Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB3694

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-09-2007
Datum publicatie
21-09-2007
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 350116 / CV EXPL 07-3254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurrecht en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter oordeelt het op de automatische piloot opstarten van een incassoprocedure tegen een trouwe huurbetaler, die per ongeluk een maand huur heeft overgeslagen, strijdig met de sociale functie die een woningcorporatie als toegelaten instelling in de zin van het BBSH heeft. Alle kosten voor rekening van de coöperatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 350116 / CV EXPL 07-3254

datum uitspraak: 20 september 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

Stichting Parteon

te Wormerveer

eisende partij

hierna te noemen Parteon

gemachtigde deurwaarder W.Th. Schoonebeek

tegen

[gedaagde]

te [adres]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde geen (procedeert in persoon).

De procedure

Parteon heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

Hierop heeft [gedaagde] geantwoord.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. De vordering is toen verminderd. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de mogelijk door partijen overgelegde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.

De vordering

Parteon vordert na vermindering van eis dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan Parteon te betalen de somma van € 98,47 met rente en kosten.

Het verweer

Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.

De beoordeling van het geschil

Het gaat in deze zaak om het volgende.

[gedaagde] huurt sedert geruime tijd van Parteon de woning staande en gelegen te [adres]. [gedaagde] betaalt de huur in de regel op tijd (d.w.z. maandelijks vooruit).

Op een gegeven ogenblik heeft zij echter geweigerd de trendmatige huurverhoging, waartegen zij bij de Huurcommissie bezwaar had gemaakt, te betalen. Nu het hier telkens om een klein aantal euro’s ging, ontstond daardoor een geringe huurachterstand. Zij bleef echter trouw de (oude) huur betalen.

In januari 2007 is dat laatste een keer verkeerd gegaan, waardoor zij een maand ging achterlopen. Op een gegeven ogenblik (1 april 2007) was er zelfs een huurachterstand van 2 maanden (waarbij de maand april werd meegerekend). Daarbij opgeteld de geringe huurachterstand wegens het niet betalen van de trendmatige huurverhoging was [gedaagde] toen

€ 551,66 verschuldigd. Voor dat bedrag heeft Parteon de vordering uit handen gegeven, waarop ook nog eens rente en buitengerechtelijke incassokosten aan [gedaagde] in rekening werden gebracht.

De ‘echte’ huurachterstand werd daarna snel ingelopen, waarna per datum dagvaarding aan huurschuld (wegens het niet betalen van de trendmatige huurverhoging) en rente nog slechts

€ 47,16 openstond. Daarbij opgeteld de buitengerechtelijke incassokosten ad € 98,47 werd [gedaagde] gedagvaard voor een bedrag groot € 145,63 waarbij tevens de ontbinding en ontruiming werd gevorderd.

Gedurende de loop van deze procedure werd ook de hiervoor bedoelde € 47,16 aangezuiverd door [gedaagde], die er inmiddels van was overtuigd (zij zelf houdt het op ‘gedwongen’) dat zij die, in afwachting van de uitslag van de procedure bij de Huurcommissie, vooralsnog beter maar wèl kon betalen.

Waar het nu dus eigenlijk op neerkomt is, dat Parteon wil dat [gedaagde] nog de niet betaalde buitengerechtelijke incassokosten betaalt, plus de proceskosten.

Daarover wordt als volgt geoordeeld.

Anders dan in de dagvaarding gesteld blijkt uit niets dat we hier van doen hebben met een notoire wanbetaler. Natuurlijk was het niet juist dat [gedaagde] eigenmachtig weigerde de trendmatige huurverhoging te betalen, maar in redelijkheid kan toch niet worden volgehouden dat deze (in geld uitgedrukt) bagatelkwestie rechtvaardigde dat de vordering maar liefst ter incasso uit handen werd gegeven, met alle kosten van dien!

Ik begrijp wel dat er een lampje ging branden bij Parteon toen [gedaagde] in januari 2007 een maand huur oversloeg. Mede gelet op haar bijzondere positie als toegelaten instelling, zoals bedoeld in het Besluit Beheer Sociale Huursector, had het toen echter op haar weg gelegen om eens rustig bij [gedaagde] te informeren wat er aan de hand was. Dan had [gedaagde], die blijkbaar in verwarring verkeerde over de stand van de huurbetalingen, de nodige uitleg gegeven kunnen worden. Dat was nog niet eens zo heel lang geleden, toen woningbouwcorporaties hun sociale functie nog erg serieus namen, in elk geval goede gewoonte. Dat is kennelijk niet gebeurd, waarna men naar ik vrees ‘op de automatische piloot’ is overgegaan tot het uit handen geven van de vordering. Ik oordeel dat prematuur en onnodig.

Natuurlijk had ook [gedaagde] het initiatief kunnen nemen om Parteon, die in Wormerveer kantoor houdt, voor een goed gesprek op te zoeken. Dat heeft ze niet gedaan. Ze liet het bij een telefoontje, maar dat werkt heden ten dage helaas niet meer. Dat neemt echter niet weg dat Parteon, die behoort te weten dat niet iedereen wat dat betreft sociaal even redzaam is, wat dit betreft naar mijn oordeel tekort is geschoten.

Uit niets blijkt in elk geval dat [gedaagde] met enige zachte aandrang niet bereid zou zijn geweest vrijwillig de ‘echte’ huurachterstand binnen redelijke termijn aan te zuiveren, zoals zij ook daadwerkelijk heeft gedaan. Hoe dan ook, op een gegeven ogenblik ging het in feite alleen nog maar om de buitengerechtelijke incassokosten. Ook toen heeft niemand bij Parteon klaarblijkelijk nog eens nagedacht of het wel zo nodig was om [gedaagde] daarvoor in rechte te betrekken. Er werd doorgevlogen ‘op de automatische piloot’ met een heus proces als gevolg. Ik denk dat deze handelwijze moeilijk verenigbaar is met de in artikel 25 van voormeld Besluit Beheer Sociale Huursector opgenomen verplichting voor Parteon zorg te dragen voor een sobere en doelmatige bedrijfsvoering. Erg sociaal kan ik het in ieder geval niet noemen.

Onder de gegeven omstandigheden voel ik er niets voor om [gedaagde] de buitengerechtelijke incassokosten te laten betalen, terwijl ik verder meen dat Parteon daarom ook haar eigen proceskosten moet dragen, hetgeen overigens reeds een gevolg was geweest van de op voorhand kansloze, nadien ook ingetrokken vordering strekkende tot ontbinding en ontruiming.

Beslissing

De verminderde vordering wordt afgewezen.

Iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 september 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.