Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1601

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-05-2007
Datum publicatie
13-08-2007
Zaaknummer
15/700023-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee jaar met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Brijder Verslavingszorg, ook indien dit inhoudt een behandeling voor zijn drugsverslaving. Verdachte heeft door het gebruik van geweld het slachtoffer geld, een mobiele telefoon, zijn rijbewijs en ID-kaart afhandig gemaakt. Verdachte was bij een vriendin thuis en hij heeft deze vriendin het slachtoffer laten bellen om hem zo naar de woning te lokken. Hij heeft dit gedaan omdat het slachtoffer hem de week ervoor slechte drugs zou hebben verkocht en hij wilde die vergoed krijgen. Toen het slachtoffer in de woning was aangekomen en verdachte niet geloofde dat hij geen drugs bij zich had, heeft verdachte hem met geweld op de bank geduwd, hem bij de keel gegrepen en naar de slaapkamer meegenomen. In de slaapkamer heeft verdachte het slachtoffer uitgekleed en zijn spullen afgepakt. Het slachtoffer werd zo langdurig bij zijn keel gegrepen, dat hij ervan moest kokhalzen en heeft overgegeven. Dit alles heeft een aantal minuten geduurd. Nadat het slachtoffer en verdachte de slaapkamer hadden verlaten, heeft verdachte een aardappelschilmesje bij de keel van het slachtoffer gehouden en een stekende beweging naar zijn lichaam gemaakt. Voor het slachtoffer moet dit een zeer bedreigende en traumatische gebeurtenis zijn geweest. Dit delict, ook al speelt dit zich in de drugsscene af, behoort tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. Verdachte heeft uitsluitend uit eigengewin gehandeld en heeft ter terechtzitting aangegeven geen spijt van zijn handelen te hebben.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/700023-07

Uitspraakdatum: 9 mei 2007

Tegenspraak

STRAFVONNIS

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 april 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de P.I. Midden Holland, HvB Haarlem, te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 13 januari 2007 te Haarlem met het oogmerk

- om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld van zijn gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte,

EN/OF

- van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee en/of een geldbedrag (van ca 400,- euro) en/of een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of voornoemde goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- die [slachtoffer] tegen de bank heeft geduwd en/of met zijn knie heeft klemgezet en/of bovenop die [slachtoffer] is gaan zitten en/of

- die [slachtoffer] bij de keel heeft gegrepen en/of die keel dichtgeknepen heeft gehouden (totdat die [slachtoffer] geen lucht meer kreeg en/of buiten bewustzijn raakte) en/of

- die [slachtoffer] heeft gefouilleerd en/of die kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of

- meermalen (met de vuist) in/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of tegen de benen van die [slachtoffer] heeft getrapt en/of

- (daarbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Je kankermoer, je moet die dingen hebben, geef maar hier dan doe ik je niets. Ik wil die handel hebben" en/of "geef dat ding hier kankerlijer, ik moet die handel hebben", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (vervolgens)

- met een mes (een) stekende beweging(en) in de richting van de buik, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of (dreigend) een mes bij/in de richting van de nek/keel, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of

- (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd: "Als je mij die handel niet geeft steek ik je overhoop", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijsbeslissing

3.1 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan in dier voege dat

hij omstreeks 13 januari 2007 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en een geldbedrag en een identiteitskaart en een rijbewijs en een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte

- die [slachtoffer] tegen de bank heeft geduwd

- die [slachtoffer] bij de keel heeft gegrepen en die keel dichtgeknepen heeft gehouden totdat die [slachtoffer] geen lucht meer kreeg en

- die [slachtoffer] heeft gefouilleerd en die kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en

- met een mes een stekende beweging in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] heeft gemaakt en een mes in de richting van de nek/keel van die [slachtoffer] heeft gehouden.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

Verdachte heeft tijdens het verhoor tot inbewaringstelling bekend dat hij het slachtoffer [slachtoffer] in het huis van [betrokkene] op de bank heeft geduwd en dat hij goederen van het slachtoffer heeft afgepakt, maar heeft ontkend dat hij enig ander geweld heeft gebruikt. De rechtbank acht op grond van de volgende bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de bewezenverklaring genoemde geweld heeft gebruikt.

- het proces-verbaal inhoudende de aangifte van [slachtoffer] (p. 31-35);

- het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [betrokkene] (p. 53, 2e alinea);

- het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [betrokkene] (p. 57, 8e alinea ([verdachte] was….ging steken), p. 58, eerste alinea (Hij bedreigde….niet weggemogen);

- het proces-verbaal van bevindingen waarin verbalisanten letsel waarnemen bij [slachtoffer] (p. 38, 4e alinea);

- het proces-verbaal van onderzoek in de woning van [betrokkene], waarin verbalisanten constateren dat er een bruine vochtige ondefinieerbare substantie naast het bed in de slaapkamer ligt (p. 41, 1e alinea);

- het proces-verbaal inhoudende de verklaring van verdachte tijdens het verhoor tot inbewaringstelling, waarin hij verklaart dat hij agressief is geweest en de jongen heeft geduwd en dat hij het ID bewijs, het rijbewijs en 130 euro van de jongen heeft afgepakt;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting waarin hij verklaart dat hij [slachtoffer] naar de woning van [betrokkene] heeft laten lokken omdat eerstgenoemde persoon hem de week ervoor slechte drugs had verkocht, die hij vergoed wenste te krijgen, en deze [slachtoffer] op de bank heeft geduwd.

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1 Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het ten laste gelegde feit bewezen geacht en gevorderd dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte contact zal onderhouden met de Reclassering, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Brijder Verslavingszorg uitgebrachte rapport van 24 april 2007 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft door het gebruik van geweld het slachtoffer [slachtoffer] geld, een mobiele telefoon, zijn rijbewijs en ID-kaart afhandig gemaakt. Verdachte was bij een vriendin thuis en hij heeft deze vriendin het slachtoffer laten bellen om hem zo naar de woning te lokken. Hij heeft dit gedaan omdat het slachtoffer hem de week ervoor slechte drugs zou hebben verkocht en hij wilde die vergoed krijgen. Toen het slachtoffer in de woning was aangekomen en verdachte niet geloofde dat hij geen drugs bij zich had, heeft verdachte hem met geweld op de bank geduwd, hem bij de keel gegrepen en naar de slaapkamer meegenomen. In de slaapkamer heeft verdachte het slachtoffer uitgekleed en zijn spullen afgepakt. Het slachtoffer werd zo langdurig bij zijn keel gegrepen, dat hij ervan moest kokhalzen en heeft overgegeven. Dit alles heeft een aantal minuten geduurd. Nadat het slachtoffer en verdachte de slaapkamer hadden verlaten, heeft verdachte een aardappelschilmesje bij de keel van het slachtoffer gehouden en een stekende beweging naar zijn lichaam gemaakt. Voor het slachtoffer moet dit een zeer bedreigende en traumatische gebeurtenis zijn geweest. Dit delict, ook al speelt dit zich in de drugsscene af, behoort tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. Verdachte heeft uitsluitend uit eigengewin gehandeld en heeft ter terechtzitting aangegeven geen spijt van zijn handelen te hebben.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Gezien de omstandigheden van het geval kan worden volstaan met een iets lagere straf dan de officier van justitie heeft geëist. Hoewel verdachte een flink strafblad heeft en eerdere pogingen van zijn drugsverslaving af te komen geen resultaat hebben gehad, zal de rechtbank verdachte nog een kans geven. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven zeer gemotiveerd te zijn bij een hernieuwde poging zijn leven op orde te brengen, waartoe ook het afkicken behoort. De reclassering heeft zich opnieuw bereid verklaard verdachte daarin te ondersteunen. Om deze redenen en om verdachte te weerhouden wederom strafbare feiten te begaan zal de rechtbank dan ook een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Verplicht contact met de Brijder Verslavingszorg gedurende de proeftijd zal dan ook als voorwaarde aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.1 vermeld;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 MAANDEN, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 3 MAANDEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Brijder Verslavingszorg, ook indien dit inhoudt een behandeling voor zijn drugsverslaving;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de eventueel ten uitvoer te leggen gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van der Lelie, voorzitter,

mrs. Van Dijk en Terwiel, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Vries,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 mei 2007.

Mr. Van der Lelie is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.