Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB2045

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-08-2007
Datum publicatie
21-08-2007
Zaaknummer
125008 en 125011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Declaratie advocaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

Meervoudige kamer

Vonnis in gevoegde zaken van 1 augustus 2007

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 125008 / HA ZA 06-769 van

de maatschap naar burgerlijk recht MENS & WISSELINK ADVOCATEN, BELASTINGADVISEURS, NOTARIAAT,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

procureur mr. R.F. Groos,

advocaat mr. A. Das Gupta te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MIRAMAR HOLDING B.V.,

gevestigd te Purmerend,

gedaagde,

procureur mr. S.I. van der Staal,

advocaat mr. B.J.C. Pleiter te Amsterdam,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 125011 / HA ZA 06-770 van

de maatschap naar burgerlijk recht

VAN MENS & WISSELINK ADVOCATEN, BELASTINGADVISEURS, , NOTARIAAT,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

procureur mr. R.F. Groos,

advocaat mr. A. Das Gupta te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ITD MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Purmerend,

gedaagde,

procureur mr. S.I. van der Staal,

advocaat mr. B.J.C. Pleiter te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Van Mens & Wisselink, Miramar en ITD (en deze laatste 2 tezamen Miramar c.s.) genoemd worden.

1. De procedure in de zaak 06-769

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 september 2006

- het proces-verbaal van comparitie van 5 december 2006

- de akte na comparitie van Miramar met producties 2 tot en met 12

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de zaak 06-770

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 september 2006

- het proces-verbaal van comparitie van 5 december 2006

- de akte na comparitie van ITD met producties 2 tot en met 12

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

3.1. Van Mens & Wisselink heeft in 2005 in de persoon van mr. [XXX] en diens medewerker mr. [YYY] fiscaal-juridische bijstand en advies verleend aan zowel Miramar als aan de aan Miramar gelieerde onderneming van ITD. Miramar en ITD werden daarbij vertegenwoordigd door haar bestuurder [ZZZ].

3.2. Bij brief faxbrief van 7 april 2005 heeft [ZZZ] mr. [XXX] onder meer geschreven “The amounts that you asked for € 5000 has been transferred to your client account as you requested (…)

Your charge is € 260 per hour.

You will invoice bimonthly.

I request that you will report to me an approximate status and indication budget at each € 5000 spent.”

Eerstgenoemde EUR 5.000,-- is niet betaald.

3.3. De aan Miramar verleende diensten zijn door Van Mens & Wisselink gedeclareerd bij nota d.d. 13 juli 2005 ad EUR 5.129,30 en bij nota d.d. 27 september 2005 ad EUR 20.206,61.

Deze declaraties zijn door Miramar onbetaald gelaten.

3.4. De aan ITD verleende diensten zijn door Van Mens & Wisselink gedeclareerd bij nota d.d. 6 juli 2005 ad EUR 5.320,97 (betrof vertaalkosten), bij nota d.d. 1 augustus 2005 ad EUR 8.086,86, bij nota d.d. 27 september 2005 ad EUR 4.073,13 en bij nota d.d. 27 september 2005 ad EUR 419,83.

Op genoemde nota’s is op 25 augustus 2005 door ITD EUR 3.000,-- betaald.

3.5. Bij e-mail van 5 augustus 2005 heeft mr. [YYY] [ZZZ] het volgende geschreven: “Please find attached as discussed yesterday, the time spent on the Miramar Holding BV file through August 4, 2005.

I confirm that, for practical reasons, we have amended our agreement to notify you every EUR 5,000 into updates once in a while.

The invoices remain sent on a monthly basis, i.e. the next one is through July 2005 and will be based on the time spent in the attachment.

3.6. Bij faxbrief van 15 augustus 2005 heeft [ZZZ] mr. Mens onder meer geschreven “Tomorrow I will start sending 10.000 euro over to you.

Since it is holidays the tenants are not very efficient with paying the rent either so I am trying tot collect to send you more.”

Genoemde EUR 10.000,-- noch enig hoger bedrag is betaald.

3.7. Op 25 augustus 2005 is de samenwerking tussen partijen beëindigd.

4. Het geschil

in de zaak 06-769

4.1. Van Mens & Wisselink vordert samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Miramar tot betaling van EUR 25.435,91 (te weten de som van de hiervoor onder 3.3 genoemde declaraties), vermeerderd met de handelsrente, althans de wettelijke rente, te berekenen vanaf de vervaldag van de onderscheidelijke declaraties, EUR 1.188,-- aan buitengerechtelijke incassokosten en in de kosten van het geding.

4.2. Miramar voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de zaak 06-770

4.3. Van Mens & Wisselink vordert samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van ITD tot betaling van EUR 14.900,79 (de som van de hiervoor onder 3.4 genoemde declaraties en de gedane betaling van EUR 3.000,--), te vermeerderen met de handelsrente, althans de wettelijke rente, te berekenen vanaf de vervaldag van de onderscheidelijke declaraties, EUR 928,80 aan buitengerechtelijke incassokosten en in de kosten van het geding.

4.4. ITD voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

in de zaak 06-769 en in de zaak 06-770

5.1. Ten verwere tegen de vorderingen van Van Mens & Wisselink hebben Miramar c.s. in de eerste plaats aangevoerd dat tussen partijen de afspraak is gemaakt dat Miramar en ITD iedere keer wanneer de kosten van de werkzaamheden van Van Mens & Wisselink

voor de beide vennootschappen het bedrag van EUR 5.000,-- zouden hebben bereikt, door Van Mens & Wisselink zouden worden gewaarschuwd en dat Van Mens & Wisselink die afspraak niet is nagekomen. Miramar c.s. hebben in dit verband aangevoerd dat zij op deze manier controle over de kosten wilden houden en in de gelegenheid zouden zijn zich op de (voortgang van) de opdracht nader te kunnen beraden.

5.2. Voorzover Miramar c.s. met het vorenstaande hebben willen betogen dat zij geen verder strekkende opdracht aan Van Mens & Wisselink hebben gegeven dan tot een bedrag van EUR 5.000,-- of een veelvoud daarvan, hebben Miramar c.s. hun betoog onvoldoende onderbouwd. Bij faxbrief van 7 april 2005 heeft [ZZZ] een toezegging gedaan voor een betaling van EUR 5.000,--, bij faxbrief van 15 augustus 2005 een toezegging voor een betaling van EUR 10.000,-- (eventueel meer) en op 25 augustus 2005 heeft ITD een bedrag van EUR 3.000,-- betaald. In totaal gaat dit om bedragen die het beweerde plafond van EUR 5.000,-- ruim overstijgen, terwijl Miramar c.s. niet hebben aangegeven welk maximaal declaratiebedrag zij uiteindelijk met Van Mens & Wisselink zijn overeengekomen.

5.3. Voorts hebben Miramar c.s. aangevoerd dat Van Mens & Wisselink Miramar en ITD verkeerd heeft geadviseerd. Miramar c.s. hebben in dit verband – kort samengevat – het volgende aangevoerd. [ZZZ] verkeerde in de veronderstelling dat hij zelf als verdachte werd beschouwd doch alleen Miramar en ITD waren verdacht. Doordat Van Mens & Wisselink tegen beter weten in [ZZZ] in die veronderstelling hebben gelaten, zijn er allerlei werkzaamheden verricht die niet nodig waren.

5.4. Met betrekking tot het onder 5.1 en 5.3 weergegeven verweer, juridisch gezien inhoudende dat Van Mens & Wisselink toerekenbaar tekort is gekomen in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst tussen Miramar en Van Mens & Wisselink en die tussen ITD en Van Mens & Wisselink overweegt de rechtbank als volgt.

De door Van Mens & Wisselink ter comparitie overgelegde specificatie van door gedeclareerde aan de zaken van Miramar en ITD bestede tijd is door Miramar c.s. onvoldoende betwist. In de akte na comparitie en met name in productie 2 op bladzijde 4 bij deze akte zijn Miramar c.s. ingegaan op vermeende onjuistheden in de (specificaties bij de) facturen. Dat Van Mens & Wisselink heeft gedeclareerd voor werkzaamheden die zijn verricht eind maart en in april 2005, is niet in strijd met de onweersproken stelling van Van Mens & Wisselink dat Miramar en ITD zich omstreeks 7 april 2005 tot haar hebben gewend. Dat Van Mens & Wisselink heeft gedeclareerd over de periode na beëindiging van de opdracht is niet in strijd met het standpunt van Miramar c.s. zelf dat zij na beëindiging van de samenwerking nog contact met Van Mens & Wisselink hebben gehad.

Evenmin is door Miramar betwist dat Van Mens & Wisselink, gelet op die tijd en het overeengekomen uurtarief, tot de bedragen kon komen die zij aan Miramar en ITD heeft gedeclareerd. Dat Van Mens & Wisselink de door aan Miramar en ITD gedeclareerde verschotten (met name vertaalkosten) in opdracht van Miramar en ITD heeft gemaakt, is door Miramar c.s. evenmin betwist. Daarmee is de gegrondheid van de vordering van Van Mens & Wisselink in beginsel gegeven.

Een beroep op een niet behoeven te voldoen van de eigen (betalings)verbintenis op grond van onvolledigheid of ondeugdelijkheid van de door de wederpartij geleverde prestatie kan niet zonder meer leiden tot een verval van die eigen verbintenis. Daartoe is actie jegens de wederpartij tot nakoming, schadevergoeding, ontbinding van de desbetreffende overeenkomst of een processueel geslaagd beroep op verrekening vereist (Hoge Raad 19 februari 1988, NJ 1989, 343, Droog/Bekaert). Een dergelijke actie van Miramar en ITD jegens Van Mens & Wisselink is gesteld noch gebleken. Het verweer van Miramar c.s. moet reeds op die grond worden verworpen.

5.5. De vorderingen van Van Mens & Wisselink zullen daarom als verder niet betwist, worden toegewezen.

5.6. Miramar zal in de zaak 06-769 als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Van Mens & Wisselink worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,32

- vast recht 585,00

- salaris procureur 1.158,00 (2 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.814,32

5.7. ITD zal als de in de zaak 06-770 in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Van Mens & Wisselink worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,32

- vast recht 350,00

- salaris procureur 904,00 (2 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.325,32

6. De beslissing

De rechtbank

in de zaak 06-769

6.1. veroordeelt Miramar om aan Van Mens & Wisselink te betalen een bedrag van EUR 26.623,91 (zesentwintigduizend zeshonderd drieëntwintg euro en eenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119a BW over het nog niet betaalde deel van het bedrag van EUR 25.435,91, telkens vanaf de vervaldag van de desbetreffende factuur tot de dag van volledige betaling,

6.2. veroordeelt Miramar in de proceskosten, aan de zijde van Van Mens & Wisselink tot op heden begroot op EUR 1.814,32,

6.3. verklaart dit vonnis in deze zaak uitvoerbaar bij voorraad,

in de zaak 06-770

6.4. veroordeelt ITD om aan Van Mens & Wisselink te betalen een bedrag van EUR 15.829,59 (vijftienduizend achthonderd negenentwintig euro en negenenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119a BW over het nog niet betaalde deel van het bedrag van EUR 14.900,79, telkens vanaf de vervaldag van de desbetreffende factuur tot de dag van volledige betaling.

6.5. veroordeelt ITD in de proceskosten, aan de zijde van Van Mens & Wisselink tot op heden begroot op EUR 1.325,32,

6.6. verklaart dit vonnis in deze zaak uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J Smit, mr. A.J. van der Meer en mr. W.J.A.M. van Brussel en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2007.

Conc.: 271