Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1655

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-07-2007
Datum publicatie
14-08-2007
Zaaknummer
06-327
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorzienbaarheid van de schade.

De rechtbank overweegt dat ten tijde van de aankoop door eisers van de woning concrete beleidsvoornemens ter openbare kennis waren gebracht aan de hand waarvan eisers de desbetreffende planologische ontwikkeling hadden kunnen voorzien. Een dergelijk beleidsvoornemen kan gevonden worden in de door de raad op 26 oktober 1989 vastgestelde Structuurschets, het Streekplan Waterland, het bestemmingsplan "West 1990" en de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (extra) uit 1993.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 06 - 327

uitspraak van de meervoudige kamer van 24 juli 2007

in de zaak van:

[eisers],

wonende te [woonplaats],

eisers,

gemachtigde: mr. H. Martens, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp,

tegen:

de gemeenteraad van Purmerend,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2005, verzonden 24 mei 2005, heeft verweerder het verzoek van eisers om schadevergoeding als bedoeld in artikel 49 Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) afgewezen. Daarbij heeft verweerder verwezen naar het rapport van Sinnema Overheidsadvies B.V. (hierna: Sinnema) d.d. 17 december 2004.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 28 juni 2005 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 25 oktober 2005 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van 5 oktober 2005 van de Adviescommissie voor Raadsbezwaarschriften.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 29 november 2005, aangevuld bij brief van 1 februari 2006, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 17 juli 2007, alwaar eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door L.J.P. Rog en M.C. Deinum, werkzaam bij de gemeente Purmerend.

2. Overwegingen

2.1 Eisers hebben bij brief van 19 januari 2004 verzocht om schadevergoeding als bedoeld in artikel 49 WRO als gevolg van het onherroepelijk worden van de uitwerkingsplannen "Weidevenne, kwadrant IV, deelplannen Q, R en S 2003" van het bestemmingsplan "West III 1998". Door de bouw van de nieuwbouwwijk rondom de woning van eisers is het woongenot ernstig aangetast. Er is sprake van verlies van uitzicht en een toename van verkeer- en geluidshinder.

2.2 Ingevolge artikel 49 WRO, zoals dit luidde ten tijde hier van belang en voor zover hier van belang, kent de gemeenteraad, voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van de bepalingen van een bestemmingsplan of ten gevolge van een vrijstelling, als bedoeld in artikel 19 WRO, schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

2.3 Voor de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 49 van de WRO dient te worden bezien of sprake is van een wijziging van het planologische regime waardoor een belanghebbende in een nadeliger positie is komen te verkeren, ten gevolge waarvan hij schade lijdt of zal lijden. Hiertoe dient een vergelijking te worden gemaakt tussen de beweerdelijk schadeveroorzakende planologische maatregelen en het voordien geldende planologische regime. Daarbij is niet de feitelijke situatie van belang, maar dient te worden uitgegaan van een maximale invulling van beide planologische regimes. Dit uitgangspunt geldt evenzeer voor de vaststelling van de eventuele waardevermindering.

2.4 Sinnema heeft een planologische vergelijking uitgevoerd, waarbij op basis van het oorspronkelijke uitbreidingsplan "Plan in Hoofdzaken" en het thans geldende bestemmingsplan "West III 1998" de huidige en de eerdere bouw- en gebruiksmogelijkheden van het gebied op en rond het perceel Purmerland 16A tegen elkaar zijn afgezet. Na weging van de verschillende planologische mutaties op en rond het onderzochte perceel heeft Sinnema geconcludeerd dat sprake is van een verslechtering van het planologische regime ten aanzien van het perceel Purmerland 16A.

2.5 Met betrekking tot de vraag of deze schade voor vergoeding in aanmerking komt, staat in het rapport van Sinnema het volgende:

"Het voornemen tot de planologische wijzigingen ten zuidwesten van Purmerend zijn in 1989 voor het eerst openbaar gemaakt. Op 27 april 1989 is de Structuurschets Purmerend 2005 door de gemeenteraad voorlopig vastgesteld. Op 5 juni 1989 heeft de gemeente Purmerend een informatie- en discussieavond hierover georganiseerd, waarna belanghebbenden tot 23 juni 1989 schriftelijk konden reageren. De Structuurschets is op 26 oktober 1989 definitief door de gemeenteraad vastgesteld. In de Structuurschets wordt aan de locatie "West" een woningbouwcapaciteit van 4000-6000 woningen toegekend. In paragraaf 5.1.4. wordt in dit kader onder andere het volgende overwogen: "Een nieuwe woninglocatie kan rondom het knooppunt van de Westelijke Randweg (red: thans Laan der Continenten) en de spoorlijn vorm krijgen (...)." Op de bij de Structuurschets behorende kaart is duidelijk te zien dat het perceel Purmerland 16A midden in het plangebied voor woningbouw ligt.

Nu verzoekers in augustus 1994, althans ruim na april 1989 eigenaar zijn geworden van het perceel Purmerland 16A, is er sprake van voorzienbaarheid met betrekking tot de planologische wijzigingen op en rond dit perceel. Deze wijzigingen zijn in de Structuurschets voldoende duidelijk en concreet omschreven. De gemeente heeft voorts ook een consistent beleid ter zake gevoerd. Eventuele planschade uit hoofde van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening dient derhalve voor rekening van verzoeker te blijven. (..)

Nu eventuele planschade voorzienbaar was en dus redelijkerwijs voor rekening van verzoeker komt, kan een taxatie ter vaststelling van de hoogte van de schade achterwege blijven".

2.6 Eisers betogen dat zij redelijkerwijs niet van de plannen van de gemeente op de hoogte konden zijn. Eisers behoefden een planologische verslechtering op basis van de Structuurschets niet te voorzien, nu de woning van eisers was gelegen in een andere gemeente. Uit de Structuurschets blijkt niet dat er concrete aanwijzingen bestonden dat nabij de woning van eisers zou worden gebouwd. Daarnaast konden eisers op basis van het Streekplan niet weten dat nabij de woning zou worden gebouwd, nu de plaats van de mogelijke bouwlocaties niet staat aangegeven. Voorts was het Streekplan niet concreet. Verweerder heeft het standpunt dat ook uit de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening (extra) kon worden afgeleid dat in de toekomst nabij de woning van eisers gebouwd kon gaan worden niet onderbouwd. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan "West 1990" was het perceel dat door eisers later is gekocht niet gelegen in de gemeente Purmerend.

2.7 De rechtbank overweegt dat de schade voorzienbaar is indien ten tijde van de koop voor een redelijk denkend en handelend koper aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie in ongunstige zin zou veranderen. Naar dezerzijds oordeel waren ten tijde van de aankoop door eisers van de woning concrete beleidsvoornemens ter openbare kennis gebracht aan de hand waarvan eisers de desbetreffende planologische ontwikkeling hadden kunnen voorzien. Een dergelijk beleidsvoornemen kan gevonden worden in de door de raad op 26 oktober 1989 vastgestelde Structuurschets, het Streekplan Waterland, het bestemmingsplan "West 1990" en de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (extra) uit 1993. Ter zitting is door verweerder de bij de Structuurschets behorende plankaart getoond. Uit het kleurenschema blijkt duidelijk dat het gebied rond het perceel van eisers bestemd is voor wonen.

2.8 Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 10 september 1990 het Streekplan Waterland vastgesteld waarbij woningbouw in Purmerend-West/Weidevenne mogelijk werd gemaakt. Op pagina 78 is - voor zover hier van belang - het volgende weergegeven: "Nu de gemeentelijke herindeling Waterland een feit is geworden zijn de drie kwadranten van Purmerend-West gelegen in de gemeente Purmerend. Een eventueel op termijn noodzakelijke vierde kwadrant is echter gelegen in de nieuwe gemeente Landsmeer". Voorts heeft de Raad in 1991 het bestemmingsplan "West 1990" vastgesteld. Uit de plantoelichting en bijbehorende kaart blijkt eveneens van grootschalige woningbouwplannen ter plaatste van het perceel van eisers. Door de rijksoverheid is in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (extra) uit 1993 (Planologische Kernbeslissing Nationaal Ruimtelijk Beleid) een aantal gebieden aangewezen waar grootschalige woningbouw gerealiseerd moest worden, waaronder Purmerend-West.

2.9 De grief van eisers dat de Structuurschets en het Streekplan onvoldoende concreet waren kan niet slagen, nu niet vereist is dat een beleidsvoornemen zodanig concreet is dat de koper hiermee volledig rekening kan houden. De precieze situering en omvang van een nadelige planologische ontwikkeling behoeven ten tijde van de aankoop nog niet vast te staan. Dat het perceel destijds niet was gelegen in de gemeente Purmerend leidt niet tot een ander oordeel, nu in het Streekplan Waterland is aangegeven dat de eventueel op termijn noodzakelijke vierde kwadrant is gelegen in de nieuwe gemeente Landsmeer.

2.10 Uit het vorenoverwogene volgt dat de bouw van de woningen ten tijde van de eigendomsverkrijging voorzienbaar was. Eisers hadden door het inwinnen van informatie bij de gemeente Landsmeer duidelijkheid kunnen krijgen over de toekomstige planologische wijzigingen. Ter zitting hebben eisers verklaard de informatie niet te hebben ingewonnen maar afgegaan te zijn op informatie van de verkoper en de makelaar. Desondanks bestond er aanleiding voor eisers om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie in ongunstige zin zou veranderen. Door niettegenstaande deze onzekerheid het pand aan te kopen hebben eisers een risico genomen waarvan de gevolgen redelijkerwijs voor hun rekening behoren te blijven.

2.11 Nu het bestreden besluit ook anderszins niet voor vernietiging in aanmerking komt, zal het beroep ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F. Miedema, voorzitter van de meervoudige kamer, en mrs. A.C.M. Rutten en E.P.W. van de Ven rechters, en op 24 juli 2007 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. H.J. de Boer, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.