Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB3166

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-09-2007
Datum publicatie
27-09-2007
Zaaknummer
05/1607, 05/1608 en 05/1609
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelastingplicht van een vereniging. De rechtbank oordeelt dat de vereniging een materiële onderneming drijft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2007, 1821
FutD 2007-1836
V-N 2008/11.2.1

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB05/1607, 05/1608 en 05/1609

Uitspraakdatum: 7 september 2007

Uitspraken als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen

Vereniging X , gevestigd te Z, eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst te P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Met dagtekening 20 december 2003 is aan eiseres voor het jaar 2000 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van ƒ 228.208 (de aanslag 2000). Tegelijkertijd is een verzuimboete opgelegd van ƒ 250 en is ƒ 7.893 aan heffingsrente berekend.

Met dagtekening 10 januari 2004 is aan eiseres voor het jaar 2001 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 107.480 (de aanslag 2001). Tegelijkertijd is een verzuimboete opgelegd van € 340 en is € 2.229 aan heffingsrente berekend.

Met dagtekening 31 maart 2004 is aan eiseres voor het jaar 2002 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 98.556 (de aanslag 2002).

Eiseres heeft tegen evenbedoelde aanslagen bezwaar aangetekend. Verweerder heeft de bezwaren bij uitspraken van 18 maart 2005 ongegrond verklaard. Daartegen heeft eiseres bij brieven van 26 april 2005, aangevuld bij schrijven van 26 mei 2005, beroep ingesteld. De beroepen zijn bij de rechtbank geregistreerd onder de procedurenummers 05/1607 (aanslag 2000), 05/1608 (aanslag 2001) en 05/1609 (aanslag 2002). Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld heeft eiseres schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd. Op 2 augustus 2006 heeft eiseres nadere stukken ingediend. Deze zijn in afschrift aan verweerder gezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2006 te Haarlem.

Eiseres is daar vertegenwoordigd door haar directeur A en controller B, tot bijstand vergezeld van C en D, beiden van E. Namens verweerder is verschenen F.

2. Feiten

2.1. Eiseres is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, opgericht bij notariële akte van 20 februari 1986. De statuten van eiseres bepalen, voor zover van belang:

“(…) Artikel 2. Doel

2.1. De doelstelling van de vereniging is de uitwisseling van algemene kennis en ervaring, het bevorderen van de onderlinge contacten en samenwerking tussen Nederlandse bedrijven en instellingen, almede het behartigen van de belangen van de leden van de vereniging ten aanzien van de bedrijfstelecommunicatiefaciliteiten. Onder bedrijfstelecommunicatiefaciliteiten worden verstaan: alle communicatiesystemen/netwerken en de daaraan gerelateerde diensten, waardoor of met behulp waarvan informatie tussen gebruikers of tussen groepen van gebruikers wordt uitgewisseld, zowel nationaal als internationaal.

2.2. De vereniging als zodanig streeft geen winstdoel na.

Artikel 3. Verwezenlijking doel

De vereniging streeft het in artikel 2 lid 1 omschreven doel na met de volgende middelen:

1. het houden van vergaderingen, het organiseren van voordrachten, het uitgeven van geschriften en het verstrekken van adviezen en inlichtingen;

2. het nauwlettend volgen van de ontwikkelingen op het gebied van bedrijfstelecommunicatie en het geven van voorlichting daarover aan haar leden;

3. het adviseren van haar leden;

4. het in voorkomende gevallen naar buiten optreden als vertegenwoordiger en/of belangenbehartiger van leden of de leden als geheel in contacten met bedrijven en officiële instanties;

5. het voorbereiden en nemen van maatregelen, welke dienstig kunnen zijn aan de gemeenschappelijke belangen van haar leden;

6. het bevorderen van normering en standaardisering van bedrijfstelecommunicatievoorzieningen;

7. het vertegenwoordigd zijn in of bij organen die van belang zijn bij bedrijfstelecommunicatie-ontwikkelingen en/of toepassingen;

8. het waar noodzakelijk organiseren van opleidingen en/of coördineren van opleidingen via opleidingsinstituten;

9. het samenstellen van een bibliotheek en deze toegankelijk maken voor de leden.

10. alle andere wettige middelen, die aan haar doelstelling kunnen bijdragen.

(…) Artikel 5. Leden

5.1. De vereniging kent:

a. Gewone leden;

b. Geassocieerde leden;

c. Buitengewone leden. (...)

5.2. Gewone leden van de vereniging kunnen slechts zijn publiekrechtelijke organen en rechtspersonen die beschikken over bedrijfstelecommunicatiefaciliteiten en wier jaarlijkse uitgaven aan telecommunicatie tenminste één miljoen gulden (ƒ 1.000.000,--) bedragen of die een jaarlijkse bedrijfsomzet realiseren van tenminste tweehonderd miljoen gulden (ƒ 200.000.000,--). (...). Van het gewone lidmaatschap zijn uitgesloten binnen of buiten Nederland gevestigde, nationaal of internationaal opererende rechts- en/of natuurlijk personen tot wier kernactiviteiten telecommunicatie dienstverlening op commerciële basis behoort. Slechts gewone leden zijn leden in de zin van de wet.

5.3. Geassocieerde leden kunnen slechts zijn publiekrechtelijke organen en rechtspersonen die beschikken over bedrijfstelecommunicatiefaciliteiten, doch niet voldoen aan de in artikel 5.2. gestelde voorwaarden, en wier jaarlijkse uitgaven aan telecommunicatie tenminste vijfhonderdduizend gulden (ƒ 500.000,--) bedragen, of die jaarlijks een bedrijfsomzet realiseren van tenminste éénhonderd miljoen (ƒ 100.000.000,--). (...). Van het geassocieerd lidmaatschap zijn uitgesloten binnen of buiten Nederland gevestigde, nationaal of internationaal opererende rechts- en/of natuurlijke personen tot wier kernactiviteiten telecommunicatie dienstverlening op commerciële basis behoort.

5.4. Buitengewone leden kunnen slechts zijn binnen of buiten Nederland gevestigde, nationaal of internationaal opererende rechts- en/of natuurlijke personen tot wier kernactiviteiten telecommunicatie dienstverlening op commerciële basis behoort. (…)

Artikel 9. Contributie en andere inkomsten

9.1. De geldmiddelen der vereniging bestaan in hoofdzaak uit de contributies van de leden die jaarlijks verschuldigd zijn. Jaarlijks stelt de Algemene Ledenvergadering tijdens haar vergadering (…) de begroting en de contributie voor het volgende verenigingsjaar vast. (…)

Artikel 15. Rekening en verantwoording

15.1. Binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar wordt een algemene vergadering (…) gehouden. Het bestuur brengt in deze vergadering zijn jaarverslag uit en legt, onder overlegging van de nodige bescheiden, rekening en verantwoording af van zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. (…)

15.3. Goedkeuring door de Algemene Ledenvergadering van het jaarverslag en de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot décharge. (…)”

2.2. Eiseres verricht ten behoeve van de leden de volgende werkzaamheden:

- Collectieve belangenbehartiging bij overheid, politiek, media en andere doelgroepen, waaronder overleg met het ministerie van Economische Zaken en de Europese Commissie omtrent Europese regelgeving, deelname aan het overlegplatform post en telecommunicatie (OPT), het overlegplatform van de internationale gebruikersorganisatie (INTUG) en het overleg van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA). Als voorbeelden van succesvolle belangenbehartiging zijn door eiseres genoemd: invoering van het 088-bedrijfsnummer, regeling basisniveau kostenspecificatie telefoondiensten

- Uitwisseling van informatie, ervaringen en deskundigheid onder leden via werk- en gebruiksgroepen, hetgeen onder andere heeft geresulteerd in het opstellen van een aantal modelcontracten waarvan de leden gebruik kunnen maken;

- Verschaffen van informatie aan leden via de website van eiseres. De website bevat een open gedeelte met algemene informatie en een besloten gedeelte met informatie die alleen toegankelijk is voor de leden. Het betreft o.a. verslagen van werk- en gebruiksgroepen, en een communicatieforum voor de deelnemers van die werkgroepen;

- Stimulering van de ontwikkeling van gecertificeerde opleidingen en diensten ten behoeve van leden (waaronder betrokkenheid bij ontwikkeling van ICT-keur voor ICT-installateurs);

- Ondersteuning en advisering van het ledencollectief over invulling van het beleid op telecommunicatiegebied (deze ondersteuning en advisering heeft uitsluitend betrekking op vraagstukken die zich bij een groot aantal leden gezamenlijk voordoen);

- Uitgifte aan de leden van een nieuwsbrief, een kwartaalmagazine en overige publicaties, waaronder de Themadagenspecial, de X-kwaliteitswijzer (kwaliteitsvergelijking met betrekking tot ICT-diensten en -producten van diverse aanbieders van telecommunicatiediensten) en diverse rapportages, marktanalyses, verslagen en onderzoeken van werk- en gebruiksgroepen.

- Organisatie van themadagen en studiereizen ten behoeve van de leden. Hierbij maakt eiseres gebruik van organisatie- en reisbureaus.

2.3. De door eiseres ontplooide activiteiten staan alleen open voor haar leden. Hiervoor zijn de leden geen andere vergoedingen verschuldigd dan de jaarlijkse contributie - zij het dat voor publicaties, studie- en themadagen een vergoeding wordt gevraagd.

2.4. Eiseres houdt 100% van de aandelen in G B.V., die op haar beurt 100% van de aandelen houdt in H B.V (Hierna tezamen ook aangeduid als GH). G B.V. houdt zich bezig met de optimalisering van leveringscondities en telecommunicatiediensten. H B.V. is de zelfstandige centrale inkooporganisatie van eiseres. Alleen leden van eiseres kunnen gebruik maken van de diensten van GH. In het jaarverslag 2000 van eiseres vermeldt op pagina 4 onder het kopje Doelstellingen van eiseres onder 4:

“Het creëren van optimale leveringsvoorwaarden”

en op pagina 5 onder Ad 4:

“GH is voor [eiseres] het instrument bij uitstek om optimale leveringsvoorwaarden te creëren. GH voert regelmatig overleg met leden over aanvullingen of wijzigingen van de mantelovereenkomsten.”

2.5. Een aspirant-lid dient een schriftelijk verzoek tot lidmaatschap in bij het bestuur van eiseres. Het bestuur beslist in zijn vergadering over de toelating. Er wordt een systeem van ballotage gehanteerd. Een aspirant-lid kan geweigerd worden. Het ledenbestand ondergaat jaarlijks enige wijzigingen.

2.6. De contributie bedraagt sinds 1995 voor het gewone lidmaatschap € 3.400 per jaar, voor het geassocieerde lidmaatschap € 1.700 per jaar en voor het buitengewoon lidmaatschap € 6.800 dan wel € 3.400. Indien het lidmaatschap in de loop van het jaar aanvangt, is de contributie voor dat jaar naar tijdevenredigheid verschuldigd. In 2000, 2001 en 2002 heeft eiseres respectievelijk ƒ 1.782.448 (€ 808.840), € 908.986 en € 915.771 aan contributie ontvangen.

2.7. Het eigen vermogen van eiseres bedraagt ultimo 2000, 2001 en 2002 respectievelijk ƒ 1.565.412 (€ 710.353), € 826.786 en € 929.180. Eiseres heeft in 2000, 2001 en 2002 overschotten gerealiseerd van respectievelijk ƒ 255.822 (€ 116.087), € 116.433 en € 102.394. Deze overschotten zijn geheel toe te rekenen aan de ontvangen contributiegelden.

2.8. Op 8 april 2003 heeft verweerder aan eiseres aangiftebiljetten vennootschapsbelasting voor de jaren 2000 en 2001 uitgereikt. De aangiften zijn op respectievelijk 24 en 23 oktober 2003 door verweerder ontvangen. Voor het jaar 2000 wordt aangifte gedaan naar een belastbaar bedrag van ƒ 228.208 (€ 103.556). Voor het jaar 2001 wordt aangifte gedaan naar een belastbaar bedrag van € 107.480. Op 1 december 2003 heeft verweerder aan eiseres een aangiftebiljet vennootschapsbelasting voor het jaar 2002 uitgereikt. Deze is in de loop van februari 2004 door verweerder ontvangen. Voor het jaar 2002 wordt aangifte gedaan naar een belastbaar bedrag van € 98.556. In toelichtingen bij de aangiften heeft eiseres verklaard dat zij zichzelf niet belastingplichtig acht voor de vennootschapsbelasting. De aanslagen zijn overeenkomstig de ingediende aangiften vastgesteld.

3. Geschil

3.1. In geschil is of eiseres een onderneming drijft in de zin van artikel 2, lid 1 letter d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb), en daarmee belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Het geschil spitst zich toe op de vragen of eiseres met haar activiteiten deelneemt aan het economische verkeer en of zij daarbij een winstoogmerk heeft. Niet in geschil is dat sprake is van een organisatie van kapitaal en arbeid.

3.2. Eiseres concludeert tot vernietiging van de uitspraken op bezwaar en tot vernietiging van de aanslagen, de beschikkingen heffingsrente en de opgelegde boeten. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

3.3. Voor een uiteenzetting van de standpunten van partijen zij verwezen naar de stukken van het geding.

4. Beoordeling van het geschil

4.1.1. Bij de beoordeling van het geschil neemt de rechtbank het volgende tot uitgangspunt. Artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, Wet Vpb wijst als binnenlandse belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting aan de in Nederland gevestigde verenigingen, indien en voor zover zij een onderneming drijven. In dit verband wordt als onderneming beschouwd de duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, die deelneemt aan het economisch verkeer met het oogmerk daarmee winsten te behalen. Onder deelname aan het economisch verkeer verstaat de rechtbank in het voorliggende geval deelname aan het maatschappelijk ruilverkeer, gericht op de duurzame bevrediging van maatschappelijke behoeften tegen een vergoeding. Bevrediging van maatschappelijke behoeften houdt in dat concrete producten en of diensten worden geleverd waarmee in die behoefte wordt voorzien. Voorts stelt de rechtbank voorop dat het verrichten van prestaties binnen een beperkte groep op zichzelf beschouwd niet meebrengt dat de prestatie buiten het economisch verkeer plaatsvindt. De rechtbank beantwoordt de vraag of sprake is van deelname aan het economisch verkeer vanuit het gezichtspunt van de aanbieder, waarbij de status van de afnemer (al dan niet belastingplichtig voor de winstbelastingen) en zijn oogmerk niet van betekenis is. Artikel 4 Wet Vpb bepaalt dat onder drijven van een onderneming in evenbedoelde zin mede wordt verstaan een uiterlijk daarmee overeenkomende werkzaamheid waardoor in concurrentie wordt getreden met vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen. Allereerst zal de rechtbank onderzoeken of sprake is van een onderneming in voormelde zin

4.1.2. Ten aanzien van de stelling van eiseres dat geen sprake is van deelname aan het economische verkeer omdat alleen leden afnemers van haar prestaties kunnen zijn, stelt de rechtbank voorop dat van deelname aan het economische verkeer geen sprake is in het geval dat prestaties binnen de besloten sfeer worden verricht en het optreden naar buiten van ondergeschikt belang is. Jurisprudentie waarin een beroep op deze ontsnappingsclausule werd gehonoreerd is schaars; bekend is de uitspraak van een gerechtshof over een vereniging die ten behoeve van leden een sociëteit exploiteert (Hof Amsterdam, 15 maart 1994, nr. 93/0374, V-N 1994/2322 pt. 14). Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het enkele feit dat eiseres slechts aan haar leden presteert niet worden afgeleid dat deze prestaties buiten het economische verkeer worden verricht. Dat zou een te beperkte betekenis van het begrip deelname in het economisch verkeer geven, alsmede een miskenning van de (juridische) zelfstandigheid van eiseres. Dat de toetreding van leden aan ballotage gebonden, wat daar overigens van zij nu ter zitting is gebleken dat hiervan in de praktijk slechts zelden gebruik wordt gemaakt, verandert daaraan niets.

4.1.3. Ter zake van het antwoord op de vraag of eiseres deelneemt aan het economisch verkeer kent de rechtbank betekenis toe aan de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres is een belangenorganisatie ten behoeve van grootgebruikers op het gebied van bedrijfstelecommunicatie. Zij verricht een uitgebreid scala van diensten ten behoeve van haar leden, opgesomd in onderdeel 2.2 van deze uitspraak. In dit verband wijst de rechtbank met name op de belangenbehartiging jegens diverse gremia, externe positionering, opstellen van modelcontracten, het verzorgen van publicaties waaronder de X-kwaliteitswijzer, en de organisatie van themadagen en studiereizen. De werkzaamheden van eiseres hebben een betekenende omvang. Voor de dienstverlening van eiseres betalen de leden een vaste vergoeding in de vorm van contributie, maar voor sommige diensten wordt een aparte vergoeding in rekening gebracht. Al deze feiten en omstandigheden tezamen in onderling verband beschouwd, leiden de rechtbank tot de slotsom dat eiseres met haar diensten deelneemt aan het economische verkeer.

4.1.4. Hoewel de in 2.4 genoemde GH een zelfstandige entiteit is en alleen leden van eiseres gebruik maken van de dienstverlening van GH, is GH gelet op het bepaalde in het jaarverslag van 2000 een belangrijk instrument om de doelstelling van eiseres te bereiken (zie 2.4). In dit element vindt de rechtbank een bevestiging, zij het ten overvloede, van de deelname aan het economisch verkeer door eiseres, temeer daar voor de toetreding als lid tot eiseres in de praktijk geen wezenlijke belemmeringen bestaan. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat niet al haar leden gebruik maken van de diensten van GH, maar heeft anderzijds ook niet weersproken dat de mogelijkheid om diensten van GH te kunnen betrekken een factor van belang kan zijn om lid van eiseres te worden.

4.1.5. Met betrekking tot de aanwezigheid van een winstoogmerk overweegt de rechtbank het volgende. Eiseres streeft volgens haar statuten geen winstdoel na. De rechtbank acht evenwel niet de statutaire doelstelling van eiseres beslissend, maar de feitelijke exploitatiewijze. Niet in geschil is dat eiseres feitelijk over de jaren 2000 tot en met 2002 jaarlijks in zowel relatieve als absolute zin aanzienlijke overschotten heeft gerealiseerd. De rechtbank acht aannemelijk dat eiseres deze overschotten in belangrijke mate heeft behaald met de heffing van contributie, nu gesteld noch gebleken is dat evenbedoelde overschotten hun oorzaak vinden in de omstandigheid dat derden, zonder zakelijk belang, beneden de prijs die een zakelijk handelend persoon ter zake in rekening zou brengen, met eiseres hebben gehandeld. De hoogte van de contributie wordt vastgesteld door de algemene vergadering, en aan deze algemene vergadering wordt jaarlijks ter goedkeuring een verslag van het door het bestuur van eiseres gevoerde financiële beleid overgelegd. Hier leidt de rechtbank uit af dat eiseres bewust het behalen van overschotten moet hebben nagestreefd. Voorts acht de rechtbank het op basis van de over een reeks van jaren behaalde exploitatieoverschotten aannemelijk dat eiseres redelijkerwijs mocht verwachten winst te behalen met de door haar verrichte activiteiten. Naar het oordeel van de rechtbank wordt mitsdien aan het vereiste van het winstoogmerk voldaan.

4.1.6. Vorenstaande leidt tot de conclusie dat eiseres door verweerder terecht is aangemerkt als belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting. De beroepen zijn in zoverre ongegrond. Nu eiseres reeds op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, Wet Vpb wordt geacht een onderneming te drijven, behoeft artikel 4 Wet Vpb verder geen behandeling.

4.2. Met betrekking tot de opgelegde verzuimboetes voor het niet tijdig doen van aangifte oordeelt de rechtbank als volgt. Een verzuimboete kan alleen worden opgelegd wanneer eiseres, na daartoe te zijn aangemaand, niet binnen de nader gestelde termijn aangifte heeft gedaan. Verweerder heeft gesteld dat de aangiften vennootschapsbelasting 2000 en 2001 na aanmaning op respectievelijk 24 en 23 oktober 2003 zijn ingediend. Het is de rechtbank evenwel niet gebleken dat eiseres eerst na daartoe te zijn aangemand haar aangiften heeft ingediend. Alsdan moet het ervoor worden gehouden dat niet aan de voorwaarden voor het opleggen van een verzuimboete is voldaan. De verzuimboetes dienen derhalve te worden vernietigd. De beroepen met procedurenummers 05/1607 en 05/1608 zullen om die reden gegrond worden verklaard. Het beroep met procedurenummer 05/1609 zal ongegrond worden verklaard.

4.3. De rechtbank stelt vast dat in verband met de behandeling van de beroepen van eiseres driemaal € 276 griffierecht is geheven, waar, gelet op het bepaalde in artikel 8:41 van de Awb, eenmaal griffierecht verschuldigd is geweest. De rechtbank zal de griffier opdragen aan eiseres tweemaal € 276 griffierecht te restitueren.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van de beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 805 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van een conclusie van repliek, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322,- en een wegingsfactor 1 ).

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen met procedurenummers 05/1607 en 05/1608 gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op de opgelegde verzuimboetes en handhaaft deze voor het overige;

- vernietigt de opgelegde verzuimboetes;

- verklaart het beroep met procedurenummer 05/1609 ongegrond;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 805, en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan dit bedrag aan eiseres te voldoen;

- gelast dat de griffier aan eiseres € 552 (2 maal € 276) griffierecht restitueert;

- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiseres betaalde griffierecht van € 276 vergoedt;

Deze uitspraak is gedaan op 7 september 2007 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. J. Snitker, voorzitter, mr. L.F. Roseval en mr. J.M. van Kempen, en in tegenwoordigheid van mr. drs. M.W. Koenis, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.