Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB4444

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-09-2007
Datum publicatie
27-09-2007
Zaaknummer
AWB 07-5877
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft vier verkeersbesluiten genomen in verband met de verplaatsing van de locatie van de markt. Zorgvuldige voorbereiding en evenredige belangenafweging, het verzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 07-5876 en 07-5877

uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 september 2007

in de zaak van:

Pentakels Beheer B.V.

gevestigd te 's-Gravenhage, (verzoekster sub 1) en

Q-Park Beheer B.V.

gevestigd te Maastricht, (verzoekster sub 2)

verzoeksters,

gemachtigde: Mr J.L. Vissers, advocaat te 's-Hertogenbosch,

tegen:

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zaanstad,

verweerder,

derde partij

Centrale Vereniging Ambulante Handel Afdeling Zaanstad,

Gemachtigde: Mr. P. Nicolai, advocaat te Amsterdam.

1.Procesverloop

Bij besluiten van 8 juni 2007, bekendgemaakt op 13 juni 2007, heeft verweerder een viertal verkeersbesluiten genomen met als doel de markt te Zaandam met ingang van 6 september 2007 te verplaatsen van de Burcht naar de Rozengracht.

Tegen dit besluit hebben verzoeksters bij brief van 25 juli 2007, aangevuld bij brief van 8 augustus 2007, bezwaar gemaakt. Bij brief van 29 augustus 2007 hebben verzoeksters tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 29 augustus 2007, verzonden op dezelfde datum, heeft verweerder de bezwaren ongegrond verklaard, met verbetering van de bestreden besluiten.

Tegen dit besluit hebben verzoeksters bij brief van 31 augustus 2007 beroep ingesteld. Bij brief van 31 augustus 2007 hebben verzoeksters het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, in die zin gewijzigd dat zij thans verzoeken de besluiten van verweerder te schorsen totdat op hun beroepen is beslist..

De zaak is behandeld ter zitting van 4 september 2007, alwaar namens verzoeksters zijn verschenen mr. A.H.H.M. Roelofs en mr. J. Wassink, kantoorgenoten van mr. Vissers, voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Guimaraes, R. Admiraal en A. Nicolas- Gnodde. Namens de Centrale Vereniging Ambulante Handel Afdeling Zaanstad zijn verschenen [X en Y].

2.Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voor zover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.

2.2 De in geding zijnde verkeersmaatregelen, dienen om de markt in Zaandam terug te plaatsen van de Burcht naar de Rozengracht, waarbij de Rozengracht op marktdagen voor alle doorgaand verkeer wordt afgesloten. Dit heeft tot gevolg dat er op marktdagen geen doorgaand verkeer van west naar oost door het centrum meer mogelijk is. De Rozengracht blijft wel bereikbaar voor nood- en hulpdiensten en, in overleg met de marktmeester, voor incidenteel laden en lossen van de ondernemingen op de Rozengracht.

Aangezien de markt in verband met de jaarlijkse kermis vanaf 6 september 2007 twee weken niet op de Burcht kan plaatsvinden, wil verweerder de verplaatsing van de markt naar de Rozengracht op 6 september 2007 laten ingaan.

2.3 Bij de beoordeling van het verzoek gaat de voorzieningenrechter uit van de navolgende feiten. Tot begin 2005 vond de Zaanse markt altijd plaats op de Rozengracht, waarbij deze volledig onttrokken werd aan het verkeer. Tijdens marktdagen was west-oost verkeer door het centrum nog mogelijk via de Hogendijk. De markt is in januari 2005 (tijdelijk) verplaatst naar de Burcht onder andere in verband met bouwwerkzaamheden ten behoeve van het Masterplan Inverdan, een plan waarbij de binnenstad van Zaandam geheel wordt gerenoveerd en voor een groot deel autoluw wordt gemaakt, teneinde deze aantrekkelijker te maken op het gebied van zakelijke dienstverlening en detailhandel. In dit toekomstig plan wordt de Rozengracht verkeersluw en onderdeel van het historisch circuit, het horecacircuit en het winkelcircuit. Tegelijk met de start van de bouwwerkzaamheden is de Hogendijk afgesloten voor doorgaand verkeer en is een tijdelijk verkeerscirculatie plan (TVCP) van kracht geworden teneinde het centrum bereikbaar te houden tijdens de verbouwing. De Rozengracht vormt onderdeel van het z.g. parkeerrondje dat behoort bij het TVCP.

Het (tijdelijk) vertrek van de markt uit het centrum heeft in de afgelopen twee jaar tot veel protest geleid bij het publiek en de ambulante handel. Van alle kanten is gepleit voor de terugkeer van de markt naar de Rozengracht. In opdracht van verweerder is onderzoek verricht door bureau DHV B.V (verder: DHV) naar de mogelijkheden om de markt terug te laten keren, waarbij de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid op voldoende niveau zouden worden gewaarborgd. DHV heeft in een interactief proces met vertegenwoordigers van de gemeente, ondernemersorganisaties, wijkoverleggen, politie en brandweer alle aspecten van een eventuele terugplaatsing besproken. DHV heeft geconcludeerd dat de wens om de markt weer terug te plaatsen naar de Rozengracht in de gemeenschap breed gedragen wordt doch dat over de wijze waarop dit zou moeten geschieden van mening verschild wordt. DHV heeft tenslotte twee mogelijke uitvoeringswijzen haalbaar verklaard, één variant waarbij de markt in afgeslankte vorm terugkeert en de verkeerscirculatie van het TVCP behouden blijft (de en-en variant) en één variant waarbij de Rozengracht op marktdagen voor verkeer wordt afgesloten. Volgens DHV verdiende de volledige afsluiting uiteindelijk de voorkeur aangezien dit plan past binnen de lange termijn plannen voor het centrum, en het beste tegemoetkomt aan eisen van veiligheid en leefbaarheid van de Rozengracht en de daaromheen liggende straten en aan de veiligheid van de marktbezoekers. De nadelen van de gekozen variant zijn bovendien redelijk tot goed te compenseren. Voor de bereikbaarheid op marktdagen van de parkeergarage Rozenhof - gelegen aan het parkeerrondje ten oosten van de Rozengracht - zullen volgens DHV mitigerende maatregelen dienen te worden getroffen. De Raad van Zaanstad heeft bij besluit van 26 april 2007, na afweging van de voor en nadelen van deze twee varianten, op advies van verweerder, gekozen voor de variant van volledige afsluiting van de Rozengracht. Verweerder heeft vervolgens de voor de realisering van het plan noodzakelijke verkeersbesluiten genomen. In het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van o.a. verzoeksters ongegrond verklaard en de verkeersmaatregelen, in iets aangepaste vorm, gehandhaafd.

2.4 Verzoeksters, exploitant van een speelautomatenhal in/bij het winkelcentrum Rozenhof, respectievelijk huurder van parkeergarage De Rozenhof, beide gelegen in het centrum ten oosten van de Rozengracht, hebben uiteengezet dat ook zij geen bezwaar hebben tegen terugkeer van de markt op de Rozengracht. Hun bezwaren richten zich tegen de wijze waarop het plan gerealiseerd wordt. Door de afsluiting van de Rozengracht zullen verzoeksters op marktdagen alleen nog te bereiken zijn via de oostkant van de stad. Daarmee, zal verzoekster sub 2, blijkens de rapportage van DHV op marktdagen te kampen krijgen met een omzet daling van circa 25%. Dit zal zijn weerslag vinden in het bezoekersaantal van het gehele winkelcentrum Rozenhof, zodat ook verzoekster sub 1 een omzetdaling kan verwachten. Verzoeksters stellen dat verweerder ten onrechte geheel voorbij is gegaan aan dit gegeven en de besluiten op dit punt onvoldoende heeft gemotiveerd. Op de reactie van verzoekster sub 2 op de brief van de Dienst Wijken van de gemeente van 23 mei 2007 waarin aan verzoeksters compenserende maatregelen zijn voorgesteld om de nadelige consequenties van de verkeersmaatregelen voor verzoeksters zoveel mogelijk te beperken heeft verweerder niet gereageerd. De stelling van verweerder, in zijn beschikking op bezwaar, dat terugplaatsing van de markt ook voordeel zou kunnen opleveren voor verzoeksters, omdat bezoekers van de markt over het algemeen dichtbij de markt willen parkeren, achten verzoeksters niet door enig onderzoek gestaafd. Voorts stellen verzoeksters dat de omstandigheid dat de parkeergarage alleen via de oostkant te verlaten zal zijn, problemen met de verkeersafwikkeling met zich meebrengt. Wanneer de parkeergarage op piekmomenten leegloopt en op dat moment ook de Wilhelminabrug openstaat zal het verkeer volledig vast komen te staan met alle gevolgen van dien. Voorts zal de omgeving in geval van calamiteiten volledig onbereikbaar zijn voor hulpdiensten. Verzoeksters zijn in verband met het vorenstaande van mening dat bij afweging van de betrokken belangen onvoldoende met hun belangen rekening is gehouden. Zij menen dat hun beroepschrift gegrond zal dienen te worden verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening dient te worden toegewezen.

2.5 De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

2.6 Artikel 2 Wegenverkeerswet (WVW) luidt, voor zover van belang:

"1. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:

a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;

b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;

d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer".

2.7 Naar vaste jurisprudentie, zoals neergelegd in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 november 2000, no. 200001648/1, moet het treffen van een verkeersmaatregel als een normale maatschappelijke ontwikkeling worden beschouwd, waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven. De bevoegdheid tot het nemen van verkeersmaatregelen kent ruime beoordelingsmarges, waarbinnen het daartoe bevoegde bestuursorgaan de belangen die bij het nemen van een verkeersbesluit zijn betrokken tegen elkaar afweegt. Dit neemt echter niet weg dat zich feiten en/of omstandigheden kunnen voordoen waardoor een individueel belang ten gevolge van een dergelijke maatregel zodanig zwaar wordt getroffen dat het bestuursorgaan, na afweging van de betrokken belangen, niet in redelijkheid tot het treffen van een verkeersmaatregel heeft kunnen besluiten, dan wel het nadeel daarvan redelijkerwijs niet ten laste van betrokkenen dient te blijven. Of zich een zodanige onevenwichtigheid in de belangenafweging voordoet, dient de rechter met terughoudendheid te toetsen.

2.8 De voorzieningenrechter acht geen grond aanwezig voor het oordeel dat verweerder bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten zoals hij heeft gedaan, noch voor het oordeel dat de verkeersbesluiten niet met de vereiste zorgvuldigheid zijn voorbereid en genomen of dat daaraan anderszins zodanige gebreken kleven dat zij in rechte geen stand kunnen houden. De gemeente Zaanstad heeft alvorens tot de in geding zijnde besluiten te komen een onderzoek laten verrichten door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Gesteld noch gebleken is dat dit onderzoek op onzorgvuldige of ondeskundige wijze heeft plaatsgevonden. Vervolgens heeft verweerder - en vervolgens de Raad - de door het onderzoeksbureau als realiseerbaar aangemerkte varianten onderling vergeleken waarbij de voor- en nadelen van iedere variant zorgvuldig in kaart zijn gebracht en afgewogen. De uiteindelijke keuze is gevallen op de variant waarbij de Rozengracht voor doorgaand verkeer wordt afgesloten omdat dit past binnen de lange termijn plannen om de binnenstad verkeersluw te maken, veiliger is voor bezoekers en marktkooplieden en de leefbaarheid van de Rozengracht meer ten goede komt. Deze belangen hebben zwaarder gewogen dan de belangen van verzoeksters bij voorlopige handhaving van het parkeerrondje uit de TVCP en de bereikbaarheid van de parkeergarage en het winkelcentrum Rozenhof.

2.9 Voor zover verzoeksters met hun stelling dat verweerder bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het treffen van de verkeersmaatregel hadden kunnen overgaan mede bedoeld hebben dat verweerder niet tot zijn besluiten had kunnen komen zonder het nadeel van het verkeersbesluit voor verzoekers te compenseren, overweegt de voorzieningenrechter als volgt

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op dit moment nog onduidelijk of en zo ja in welke mate verzoeksters schade zullen lijden van de beoogde verkeersbesluiten. Door DHV wordt weliswaar berekend dat er een jaarlijkse omzetdaling van 8% te verwachten valt, doch de stelling van verweerder dat de afname van bezoekers van de garage uit westelijke richting gecompenseerd zou kunnen worden door een toename van bezoekers die dicht bij de markt willen parkeren, is niet onredelijk. Nu derhalve nog geen duidelijkheid bestaat of van een onevenredig schending van de belangen van verzoekers sprake is, ligt het niet in de rede daarover tot besluitvorming te komen in het kader van de besluitvorming over het verkeersbesluit. Het ligt meer in de rede dat verzoekers op basis van een onderbouwde specificatie om een afzonderlijk schadebesluit verzoeken.

2.10 Nu naar het oordeel van de voorzieningenrechter het besluit van verweerder in beroep in rechte stand zal kunnen houden, bestaat er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt derhalve afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.

3 Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Heyning- Huydecoper, voorzieningenrechter, en op 5 september 2007 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.