Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB3364

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-07-2007
Datum publicatie
12-09-2007
Zaaknummer
15/694112-060
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting; wash-washtruc;gewoonte witwassen. De slachtoffers werd een (percentage van een) niet bestaand miljoenenbedrag in het vooruitzicht gesteld, waarbij verdachte - samen met anderen - uiterst geraffineerd en gewetenloos te werk ging door de slachtoffers, na gebleken interesse, allerhande leugens voor te schotelen, maar ook door deze nagemaakte documenten van betrouwbare instellingen, zoals banken, toe te zenden. (...) Hoewel het niet onaannemelijk is dat de slachtoffers van verdachte en diens medeverdachten mogelijk werden gedreven door hebzucht, waardoor zij ten prooi zijn gevallen aan verdachte, doet dat niets af aan de strafwaardigheid en de verwerpelijkheid van het bewezen verklaarde. Personen die zich met deze vorm van oplichting bezighouden appelleren juist aan de hebzucht van hun slachtoffers en floreren daar zelf bij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/694112-06

Uitspraakdatum: 24 juli 2007

Tegenspraak

STRAFVONNIS

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 juli 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is - na gevorderde en toegestane wijziging ter terechtzitting van 8 mei 2007 - tenlastegelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 13 oktober 2005 te Amsterdam en/of Diemen, gemeente Diemen en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van 22.500,- US dollar en/of 180.000,- US dollar, althans (telkens) een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (onder meer)

- zich voorgedaan als (onder andere) [alias 1] en/of [alias 2] en/of [alias 3] en/of [alias 3] en/of in die (valse) hoedanigheid

- die [slachtoffer 1] schriftelijk en/of telefonisch medegedeeld dat die [slachtoffer 1] enig erfgenaam zou zijn van een overleden familielid (genaamd [familielid]) en/of dat dit familielid 10 miljoen en zeshonderdduizend US dollar, althans een grote hoeveelheid geld, aan die [slachtoffer 1] had nagelaten en/of die [slachtoffer 1] een of meer geschrift(en) doen toekomen [waaruit (onder meer) blijkt dat aan die [slachtoffer 1] een geldbedrag van 10 miljoen zeshonderduizend US dollar werd toegekend (zie bijlage X11-A-1)] en/of

- die [slachtoffer 1] gevraagd naar Amsterdam, althans Nederland te komen om 22.500,- US dollar, althans een geldbedrag, als administratiekosten te betalen en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) een kist/(geld)koffer getoond, inhoudende Amerikaanse bankbiljetten van 100 US dollar, welke waren voorzien van [(een) stempel(s) van (rode)] inkt en/of

- (hierbij) medegedeeld dat deze [stempel(s) en/of] inkt diende(n) als veiligheidsmaatregel en/of dat deze [stempel(s) en/of (rode)] inkt kon(den) worden verwijderd met een speciale vloeistof en/of

- die [slachtoffer 1] getoond hoe middels die vloeistof de [stempel(s) en/of (rode)] inkt van de bankbiljetten kon worden verwijderd en/of

- die [slachtoffer 1] medegedeeld dat deze (getoonde) vloeistof oud was en/of niet meer goed was en/of

- die [slachtoffer 1] gevraagd 180.000,- US dollar, althans een (groot) geldbedrag, te betalen als betaling voor de (nieuwe) vloeistof en/of die [slachtoffer 1] een of meer geschrift(en) doen toekomen, waarin (onder meer) een of meer instructie(s) met betrekking tot de betaling van voornoemd geldbedrag van 180.000,- us dollar (zie bijlage X11-D-2 en/of X11-D-9 en/of X11-D-11) en/of uitleg over het verwijderingsmiddel (zie bijlage X11-D-3) werd(en) gegeven, waardoor die [slachtoffer 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2005 t/m 31 oktober 2006 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of Amsterdam en/of elders in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van 145.000,- US dollar, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, (onder meer)

- zich voorgedaan als (onder andere) [alias 1] en/of [alias 2] en/of [alias 3] en/of [alias 4] en/of

- in die valse hoedanigheid die [slachtoffer 1] schriftelijk en/of telefonisch medegedeeld dat die [slachtoffer 1] enig erfgenaam zou zijn van een overleden familielid (genaamd [familielid]) en/of dat dit familielid 10 miljoen en zeshonderd US dollar, althans een grote hoeveelheid geld, aan die [slachtoffer 1] had nagelaten en/of die [slachtoffer 1] een geschrift doen toekomen, waaruit blijkt dat aan die [slachtoffer 1] een geldbedrag van 10 miljoen zeshonderdduizend US dollar werd toegekend (zie bijlage X11-A-1) en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (telefonisch) heeft benaderd en/of een brief heeft gestuurd waarin stond vermeld dat die [slachtoffer 1] 145.000,- US dollar moest betalen, omdat die [slachtoffer 1] anders de door die [slachtoffer 1] [eerder aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s)] (uit)betaalde geldbedrag(en) van 22.500 US dollar en/of 180.000,- US dollar, althans enig(e) geldbedrag(en) kwijt zou zijn/raken en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gevraagd naar Nederland te komen en/of

- (vervolgens) per auto naar een plaats in/nabij Amsterdam, althans in Nederland, heeft vervoerd/begeleid en/of

- (aldaar) een kist/(geld)koffer heeft getoond, inhoudende Amerikaanse bankbiljetten, welke waren voorzien van [(een) stempel(s) van (blauwe of zwarte)] inkt en/of

- (hierbij) heeft medegedeeld dat deze [stempel(s) en/of] inkt diende(n) als veiligheidsmaatregel en/of kon(den) worden verwijderd met een speciale vloeistof en/of

- een of meer geschrift(en) doen toekomen, waarin (onder meer) een of meer instructie(s) met betrekking tot de betaling van voornoemd geldbedrag werd(en) gegeven (zie bijlage X11-I-2) en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gevraagd 145.000,- US dollar, althans een geldbedrag, te betalen als betaling voor de vloeistof en/of

- die [slachtoffer 1] (wederom) heeft gevraagd naar Nederland te komen en/of met die [slachtoffer 1] heeft afgesproken in een hotel in Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer (teneinde het geldbedrag in ontvangst te nemen) en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gezegd voor een 'receipt' (ontvangstbewijs van dat bedrag) te zullen zorgen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 mei 2005 tot en met 26 september 2006 te Amsterdam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van

a) 2.400,- euro en/of 10.000,- euro en/of 7.500,- euro (totaal 19.900,- euro) en/of

b) 3.120,- euro en/of 6.200,- euro (totaal 9.320,- euro) en/of

c) 1.248,- euro en/of 1.040,- en/of 2.080,- en/of 2.100,- euro en/of 2.080,- euro en/of 1.050,- euro (totaal 9.598,- euro, althans 9.200,- euro), althans (telkens) een geldbedrag, [zijnde a) en/of b) en/of c) in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 38.818,- euro, althans 38.420,- euro], in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (onder meer)

- zich voorgedaan als (onder andere) [alias 5] en/of [alias 1] en/of [alias 6] en/of [alias 7] en/of in die (valse) hoedanigheid

- die [slachtoffer 2] (schriftelijk) medegedeeld dat die [slachtoffer 2] erfgenaam zou zijn van een overleden familielid (genaamd [familielid]) en/of dat dit familielid 9 miljoen US dollar, althans een grote hoeveelheid geld, aan die [slachtoffer 2] had nagelaten en/of die [slachtoffer 2] een overlijdensakte van [familielid] heeft toegezonden en/of

- die [slachtoffer 2] (schriftelijk) medegedeeld dat een geldbedrag diende te worden betaald als aandeel in de Airwaybill (vrachtkosten per vliegtuig) en/of

- die [slachtoffer 2] gevraagd/uitgenodigd naar Amsterdam, althans Nederland, te komen [om (onder meer) aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) een geldbedrag van 2.400,- euro, althans een geldbedrag, te betalen (zijnde dat aandeel in de Airwaybill)] en/of

- die [slachtoffer 2] (vervolgens) een kist/(geld)koffer getoond, inhoudende Amerikaanse bankbiljetten van 100 US dollar, welke waren voorzien van [(een) stempel(s) van] inkt en/of

- een biljet uit die kist/koffer gehaald en/of getoond hoe middels een chemische vloeistof/oplossing de inkt en/of stempel(s) van het bankbiljet kon(den) worden verwijderd en/of hoe het bankbiljet (op deze wijze) 'gewassen' kon worden en/of

- (vervolgens) dat/een (gewassen) bankbiljet aan die [slachtoffer 2] meegegeven [teneinde de echtheid van dat biljet aan te tonen en/of opdat die [slachtoffer 2] deze kon inwisselen bij een bank] en/of

- die [slachtoffer 2] bericht/medegedeeld dat de vloeistof/oplossing slecht en/of niet bruikbaar was en/of dat de fles waarin deze vloeistof/oplossing zat uiteengespat was en/of die [slachtoffer 2] (telkens) gevraagd ten behoeve van de aanschaf van nieuwe vloeistof/oplossing (een) betaling(en) te doen [van respectievelijk 10.000,- euro en/of 7.500,- euro en/of 3.120,- euro en/of 6.200,- euro, althans (een) geldbedrag(en)] en/of

- die [slachtoffer 2] (schriftelijk) medegedeeld dat de kist/koffer door de Nederlandse douane in beslag was genomen en/of dat er twee, althans een of meer documenten (te weten een funds drug certificate en/of een terrorist paper) ontbraken en/of die [slachtoffer 2] gevraagd voor dit/deze (nog aan te leveren) document(en) (een) betaling(en) te doen [van respectievelijk 1.200,- euro en/of 1.000,- euro en/of 2.000,- euro en/of 2.000,- euro en/of 2.000,- euro en/of 1.000,- euro, althans (een) geldbedrag(en)], waardoor die [slachtoffer 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2005 tot en met 13 oktober 2006 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen en aldaar (telkens) (een) voorwerp(en), te weten (telkens) een geldbedrag van (ongeveer):

* 5.000,- euro en/of 3.000,- euro en/of 5.000,- euro en/of 5.000,- euro en/of 5.000,- euro en/of 3.000,- euro en/of 3.000,- euro (totaal 29.000,- euro) en/of

3.000,- euro en/of 6.000,- euro en/of 1.200,- euro en/of 1.000,- euro en/of 2.000,- euro en/of 2.000,- euro (totaal 15.200,- euro) en/of

* 5.642,15 euro en/of 5.682,67 euro (totaal 11.324,82) en/of

* 2.000,- euro,

[zijnde a) en/of b) en/of c) en/of d) een totaalbedrag van (ongeveer) 57.524,82 euro], althans (telkens) (een) geldbedrag(en) (telkens) verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (telkens) afkomstig was/waren uit

enig misdrijf.

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Vrijspraak

Door de officier van justitie en de raadsvrouw is bepleit dat verdachte voor het onder 1 tenlastegelegde feit dient te worden vrijgesproken bij gebrek aan bewijs.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat hetgeen aan verdachte onder 1 is tenlastegelegd niet wettig en overtuigend is te bewijzen nu uit het dossier niet blijkt van de betrokkenheid van verdachte daarbij. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat van hetgeen onder 4. onder het eerste en het vierde sterretje (*) is tenlastegelegd, niet is bewezen nu uit het dossiers niet blijkt dat verdachte als [alias 1] is opgetreden jegens de bij de genoemde geldbedragen betrokken slachtoffers. Verdachte dient hier ook van te worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

2.

hij in de periode van 15 september 2006 tot en met 31 oktober 2006 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, en Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en Amsterdam of elders in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van 145.000,- US dollar, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededaders, onder meer

- zich voorgedaan als onder andere [alias 1] en/of [alias 2] en/of [alias 3] en/of [alias 4] en

- in die valse hoedanigheid die [slachtoffer 1] een geschrift doen toekomen, waaruit blijkt dat aan die [slachtoffer 1] een geldbedrag van 10 miljoen zeshonderdduizend US dollar werd toegekend en

- die [slachtoffer 1] meermalen telefonisch heeft benaderd en een brief heeft gestuurd waarin stond vermeld dat die [slachtoffer 1] 145.000,- US dollar moest betalen, omdat die [slachtoffer 1] anders de door die [slachtoffer 1] eerder betaalde geldbedragen van 22.500 US dollar en 180.000,- US dollar kwijt zou raken en

- die [slachtoffer 1] heeft gevraagd naar Nederland te komen en

- vervolgens per auto naar een plaats in/nabij Amsterdam, althans in Nederland, heeft vervoerd/begeleid en

- aldaar een kist heeft getoond, inhoudende Amerikaanse bankbiljetten, welke waren voorzien van stempels en

- heeft medegedeeld dat deze stempels konden worden verwijderd met een speciale vloeistof en

- een geschrift doen toekomen, waarin onder meer instructies met betrekking tot de betaling van voornoemd geldbedrag werden gegeven en

- die [slachtoffer 1] heeft gevraagd 145.000,- US dollar, te betalen als betaling voor de vloeistof en

- met die [slachtoffer 1] heeft afgesproken in een hotel in Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer teneinde het geldbedrag in ontvangst te nemen en

- die [slachtoffer 1] heeft gezegd voor een 'receipt' (ontvangstbewijs van dat bedrag) te zullen zorgen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 6 mei 2005 tot en met 26 september 2006 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 2] telkens heeft bewogen tot de afgifte van

a) 2.400,- euro en 10.000,- euro en 7.500,- euro, totaal 19.900,- euro en

b) 3.120,- euro en 6.200,- euro, totaal 9.320,- euro en

c) 1.248,- euro en 1.040,- en 2.080,- en 2.100,- euro en 2.080,- euro en 1.050,- euro, totaal 9.598,- euro,

zijnde a) en b) en c) in totaal een geldbedrag van 38.818,- euro, hebbende verdachte en/of zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telkens onder meer

- zich voorgedaan als onder andere [alias 5] en/of [alias 1] en/of [alias 6] en in die valse hoedanigheid

- die [slachtoffer 2] schriftelijk medegedeeld dat die [slachtoffer 2] erfgenaam zou zijn van een overleden familielid genaamd [familielid] en dat dit familielid 9 miljoen US dollar, aan die [slachtoffer 2] had nagelaten en die [slachtoffer 2] een overlijdensakte van [familielid] heeft toegezonden en

- die [slachtoffer 2] medegedeeld dat een geldbedrag diende te worden betaald als aandeel in de Airwaybill (vrachtkosten per vliegtuig) en

- die [slachtoffer 2] uitgenodigd naar Amsterdam, te komen om onder meer aan hem, verdachte, een geldbedrag van 2.400,- euro, te betalen zijnde dat aandeel in de Airwaybill en

- die [slachtoffer 2] vervolgens een geldkoffer getoond, inhoudende Amerikaanse bankbiljetten van 100 US dollar, en

- een biljet uit die koffer gehaald en getoond hoe middels een chemische oplossing het bankbiljet op deze wijze 'gewassen' kon worden en

- vervolgens dat gewassen bankbiljet aan die [slachtoffer 2] meegegeven opdat die [slachtoffer 2] deze kon inwisselen bij een bank en

- die [slachtoffer 2] bericht dat de oplossing slecht was en die [slachtoffer 2] telkens gevraagd ten behoeve van de aanschaf van nieuwe oplossing betalingen te doen van respectievelijk 10.000,- euro en 7.500,- euro en 3.120,- euro en 6.200,- euro, en

- die [slachtoffer 2] medegedeeld dat de kist door de Nederlandse douane in beslag was genomen en dat er twee documenten, te weten een funds drug certificate en een terrorist paper, ontbraken en die [slachtoffer 2] gevraagd voor deze documenten betalingen te doen van respectievelijk 1.200,- euro en 1.000,- euro en 2.000,- euro en 2.000,- euro en 2.000,- euro en 1.000,- euro,

waardoor die [slachtoffer 2] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften;

4.

hij omstreeks de periode van 23 december 2005 tot en met 13 oktober 2006 in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte toen en aldaar telkens voorwerpen, te weten telkens een geldbedrag van ongeveer:

* 3.000,- euro en 6.000,- euro en 1.200,- euro en 1.000,- euro en 2.000,- euro en 2.000,- euro, totaal 15.200,- euro en

* 5.642,15 euro en 5.682,67 euro, totaal 11.324,82,

zijnde een totaalbedrag van ongeveer 26.524,82 euro telkens voorhanden gehad, terwijl hij telkens wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - telkens afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voorzover in de bewezenverklaring taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar beslissing dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Ten aanzien van feit 2:

1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] (bijlage X 11), waarin deze onder meer verklaart:

Ik doe aangifte van oplichting. Doordat de verdachte een valse naam/valse hoedanigheid aannam/dan wel gebruik maakte van listige kunstgrepen/samenweefsel van verdichtsels werd ik bewogen tot afgifte van geld. Medio april/juni 2005 ontving ik een faxbericht en een brief afkomstig van een persoon genaamd [alias 2]. In deze fax en brief verklaarde deze persoon dat ze een naast familielid probeerden te traceren van een wijlen persoon genaamd [familielid]. De reden hiervan zou een erfenis zijn welke door de wijlen persoon [familielid] was nagelaten. Medio september 2005 heb ik contact opgenomen met [alias 2]. Ik kreeg te horen dat ik de enige erfgenaam was. Mij is toen medegedeeld dat het om een erfenis zou gaan met een totaalbedrag van 10.600.000 USD. Vervolgens deelde deze man mij mede dat ik een geldbedrag ten somma van 22.500 USD aan administratiekosten moest overhandigen. Dit zou plaats moeten vinden op 8 oktober 2005. Mijn contactpersoon in Amsterdam zou zijn een persoon genaamd [alias 3]. Dit heb ik gedaan. Na een korte periode kreeg ik wederom een brief van [alias 3]. In deze brief werd aan mij verzocht of ik 180.000 USD wilde betalen. Ik ben vervolgens overgegaan tot betaling van 180.000 USD.

Er is veel telefonisch contact geweest zodat de banden bleven bestaan. Op een gegeven moment kwam er een brief afkomstig van een bedrijf: [bedrijf A.] met als afzender [alias 1] met telefoonnummer [telefoonnummer]. In deze brief stond dat ik over moest gaan tot het betalen van 145.000 USD. Als ik dit niet zou betalen, dan zou ik mijn geld kwijt zijn. Ik ben naar Nederland afgereisd en zou met [alias 1] op 10 oktober 2006 de erfenisgelden controleren. [alias 1] kwam mij opzoeken in het van der Valk hotel A4. Hij heeft toen geregeld dat ik het geld kon zien. Ik werd opgehaald door twee personen in een zwarte volkswagen, te weten door [alias 1] en een chauffeur. Vervolgens zijn we op een plek aangekomen waar zich een McDonalds bevond en waar een Peugeot stond. De kofferbak van de Peugeot was open en [alias 1] stond bij de kofferbak. Er lag een kist achterin de kofferbak met daarin gebruikte biljetten voorzien van stempels. Ik heb het geld gezien en gecheckt. Er stonden blauwe stempels op de biljetten. Later werd ik gebeld door [alias 1]. Hij vroeg of ik het geld al had geregeld. Op 31 oktober 2006 heb ik een ontmoeting met [alias 1] in het Best Western Hotel Schiphol Airport te Hoofddorp geregeld, waarbij [alias 1] de 145.000 USD zou ophalen.

- Als bijlage bij de aangifte een brief van [bedrijf B], waarin [alias 8] van de [bedrijf B] aangeeft dat voor het vrijmaken van het bedrag van 10,600,000.00 USD aan de heer [slachtoffer 1] kosten dienen te worden betaald.

- Als bijlage bij de aangifte een document van [instantie C] inhoudende een warrant of next of kin against assets met betrekking tot de overdracht van de som US$ 10.600.000 aan de heer [slachtoffer 1].

- Als bijlage bij de aangifte een brief van [alias 2] aan [alias 4] met betrekking tot het feit dat de heer [slachtoffer 1] geen ontvangstbevestiging terzake van de betaling van 22.500 US dollars op 8 oktober 2005 had gekregen.

- Als bijlage bij de aangifte een brief van [bedrijf B], waarin [alias 3] van de [bedrijf B] verzoekt om betaling van 180,000.00 USD,

- Als bijlage bij de aangifte de ontvangst bevestiging van voornoemd bedrag.

- Als bijlage bij de aangifte een balance sheet van de [bedrijf B] op naam van [slachtoffer 1] met een total available balance van $10.600.000,00.

- Als bijlage bij de aangifte de brief van 15 september 2006 van [bedrijf A] van [alias 1] met daarin drie opties en het verzoek om het resterende bedrag van $145.000,00 te betalen om een chemisch middel aan te schaffen teneinde het geld aan [slachtoffer 1] over te kunnen dragen. Geadviseerd wordt contact met [alias 1] op te nemen.

2. Een geschrift (dossierpagina Z-1-1, p. 6 e.v. CD-rom met opschrift [alias 1] en [slachtoffer 1]), waarin een weergave staat van een telefoongesprek tussen [slachtoffer 1] en [alias 1], waarin - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende staat opgetekend:

PH_ Ja, ik ben [alias 1]

PH: gaat u me iets op papier sturen over de opties die ik genoemd heb ik de brief die u heb gestuurd.

Ph: Betaling van het resterende bedrag voor de vloeistof die nodig is voor directe vrijgave van het geld. Als u dit betaalt … dan moet u hierheen komen. Als u dat geld betaalt, zal de vloeistof gebruikt worden om het geld schoon te maken.

M: Ik heb hier al 180.000 voor betaald.

Ph: Dat is achterstallige betaling.

M: nee, geen achterstallige betaling, dat was om de stempels te verwijderen.

Ph: U moet nog het resterende bedrag betalen. De 145.000 is voor (onverstaanbaar).

(…)

M: Waar wilt u afspreken?

Ph: Het Sheraton Hotel bij het vliegveld, tegenover Schiphol.

3. Een geschrift (dossierpagina Z-1-1, p. 11 e.v. CD-rom met opschrift [slachtoffer 1]), waarin een weergave staat van een telefoongesprek tussen [slachtoffer 1] en [alias 1], waarin onder meer het volgende staat opgetekend:

PH: Ik ben [alias 1] en ik spreek nu met u: het eind is inzicht. Ik was er toen niet bij, nu probeer ik de zaak af te handelen. Als u kunt komen dat handelen we dit af zodat het tot een goed eind gebracht wordt.

(…) Het geld is bij mij in dit kantoor. Als u mijn instructies volgt kunnen we dit op 9 oktober afhandelen.

4. Een geschrift (dossierpagina Z-1-1, p. 12 e.v. CD-rom met opschrift [slachtoffer 1]), waarin een weergave staat van een telefoongesprek tussen [slachtoffer 1] en [alias 1], waarin onder meer het volgende staat opgetekend:

Ph: Als u naar Nederland komt, dan is dat prima.

Ph: U moet een vlucht boeken, bel me en bevestig me dat u de negende komt.

(…_)

Ph: Ik beloof u dat hiermee de transactie wordt voltooid.

5. De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter zitting, onder meer inhoudende:

Het klopt dat ik op 31 oktober 2006 te Hoofddorp was. Daar heb ik een ontmoeting met [slachtoffer 1] gehad. Toen ben ik aangehouden. Ik heb mij voorgesteld onder de naam [alias 1]. Ik zou er geld in ontvangst nemen, 145.000 USD. Ik ben er ook bij geweest toen aan [slachtoffer 1] een koffer met geld werd getoond. Ik ben bij de kofferbak geweest, waar de koffer met geld in zat.

6. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 31 oktober 2006

dossierpagina V 1-5, waarin deze onder meer verklaart:

Ik kwam naar Nederland om [slachtoffer 1] te ontmoeten. De blauw grijze Nokia GSM is mijn telefoon, die had ik bij me toen ik aangehouden werd. De telefoon gebruik ik nu ongeveer een jaar, het nummer ongeveer 7 maanden. [slachtoffer 1] zou mij geld overhandigen. [slachtoffer 1] heeft me ongeveer 2 weken geleden gebeld. Hij vertelde mij dat hij op 31 oktober 2006 in Nederland zou zijn. Ongeveer een maand geleden heb ik [slachtoffer 1] eerder gezien. Vandaag om 13.00 uur heb ik [slachtoffer 1] ontmoet in het Best Western hotel in Hoofddorp. Ik moest deze ontmoeting hebben om een pakket geld van [slachtoffer 1] te ontvangen. Voor het pakje dat [slachtoffer 1] mij zou geven zou ik een reçu geven. Ik had dat bij me. Dit was het papiertje dat ik in mijn zak had. [slachtoffer 1] kent mij onder de naam [alias 1]. Dat is niet mijn echte naam.

7. Een afschrift afkomstig uit de fouillering van [verdachte] zijnde een Receipt [bedrijf A] (dossierpagina X-12)

8. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal (dossierpagina X – 13), waarin staat gerelateerd dat verdachte [verdachte] bij zijn aanhouding een GSM in zijn broekzak had. Toen het telefoonnummer [telefoonnummer] werd gebeld, hoorde verbalisant de telefoon bij verdachte rinkelen.

9. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen omtrent stemherkenning en onderzoek daartoe (los proces-verbaal), waarin wordt aangegeven welk materiaal is aangeleverd voor het onderzoek stemherkenning. Dit betreft onder meer:

Gesprek 1: getapt telefoongesprek d.d. 27 oktober 2006 te 18.53 uur op nummer [telefoonnummer], een gesprek tussen [alias 1] en [betrokkene]

Gesprek 3: getapt telefoongesprek d.d. 29 oktober 2006 te 19.29 uur- gevoerd tussen [slachtoffer 1] en [alias 1]

Gesprek 4: getapt telefoongesprek d.d. 29 mei 2006 te 08.10 uur

Gesprek 5: verkregen van aangever [slachtoffer 1] afkomstig van CD-rom met opschrift [alias 1] en [slachtoffer 1] – [slachtoffer 1] belt in met [alias 4] en daarna met [alias 1]

Gesprek 6: verkregen van aangever [slachtoffer 1] afkomstig van CD-rom met opschrift [alias 1] en [slachtoffer 1] – gesprek tussen [slachtoffer 1] en [alias 1]

Gesprek 7: verkregen van aangever [slachtoffer 1] afkomstig van CD-rom met opschrift [alias 1] en [slachtoffer 1] – gesprek tussen [slachtoffer 1] en [alias 1]

10. Een geschrift zijnde vertaling van de conclusie van de Analysis of audio recordings: Operation Apollo van professor [professor], opgemaakt door [doctor], waarin onder meer – zakelijk weergegeven- het navolgende staat gerelateerd:

Op basis van auditieve en akoestische analyse komen wij tot de conclusie dat de volgende telefoongesprekken zeer specifieke kenmerken bevatten die ook aanwezig zijn in het interview: gesprek 1, 3, 4, 5, 6, 7. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het hier verschillende sprekers bevat.

11. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Apollo 9 - 1 (aangever [slachtoffer 1]), waarin op pagina 12 wordt aangegeven dat onderzoek bij de Kamer van Koophandel heeft uitgewezen dat het bedrijf [bedrijf A] niet officieel staat ingeschreven.

Ten aanzien van feit 3:

1. Een geschrift zijnde de aangifte van [slachtoffer 2], gesteld in de Duitse taal.

2. Een geschrift, zijnde de vertaling in het Nederlands van de aangifte van [slachtoffer 2] (dossierpagina Z-2-1), waaruit [slachtoffer 2] onder meer aangeeft – zakelijk weergegeven:

- dat hij een brief heeft ontvangen op 6 mei 2005 van [alias 4] waarin hem werd medegedeeld dat hij erfgenaam was van ene [familielid] en dat aan hem 9 miljoen US dollar was nagelaten.

- dat hij op 24 mei 2005 een fax heeft gekregen waarin [slachtoffer 2] wordt verzocht om 7860 USD te betalen als aandeel in de Airway Bill

rond 18 of 19 mei 2005 [slachtoffer 2] een persoonlijke ontmoeting heeft gehad met [alias 1], waarbij hij 2400 euro heeft betaald als aandeel in de vrachtkosten

- dat aan hem een geldkoffer is getoond met bundels Amerikaanse bankbiljetten van 100 USD per stuk

- dat er een biljet uit een bundel is gehaald en gewassen

- dat hij een biljet heeft meegekregen om bij een bank in te wisselen

- dat bij het inwisselen bleek dat het biljet echt was

- dat aan hem is medegedeeld dat de biljetten met een chemische oplossing gewassen moesten worden

- dat hij bericht heeft gekregen dat de chemische oplossing slecht was en dat er nieuwe oplossing nodig was

- dat hij € 10.000 heeft voldaan in contanten als aandeel voor de chemische oplossing

- dat hij € 7.500 heeft voldaan in contanten als aandeel in de chemische oplossing

- dat hij € 3.120 heeft voldaan via de Western Union als aandeel voor de chemische oplossing

- dat hij € 6.200 heeft voldaan via de Western Union als aandeel in de chemische oplossing

- dat hem is bericht dat de kist met het geld door de Nederlandse douane in beslag is genomen en dat er 2 documenten ontbreken, te weten een funds drug certificate en een terrorist paper

- dat door hem ter verkrijging van deze documenten € 1.248, € 1.040, € 2.080, € 2.100, € 2.080 en € 1.050 is betaald aan [alias 1] en [alias 7] via Western Union.

• Als bijlage bij de aangifte een brief van mr. [alias 4].

• Als bijlage bij de aangifte een overlijdenscertificaat van [familielid].

• Als bijlage bij de aangifte een notification d.d. 24 mei 2005 ondertekend door dr. [alias 1] (anlage 2).

• Als bijlage bij de aangifte een airwaybill met een balance payment bedrag van usd 7,860,00 ter zake van Trunk boxes met als begunstigde de heer [slachtoffer 2] d.d. 20 mei 2005.

• Als bijlage bij de aangifte een consignment registration form van [bedrijf D] (anlage 3 a)

• Als bijlage bij de aangifte een official receipt van [bedrijf D] terzake van de betaling door [slachtoffer 2] van € 2.400.

• Als bijlage bij de aangifte een brief van [alias 1] d.d. 23 december 2005, waarin [alias 1] bevestigt dat hij 3,000 euro heeft ontvangen.

• Als bijlage bij de aangifte een brief van [alias 1] d.d. 27 januari 2006, met het verzoek om 6,000 euro te betalen.

• Als bijlage bij de aangifte twee brieven van [alias 1] d.d. 3 en 15 februari 2006, waarin deze bericht te zijn gestopt bij de Nederlandse douane vanwege het ontbreken van een drug certificate en een terrorist paper en de kosten daarvan.

• Als bijlage bij de aangifte een brief van [alias 1] d.d. 11 mei 2006, waarin deze om betaling van 1200 euro vraagt.

• Als bijlage bij de aangifte een formulier van de Western Union waarbij door [slachtoffer 2] aan [alias 1] een bedrag van 1.040 euro is betaald, waarbij [alias 1] 1.000 euro heeft ontvangen.

• Als bijlage bij de aangifte een formulier van de Western Union waarbij door [slachtoffer 2] aan [alias 1] een bedrag van 1.040 euro is betaald, waarbij [alias 1] 1.000 euro heeft ontvangen.

• Als bijlage bij de aangifte een formulier van de Western Union waarbij door [slachtoffer 2] aan [alias 1] een bedrag van 2.080 euro is betaald, waarbij [alias 1] 2.000 euro heeft ontvangen.

• Als bijlage bij de aangifte een formulier van de Western Union waarbij door [slachtoffer 2] aan [alias 1] een bedrag van 1.248 euro is betaald, waarbij [alias 1] 1.200 euro heeft ontvangen.

• Als bijlage bij de aangifte een formulier van de Western Union waarbij door [slachtoffer 2] aan [alias 1] een bedrag van 2.080 euro is betaald, waarbij [alias 1] 2.000 euro heeft ontvangen.

• Als bijlage bij de aangifte een formulier van de Western Union waarbij door [slachtoffer 2] aan [alias 7] een bedrag van 2.100 euro is betaald, waarbij 2.000 euro is ontvangen.

• Als bijlage bij de aangifte een formulier van de Western Union waarbij door [slachtoffer 2] aan [alias 7] een bedrag van 1.050 euro is betaald, waarbij 1.000 euro is ontvangen.

3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van simultane fotobewijsconfrontatie (dossierpagina Z-2-2), waarin de verbalisant relateert dat de foto van verdachte als nummer 7 in een rij van 12 foto’s is opgenomen.

4. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal meervoudige fotoconfrontatie (dossierpagina Z-2-3), waarbij [slachtoffer 2] middels een fotoconfrontatie [alias 1] heeft aangewezen als de persoon op foto 7. [slachtoffer 2] meldt daarbij [alias 1] voor 100% te herkennen.

5. De eigen waarneming van de rechtbank dat het geschrift afkomstig uit de fouillering van [verdachte], zijnde een Receipt [bedrijf A] (dossierpagina X-12) alsmede de door [slachtoffer 2] overgelegde brief van [alias 1] aan [slachtoffer 2] voornoemd (dossierpagina Z -2, anlage 2) dezelfde beeldmerken bevatten.

6. Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris van 2 juli 2007 waarin [slachtoffer 2] verklaart –zakelijk weergegeven-: [alias 1] had het nummer dat op het [bedrijf D] papier staat. Met dat nummer heb ik gebeld in september 2005 over het chemische spul. Als ik hem belde kreeg ik hem gelijk aan de telefoon. Ik herkende hem aan zijn stem. De [alias 1] die ik ontmoette was volgens mij dezelfde met wie ik aan de telefoon sprak. Hij had namelijk een markante stem en we spraken elkaar tussen juli en november 2005 eens in de week of eens in de twee weken. Achteraf bezien voel ik me belazerd. Ik heb bijna 40.000 euro betaald.

7. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 12 januari 2007 ter zake overtreding van artikel 225, artikel 326 en artikel 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht waarin staat gerelateerd dat in de onder [verdachte] aangetroffen en inbeslaggenomen telefoon het telefoonnummer van [slachtoffer 2] is aangetroffen. Uit de contactgegevens vermeld in het proces-verbaal blijkt dat in de periode van 5 juni 2006 – 18 oktober 2006 er 19 keer is gebeld met het telefoonnummer van [slachtoffer 2].

8. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 31 oktober 2006

dossierpagina V 1-5, waarin deze - zakelijk weergegeven - onder meer verklaart:

De blauw grijze Nokia GSM is mijn telefoon, die had ik bij me toen ik vandaag aangehouden werd. Ik heb de naam [alias 1] gebruikt.

9. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal (dossierpagina X – 13), waarin staat gerelateerd dat verdachte [verdachte] bij zijn aanhouding een GSM in zijn broekzak had. Toen het telefoonnummer [telefoonnummer] werd gebeld, hoorde verbalisant de telefoon bij verdachte rinkelen.

10. Een geschrift zijnde vertaling van de conclusie van de Analysis of audio recordings: Operation Apollo van professor [professor], opgemaakt door [doctor], waarin - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende staat gerelateerd:

Op basis van auditieve en akoestische analyse komen wij tot de conclusie dat de volgende telefoongesprekken zeer specifieke kenmerken bevatten die ook aanwezig zijn in het interview: gesprek 1 en 3. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het hier verschillende sprekers bevat. De rechtbank stelt vast dat deze gesprekken zijn gevoerd met het onder 9. vermelde mobiele telefoonnummer.

11. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Apollo 9-2 (aangever [slachtoffer 2]), waarin op pagina 6 wordt aangegeven dat onderzoek bij de Kamer van Koophandel heeft uitgewezen dat het bedrijf [bedrijf D] niet staat ingeschreven en dat het bedrijf in het geheel niet voorkomt in hun bestand.

12. Een afschrift afkomstig uit de fouillering van [verdachte], zijnde een Receipt [bedrijf A] (dossierpagina X-12) alsmede een door [slachtoffer 2] overgelegde brief van [alias 1] aan [slachtoffer 2] voornoemd (dossierpagina Z -2, anlage 2). De beeldmerken op de receipt van [bedrijf A] en het op de notification van [bedrijf D] zijn overeenkomstig.

Ten aanzien van feit 4:

1. De bewijsmiddelen welke onder feit 3 staan opgenomen.

2. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal ter zake overtreding van artikel 225, artikel 326 en artikel 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht (bijlage zaak 5 (algemeen)), waarin staat gerelateerd dat met het telefoonnummer [telefoonnummer], in gebruik bij [verdachte], in de periode juni 2006 – 25 oktober 2006 70 maal contact is geweest met het telefoonnummer 0019259897882. De gebruiker van dit nummer gaf aan te zijn genaamd: [betrokkene]. [betrokkene] gaf aan opgelicht te zijn waarbij hem een erfenis in het vooruitzicht was gesteld. Hij heeft naar eigen zeggen geld overgemaakt via Money transfers en zaken gedaan met onder meer dr. [alias 1].

3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 31 oktober 2006

dossierpagina V 1-5, waarin deze onder meer verklaart-zakelijk weergegeven-: De blauw grijze Nokia GSM is mijn telefoon, die had ik bij me toen ik vandaag aangehouden werd. Ik heb de naam [alias 1] gebruikt.

4. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal (dossierpagina X – 13), waarin staat gerelateerd dat verdachte [verdachte] bij zijn aanhouding een GSM in zijn broekzak had. Toen het telefoonnummer [telefoonnummer] werd gebeld, hoorde verbalisant de telefoon bij verdachte rinkelen.

5. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen omtrent stemherkenning en onderzoek daartoe (los proces-verbaal), waarin wordt aangegeven welk materiaal is aangeleverd voor het onderzoek stemherkenning. Dit betreft onder meer:

Gesprek 1: getapt telefoongesprek d.d. 27 oktober 2006 te 18.53 uur op nummer [telefoonnummer], een gesprek tussen [alias 1] en [betrokkene].

6. Een geschrift zijnde vertaling van de conclusie van de Analysis of audio recordings: Operation Apollo van professor [professor], opgemaakt door [doctor], waarin onder meer – zakelijk weergegeven- het navolgende staat gerelateerd:

Op basis van auditieve en akoestische analyse komen wij tot de conclusie dat de volgende telefoongesprekken zeer specifieke kenmerken bevatten die ook aanwezig zijn in het interview: gesprek 1, 3, 4, 5, 6, 7. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het hier verschillende sprekers bevat.

7. Een Western Union transactielijst (los proces-verbaal, B-1) waarop onder meer staat dat:

afzender: [slachtoffer 2], ontvanger [alias 1] - 3.000 euro – uitbetalingsdatum 12/23/05

afzender: [slachtoffer 2], ontvanger [alias 1] - 6.000 euro – uitbetalingsdatum 01/30/06

afzender: [slachtoffer 2], ontvanger [alias 1] - 1.200 euro – uitbetalingsdatum 05/15/06

afzender: [slachtoffer 2], ontvanger [alias 1] - 1.000 euro – uitbetalingsdatum 06/22/06

afzender: [slachtoffer 2], ontvanger [alias 1] - 2.000 euro – uitbetalingsdatum 08/23/06

afzender: [slachtoffer 2], ontvanger [alias 1] - 2.000 euro – uitbetalingsdatum 09/13/06

afzender [betrokkene], ontvanger [alias 1] - 5.642,15 euro – uitbetalingsdatum 09/16/06

afzender [betrokkene], ontvanger [alias 1] - 5.682,67 euro – uitbetalingsdatum 09/16/06

Voor alle genoemde transacties geldt dat het land van bestemming Nederland betreft.

Ten aanzien van dit feit overweegt de rechtbank dat gelet op alle voorgaande bewijsmiddelen en de daaruit af te leiden (hoofd)rol van verdachte in de oplichting van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [betrokkene], het niet anders kan zijn dan dat verdachte de door [slachtoffer 2] en [betrokkene] aan [alias 1] gedane betalingen ook daadwerkelijk voorhanden heeft gehad.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2: poging oplichting

Ten aanzien van feit 3: oplichting

Ten aanzien van feit 4: een gewoonte maken van witwassen

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie en van overige beslissingen

6.1 Vordering van de officier van justitie

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gerekwireerd tot

- vrijspraak voor feit 1;

- bewezenverklaring van hetgeen onder feit 2, 3 en 4 is tenlastegelegd;

- oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- verbeurdverklaring van de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon;

- toewijzing van de vordering benadeelde partij tot een bedrag van € 35.839,00;

- oplegging van de maatregel tot schadevergoeding tot een bedrag van € 35.839,00.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Bij de keuze tot oplegging van een vrijheidbenemende straf en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder mee laten wegen dat verdachte zich gedurende een periode van ruim een jaar heeft beziggehouden met oplichting alsmede het witwassen van geldbedragen.

De slachtoffers werd een (percentage van een) niet bestaand miljoenenbedrag in het vooruitzicht gesteld, waarbij verdachte - samen met anderen - uiterst geraffineerd en gewetenloos te werk ging door de slachtoffers, na gebleken interesse, allerhande leugens voor te schotelen, maar ook door deze nagemaakte documenten van betrouwbare instellingen, zoals banken, toe te zenden.

Voorts deden verdachte en zijn mededaders - daarbij gebruik makend van valse namen - zich voor als werknemer bij een betrouwbare instelling als een ambassade of een bestaande bankinstelling. Ook werden de slachtoffers ter onderbouwing van het verhaal officieel ogende overlijdensakten, erfenistoekenningen en dergelijke toegezonden met daarbij rekeningen voor allerhande kosten verband houdende met de overdracht van het geld.

Daarnaast werden de niet uit Nederland afkomstige slachtoffers naar Nederland gelokt om het geld in ontvangst te nemen. Hier kregen zij meestal koffers met geld te zien waarbij hen werd verteld dat dit geld was voorzien van stempels om diefstal te voorkomen. Ter plekke werd met behulp van de wash-wash truc een aantal biljetten ontdaan van de stempels. De slachtoffers kregen vervolgens één of enkele gewassen biljetten mee om deze te kunnen testen op hun echtheid. Daarna kregen zij te horen dat de reinigingsvloeistof slecht of op was en dat voor de reiniging van de overige biljetten een aanzienlijk geldbedrag betaald diende te worden.

Verdachte heeft rechtstreeks contact opgenomen met diverse slachtoffers en hen in Nederland ontvangen. Hij was er bij als de koffers met geld werden getoond en biljetten uit de koffers werden gereinigd teneinde de slachtoffers te overtuigen van de echtheid van het hen toegezegde geldbedrag. Door dit optreden werden slachtoffers overtuigd van de oprechtheid van de hen voorgeschotelde verhalen. Verdachte bediende zich daarbij altijd van een valse naam en hoedanigheid en leugens over de door de slachtoffers te verkrijgen gelden. Uit de aangiftes en afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat verdachte zeer behendig was in bespelen en overtuigen van de slachtoffers.

Hoewel het niet onaannemelijk is dat de slachtoffers van verdachte en diens medeverdachten mogelijk werden gedreven door hebzucht, waardoor zij ten prooi zijn gevallen aan verdachte, doet dat niets af aan de strafwaardigheid en de verwerpelijkheid van het bewezen verklaarde. Personen die zich met deze vorm van oplichting bezighouden appelleren juist aan de hebzucht van hun slachtoffers en floreren daar zelf bij.

Voorts heeft verdachte een gewoonte gemaakt van het witwassen van geld dat hij van zijn slachtoffers had verkregen. Witwassen vormt een aantasting van het financieel-economisch bestel, omdat daarmee gelden worden onttrokken aan het zicht van de fiscus en justitie en het als gevolg daarvan corrumperend werkt op het reguliere handels- en betalingsverkeer.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen en dat voor een voorwaardelijk deel om deze reden geen ruimte is.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. In het feit dat van een deel van het onder 4. tenlastegelegde is vrijgesproken ziet de rechtbank geen aanleiding anders te beslissen nu dit deel naar het oordeel van de rechtbank slechts een ondergeschikt onderdeel van het onder 4. tenlastegelegde betreft.

6.3 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 38.989,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 3 tenlastegelegde feit zou hebben geleden, doordat hij diverse betalingen heeft verricht aan verdachte, waar niets tegenover bleek te staan.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het navolgende bedrag eenvoudig is vast te stellen:

€ 10.000 + € 7.500 + € 2.400 + € 3.120 + € 6.200 + € 1.248 + € 1.040 + € 2.080 + € 2.100 + € 2.080 +

€ 1.050 alsmede de gemaakte hotelkosten ad € 171 nu verdachte hem de eerste keer in het hotel de geldkoffer heeft getoond alsmede de tweede keer met hem in het hotel had afgesproken..

Dit totaalbedrag van € 38.989,= vloeit rechtstreeks voort uit het onder 3 bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

6.4 Schadevergoedingsmaatregel

Tevens acht de rechtbank termen aanwezig om een schadevergoe¬dingsmaatregel aan verdachte op te leggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 38.989,00, bij niet-betaling te vervangen door 224 dagen hechtenis.

6.5 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een GSM-toestel, dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van dat telefoontoestel, dat aan verdachte toebehoort, is begaan of voorbereid.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 33, 33a, 45, 47, 57, 326, 420bis, 420ter.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 1 tenlastegelegde feit.

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 4 onder het eerste en vierde sterretje tenlastegelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals vermeld onder 3.2 van dit vonnis.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN (18) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 38.989,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2], voornoemd, rekeningnummer

[rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 38.989,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 224 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart verbeurd:

- 1 GSM (bijlage X-13).

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Scholte, voorzitter,

mrs. Terwiel en Eichperger, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Touwen,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli 2007.

Mr. Eichperger is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.