Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1817

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-08-2007
Datum publicatie
15-08-2007
Zaaknummer
137734
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eenzijdige wijziging schoolkeuze ondanks gezamenlijk ouderlijk gezag

Gedaagde, moeder van twee kinderen, schrijft haar kinderen in op een nieuwe school in een andere gemeente, aangezien zij op termijn in die gemeente hoopt te gaan wonen en werken. Voorafgaand aan deze beslissing heeft zij hierover op geen enkele wijze overleg gevoerd met de vader van de kinderen, terwijl de vader en de moeder wel gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefenen. De voorzieningenrechter oordeelt dat een dergelijke eenzijdige wijziging zonder voorafgaand overleg niet acceptabel is, zodat de moeder de inschrijving ongedaan moet maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 137734 / KG ZA 07-418

Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 14 augustus 2007, houdende mondeling vonnis

in de zaak van

[de vader],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. A.C. Bouma te Naarden,

tegen

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. M.C. Kelderman.

Partijen zullen hierna ook de vader en de moeder genoemd worden.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. A.J. van der Meer, voorzieningenrechter, en mr. J.A.M. Jansen, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen

- de vader, bijgestaan door mr. Bouma voornoemd.

- de moeder, bijgestaan door mr. Kelderman voornoemd.

De vader blijft bij zijn in de dagvaarding ingenomen standpunt. De advocaat van de moeder licht het standpunt van de moeder toe aan de hand van overgelegde pleitnotities. Desgevraagd verschaffen partijen nadere inlichtingen. Na verder debat in tweede termijn vragen partijen vonnis. De voorzieningenrechter wijst het volgende vonnis en overweegt daarbij het volgende.

De beoordeling

In de onderhavige procedure staat het navolgende vast.

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Op 1 oktober 2004 is het huwelijk van partijen door echtscheiding ontbonden. Uit het huwelijk van partijen zijn twee kinderen geboren, te weten:

? [voornamen en achternaam], geboren op [1995] te [geboorteplaats] (hierna ook te noemen: [roepnaam 1]) en

? [voornamen en achternaam], geboren op [1999] te [geboorteplaats],

(hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen).

Bij beschikking van de rechtbank Haarlem van 30 maart 2004 is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder is en is een omgangsregeling tussen de vader en de kinderen vastgesteld. De vader is onder meer van dit deel van genoemde beschikking in hoger beroep gekomen. Bij beschikking van 7 oktober 2004 heeft het gerechtshof te Amsterdam genoemde beschikking van de rechtbank Haarlem bekrachtigd.

De kinderen zaten tot en met het afgelopen schooljaar op de basisschool [school A] in [plaats A]. Bij e-mail van 29 juli 2007 heeft de moeder de vader laten weten dat de kinderen per 20 augustus 2007 naar de [School B] in [plaats B] zullen gaan.

De vader vordert thans - samengevat - dat de voorzieningenrechter zal bepalen

I) dat de kinderen aan de vader worden toevertrouwd totdat door de bodemrechter over hun verblijfplaats is beslist en

II) dat de moeder wordt veroordeeld tot het ongedaan maken van de inschrijving van de kinderen op de [School B] in [plaats B] en tot het meewerken aan de inschrijving van de kinderen op de school [school A] in [plaats A] op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 250,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de moeder in gebreke blijft om aan die veroordeling te voldoen.

Vooropgesteld zij dat partijen het erover eens zijn dat de communicatie tussen hen zeer slecht is. Ter zitting is dit opnieuw gebleken. De voorzieningenrechter wil partijen in de eerste plaats meegeven dat de communicatie tussen partijen dringend verbetering behoeft, dit met name in het belang van hun gezamenlijke kinderen. De communicatie is dermate verstoord dat de voorzieningenrechter partijen met klem aanraadt om een deskundige derde in te schakelen om hen te helpen bij het verbeteren van hun onderlinge communicatie.

Ten aanzien van de gevraagde voorzieningen overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Ter zitting is gebleken dat de moeder de kinderen heeft ingeschreven op een school in [plaats B] omdat zij in [plaats B] wil gaan werken en wonen. Op dit moment heeft zij echter nog geen baan in [plaats B] gevonden. Zij heeft enkel een aantal werkplekken aangeboden gekregen, waar zij - aangezien zij onlangs haar diploma medische secretaresse heeft behaald - wat ervaring kan opdoen en mee mag draaien. Mede gezien haar gezondheidstoestand is nog onduidelijk of zij ook daadwerkelijk in staat zal zijn te werken en een baan in [plaats B] zal kunnen vinden. Zij beschikt ook nog niet over eigen woonruimte in [plaats B].

Ter onderbouwing van haar stelling dat het in het belang van de kinderen is om ze in [plaats B] naar school te laten gaan, heeft de moeder aangevoerd dat de kinderen dan alvast in [plaats B] kunnen wennen, met name [roepnaam 1], die het komende schooljaar naar groep 8 gaat. Door haar nu al naar een school in [plaats B] te laten gaan, leert ze alvast kinderen in [plaats B] kennen, waarmee ze dan over een jaar naar de middelbare school kan gaan, aldus de moeder.

Deze gronden moeten echter als ontoereikend worden beschouwd, zeker gezien het feit dat de moeder voorafgaand aan haar beslissing hierover op geen enkele wijze met de vader daarover heeft gecommuniceerd, terwijl de vader en de moeder wel gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefenen. Gezien de gezondheidstoestand van de moeder en het feit dat zij nog geen eigen woonruimte en/of een betrekking in [plaats B] heeft, is de kans niet denkbeeldig dat haar (definitieve) verhuizing naar [plaats B] uiteindelijk geen realiteit zal worden. In dat geval zouden de kinderen opnieuw van school moeten worden gehaald, hetgeen uiteraard niet in het belang van de kinderen is. De voorzieningenrechter is het met de moeder eens dat zij recht heeft op het aanbrengen van wijzigingen in haar persoonlijke levensfeer. Zij zal er echter eerst voor dienen te zorgen dat zij die wijzigingen voor haar eigen leven op orde heeft, alvorens de kinderen daarbij te betrekken. Wanneer de moeder eenmaal een goede start heeft gemaakt in [plaats B] en daar een betrekking en eigen woonruimte heeft, is niet uitgesloten dat de kinderen wel naar [plaats B] kunnen gaan. Op dit moment is dat alles echter nog te onzeker en is het niet in hun belang om de kinderen uit hun vertrouwde omgeving weg te halen. Alvorens sprake kan zijn van een overgaan van de kinderen naar [plaats B] zal de moeder daarover ook op serieuze wijze met de moeder [na herstelvonnis; lees: de vader] overleg moeten voeren, waarbij onder meer de consequenties van die overgang voor de omgang tussen de kinderen en de vader aan bod zullen moeten komen en hoe die omgang in dat geval zo goed mogelijk kan worden gecontinueerd. Als partijen daar in onderling overleg (bijvoorkeur onder begeleiding van een deskundige) echt niet uitkomen, ligt niet eigen richting, maar een door de moeder aanhangig maken van een procedure als bedoeld in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek in de rede.

Gezien het bovenstaande zal de voorzieningenrechter hetgeen de vader sub II heeft gevorderd toewijzen en de moeder veroordelen tot het ongedaan maken van de inschrijving van de kinderen op de [School B] in [plaats B] en tot het meewerken aan de inschrijving van de kinderen op de school [school A] in [plaats A].

In hetgeen de vader naar voren heeft gebracht ten aanzien van de tijdelijke toevertrouwing van de kinderen aan hem ziet de voorzieningenrechter onvoldoende gronden om deze voorziening te treffen. De moeder heeft voor wat betreft de door haar beoogde overgang van de kinderen naar een school in [plaats B] niet juist gehandeld, maar dat wil nog niet zeggen dat dat een wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen tot gevolg moet hebben. Dat een dergelijke wijziging in het belang van de kinderen is, is de voorzieningenrechter niet gebleken. Deze voorziening zal dan ook worden geweigerd.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt op een wijze als in de beslissing te noemen.

Gelet op het feit dat partijen gewezen echtelieden zijn, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt de moeder tot het op haar kosten ongedaan maken van de inschrijving van de kinderen op de [School B] te [plaats B] en tot het verlenen van haar volledige en onvoorwaardelijke medewerking aan het inschrijven van de kinderen op de school [school A] te [plaats A],

bepaalt dat de moeder vanaf een dag na de betekening van dit vonnis voor iedere dag dat zij in strijd handelt met het onder 2.1 bepaalde, aan vader een dwangsom verbeurt van EUR 100,--, tot een maximum van EUR 25.000,--,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders gevorderde af.

De rechter sluit de comparitie.

Waarvan proces-verbaal,