Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB3713

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-01-2007
Datum publicatie
17-09-2007
Zaaknummer
06/1066
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beschikking ex artikel 591 Sv. Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 900,00 wegens de door deze gemaakte kosten van een deskundige. De voorzitter acht het verzoek niet voor inwilliging vatbaar. De vraag die in het rapport is beantwoord, is een zeer algemene over het menselijk geheugen, waarover inmiddels veel literatuur voorhanden is, waaronder ook publicaties van de betreffende deskundige. Uit het vonnis van de politierechter blijkt niet dat de rapportage is meegewogen in het oordeel, laat staan dat de vraag en het daarop gebaseerde rapport heeft kunnen leiden tot een rechtens relevant te nemen beslissing. De deskundige heeft zich in het rapport uitgelaten over de wijze waarop de verschillende getuigen-verklaringen tot stand zouden zijn gekomen en hoe die verklaringen dienen te worden gewogen. De weging van het bewijs komt echter bij uitstek toe aan de rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

ENKELVOUDIGE RAADKAMER

Registratienummer: 06/1066

Parketnummer: 15/640194-05

Uitspraakdatum: 11 januari 2006

BESCHIKKING (art. 591 Sv.)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 6 september 2006 is ter griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een door mr. A.E.M. Röttgering ingediend verzoekschrift, gedateerd 30 augustus 2006, van:

[verzoeker], verzoeker,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

domicilie kiezende ten kantore van mr. Röttgering, advocaat.

Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 900,00 wegens de door deze gemaakte kosten van een deskundige.

Op 21 december 2006 is dit verzoekschrift in het openbaar in raadkamer behandeld.

Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Röttgering, voornoemd.

Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. Hendriks.

Van het verhandelde in raadkamer is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De inhoud daarvan wordt als hier ingelast beschouwd.

2. Beoordeling

De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door het onherroepelijk worden van het vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 22 mei 2006, waarbij verzoeker van het hem tenlastegelegde is vrijgesproken.

Het verzoekschrift is tijdig ingediend.

Op de voet van het bepaalde in artikel 591 van het Wetboek van Strafvordering kan verzoeker in beginsel aanspraak maken op vergoeding van de kosten, welke ingevolge het bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde te zijnen laste zijn gekomen, althans voorzover de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend.

De voorzitter acht het verzoek niet voor inwilliging vatbaar en heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen, dat:

- de vraag die in het rapport (dat eerst ter terechtzitting van de politierechter van 22 mei 2006 is overgelegd) is beantwoord, een zeer algemene over het menselijk geheugen is, waarover inmiddels veel literatuur voorhanden is, waaronder ook publicaties van de betreffende deskundige;

- uit het vonnis van de politierechter niet blijkt dat de rapportage is meegewogen in het oordeel, laat staan dat de vraag en het daarop gebaseerde rapport heeft kunnen leiden tot een rechtens relevant te nemen beslissing;

- de deskundige zich in het rapport heeft uitgelaten over de wijze waarop de verschillende getuigen-verklaringen tot stand zouden zijn gekomen en hoe die verklaringen dienen te worden gewogen;

- de weging van het bewijs echter bij uitstek toekomt aan de rechter.

Het verzoek behoort mitsdien te worden afgewezen.

3. Beslissing

De voorzitter:

wijst het verzoek af.

4. Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Dijk, fungerend voorzitter,

in tegenwoordigheid van Van Velzen, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2007.