Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB6538

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-10-2007
Datum publicatie
30-10-2007
Zaaknummer
Zaaknr. 358024 AZ VERZ 07-285
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Ruzie vader en zoon, welke laatste sinds juli 1990 tegen betaling werkte voor de BV. Vader heeft de meeste aandelen en maakt zoon werken onmogelijk. Zoon verzoekt thans arbeidsontbinding. Verweer dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen BV en zoon wordt onder verwijzing naar artikel 7.610a BW gepasseerd. Volgt ontbinding met correctiefactor 1,5.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2007, 185
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

Zaaknr. 358024 AZ VERZ 07-285

datum 30 oktober 2007

BESCHIKKING

tot ontbinding arbeidsovereenkomst

inzake

[eiser]

te [adres]

verzoekende partij

gemachtigde mr. L.M. van den Ende

verder te noemen [eiser]

tegen

1. Connecticom Waterland B.V.

2. Tresora B.V.

te Watergang (gemeente Waterland)

verwerende partij

gemachtigde mr. P. Garretsen

verder te noemen Connecticom en Tresora.

Het verzoek

Het verzoek van [eiser] strekt tot ontbinding van een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst.

Het verzoek is gebaseerd op gewijzigde omstandigheden in de zin van artikel 7:685 BW, te weten dat de werkomstandigheden door toedoen van de werkgever onhoudbaar zijn geworden, zodat sprake is van een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie.

Daarop wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

Het verweer

Het verweer strekt tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van het verzoek.

Daarop wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

Vergoeding

Voor het geval van toewijzing van het verzoek is door [eiser] gevraagd om toekenning van een vergoeding van

€ 85.661,56 vermenigvuldigd met een factor 2, plus een vergoeding voor rechtsbijstand ad € 3.000,-- bruto, althans een redelijke vergoeding.

Mondelinge behandeling

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad op 23 oktober 2007.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen op de terechtzitting is voorgevallen. Deze worden zo nodig uitgewerkt in een proces-verbaal.

De gemachtigde van [eiser] heeft een pleitnota overgelegd.

De inhoud van alle processtukken wordt hier als hier overgenomen beschouwd.

De uitspraak is tenslotte bepaald op vandaag te 14.00 uur.

Vaststaande feiten

In deze procedure mag worden uitgegaan van de volgende feiten omdat deze voldoende aannemelijk zijn geworden.

1. Op 29 maart 1990 is Connecticom opgericht. Tresora houdt 100% van de aandelen in Connecticom, terwijl de vader van [eiser] en [eiser] zelf respectievelijk 80% en 20% van de aandelen in Tresora houden. Blijkens het handelsregister is Tresora gedurende ongeveer 3 maanden statutair bestuurder geweest van Connecticom, waarna [eiser] als statutair bestuurder is ingeschreven. Op 21 november 2006 is [eiser] in het handelsregister uitgeschreven als statutair bestuurder van Connecticum en is zijn vader als zodanig ingeschreven.

2. [eiser], die thans [leeftijd] oud is, verricht sinds 1 juli 1990 werkzaamheden voor Connecticom in een leidinggevende functie. Daarvoor is steeds salaris betaald, op het laatst € 4.174,54 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag. Dit salaris is (in elk geval de laatste tijd) uitbetaald door Tresora.

3. Al dan niet in verband met de echtscheiding tussen de vader en moeder van [eiser], is er een ernstige verwijdering opgetreden tussen vader en zoon. Deze verwijdering heeft ertoe geleid dat sinds juli 2007 geen salaris meer wordt betaald, dat [eiser] op kantoor niet meer kan inloggen op het basisadministratiesysteem, dat [eiser] geen bedrijfsinformatie en -post meer ontvangt, dat [eiser] wegens verandering van sloten het bedrijfspand niet meer in kan, dat vader en zoon elkaar niet meer groeten, dat [eiser] door zijn vader met ingang van 24 augustus 2007 ‘elke dinsdag van de week’ is geschorst, dat [eiser] op 5 september 2007 volledig is geschorst dan wel op non actief is gesteld, met verbod om het bedrijfspand nog te betreden.

4. Ook overigens heeft de bedrijfsvoering te lijden onder als impulsief, dan wel niet goed begrijpelijk aan te merken beslissingen van de vader van [eiser], zoals het ontslaan van medewerkers op staande voet, zonder ontslagvergunning, waardoor het personeelsbestand tot een onwerkbaar niveau is teruggebracht en het aanstellen van zijn vriendin als ‘persoonlijk assistente’. Het regent klachten van afnemers.

Beoordeling van het verzoek

Bevoegdheid

Nu partijen het erover eens zijn dat [eiser] in elk geval thans geen statutair bestuurder (meer) is van Connecticom, waarin [eiser] blijkens het verzoekschrift klaarblijkelijk berust, zodat het verzoek slechts strekt tot ontbinding van een daarna als een ‘normaal’ dienstverband voortgezette arbeidsovereenkomst, mist het bepaalde in artikel 2.241 van het Burgerlijk Wetboek toepassing en behoort de kantonrechter van dat verzoek kennis te nemen (vgl. Hof Amsterdam, 4 januari 2001; JAR 2001, 109).

Ontvankelijkheid

Partijen zijn het er verder over eens dat [eiser] in elk geval niet in dienst is van Tresora, zodat het tegen laatstgenoemde gerichte verzoek niet-ontvankelijk is. De door Tresora gedane salarisbetalingen hebben kennelijk namens Connecticom plaatsgevonden.

Het verzoek, voor zover gericht tegen Connecticom, is wel ontvankelijk te achten. Het standpunt van Connecticom, dat er geen arbeidsovereenkomst zou bestaan tussen Connecticom en [eiser], snijdt mede gelet op het bepaalde in artikel 7.610a van het Burgerlijk Wetboek geen hout.

Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden komen vast te staan, die zouden nopen tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek, voor zover tegen Connecticom gericht.

Ontbinding of niet

Voldoende is gebleken van gewijzigde omstandigheden, die een voldoende gewichtige reden opleveren om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden.

Het lijdt geen redelijke twijfel dat de vader van [eiser] heeft besloten om zijn zoon [eiser] het werken binnen de onderneming onmogelijk te maken, al dan niet omdat [eiser] in de echtscheidingszaak de zijde van zijn moeder zou hebben gekozen. Ook overigens moet uit de onbetwiste stellingen van [eiser] daaromtrent worden afgeleid dat zijn vader er, huiselijk gezegd, een rommeltje van maakt op de zaak. Het is duidelijk dat deze situatie (ook) voor [eiser] niet kan voortduren, zodat de arbeidsovereenkomst tot een spoedig einde moet komen.

De stelling van Connecticom, verwoord tijdens de hoorzitting, dat [eiser] pas zou kunnen vertrekken nadat hij de zaken behoorlijk aan zijn vader zou hebben overgedragen, raakt arbeidsrechtelijk gezien kant noch wal.

Vergoeding

Ik ben van mening dat aan [eiser] in redelijkheid een vergoeding toekomt ten laste van de wederpartij. Die vergoeding wordt gesteld op een bedrag van € 128.492,25 bruto, voorzover mogelijk te beschouwen als aanvulling op toekomstige uitkeringen of andere arbeidsinkomsten.

Uitgangspunt bij het vaststellen van de te betalen ontbindingsvergoeding is de zogenaamde kantonrechterformule, die ingevolge landelijke afspraken door vrijwel alle Nederlandse kantonrechters wordt gehanteerd.

In het nu door mij te beslissen geval, behoort deze formule als volgt te worden ingevuld:

• aantal gewogen dienstjaren: 19;

? bruto maandsalaris, inclusief vakantiebijslag, € 4.508,50;

• correctiefactor 1,5.

Ik ben omtrent de correctiefactor van oordeel, dat in dit geval voldoende is gebleken van feiten en/of omstandigheden, die moeten resulteren in een grotere factor dan de bij een zogenaamde "kleurloze" of "neutrale" ontbinding te hanteren factor 1. De wijze waarop [eiser] door zijn werkgever, in de persoon van zijn vader, is behandeld moet arbeidsrechtelijk als hoogst onbehoorlijk worden aangemerkt. Het moet ervoor worden gehouden dat vader privé en zakelijk onvoldoende van elkaar heeft weten te scheiden, waarvan [eiser], die zijn baan kwijtraakt, de dupe is.

Niet aannemelijk is geworden dat [eiser] zich, op zijn beurt, als een slecht werknemer zou hebben gedragen, meer in het bijzonder door zijn taken te verwaarlozen. Integendeel, waar [eiser] het werken onmogelijk werd gemaakt, kan het Connecticom toch in gemoede niet hebben verbaasd dat de zaak daarna in “het honderd” liep.

Gelet op deze uitkomst moet aan [eiser] een termijn worden gegund om het verzoek in te trekken.

Kosten

Omtrent de proceskosten moet worden geoordeeld zoals hierna bepaald.

Beslissing

In de zaak tegen Tresora

[eiser] wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek, met veroordeling van [eiser] in de aan de zijde van Tresora gevallen proceskosten, die tot op heden worden begroot op nihil.

In de zaak tegen Connecticom

[eiser] en Connecticom worden in kennis gesteld van het voornemen hun arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 1 december 2007, onder toekenning aan [eiser] ten laste van Connecticom van een vergoeding groot

€ 128.492,25 bruto, voorzover mogelijk te beschouwen als aanvulling op toekomstige uitkeringen of andere arbeidsinkomsten, en onder afwijzing van het eventueel meer of anders verzochte.

[eiser] krijgt tot en met 6 november 2007 de gelegenheid het verzoek in te trekken, dit schriftelijk aan de griffie van de rechtbank Haarlem, sector kanton, locatie Zaandam, en onder toezending van een afschrift aan de wederpartij.

Voor het geval het verzoek niet tijdig wordt ingetrokken wordt deze beschikking definitief op de dag na de genoemde uiterste datum voor intrekking. Connecticom wordt in dat geval veroordeeld tot betaling van hetgeen [eiser] ingevolge deze beschikking toekomt.

Connecticom wordt veroordeeld in de kosten aan de zijde van [eiser] gevallen. Deze kosten worden begroot op

€ 1.600,-- wegens salaris van de gemachtigde.

Deze beschikking wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. F.M.Visser, kantonrechter in de rechtbank Haarlem, locatie Zaandam, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.