Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB6024

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-10-2007
Datum publicatie
19-10-2007
Zaaknummer
15/740397-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte voor het medeplegen van drie overvallen. Twee keer hebben verdachte en zijn mededaders een filiaal van Zeeman overvallen door de personeelsleden vlak na sluitingstijd onder bedreiging van een vuurwapen tot afgifte van geld te dwingen. Verdachte heeft de daadwerkelijke overvaller voorzien van vervoer voor en na het plegen van de overval, het winkelpersoneel afgeleid en meegedeeld in de buit. Ook de derde overval betrof een filiaal van Zeeman. Hier zijn de personeelsleden onder bedreiging van een mes gedwongen tot afgifte van geld. Verdachte heeft geen rekening gehouden met de traumatische gevolgen voor het winkelpersoneel en uit louter winstbejag gehandeld. Ook is verdachte eerder voor betrokkenheid bij een soortgelijk feit veroordeeld. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740397-07

Uitspraakdatum: 18 oktober 2007

Tegenspraak

strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 4 oktober 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord – HvB Zwaag te Zwaag.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1) (zaak 7)

Primair:

hij op of omstreeks 10 februari 2007 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van 245,10 Euro, in elk geval een geldbedrag, in elk geval van enig goed,

of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening 245,10 Euro, in elk geval een geldbedrag, in elk geval enig goed, heeft weggenomen welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

zijnde dat geldbedrag, in elk geval dat goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf "Zeeman", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat de mededader van verdachte

(terwijl hij een bivakmuts over het hoofd droeg)

- met een vuurwapen, althans met een daarop gelijkend voorwerp, in zijn hand (het kantoor) van die "Zeeman" is binnengerend, in elk geval die "Zeeman" is binnengegaan en/of

- dat vuurwapen, in elk geval dat daarop gelijkende voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft opgesloten in het toilet en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] zichzelf heeft laten insluiten in het toilet en/of

- dreigend heeft gezegd: (tegen die [slachtoffer 1]): "Zo jij bent de bedrijfsleider." en/of "Op je knieën zitten" en/of "Waar is het geld? Als jullie rustig doen wat ik zeg gebeurt er niets" en/of "Maak de kluis open" en/of (tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3]): "Ga in het toilet zitten. Je mag er niet uit voordat ik het zeg" en/of (tegen die [slachtoffer 1]): "Loop mee naar de voorkant van de winkel. De andere kant op kijken, want je mag niet zien waar ik naar toe loop", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Subsidiair:

[medeverdachte 1] op of omstreeks 10 februari 2007 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van 245,10 Euro, in elk geval een geldbedrag, in elk geval van enig goed,

of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening 245,10 Euro, in elk geval een geldbedrag in elk geval enig goed, heeft weggenomen welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

zijnde dat geldbedrag, in elk geval dat goed geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf "Zeeman" in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1]

(terwijl hij een bivakmuts over het hoofd droeg)

- met een vuurwapen, althans met een daarop gelijkend voorwerp, in zijn hand (het kantoor) van die "Zeeman" is binnengerend, in elk geval die "Zeeman" is binnengegaan en/of

- dat vuurwapen, in elk geval dat daarop gelijkende voorwerp op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft opgesloten in het toilet en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] zichzelf heeft laten insluiten in het toilet en/of

- dreigend heeft gezegd (tegen die [slachtoffer 1]): "Zo jij bent de bedrijfsleider." en/of "Op je knieën zitten" en/of "Waar is het geld? Als jullie rustig doen wat ik zeg gebeurt er niets" en/of "Maak de kluis open" en/of (tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3]): "Ga in het toilet zitten. Je mag er niet uit voordat ik het zeg" en/of (tegen die [slachtoffer 1]): "Loop mee naar de voorkant van de winkel. De andere kant op kijken, want je mag niet zien waar ik naar toe loop", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of omstreeks 10 februari 2007 te Zoetermeer opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft

door voorafgaand en/of tijdens dat misdrijf

die [medeverdachte 1] met een auto naar voornoemde "Zeeman" te brengen, in elk geval bij die Zeeman in de buurt te brengen, en/of (met die auto) in de buurt van die "Zeeman" te wachten en/of die "Zeeman" binnen te gaan en/of het winkelpersoneel aan te spreken en/of aan de praat te houden en/of bij een bepaalde plek in de winkel weg te houden, in elk geval handelingen te verrichten, en/of aldus die [medeverdachte 1] de gelegenheid te geven zich in die "Zeeman" te verstoppen

en/of na dat misdrijf

(met) die [medeverdachte 1] in een auto weg te rijden

en aldus een zodanig ondersteunende rol te vervullen en/of een situatie te creëren op grond waarvan de uitvoering van het misdrijf, door die [medeverdachte 1] werd bevorderd en/of gemakkelijk gemaakt

2) (zaak 8)

Primair:

Hij op of omstreeks 11 februari 2007 te Noordwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4], en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van 4654,16 euro, in elk geval een geldbedrag, en/of een computer, in elk geval van enig goed,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening 4654,16 euro, in elk geval een geldbedrag, en/of een computer, in elk geval enig goed, heeft weggenomen welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4], en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

zijnde dat geldbedrag en/of die computer in elk geval dat/die goed(eren) geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf "Zeeman" in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat de mededader van verdachte

(terwijl hij een bivakmuts over het hoofd droeg)

- met een vuurwapen, althans met een daarop gelijkend voorwerp, het kantoor van die Zeeman is binnengelopen en/of

- dat vuurwapen, in elk geval dat daarop gelijkende voorwerp op die [slachtoffer 4], en/of die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

- die [slachtoffer 5] heeft vastgepakt en/of

- de stekkers van die computer en/of een telefoonkabel heeft losgetrokken en/of

- dreigend heeft gezegd: "Iedereen stil zijn. Rustig blijven, dan gebeurt jullie niks. Ik wil al jullie geld hebben" en/of "Leg jullie telefoons op de tafel. Leg jullie telefoons in de kluis" en/of (tegen die [slachtoffer 4]) "Loop met me mee naar de achterdeur. Je mag de deur niet opendoen. Je mag de politie niet bellen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Subsidiair

[medeverdachte 1] op of omstreeks 11 februari 2007 te Noordwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4], en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van 4654,16 euro, in elk geval een geldbedrag, en/of een computer, in elk geval van enig goed,

of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening 4654,16 euro, in elk geval een geldbedrag, en/of een computer, in elk geval enig goed, heeft weggenomen welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4], en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

zijnde dat geldbedrag en/of die computer in elk geval dat/die goed(eren) geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf "Zeeman" in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1]

(terwijl hij een bivakmuts over het hoofd droeg)

- met een vuurwapen, althans met een daarop gelijkend voorwerp, het kantoor van die Zeeman is binnengelopen en/of

- dat vuurwapen, in elk geval dat daarop gelijkende voorwerp op die [slachtoffer 4], en/of die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

- die [slachtoffer 5] heeft vastgepakt en/of

- de stekkers van die computer en/of een telefoonkabel heeft losgetrokken en/of

- dreigend heeft gezegd: "Iedereen stil zijn. Rustig blijven, dan gebeurd jullie niks. Ik wil al jullie geld hebben" en/of "Leg jullie telefoons op de tafel. Leg jullie telefoons in de kluis" en/of (tegen die [slachtoffer 4]) "Loop met me mee naar de achterdeur. Je mag de deur niet opendoen. Je mag de politie niet bellen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, op of omstreeks 11 februari 2007 te Noordwijk opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft

door voorafgaand en/of tijdens dat misdrijf

die [medeverdachte 1] met een auto naar voornoemde "Zeeman" te brengen, in elk geval bij die Zeeman in de buurt te brengen, en/of (met die auto) die in de buurt van die "Zeeman"te wachten en/of die "Zeeman" binnen te gaan en/of daar iets te kopen en/of het winkelpersoneel aan te spreken en/of aan de praat te houden en/of bij een bepaalde plek in de

winkel weg te houden, in elk geval handelingen te verrichten, en/of aldus die [medeverdachte 1] de gelegenheid te geven zich in die "Zeeman" te verstoppen

en/of na dat misdrijf die [medeverdachte 1] in een auto weg te rijden

en aldus een zodanig ondersteunende rol te vervullen en/of een situatie te creëren op grond waarvan de uitvoering van het misdrijf, door die [medeverdachte 1] werd bevorderd en/of gemakkelijk gemaakt;

3) (zaak 13)

Hij op of omstreeks 22 maart 2005 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of winkelbedrijf "Zeeman" heeft gedwongen tot de afgifte van 200 euro, in elk geval een geldbedrag, in elk geval van enig goed,

of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening 200 Euro, in elk geval een geldbedrag, in elk geval enig goed, heeft weggenomen welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

zijnde dat geldbedrag geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf "Zeeman", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader

- (al dan niet met een bivakmuts over het hoofd) op dreigende wijze een mes op die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] heeft/hebben gericht en/of gericht hebben gehouden en/of (voortdurend) dreigend met dat mes heeft/ hebben gezwaaid en/of daarbij

- dreigend heeft/hebben gezegd: "Geld, geld" en/of "We willen geld, alles, alles" en/of "Give me the money", althans woorden van gelijke aard of strekking.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Standpunten van partijen over het bewijs

3.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder feiten 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten.

3.2 Standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe van verdachte heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde feiten. De raadsvrouwe heeft verder aangevoerd dat de onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde feiten wel wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4. Oordeel van de rechtbank over het bewijs

4.1 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1)

Primair

hij op 10 februari 2007 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening 245,10 Euro heeft weggenomen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd met bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, zijnde dat geldbedrag geheel toebehorende aan winkelbedrijf "Zeeman",

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat de mededader van verdachte

(terwijl hij een bivakmuts over het hoofd droeg)

- met een vuurwapen in zijn hand het kantoor van die "Zeeman" is binnengerend en

- dat vuurwapen op die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] heeft gericht en gericht gehouden en

- die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] zichzelf heeft laten insluiten in het toilet en

- dreigend heeft gezegd: (tegen die [slachtoffer 1]): "Zo jij bent de bedrijfsleider." en" Op je knieën zitten" en "Waar is het geld? Als jullie rustig doen wat ik zeg gebeurt er niets" en "Maak de kluis open" en(tegen die [slachtoffer 2] endie [slachtoffer 3]): "Ga in het toilet zitten. Je mag er niet uit voordat ik het zeg" en/of (tegen die [slachtoffer 1]): "Loop mee naar de voorkant van de winkel. De andere kant op kijken, want je mag niet zien waar ik naar toe loop".

2)

Primair

Hij op 11 februari 2007 te Noordwijk tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 4], en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van 4654,16 euro en met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een computer heeft weggenomen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4], en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren zijnde dat geldbedrag en die computer toebehorende aan winkelbedrijf "Zeeman", welke bedreiging met geweld hierin bestond dat de mededader van verdachte

(terwijl hij een bivakmuts over het hoofd droeg)

- met een vuurwapen het kantoor van die Zeeman is binnengelopen en

- dat vuurwapen op die [slachtoffer 4], en die [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 6] en die [slachtoffer 7] heeft gericht en gericht gehouden en

- die [slachtoffer 5] heeft vastgepakt en

- de stekkers van die computer en een telefoonkabel heeft losgetrokken en

- dreigend heeft gezegd: "Iedereen stil zijn. Rustig blijven, dan gebeurt jullie niks. Ik wil al jullie geld hebben" en "Leg jullie telefoons op de tafel. Leg jullie telefoons in de kluis" en (tegen die [slachtoffer 4]) "Loop met me mee naar de achterdeur. Je mag de deur niet opendoen. Je mag de politie niet bellen",

3)

hij op 22 maart 2005 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en winkelbedrijf "Zeeman" met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening 200 Euro heeft weggenomen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

zijnde dat geldbedrag geheel toebehorende aan winkelbedrijf "Zeeman", welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader

- (al dan niet met een bivakmuts over het hoofd) op dreigende wijze een mes op die [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] hebben gericht en hebben gehouden en (voortdurend) dreigend met dat mes heeft gezwaaid en daarbij

- dreigend heeft gezegd: "Geld, geld" en "We willen geld, alles, alles" en "Give me the money".

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.2 Bewijsmiddelen

4.2.1 Feit 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder feit 1 primair tenlastegelegde op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

1. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte (map 9, dossierpagina 2630 - 2633);

2. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3] (map 9, dossierpagina 2637- 2639)

3. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 april 2007 (map 9, dossierpagina 2700 – 2701);

4. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 mei 2007 (map 9, dossierpagina 2710 – 2716);

5. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 4 mei 2007 (map 9, dossierpagina 2772 – 2775);

6. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 17 april 2007 (map 9, dossierpagina 2799 – 2805);

7. De verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Uit deze bewijsmiddelen worden de navolgende feiten en omstandigheden benoemd:

- Aangeefster verklaart dat zij op vrijdag 10 februari 2007 werkzaam was in het filiaal van de Zeeman aan de Dorpsstraat 79 te Zoetermeer. Omstreeks 17.00 uur die dag was de winkel leeg, waarna de deur op slot werd gedaan. Aangeefster en haar twee collega’s telden vervolgens 245,10 euro omzet van het laatste half uur. Het geld bracht aangeefster naar het kantoor en ineens kwam een persoon met een zwarte bivakmuts hard het kantoor binnen rennen. Hij zei: “Zo jij bent de bedrijfsleidster. Daar op je knieën gaan zitten.” Vervolgens vroeg de man: “Waar is het geld. Als jullie gewoon rustig doen wat ik zeg gebeurd er niets.” Aangeefster wees naar het zakje met de 245 euro. De overvaller vond dit te weinig geld. [slachtoffer 2] moest de kluis voor hem openmaken maar deze was leeg. Twee medewerkers moesten in het toilet achter het kantoor gaan zitten. Aangeefster moest meelopen naar de voorzijde van de winkel. De overvaller zei: “De andere kant opkijken, want je mag niet zien waar ik naar toe loop” (zie 1);

- Getuige [slachtoffer 3] verklaart dat zij op 10 februari 2007 werkzaam was in het filiaal van de Zeeman aan de Dorpsstraat 79 te Zoetermeer. Na sluitingstijd zag zij iemand bij de deuropening staan en de man had een pistool in zijn linkerhand vast. De man richtte het pistool op haar en haar collega’s. Later moesten [slachtoffer 3] en haar collega [slachtoffer 2] van de man op het toilet gaan zitten en hij vertelde hen dat zij er niet uit mochten komen tot dat hij dat zei (zie 2);

- Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een overval heeft gepleegd op de Zeeman in Zoetermeer. De buit was 200 euro (zie 3);

- Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in beginsel niemand nodig heeft bij de overvallen maar dat hij soms mensen vraagt om winkelpersoneel aan de praat te houden of bij een bepaalde plek weg te houden, zodat hij zich beter kan verstoppen. Hij verklaart dat de personen [medeverdachte 2] en [verdachte] hem wel eens hebben geholpen (zie 4);

- Medeverdachte [medeverdachte 2] verklaart dat zij met [medeverdachte 1] en [verdachte] op 10 februari 2007 naar Zoetermeer is gereden. [medeverdachte 1] heeft onderweg verteld dat hij samen met [verdachte] een overval wilde plegen. [verdachte] heeft daarvoor een bivakmuts bij zijn moeder gehaald. Ze verklaart dat ze alle drie in de Zeeman waren. Op een gegeven moment was [medeverdachte 1] nergens meer te zien. Ze zei toen tegen [verdachte] dat [medeverdachte 1] zich waarschijnlijk had verstopt om een overval te plegen (zie 5);

- Verdachte verklaart dat hij in de auto op [medeverdachte 1] moest wachten (zie 6);

- Verdachte verklaart dat hij op 10 februari 2007 [medeverdachte 1] in de auto heeft meegenomen naar Zoetermeer. In de auto vertelde [medeverdachte 1] hoe hij normaal gesproken een overval pleegt. Hij vertelde dat hij iets wilde proberen om aan geld te komen. Hij vroeg of verdachte op hem wilde wachten in de auto om hem een lift naar huis te geven. [medeverdachte 1] heeft niet gezegd waar hij de overval wilde plegen. Toen verdachte aan het winkelen was, was [medeverdachte 1] een plannetje aan het maken. Verdachte wist dat [medeverdachte 1] een wapen bij zich had. Toen hij [medeverdachte 1] voor de tweede keer in de Zeeman zag dacht hij wel dat er iets zou kunnen gebeuren. [medeverdachte 1] heeft na de overval de benzine voor de auto betaald. Verdachte verklaart dat hij weet dat het fout was maar dat hij zich er niet tegen heeft verzet omdat hij het geld nodig had (zie 7).

4.2.2 Feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder feit 2 primair tenlastegelegde op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

1. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] (map 9, dossierpagina 2836 - 2842);

2. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] (map 9, dossierpagina (2845 – 2849);

3. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 7 september 2007;

4. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 4 mei 2007 ( map 9, dossierpagina 3009 – 3011);

5. De verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Uit deze bewijsmiddelen worden de navolgende feiten en omstandigheden benoemd:

- Aangeefster [slachtoffer 4] verklaart dat zij op 11 februari 2007 werkzaam was in het filiaal van de Zeeman aan de Hoofdstraat 22 te Noordwijk. Omstreeks 17.10 uur die dag werd de winkel afgesloten. Toen ze de kluis dicht wilde doen zag ze een man staan. Op dat moment was iedereen in het kantoor. De man zei:”rustig blijven, dan gebeurt jullie niks” en had een pistool in zijn hand en richtte dat op iedereen. Vervolgens zei de man: “Ik wil al jullie geld hebben”. Aangeefster denkt dat er ongeveer bij elkaar totaal 4100 of 4200 euro in die tassen zat. [slachtoffer 4] gaf hem de tassen met geld. De man trok vervolgens de systeemcomputer los. Iedereen moest zijn mobiele telefoon op tafel leggen. Vervolgens trok hij de stekker van de vaste telefoonlijn eruit en zei hij tegen de aangeefster: “Jij gaat met mij mee”. Aangeefster [slachtoffer 4] deed de achterdeur open. In de deuropening hoorde zij hem nog zegen: “Niet de deur opendoen en niet de politie bellen”. Zij kon zien dat hij zijn bivakmuts afdeed (zie 1);

- Aangever [slachtoffer 5] verklaart dat de man haar bij de arm greep en dat zij de mobiele telefoons van de man in de kluis moest leggen (zie 2);

- Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart ten aanzien van de overval op 11 februari 2007 in Noordwijk dat [verdachte] en [medeverdachte 2] van tevoren wisten dat het om een overval ging. Op 11 februari zat [medeverdachte 1] achter de computer op koopzondag.nl te kijken. [betrokkene], [verdachte] en [medeverdachte 2] waren daar bij. Hij heeft toen plaatsnamen genoemd. Hij had geld nodig. Het was wel duidelijk dat die plaatsnamen mogelijk te maken konden hebben met overvallen. [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn toen vertrokken naar Noordwijk met het doel om daar de overval te plegen. [verdachte] en [medeverdachte 1] hadden geld nodig. [medeverdachte 2] reed en wist wat er zou gaan gebeuren (zie 3);

- Medeverdachte [medeverdachte 2] verklaart dat ze op 11 februari 2007 in Noordwijk vlak voor sluitingstijd met [medeverdachte 1] en [verdachte] in de Zeeman is geweest. Het was haar duidelijk dat [medeverdachte 1] de Zeeman ging overvallen. [medeverdachte 1] bleef bij de kledingrekken en ineens was hij er niet meer. [verdachte] en zij zijn toen naar de auto gelopen. Toen ze haar jas op de achterbank wilde leggen kwam [medeverdachte 1] aanrennen. Hij zei “instappen” en hij vertelde hoe ze moest rijden. In Rotterdam hebben zij en [verdachte] 1500 euro van de buit gekregen (zie 4);

- Verdachte verklaart dat hij wist dat [medeverdachte 1] een overval ging plegen. Hij heeft [medeverdachte 1] toen gereden. Het was zijn bedoeling om [medeverdachte 1] op te wachten tot hij klaar was met zijn ding en daarna zou hij hem weer mee terug nemen. Hij zou 1500 euro krijgen. Toen hij in de rij stond bij de kassa glipte [medeverdachte 1] naar binnen en toen heeft [medeverdachte 1] zich verstopt (zie 5).

4.2.3. Feit 3

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder feit 3 ten laste gelegde op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

1. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte (map nazending, dossierpagina 3407-3408);

2. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van getuige (map nazending, dossierpagina 3411-3413);

3. Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 4 juli 2007 (map nazending, dossierpagina 3403-3406);

4. De verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Uit deze bewijsmiddelen worden de navolgende feiten en omstandigheden benoemd:

- Aangeefster [slachtoffer 8] heeft verklaard dat zij op 22 maart 2005, omstreeks 17.45 uur, twee mannen in de deuropening van de Zeeman, gevestigd aan de Dorpsstraat te Zoetermeer, zag staan. Beide mannen hadden een bivakmuts op het hoofd en de voorste man hield een mes in zijn hand. Deze man maakte een paar zwaaiende horizontale bewegingen met het mes naar voren en zei “Geld, geld. Wij willen geld, alles alles”. Aangeefster haalde de geldlade uit de kassa en zette deze op de toonbank. Direct griste de ene man de bankbiljetten en wat kleingeld eruit, de andere man griste alleen munten uit de geldlade. Nadat zij het geld bij zich gestoken hadden, renden zij de winkel uit. Zij denkt dat er ongeveer 200 euro is weggenomen (zie 1);

- Aangeefster [slachtoffer 10] heeft verklaard dat de man met het mes zei: “Give me the money” (zie 2);

- Verdachte heeft verklaard dat hij deze overval heeft gepleegd met een jongen genaamd [mededader] en dat deze [mededader] de persoon was die het mes vasthield waarmee hij het personeel bedreigde. Deze [mededader] had ten tijde van de overval een bivakmuts op, [verdachte] droeg een zwarte zonnebril. In een onderling gesprek tussen verdachte, [mededader] en [medeverdachte 3] in de woning van verdachte, werd het plegen van deze overval op de Zeeman vooraf besproken (zie 3);

- Verdachte bekent dat de overval van tevoren is besproken. En dat hij samen met een Poolse vriend binnen in de Zeeman is geweest. Hij heeft daar bij de deur staan wachten terwijl zijn vriend het geld vroeg. De Poolse vriend had een mes in zijn handen. De buit hebben ze met zijn drieën gedeeld (zie 4).

4.3 Bewijsoverweging

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 niet als medepleger kan worden aangemerkt nu er geen sprake is geweest van een nauwe en volledige samenwerking en verdachte geen uitvoeringshandelingen heeft verricht. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. Ten aanzien van feit 1 heeft verdachte verklaard dat hij [medeverdachte 1] heeft meegenomen in de auto en dat hij wist dat [medeverdachte 1] overvallen pleegde. Voorts wist verdachte dat [medeverdachte 1] die dag een vuurwapen bij zich droeg en geld wilde regelen. Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] dat [medeverdachte 1] in de auto vertelde dat hij die dag samen met [verdachte] een overval ging plegen, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte vooraf wetenschap had van de plannen van [medeverdachte 1]. Voorts is verdachte de Zeeman binnengeweest vlak voor sluitingstijd op het moment dat [medeverdachte 1] daar ook aanwezig was. Ten aanzien van feit 2 heeft verdachte verklaard dat hij wist dat [medeverdachte 1] die dag een overval ging plegen en dat hij [medeverdachte 1] van vervoer heeft voorzien. Voorts was verdachte rond sluitingstijd in de Zeeman en heeft hij meegedeeld in de buit.

Tegen deze achtergrond bezien is de rechtbank van oordeel dat verdachte beide keren de Zeeman is binnengegaan, althans daar is verbleven, met het doel om [medeverdachte 1] te helpen om zich te verstoppen. Deze handeling getuigt naar het oordeel van de rechtbank van een bewuste en nauwe samenwerking, die was gericht op het uitvoeren van de overvallen. Aan het voorgaande wordt niet afgedaan door de mogelijkheid, die door de raadsman is opgeworpen, dat [medeverdachte 1] ter plaatse, en dus niet van tevoren, bepaalt of een overval al dan niet doorgang vindt. Ook als [medeverdachte 1] zo te werk zou zijn gegaan, zou verdachte immers, zo is de rechtbank van oordeel, ter plekke, uit de omstandigheden en de gedragingen van [medeverdachte 1], hebben kunnen afleiden dat [medeverdachte 1] van plan was om een overval te plegen. Ook in dat geval moet verdachte, uiterlijk ten tijde van het “verdwijnen” van [medeverdachte 1], duidelijk zijn geworden dat hij een overval zou gaan plegen en welke rol er dan van hem werd verwacht.

De rol van verdachte heeft zich bovendien niet beperkt tot het afleiden van het personeel. Verdachte heeft immers voorafgaand aan feit 1 een bivakmuts opgehaald. Deze bivakmuts was ten tijde van het plegen van het tweede feit nog steeds in het bezit van zijn medeverdachte [medeverdachte 1]. Bovendien hebben verdachte en [medeverdachte 2] de Zeeman beide keren verlaten en op [medeverdachte 1] in de (vlucht)auto gewacht, in de wetenschap dat hij een overval aan het plegen was. Zij hebben [medeverdachte 1] aldus verzekerd van een snelle aftocht.

4.4 Conclusie

Uit bovenstaande feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank het volgende:

Verdachte moet worden aangemerkt als medepleger van gewelddadige overvallen nu hij ten aanzien van feit 1 en 2 primair:

- met de overvaller, [medeverdachte 1], zijn rol van tevoren heeft doorgenomen;

- verdachte een bivakmuts heeft meegenomen;

- ze gezamenlijk meerdere winkelcentra hebben bezocht alvorens een geschikte winkel werd gevonden;

- waarbij verdachte [medeverdachte 1] van vervoer heeft voorzien en

- vlak voor sluitingstijd met [medeverdachte 1] mee de winkel in is gegaan; de aandacht van het personeel heeft afgeleid zodat [medeverdachte 1] zich zou kunnen verstoppen en zich kon laten insluiten en

- terwijl [medeverdachte 1] de overval pleegde, op hem heeft gewacht in de vluchtauto, die werd bestuurd door [medeverdachte 2] of door verdachte zelf, om hem zo te verzekeren van een snelle aftocht.

- Voorts heeft verdachte meegedeeld in de buit

Op basis van bovenstaande wettige bewijsmiddelen, heeft de rechtbank dan ook de overtuiging bekomen dat verdachte het haar onder feit 1 en 2 primair en feit 3 tenlastegelegde heeft begaan.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

medeplegen van diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

Ten aanzien van feit 2 primair:

medeplegen van afpersing en van

diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

Ten aanzien van feit 3:

medeplegen van diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie en van de overige beslissingen

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

7.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege Reclassering Nederland uitgebrachte rapport van 23 mei 2007 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Op 10 en 11 februari 2007 zijn twee filialen van de Zeeman respectievelijk te Zoetermeer en Noordwijk, overvallen door een persoon die de personeelsleden vlak na sluitingstijd onder bedreiging van een vuurwapen dwong tot afgifte van geld. Verdachte heeft de daadwerkelijke overvaller voorzien van vervoer voor en na het plegen van de overval, het winkelpersoneel afgeleid en meegedeeld in de buit.

Op 22 maart 2005 heeft verdachte samen met zijn mededader het filiaal van de Zeeman te Zoetermeer overvallen waarbij de personeelsleden onder bedreiging van een mes zijn gedwongen tot afgifte van geld.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij geen rekening heeft gehouden met de traumatische gevolgen voor het winkelpersoneel en uit louter winstbejag heeft gehandeld. Voorts houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte eerder is veroordeeld voor betrokkenheid bij een soortgelijk feit.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7.2 Vorderingen benadeelde partijen

7.2.1 Vordering Zeeman

De benadeelde partij Zeeman Textielsupers heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 4.900,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde feiten zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de geldbedragen die op 10 februari 2007 en 11 februari 2007 uit filialen van de Zeeman te respectievelijk Zoetermeer en Noordwijk zijn ontvreemd.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit de onder feiten 1 en 2 primair bewezenverklaarde feiten. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde feiten is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel –vanwege hoofdelijke aansprakelijkheid van zijn mededaders - aan verdachte opleggen tot een derde deel van het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.633,33.

7.2.2 Vordering [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.250,00 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder feit 2 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot na te melden bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 2 primair bewezenverklaarde feit. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade tot een bedrag van € 500,00 billijk voor. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder feit 2 primair bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen – vanwege hoofdelijke aansprakelijkheid van zijn mededaders - tot een derde deel van het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 166,66.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 36f, 47, 311, 312, 317.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de hem onder feiten 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hierboven onder 4.1 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij Zeeman Textielsupers geleden schade tot een bedrag van € 4.900,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan Zeeman Textielsupers, voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer Zeeman Textielsupers de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.633,33, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 32 (tweeëndertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voorzover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 4] geleden schade tot een bedrag van € 500,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 4], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 166,66, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voorzover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Koolen-Zwijnenburg, voorzitter,

mrs. Kingma en Hummel, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. De Mos en Laffrée,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 oktober 2007.

Mr. Hummel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.