Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB2338

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-08-2007
Datum publicatie
27-08-2007
Zaaknummer
07-4925, 07-4336
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek om handhavend op te treden tegen kapactiviteiten en de kap stil te leggen.

Omdat alle bomen die in het kader van de dunning gekapt zouden worden inmiddels zijn geveld, kan eiseres met het beroep niet meer bereiken wat zij daarmee beoogt. Namelijk het voorkomen van de kap van de betreffende bomen. Eiseres heeft derhalve geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 07 - 4925 en AWB 07 - 4336

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 augustus 2007

in de zaak van:

Vereniging Behoud Landgoed Meer en Berg,

gevestigd te Santpoort-Zuid,

eiseres,

gemachtigde: mr. A.M. Nijboer, advocaat te Amsterdam,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal,

verweerder,

derde partij

Park Brederode C.V.,

gevestigd te Heemstede,

gemachtigde: mr. A.R. Metselaar, advocaat te Amsterdam.

1. Procesverloop

Door Park Brederode C.V. is bij verweerder een door Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten ten behoeve van Landgoed Meer en Berg opgesteld dunningsplan ingediend. Een afschrift van dit plan is op 23 januari 2007 aan verzoekster toegezonden.

Op 14 februari 2007 heeft eiseres verweerder verzocht handhavend op te treden tegen de op 29 januari 2007 gestarte kapactiviteiten en de kap stil te leggen.

Tegen het uitblijven van een besluit op dit verzoek heeft eiseres nog op de zelfde datum, 14 februari 2007, een bezwaarschrift ingediend. In de uitspraak van 22 februari 2007 (AWB 07 - 1214) heeft de voorzieningenrechter verweerder gelast er zorg voor te dragen dat de in geding zijnde kapactiviteiten worden gestaakt en gestaakt blijven tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar.

Bij besluit van 13 maart 2007, verzonden op 26 maart 2007, heeft verweerder het verzoek om handhavend op te treden afgewezen omdat naar de mening van verweerder geen sprake is van illegale kapactiviteiten.

Met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft verweerder het bezwaarschrift van 14 februari 2007 aangemerkt als zijnde gericht tegen het besluit van 13 maart 2007.

Bij besluit van 22 mei 2007, verzonden op 24 mei 2007, heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 5 juli 2007 beroep ingesteld. Bij brief van 25 juli 2007 is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 27 juli 2007 verweerder gelast de uitdunningswerkzaamheden op het terrein van het voormalig provinciaal ziekenhuis stil te (laten) leggen tot datum uitspraak na de mondeling behandeling van het verzoek.

De zaken zijn behandeld ter zitting van 7 augustus 2007, alwaar namens eiseres mr. Nijboer, voornoemd is verschenen, en alwaar verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door R.P. Heilig, werkzaam bij de gemeente Bloemendaal. Voorts waren namens de derde partij aanwezig mr. Metselaar, voornoemd, en mr. drs. K.D. Meersma.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:86, eerste lid, Awb kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het beroep bij de rechtbank is gedaan en hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

De in het onderhavige geval verkregen informatie is van dien aard dat nader onderzoek geen relevante nieuwe gegevens zal opleveren. Ook overigens bestaat geen beletsel om met toepassing van voormeld wettelijk voorschrift onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak te doen.

2.2 Ter zitting is komen vast te staan dat de hier in geding zijnde werkzaamheden reeds zijn afgerond. Alle bomen die in het kader van de dunning gekapt zouden worden, zijn inmiddels geveld. Eiseres kan derhalve met haar beroep niet meer bereiken wat zij daarmee beoogt. Namelijk het voorkomen van de kap van de betreffende bomen, dan wel bescherming van de natuurwaarden. Gelet hierop moet geconcludeerd worden dat eiseres geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Dit betekent dat het procesbelang ontbreekt en het beroep niet-ontvankelijk is.

2.3 Nu het beroep niet-ontvankelijk is, bestaat er geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het desbetreffende verzoek wordt derhalve afgewezen.

2.4 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

3.2 wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Heijning-Huydecoper, voorzieningenrechter, en op 13 augustus 2007 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat uitsluitend voorzover het de hoofdzaak betreft hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.