Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB3953

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-09-2007
Datum publicatie
20-09-2007
Zaaknummer
132483 - HA ZA 07-210
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet dwangbevel houdende verbeurde dwangsom. Onjuiste adressering? Formele rechtskracht. Vraag wie overtreder is. Schadebeperkende maatregelen waarvoor korte tijd later revisievergunning wordt verleend. Dwangsom weliswaar verbeurd maar tenuitvoerlegging dient onder gegeven omstandigheden niet langer het doel waarvoor het besluit is gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 132483 / HA ZA 07-210

Vonnis van 5 september 2007

in de zaak van

JOHANNES RUDOLPHUS FRANCISCUS MEEWISSE,

wonende te Rijsenhout,

eiser in het verzet,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. R.M. Kohne te Voorburg,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HAARLEMMERMEER,

zetelend te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde in het verzet,

procureur mr. B.P. van Overeem.

Partijen zullen hierna Meewisse en gemeente Haarlemmermeer genoemd worden. Met Meewisse wordt in het hierna volgende alleen de heer J.R.F. Meewisse bedoeld. Door beide partijen wordt eveneens gesproken over Kwekerij J. Meewisse B.V. en J. Meewisse. De rechtbank vermeldt deze namen voluit.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 april 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 7 juni 2007 met de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 23 december 2004 hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer (hierna: burgemeester en wethouders) op de aanvraag van J. Meewisse, Aalsmeerderweg 669 te Rijsenhout, bouwvergunning (kenmerk nr. 2004/1523) verleend voor de bouw van drie landbouwschuren op het perceel kadastraal gemeente Haarlemmermeer AL 1421/1422, plaatselijk bekend achter Aalsmeerderdijk 700 te Rijsenhout.

2.2. Bij besluit van 11 mei 2006, met kenmerk 06.0039458/v&h, hebben burgemeester en wethouders J. Meewisse, op straffe van een dwangsom van EUR 50.000,-- ineens, gelast met onmiddellijke ingang de bouwwerkzaamheden aan de drie landbouwloodsen op bovengenoemd perceel te (doen) staken.

2.3. Op 29 mei 2006 heeft ing. T.A.M. van Leeuwen, directievoerder van de bouw voor Meewisse (hierna: Van Leeuwen), in reactie op voormeld schrijven een revisieaanvraag ingediend en in een begeleidende brief aan de heer J. Blom van de Dienst Openbare Werken, sector vergunning en handhaving, geschreven:

"Naar aanleiding van uw brief d.d. 12 mei j.l. en in aansluiting op de bespreking d.d. 18 mei in het kantoor de Meerlanden, met U, mevrouw Koopman en de heer Bekkers, berichten wij u als volgt. Allereerst maken wij namens de heer Meewisse ons excuus voor de ontstane situatie waarbij enkele wijzigingen, t.o.v. de vigerende bouwvergunning, in bewerking zijn genomen zonder hier tijdig een revisie op aan te vragen. De wijzigingen, overigens van geringe omvang, zijn een noodzakelijk gevolg van een sinds kort veranderde bedrijfsvoering door Meewisse B.V. in schuur 1 met name t.b.v. Aqua-Plants.

De betreffende wijzigingen zijn:

- kanteldeur in stramien A-B vervallen en vervangen door grote overheaddeur in kopwand as 2-3 deur 4,20m hoog i.v.m. potgrond auto's.

- om zelfde reden verhogen dakvlak t.p.v. overheaddeur in stramien B-C.

- het vergroten van de prefab tussen vloer, pottenopslag met 40m².

- het aanbrengen van een prefab kunststof waterreservoir in de vloer van de werkruimte.

Op uw advies zoals op 18 mei j.l. besproken dienen wij alsnog een revisieaanvraag in.

Vriendelijk verzoeken wij u ons met name over de dakverhoging zo spoedig mogelijk te informeren aangezien t.g.v. het deels open dak schades ontstaan. (...)"

2.4. Op 21 juni 2006 is namens burgemeester en wethouders de ontvangst op 31 mei 2006 van de gewijzigde bouwaanvraag bevestigd en aan Kwekerij J. Meewisse, ter attentie van de heer Meewisse, Aalsmeerderweg 669 te Rijsenhout, onder meer geschreven:

"(...) Wij kunnen de gevraagde bouwvergunning slechts verlenen, indien het bouwplan onder meer voldoet aan de bepalingen van het geldende bestemmingsplan (artikel 44 Woningwet). Wij hebben bij de toetsing van uw plan vastgesteld dat uw bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Uit de situatieschets blijkt namelijk dat uw bouwplan op de bestemming "Agrarische doeleinden III" is gesitueerd van het bestemmingsplan "Rijsenhout Catharina Segrina". Het voldoet niet aan deze bestemming omdat de goothoogte ter plaatse van de entree hoger is dan de maximaal toegestane 3 meter.

In verband daarmee kunnen wij de bouwvergunning slechts verlenen na het verlenen van een vrijstelling. Wij beraden ons momenteel over de eventuele verlening van die vrijstelling.(...)"

2.5. Bij brief van 27 september 2006 is namens burgemeester en wethouders aan Kwekerij J. Meewisse B.V., de heer Meewisse, geschreven:

"(...) Wij hebben vastgesteld dat uw bouwplan niet voldoet aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Wij zijn echter in principe bereid medewerking te verlenen aan een vrijstellingsprocedure ( artikel 19 lid 3 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening).(...)

Vanaf 29 september 2006 zullen wij uw bouwplan gedurende zes weken ter inzage leggen bij het Loket Wonen en Ondernemen in de centrale hal van het raadhuis. Binnen die periode kan iedereen schriftelijk of mondeling reageren op ons voornemen om medewerking te verlenen aan uw bouwplan. Eventuele reacties worden meegenomen in de besluitvorming. Na afronding van de procedure zullen wij een definitief besluit nemen over de vrijstelling en de gevraagde bouwvergunning.(...)"

2.6. Op 7 november 2006 is namens burgemeester en wethouders aan Meewisse, Aalsmeerderweg 669, onder meer geschreven:

"Op 24 oktober 2006 is door een inspecteur handhaving een controle uitgevoerd op voormeld perceel. Deze inspecteur heeft geconstateerd dat er dakplaten zijn aangebracht op een in aanbouw zijnde landbouwschuur. Deze situatie is op foto vastgelegd.

Op grond van het vorengaande stellen wij vast dat aan de last, zoals omschreven in ons besluit van 11 mei 2006, kenmerk 06.0039458 /v&h geen gehoor is gegeven.

Verbeuren dwangsom

Nu u niet tijdig aan voornoemde last heeft voldaan, is de dwangsom van EUR 50.000,-- (ZEGGE: VIJFTIGDUIZEND EURO) van rechtswege verbeurd.(...)"

2.7. Aan voornoemde brief ligt het volgende rapport ten grondslag:

"Op 24 oktober 2006 heeft ondergetekende, inspecteur handhaving bij de groep Uitvoering, cluster Handhaving en Toezicht der gemeente Haarlemmermeer, J. Blom, een bezoek afgelegd ter plaatse van het perceel gelegen aan Aalsmeerderweg achter 700 te Rijsenhout, kadastraal bekend als sectie AL nummer 1421. Tijdens dit bezoek heb ik geconstateerd dat dhr. J. Meewisse, Eigenaar, ondanks de stillegging d.d. 11 mei 2006, dakplaten heeft aangebracht zonder bouwvergunning.

Er is hiervoor wel een bouwaanvraag in behandeling, te weten BV 2006/980. Deze ligt echter ter visie tot 10 november 2006.

Ik heb de situatie ter plekke op foto vastgelegd."

2.8. Op 17 november 2006 heeft Meewisse samen met Van Leeuwen een gesprek gevoerd met M.P. Hoogewerf van de afdeling Handhaving en Toezicht van de gemeente Haarlemmermeer (hierna: Hoogewerf).

2.9. Op 21 november 2006 hebben burgemeester en wethouders het volgende besluit genomen:

"Besluit van burgemeester en wethouders over het bouwen van een landbouwschuur(wijziging op de reeds verleende bouwvergunning nr. 2004/1523) - optrekken gevel en het vergroten van een verdiepingsvloer op het perceel Aalsmeerderweg achter 700 te Rijsenhout, ten name van Kwekerij J. Meewisse BV, t.a.v. de heer Meewisse, Aalsmeerderweg 669, 1435 EK Rijsenhout.

(...)

Besluit

Als conclusie van al het vorenstaande heeft ons college besloten vrijstelling te verlenen als bedoeld in artikel 19 lid 3 WRO voor het voorliggende plan overeenkomstig de op 31 mei 2006 ingekomen en gewaarmerkte tekeningen."

2.10. Meewisse heeft de revisievergunning op 7 december 2006 ontvangen.

2.11. Bij brief van 27 november 2006 is namens burgemeester en wethouders aan Meewisse, Aalsmeerderweg 669, geschreven:

"Bij brief van 7 november 2006, (...) hebben wij u gemeld dat een dwangsom ad EUR 50.000,-- van rechtswege was verbeurd. Aan de last, zoals omschreven in ons besluit van 11 mei 2006, (...) is namelijk geen gehoor gegeven.

Op vrijdag 17 november 2006 heeft u tezamen met uw adviseur, de heer van Leeuwen, gesproken met de heer Hoogewerf, ambtenaar bij onze gemeente. Tijdens dit gesprek heeft u uiteengezet waarom u van oordeel bent dat de dwangsom niet van rechtswege verbeurd is. De dakplaten die zijn aangebracht op de in aanbouw zijnde landbouwschuur beschouwt u als noodoplossing. De eerder aangebrachte houten palen en zeilen waren, zo stelde u, tijdens een storm in oktober 2006 van het dak gewaaid.

Wij zien geen redenen om van invordering van de verbeurde dwangsom af te zien. Door gemeentelijke toezichthouders is op dinsdag 21 november 2006 namelijk vastgesteld dat - in tegenstelling tot hetgeen u heeft verkaard - geen sprake kan zijn van een tijdelijke noodoplossing; de dakplaten zijn permanent op het dak bevestigd.

Tevens is geconstateerd dat er na 24 oktober 2006 verder is gebouwd. U heeft onder meer een roldeur geplaatst en de kozijnen in de gevels die op de bouwtekeningen als "zuid-west" en "zuid-oost" zijn aangegeven, zijn van glas voorzien. Dit is voor ons onacceptabel. Al hetgeen is geconstateerd, is vastgelegd op foto's en in een ambtelijk rapport.

Matiging van de dwangsom is derhalve evenmin aan de orde. Wij wijzen u er, in navolging van ons schrijven van 7 november 2006, op dat het totaalbedrag ad € 50.000,-- (zegge: VIJFTIGDUIZEND EURO) uiterlijk op 6 december 2006 op onze rekening (…)bijgeschreven dient te zijn. (...)"

2.12. Op 4 december 2006 heeft mr. Köhne namens Meewisse inhoudelijk gereageerd op de brieven van burgemeester en wethouders van respectievelijk 7 en 27 november 2006.

2.13. Op 17 januari 2007 hebben burgemeester en wethouders een dwangbevel uitgevaardigd tegen Meewisse voor het in 2.6 en 2.11 genoemde bedrag, vermeerderd met de invorderingskosten, de wettelijke rente en de kosten van het exploot van betekening en bevel tot betaling. Op 26 januari 2007 is het dwangbevel aan Meewisse betekend.

3. Het geschil

3.1. Meewisse vordert samengevat – dat de rechtbank hem tot goed opposant verklaart en het dwangbevel van 17 januari 2007 buiten effect stelt, met veroordeling van de gemeente Haarlemmermeer in de kosten van het geding.

3.2. De gemeente Haarlemmermeer voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat Meewisse in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen.

4.2. Als meest verstrekkende verzetgrond heeft Meewisse aangevoerd dat hij als bestuurder van de Handelskwekerij en handelsonderneming Johan Meewisse B.V., gevestigd op het adres Aalsmeerderdijk 669 te Aalsmeer, de onder 2.1 omschreven bouwvergunning voor de vennootschap heeft aangevraagd, terwijl zowel het dwangsombesluit van 11 mei 2006, als het op 26 januari 2007 betekende dwangbevel, weliswaar aan hem in privé zijn gericht, maar niet zijn verzonden naar zijn huisadres, Aalsmeerderdijk 667, maar naar het bedrijfsadres 669. Meewisse verbindt hieraan de gevolgtrekking dat reeds vanwege de onjuiste adressering het dwangbevel buiten werking gesteld dient te worden. Hierover wordt als volgt overwogen

4.3. Op grond van het bepaalde in de artikelen 5:32 tot en met 5:36 van de Algemene wet bestuursrecht dient als uitgangspunt te gelden dat een dwangbevel wordt uitgevaardigd tegen een “overtreder”, dat wil zeggen de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de betreffende last onder dwangsom is opgelegd. Op grond van vaste jurisprudentie dient de rechter in een verzetprocedure er in beginsel vanuit te gaan dat de dwangsombeschikking waarin de overtreder is vermeld, zolang deze niet is vernietigd, zowel wat haar inhoud als wat haar wijze van totstandkoming betreft, in overeenstemming is met de betreffende wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen.

4.4. In de onderhavige procedure dient te worden uitgegaan van de rechtmatigheid van het dwangsombesluit van 11 mei 2006 en de hoogte van de opgelegde last onder dwangsom, nu tegen dit besluit een met voldoende waarborgen omklede administratieve rechtsgang heeft opengestaan en Meewisse daarvan geen gebruik heeft gemaakt. Van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de formele rechtskracht rechtvaardigen is niet gebleken.

4.5. Thans staat derhalve niet meer ter beoordeling of de betreffende persoon in de dwangsombeschikking al dan niet terecht als overtreder is aangemerkt. In het navolgende zal dan ook slechts beoordeeld worden of Meewisse degene is aan wie de - aan het onderhavig dwangbevel ten grondslag liggende - last onder dwangsom is opgelegd.

4.6. In dat kader dient geconstateerd te worden dat de bouwstop van 11 mei 2006, waarbij de betreffende last onder dwangsom is opgelegd, is verzonden aan: J. Meewisse, Aalsmeerderdijk 669 te Aalsmeer. Voorts is vast komen te staan dat deze bouwstop is opgelegd nadat door of namens Meewisse revisietekeningen zijn ingediend en door een handhavingsmedewerker van de gemeente Haarlemmermeer is geconstateerd dat reeds overeenkomstig deze – nog niet vergunde – tekeningen werd gebouwd.

Uit het stilleggen van de bouw na de aanschrijving van 11 mei 2006 kan naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat de verantwoordelijke persoon van de bouwstop kennis heeft genomen. Voorts is vast komen te staan dat Van Leeuwen voornoemd op 29 mei 2006 in opdracht van Meewisse een revisievergunning voor het bouwplan heeft aangevraagd en dat deze aanvraag door de gemeente Haarlemmermeer aan Meewisse is bevestigd.

4.7. Niet gesteld noch anderszins is gebleken dat door Meewisse en/of door zijn zoon Johan Meewisse bij de gemeente tegen een onjuiste tenaamstelling en/of adressering van zowel het dwangsombesluit als de correspondentie met betrekking tot de aanvraag revisievergunning bezwaar is gemaakt, dan wel anderszins is geageerd. Tenslotte zijn geen feiten en of omstandigheden gesteld waardoor aannemelijk is geworden dat Meewisse het (samen met Van Leeuwen) op 17 november 2006 gevoerde gesprek bij de gemeente, over de invordering van de dwangsom, niet voor hemzelf zou hebben gevoerd, maar voor (het bedrijf van) zijn zoon.

4.8. Op grond van het voorgaande dient te worden geconcludeerd dat de onderhavige last onder dwangsom is opgelegd aan Meewisse. Tussen partijen is niet in geschil dat het dwangbevel eveneens aan Meewisse is uitgevaardigd, zodat het beroep van Meewisse op buiteneffect stellen van het dwangbevel op deze grond faalt.

4.9. Door Meewisse wordt voorts betwist dat hij op 24 oktober 2006 een dwangsom zou hebben verbeurd. Hij heeft hiertoe aangevoerd (i) dat hij geen opdracht heeft verstrekt voor de bouwwerkzaamheden. Deze zijn uitgevoerd in opdracht van Van Leeuwen, aldus Meewisse. Voorts stelt Meewisse dat (ii) de bouwstop niet is overtreden omdat slechts nood- c.q. bereddingswerkzaamheden aan het stilgelegde bouwwerk zijn uitgevoerd ter voorkoming van storm- en waterschade.

(i) opdracht voor de werkzaamheden op en na 24 oktober 2006

4.10. Voor zover Meewisse aan deze stelling ten grondslag legt dat hij geen dwangsommen heeft verbeurd omdat het feitelijk Van Leeuwen is geweest die de opdracht heeft verstrekt tot het doen verrichten van de gewraakte bouwwerkzaamheden in oktober 2006, faalt dit betoog. Zoals hiervoor is geoordeeld strekt in deze zaak tot uitgangspunt dat Meewisse juridisch gezien als eindverantwoordelijke kan worden beschouwd en derhalve als overtreder heeft te gelden. Dat het wellicht feitelijk de directievoerder is geweest die de bewuste bouwwerkzaamheden heeft laten uitvoeren waarmee de last is overtreden, maakt dit niet anders, nu deze omstandigheid voor rekening komt van Meewisse.

(ii) nood- c.q. bereddingswerkzaamheden

4.11. Tussen partijen is in confesso wat er aan bouwactiviteiten op en na 24 oktober 2006 heeft plaatsgevonden. Het gaat hierbij om gemonteerde dakplaten, op de bouwplaats aanwezige elementen van de overheaddeuren die in de profielen zijn geschoven en het plaatsen van reeds aanwezig glas in de kozijnen.

Partijen houdt wel verdeeld wat het karakter van de uitgevoerde werkzaamheden is. De vraag of het om tijdelijke noodmaatregelen of om definitieve bouwwerkzaamheden gaat kan echter in het midden blijven nu door Meewisse onvoldoende is betwist dat, zoals door de gemeente Haarlemmermeer ter zitting is betoogd, de bouwactiviteiten zijn aan te merken als bouwen in de zin van de bouwverordening en hiermee reeds de bouwstop is overtreden. Dat de bouwwerkzaamheden volgens Meewisse enkel zijn verricht om schade aan het pand te voorkomen doet hieraan niet toe of af. Hetzelfde heeft te gelden voor de stelling van Meewisse dat, indien hij de intentie zou hebben gehad om door te bouwen, hij dan meer zou hebben gebouwd dan nu het geval is geweest.

4.12. Nu is geoordeeld dat de dwangsom is verbeurd, kan hiervan thans nog slechts ter beoordeling staan of de gemeente Haarlemmermeer in redelijkheid kon besluiten tot invordering daarvan tot een totaalbedrag van EUR 50.000,--, en zo ja, of, zoals door Meewisse is betoogd, termen aanwezig zijn om genoemd bedrag te matigen.

4.13. Meewisse voert allereerst aan dat de gemeente Haarlemmermeer het dwangbevel rauwelijks heeft betekend zonder een schriftelijke reactie te geven op de brief van de raadsman van Meewisse van 4 december 2006. De rechtbank begrijpt uit deze stelling dat Meewisse meent dat het invorderingsbesluit nog eens “vol” - als in een bezwaarschriftprocedure - getoetst zou dienen te worden. Op de volgende gronden wordt dit betoog echter gepasseerd.

4.14. De beslissing van de gemeente Haarlemmermeer om tot invordering over te gaan ziet slechts op de feitelijke uitvoering van haar eerdere besluit tot handhavend optreden door middel van het opleggen van een last onder dwangsom en is derhalve niet gericht op het ontstaan van nieuwe rechtsgevolgen. Voor een “volle” toetsing is derhalve geen plaats. Wél is juist dat in de onderhavige procedure een afweging van belangen aan de orde kan komen, in die zin dat de rechtbank kan beoordelen in hoeverre de feitelijke tenuitvoerlegging van de dwangsombeschikking nog steeds het doel dient waarvoor het besluit werd gegeven.

4.15. Te dien aanzien zijn van belang de stellingen van Meewisse ter zake de door hem aangevraagde en inmiddels ook verkregen revisievergunning voor het bouwproject. Als onweersproken is hiervan vast komen te staan dat Meewisse reeds vóór de opgelegde bouwstop een aanvraag om een revisievergunning bij de gemeente Haarlemmermeer heeft ingediend voor de onderdelen van het bouwplan die in de praktijk afweken van de op 23 december 2004 verleende vergunning. Voorts is als onweersproken vast komen te staan dat het vergunningtraject lang heeft geduurd – van mei 2006 tot eind november 2006. Dat Meewisse wellicht mede hierdoor in het najaar van 2006 was genoodzaakt om schadebeperkende maatregelen te treffen in verband met weersomstandigheden, komt de rechtbank niet onaannemelijk voor. In dit licht is van belang dat vaststaat dat Van Leeuwen bij brief van 29 mei 2006 (zie hiervoor onder 2.3) de gemeente Haarlemmermeer al heeft gewezen op de mogelijkheid dat schade zou kunnen ontstaan aan de niet afgebouwde loods(en). Verder wordt als onbetwist aangenomen dat reeds vóór 24 oktober 2006 sprake is geweest van het aanbrengen van losse planken en zeilen ter voorkoming van schade en dat niet alleen Meewisse, maar ook medewerkers van de gemeente Haarlemmermeer, deze maatregelen vanuit een oogpunt van veiligheid onwenselijk achtten. Dat de op en na 24 oktober 2006 uitgevoerde werkzaamheden tijdelijke maatregelen zijn geweest, waarin de (revisie)vergunning niet voorzag en die ook grotendeels zijn of zullen worden verwijderd op het moment dat gaat worden afgebouwd overeenkomstig de verleende revisievergunning, is door de gemeente Haarlemmermeer evenmin voldoende gemotiveerd betwist.

4.16. Voorts acht de rechtbank, in het kader van de belangenafweging, de volgende omstandigheden niet geheel zonder belang. De gemeente Haarlemmermeer is op 17 november 2006 een gesprek aangegaan met Meewisse over het, al dan niet geheel of gedeeltelijk, handhaven van de dwangsom, opgelegd bij het invorderingsbesluit van 7 november 2006. De uitkomst van dit gesprek is vastgelegd in de brief van de gemeente Haarlemmermeer van 27 november 2006, terwijl vast is komen te staan dat op dat moment, te weten op 21 november 2006, de revisievergunning reeds was verleend.

4.17. Onder voornoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de feitelijke tenuitvoerlegging van de dwangsombeschikking niet langer het doel dient waarvoor het besluit is gegeven en was de gemeente Haarlemmermeer niet gerechtigd over te gaan tot invordering van de opgelegde dwangsom.

4.18. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzet tegen het dwangbevel gegrond zal worden verklaard en de vordering tot buiteneffect stelling van het dwangbevel dient te worden toegewezen.

4.19. De gemeente Haarlemmermeer zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Meewisse worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,31

- vast recht 251,00

- salaris procureur 904,00 (2,0 punt × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.239,31

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart het verzet tegen het dwangbevel van 17 januari 2007 gegrond,

5.2. stelt dit dwangbevel buiten effect,

5.3. veroordeelt de gemeente Haarlemmermeer in de proceskosten, aan de zijde van Meewisse tot op heden begroot op EUR 1.239,31,

5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.J. Ruijpers en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2007.?