstel voor aflossing van de bestaande vordering.

Bij gebreke van de ontvangst van uw betalingen op 10 januari 2005 stellen wij u bij deze in gebreke en verzuim en dwingt u ons tot incassomaatregelen over te gaan. (…)”

2.7. Bij brief van 23 februari 2006 heeft de advocaat van Tresforte, mr. G. Hilberink, aan Equal, in de persoon van [r] voornoemd, het volgende bericht:

“(…) U verkeert (…) in verzuim, niet alleen ten aanzien van het doen van een voorstel voor een schema voor de aflossingstermijnen, maar ook ten aanzien van de aflossing van de rentetermijnen. (…)

Voor zover u overigens mocht menen dat er sprake is van een nog lopende rekening-courant, zeg ik deze hierbij voor zover nog nodig namens cliënte met onmiddellijke ingang op, vanwege het hiervoor genoemde verzuim uwerzijds in de nakoming van uw verplichtingen jegens cliënte.

(…)”

3. Het geschil

3.1. Tresforte vordert veroordeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van Equal Invest tot betaling van:

- een bedrag van in hoofdsom EUR 1.284.778,--;

- een bedrag van EUR 175.577,--, zijnde de overeengekomen rente van 7% per jaar over voormelde hoofdsom over de jaren 2004 en 2005, subsidiair de wettelijke rente over voormelde hoofdsom over voormelde periode;

- de overeengekomen rente van 7% per jaar, subsidiair de wettelijke rente, over voormelde hoofdsom vanaf 1 januari 2006 tot aan de dag van algehele voldoening;

- een bedrag van EUR 6.422,-- terzake buitengerechtelijke kosten;

- de proceskosten.

3.2. Equal Invest voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Niet in geschil is dat Equal aan Tresforte een bedrag van EUR 1.284.778,-- verschuldigd is, zijnde het saldo per 31 december 2004 van de tussen partijen aangehouden rekening-courant. Niet in geschil is verder dat Equal aan Tresforte over dat saldo rente verschuldigd is. Partijen strijden over de vraag of het saldo en de daarover verschuldigde rente opeisbaar zijn, alsmede over de vraag welk rentepercentage heeft te gelden.

opeisbaarheid

4.2. Met betrekking tot de opeisbaarheid van het saldo stelt de rechtbank voorop dat het boeken van een vordering in rekening-courant niet van invloed is op de opeisbaarheid van die vordering. Een niet-opeisbare vordering verandert door een boeking in rekening-courant niet in een wel opeisbare vordering, en vice versa. Voor zover het saldo van de onderhavige rekening-courant niet-opeisbare vorderingen representeert, zal betaling van dat saldo dus niet kunnen worden afgedwongen. Dat de in de rekening-courant geboekte vorderingen wel zijn onderworpen aan verrekening, maakt dit niet anders.

4.3. Blijkens de stellingen van partijen representeert het saldo van de rekening-courant een aantal vorderingen, verband houdende met de aankoop door Equal van aandelen in verscheidene vennootschappen van de Tresforte Groep. Partijen duiden deze vorderingen als vordering uit geldlening. Ook representeert het saldo de verschuldigde rente over deze vorderingen.

4.4. Tresforte stelt zich op het standpunt dat voormeld saldo geheel opeisbaar is. Zij heeft daartoe in de eerste plaats aangevoerd dat Equal in verzuim is met het doen van een aflossingsvoorstel, zoals overeengekomen in de notariële akte van verpanding, en in de tweede plaats dat Equal in verzuim is met de betaling van de rentetermijnen. Ter comparitie heeft Tresforte voorts aangevoerd dat de vordering uit geldlening van oorsprong direct opeisbaar was en dat aflossing zo spoedig mogelijk diende plaats te vinden, zij het met inachtneming van de aflossingscapaciteit van Equal.

4.5. Equal heeft bestreden dat zij in verzuim is met het doen van een aflossingsvoorstel en het betalen van de rentetermijnen. Equal stelt dat zij niet in staat is een aflossingsvoor-stel te doen, omdat Tresforte -ondanks verzoeken daartoe- nalaat de benodigde informatie te verschaffen. Met betrekking tot de rentetermijnen stelt Equal dat was afgesproken dat deze zouden worden “opgerent”, zodat van opeisbaarheid (en dus van verzuim) geen sprake is. Ook de hoofdvordering is volgens Equal niet opeisbaar, nu het hier een langlopende lening betreft, die uitsluitend met dividenduitkeringen zou worden afgelost.

4.6. De rechtbank volgt Tresforte niet in haar stelling dat het gestelde verzuim van Equal met betrekking tot de betaling van de rentetermijnen leidt tot opeisbaarheid van het gehele saldo. Niet gesteld of gebleken is immers dat de tussen partijen gesloten overeen-komst van geldlening een bepaling van een dergelijke strekking inhoudt. Evenmin gesteld of gebleken is dat Tresforte in het gestelde verzuim aanleiding heeft gezien om de overeen-komst geheel of gedeeltelijk te ontbinden op de voet van artikel 6:265 BW.

4.7. Overigens stond het Tresforte ook niet vrij om, voorafgaand aan haar opzegging van de rekening-courantverhouding bij brief van 23 februari 2006, afzonderlijk betaling te verlangen van de rentetermijnen. Het principe van de rekening-courantverhouding brengt nu eenmaal mee dat uitsluitend het saldo kan worden gevorderd, en niet de afzonderlijke pos-ten. Voor zover Tresforte bedoeld heeft te stellen dat de rentetermijnen buiten de rekening-courantverhouding vielen, gaat de rechtbank daaraan voorbij; uit het door Tresforte als productie 18 overgelegde overzicht van het verloop van de rekening-courantverhouding blijkt immers dat die rentetermijnen door haar in rekening-courant werden geboekt.

4.8. Voor zover Tresforte de opeisbaarheid van het saldo baseert op het gestelde ver-zuim van Equal met betrekking tot het doen van een aflossingsvoorstel, geldt het volgende. Met Tresforte is de rechtbank van oordeel dat het op de weg lag van Equal, als schuldenaar, te komen met een voorstel voor een aflossingsschema. Vaststaat dat Equal op de in de pand-akte genoemde datum van 31 oktober 2005 nog geen voorstel had gedaan. Ook daarna heeft Equal, ondanks diverse verzoeken en sommaties daartoe van de zijde van Tresforte, geen voorstel gedaan.

4.9. In het midden kan blijven of Equal wel beschikt over de benodigde informatie om tot een aflossingsvoorstel te komen. Met Tresforte is de rechtbank van oordeel dat, voor zover Equal niet over die informatie zou beschikken, dit voor haar rekening komt. Equal heeft voldoende tijd gehad die gegevens bij Tresforte op te vragen. Aan de (door Tresforte betwiste) stelling van Equal dat zij Tresforte meermalen om informatie heeft gevraagd, gaat de rechtbank voorbij, aangezien elke nadere specificatie en feitelijke onderbouwing van deze stelling ontbreekt. Het aanbod van Equal om ter comparitie alsnog een lijstje te maken van de stukken die zij nodig heeft, wordt, als zijnde tardief, gepasseerd.

4.10. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een (toerekenbare) tekortkoming van Equal in de nakoming van de afspraak om uiterlijk op 31 oktober 2005 tot een aflossingsschema te komen, zoals bedoeld in de notariële akte van verpanding. De vraag is wat daarvan het gevolg is. Volgens Tresforte brengt het verzuim van Equal mee dat de afspraak is “geannuleerd” en dat dient te worden teruggevallen op de oorspronkelijke overeenkomst van geldlening. Anders dan Tresforte lijkt te betogen, betekent dat echter niet dat die oorspronkelijke vordering ook opeisbaar is (geworden). Die opeisbaarheid is tussen partijen nu juist in geschil. Het voert de rechtbank te ver om de in de notariële akte van verpanding neergelegde afspraak om te komen tot vaststelling van een voor beide partijen reëel aflossingsschema te zien als een erkenning door Equal van de opeisbaarheid van de onderliggende vordering. Overigens ziet de rechtbank in de afspraak evenmin een erkenning door Tresforte van de níet-opeisbaarheid van de vordering. De rechtbank wijst in dit verband mede op de hiervoor onder 2.2. aangehaalde passage uit de

e-mail van Van der Stap Notarissen d.d. 8 september 2005. Uit deze passage, waarin de notaris aangeeft geen uitspraak te kunnen doen over de opeisbaarheid van de vordering, valt op te maken dat de notaris het juist vanwege die bestaande onzekerheid raadzaam acht dat partijen tot afspraken proberen te komen.

4.11. Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank zich zal dienen uit te laten over de vraag of, zoals Tresforte heeft gesteld, de vordering uit geldlening van oorsprong direct opeisbaar was.

4.12. Artikel 6:38 BW bepaalt dat indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, terstond nakoming kan worden gevorderd. De rechtbank stelt vast dat partijen geen concrete termijn zijn overeengekomen waarbinnen de lening moet zijn terugbetaald. Equal heeft echter aan-gevoerd dat het gaat om een langlopende lening die uitsluitend met dividenduitkeringen zou worden afgelost.

4.13. De rechtbank is van oordeel dat Equal deze (door Tresforte betwiste) stelling onvoldoende heeft gespecificeerd en onderbouwd om te kunnen worden toegelaten tot het bewijs daarvan. De rechtbank betrekt daarbij dat Equal in de met Tresforte gevoerde (e-mail) correspondentie nergens melding heeft gemaakt van deze afspraak, terwijl dit toch voor de hand zou hebben gelegen, gelet op de (aanhoudende) discussie tussen partijen over het al dan niet aflossen van de schuld. De stelling van Equal dat de schuld uitsluitend met dividenduitkeringen zou worden afgelost, staat bovendien op gespannen voet met het feit dat tussen partijen niet in geschil is dat de schuld op enig moment diende te worden afgelost. Dat door de betrokken vennootschappen dividend zou worden uitgekeerd, staat immers geenszins vast, zodat, indien de stelling van Equal juist zou zijn, ook onzeker zou zijn of tot aflossing zou worden gekomen.

4.14. Equal heeft ter onderbouwing van haar stelling nog gewezen op het bepaalde in artikel 3 van de notariële akte van verpanding. Anders dan Equal leest de rechtbank in deze bepaling echter niet meer of anders dan dat Tresforte gerechtigd is alle door de betrokken vennootschappen verschuldigde uitkeringen te innen, onder de verplichting deze te verreke-nen met het door Equal verschuldigde. In die bepaling valt met name niet te lezen dat uit-sluitend dividenden zouden worden aangewend voor de aflossing.

4.15. Anders dan Equal acht de rechtbank het feit dat de geldlening niet is gedocumen-teerd geen aanwijzing voor het gestelde langlopende karakter ervan. De rechtbank ziet een dergelijke aanwijzing evenmin in de stelling van Equal dat de lening en de rente pas zijn opgeëist toen [q] (Tresforte) en [r] (Equal) in onmin raakten. Een schuld-eiser kan om hem moverende redenen (coulance, gemakzucht, zakelijke belangen) onmid-dellijke opeising van zijn opeisbare schuld achterwege laten. Dat staat hem vrij en daarmee verspeelt hij niet zijn recht om later alsnog tot opeising over te gaan (verjaring daargelaten). Ook het feit dat partijen op enig moment hebben onderhandeld over een aflossingsschema en het stellen van zekerheid vormt geen aanwijzing voor het gestelde langlopende karakter. Ook een schuldeiser met een opeisbare vordering kan belang hebben bij het doen stellen van zekerheid door zijn schuldenaar, dan wel om hem moverende redenen genegen zijn om zijn medewerking te verlenen aan een betalingsregeling.

4.16. Al het voorgaande in aanmerking nemende ziet de rechtbank aanleiding voorbij te gaan aan de stelling van Equal dat sprake is van een langlopende lening die uitsluitend met dividenduitkeringen zou worden afgelost. Dit brengt mee, gelet op het hiervoor onder 4.13. overwogene, dat de hoofdvordering uit geldlening (terstond) opeisbaar is.

4.17. Ter comparitie heeft Tresforte niet alleen betoogd dat de vordering direct opeisbaar was en dat aflossing zo spoedig mogelijk diende plaats te vinden, maar heeft zij ook aange-geven dat daarbij de aflossingscapaciteit van Equal in acht moest worden genomen. Gelet op de overige stellingen van Tresforte moet het ervoor worden gehouden dat Tresforte hierbij het oog had op (onverplichte) coulance jegens Equal. Voor het geval echter partijen geacht moeten worden de opeisbaarheid (mede) afhankelijk te hebben willen stellen van de aflossingscapaciteit van Equal, oordeelt de rechtbank dat dit niet in de weg staat aan opeisbaarheid op dit moment. Zoals uit het hiervoor onder 4.8. tot en met 4.10. overwogene volgt, heeft Equal immers de gelegenheid gehad, maar niet benut om met Tresforte te komen tot een reëel aflossingsschema.

4.18. Met betrekking tot de rentetermijnen stelt Equal dat was afgesproken dat deze zouden worden “opgerent” (toegevoegd aan de in rekening-courant geboekte hoofdvorde-ring). Van opeisbaarheid is derhalve geen sprake, aldus Equal.

4.19. Zoals de rechtbank reeds onder 4.7. heeft overwogen, neemt zij als vaststaand aan dat ook de rentetermijnen in rekening-courant werden geboekt. Onder 4.2. heeft de recht-bank overwogen dat een boeking in rekening-courant de opeisbaarheid van een vordering niet raakt. In het voorafgaande is de rechtbank voorts tot het oordeel gekomen dat de hoofdvordering opeisbaar is. In het licht hiervan acht de rechtbank ook de rentetermijnen opeisbaar. Voor een ander oordeel zijn in de stellingen van Equal onvoldoende aankno-pingspunten te vinden.

misbruik van recht

4.20. Voor het geval de rechtbank mocht oordelen dat de vordering wel opeisbaar is, heeft Equal zich (subsidiair) op het standpunt gesteld dat sprake is van misbruik van recht, dan wel strijd met de redelijkheid en billijkheid wanneer Tresforte daadwerkelijk tot opeising overgaat. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet is gebleken dat Tresforte liquide middelen nodig heeft. Voor zover Equal daarbij verwijst naar de afspraak die [r] en [q] zouden hebben gemaakt voordat zij overgingen tot het verwerven van aandelen in (vennootschappen van de) Tresforte (groep), te weten dat [q] zou zorgdragen voor de benodigde (her)financiering van de onderneming, overweegt de rechtbank dat Tresforte zich in haar verhouding tot Equal aan dergelijke afspraken tussen [r] en [q] in beginsel niets gelegen hoeft te laten liggen. Feiten of omstandigheden die dit anders zouden maken, zijn niet gesteld of gebleken. Equal stelt zich voorts op het standpunt dat Tresforte zich voor eventuele (her)financiering maar dient te richten tot de bank. De rechtbank deelt dit standpunt niet. Niet in te zien valt waarom een schuldeiser eerst zou moeten trachten financiering bij de bank te krijgen, met alle kosten vandien, alvorens te mogen overgaan tot opeising van een opeisbare schuld bij zijn schuldenaar. Hetgeen Equal heeft aangevoerd omtrent de aard van haar relatie met Tresforte maakt dit niet anders. Ook overigens heeft Equal onvoldoende gesteld om de conclusie dat sprake is van misbruik van recht dan wel strijd met de redelijkheid en billijkheid te rechtvaardigen. De rechtbank voegt daar nog aan toe dat Equal onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken dat het voor Tresforte moeilijker is om bij de banken financiering te krijgen, zo lang de vordering op Equal openstaat, althans daarvoor geen aflossingsregeling is getroffen, daar de banken deze vordering op het eigen vermogen van Tresforte in mindering brengen.

verschuldigde rente

4.21. Equal erkent dat zij rente is verschuldigd. Zij betwist echter dat zij met Tresforte een renteverhoging van 3% naar 7% per jaar is overeengekomen.

4.22. Nog daargelaten dat partijen de overeengekomen rente in strijd met het bepaalde in art. 7:1804 BW niet schriftelijk hebben vastgelegd, heeft Tresforte onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat partijen de aanvankelijk op 3% per jaar gestelde rente naderhand hebben gewijzigd in 7% per jaar. Dat de renteverhoging is besproken met de accountant van Equal en dat in de jaarstukken van Equal vervolgens de (hogere) rente van 7% per jaar is vermeld, is onvoldoende om te concluderen dat Equal ook met die verhoging heeft inge-stemd. Dat de renteverhoging is besproken op de Algemene Vergadering van Aandeelhou-ders van Tresforte voert evenmin tot die conclusie, reeds omdat -naar Equal onbetwist heeft gesteld- namens Equal niemand bij die vergadering aanwezig was.

4.23. Dat de rente aanvankelijk was bepaald op 3% per jaar is tussen partijen niet in geschil, zodat de gevorderde rente in zoverre kan worden toegewezen.

4.24. Uit het door Tresforte als productie 18 overgelegde overzicht van het verloop van de rekening-courantverhouding blijkt dat de rente over 2004, door Tresforte becijferd op een bedrag van EUR 85.643,00, reeds in het gevorderde saldo van de rekening-courant is begrepen. In zoverre zal het gevorderde dus worden afgewezen.

4.25. De rechtbank overweegt tot slot dat de gevorderde contractuele rente, gelet op het bepaalde in artikel 6:119 lid 2 BW, niet toewijsbaar is over de reeds berekende rente voor zover deze niet over een geheel jaar verschuldigd is, nu niet is gesteld dat partijen een verdergaande verschuldigdheid zijn overeengekomen.

buitengerechtelijke kosten

De gevorderde vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke kosten ad EUR 6.422,00 zal, als niet bestreden, worden toegewezen.

proceskosten

4.26. Equal zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van Tresforte op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding EUR 71,32

- vast recht 4.667,00

- salaris procureur 6.422,00 (2 punten x tarief EUR 3.211,00)

Totaal EUR 11.160,32

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Equal om aan Tresforte te betalen een bedrag van EUR 1.284.778,00 (één miljoen tweehonderdvierentachtigduizend zevenhonderdachtenzeventig euro), vermeerderd met de overeengekomen rente van 3% per jaar over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag (verminderd met de in dit bedrag opgenomen contractuele rente, voor zover deze nog niet langer dan een jaar is verschuldigd) vanaf 1 januari 2005 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Equal om aan Tresforte te betalen een bedrag van EUR 6.422,00 (zesduizend vierhonderd tweeëntwintig euro), terzake van buitengerechtelijke kosten,

5.3. veroordeelt Equal in de proceskosten, aan de zijde van Tresforte tot op heden begroot op EUR 11.160,32,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Warmerdam en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2007.?