Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB0592

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-07-2007
Datum publicatie
27-07-2007
Zaaknummer
15/740260-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Verdachte, die eind december 2006 de gevangenis heeft verlaten, heeft in korte tijd negen keer in een woning willen inbreken. In acht gevallen is dat ook daadwerkelijk gelukt. Dit zijn bijzonder ergerlijke feiten, waardoor de benadeelden materiële schade hebben geleden en in de privacy van hun eigen woning zijn aangetast. Bovendien brengen dergelijke feiten in het algemeen gevoelens van onbehagen en onveiligheid in de samenleving teweeg. Uit het zich in het dossier bevindende uittreksel justitiële documentatie van verdachte blijkt dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, en daarbij tot niet onaanzienlijke gevangenisstraffen is veroordeeld. Kennelijk heeft dit verdachte er niet van weerhouden opnieuw strooptochten uit te voeren. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/740260-07

Uitspraakdatum: 24 juli 2007

Tegenspraak

Promis

STRAFVONNIS

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 juli 2007 in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in P.I. Midden Holland, HvB Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 17 april 2007 te Haarlem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres] weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, over de schutting is geklommen in de tuin behorende bij genoemde woning en/of de deur van de bij die woning behorende schuur heeft opgengebroken en/of uit die schuur een beitel en een schroevendraaier heeft weggenomen en/of vervolgens de achterdeur van die woning heeft gepoogd open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 10 april 2007 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen (onder meer) een laptop en/of een digitale camera en/of een fotocamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 04 januari 2007 en 12 januari 2007 te Haarlem en/of (elders) in Nederland [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- op 4 januari 2007 een sms-bericht gestuurd naar die [slachtoffer 3] met de tekst: 'Ik zal binnenkort een kogel door je kop schieten'

- op 12 januari 2007 een aansteker in zijn hand vastgehouden en/of die aansteker aangestoken en/of vervolgens zijn hand in de richting van die [slachtoffer 3] gehouden en/of tegen die [slachtoffer 3] gezegd 'Binnenkort jij, heel binnenkort', of woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 17 april 2007 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een biljet van 5 euro en/of een biljet van 20 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij in of omstreeks de periode van 4 april tot en met 10 april 2007 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ( gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen (een groot aantal) sieraden en/of munten, danwel een muntenverzameling , in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

hij op of omstreeks 12 april 2007 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een zegelring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

7.

hij in of omstreeks de periode van 30 maart tot en met 2 april 2007 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een fotocamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

8.

hij in of omstreeks de periode van van 31 maart tot en met 1 april 2007 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen (onder meer) een fotocamera en/of een camcorder en/of een portefeuille (met inhoud) en/of diverse sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

9.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart tot en met 2 maart 2007 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een laptop (met tas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

10.

hij op of omstreeks 19 februari 2007 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen (onder meer) een laptop en/of een digitale camera en/of geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Verweer

Door de raadsman is gesteld dat bewijs in deze zaak is verzameld zonder dat er voorafgaand voldoende verdenking van een misdrijf jegens verdachte was. Ondanks dit gebrek zijn er allerlei bijzondere bevoegdheden tot opsporing jegens verdachte ingezet, waaronder telefoontaps, een peilbaken dat onder zijn auto is aangebracht en observaties. De raadsman is van oordeel dat dit bij gebrek aan voldoende verdenking onrechtmatig is geweest en dat het hierdoor verkregen bewijs dient te worden uitgesloten.

De rechtbank overweegt het volgende.

Op 20 februari 2007 heeft de zuster van verdachte, [slachtoffer 3], melding gemaakt bij de politie, regio Kennemerland, Distrikt Haarlem, dat haar broer weer bij haar en haar ouders is ingetrokken. Haar broer heeft volgens haar zeggen geld nodig voor zijn drugsverslaving en is weer gaan inbreken in woningen. In verband hiermee heeft zij een tracktracer onder de auto geplaatst die haar broer gebruikt en heeft daarbij vastgesteld dat deze auto op 7 februari 2007 van 20.40 uur tot 22.00 uur geparkeerd heeft gestaan in de [adres] te Haarlem, terwijl hij daar niets te zoeken had. Onderzoek van de politie in het bedrijfsprocessensysteem levert op dat er in de directe omgeving van de [adres] te Haarlem op die datum een woninginbraak heeft plaatsgevonden.

Op 7 februari 2007 heeft tevens een woninginbraak in de [adres] te Haarlem plaatsgevonden. Bij deze inbraak is de toegang tot de woning verschaft doordat de schuifpui met een breekijzer is geforceerd. Uit de woning is een flatscreen en een printer weggenomen.

Verdachte staat zowel bij politie als justitie bekend als veelpleger die gemakkelijke buit, waaronder geld, sieraden en computers, steelt. Voorts is van verdachte bekend dat hij zich meestal de toegang tot de woningen verschaft door middel van breken, insluipen of inklimmen. De politie heeft een overzicht gemaakt, waaruit naar voren komt dat sinds de vrijlating van verdachte er in Haarlem-Noord een verdubbeling van het aantal woninginbraken in die regio heeft plaatsgevonden.

Op basis van het voorgaande, neergelegd in een procesverbaal van 1 maart 2006, heeft de officier van justitie na machtiging van de rechter-commissaris een bevel gegeven tot het opnemen van telecommunicatie ex -art 126m Wetboek van Strafvordering, een vordering verstrekking verkeersgegevens ex art 126n Wetboek van Strafvordering gedaan en een bevel tot stelselmatige observatie tegen verdachte afgegeven in het kader waarvan een peilbaken onder de auto die verdachte gebruikt, is geplaatst.

Naar het oordeel van de rechtbank was er, gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, een verdenking van een misdrijf waardoor de bijzondere bevoegdheden tot opsporing jegens verdachte ingezet konden worden, zodat het hiermee verzamelde bewijsmateriaal niet onrechtmatig is verkregen.

4. Bewijs

4.1 Vrijspraak

Ten aanzien van de onder feit 3 als tweede tenlastegelegde bedreiging overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte ontkent deze bedreiging. In het dossier bevindt zich naast de aangifte zoals afgelegd door [slachtoffer 3] geen steunbewijs, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

4.2 Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 10 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hieronder is bewezenverklaard. Per feit zal de rechtbank na de bewezenverklaring de bewijsmiddelen noemen waar zij haar bewezenverklaring op heeft gebaseerd.

De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

(uitgewerkte bewijsmiddelen)

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 t/m 10 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1: poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van de feiten 4: diefstal;

ten aanzien van feit 3: bedreiging;

ten aanzien van de feiten 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10: telkens: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak of verbreking.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie en van overige beslissingen

6.1 Vordering van de officier van justitie

Door de officier van justitie is gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van feit 1 t/m feit 10

- oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- niet-ontvankelijkverklaring van de vordering benadeelde partij [slachtoffer 4]

- toewijzing van de vordering benadeelde partij [slachtoffer 6] tot een bedrag van € 1196, alsmede de schadevergoedingsmaatregel tot dit bedrag

- afdoening van het beslag zoals vermeld op de beslaglijst, die als bijlage 1 aan dit vonnis wordt gehecht.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte, die eind december 2006 de gevangenis heeft verlaten, heeft in korte tijd negen keer in een woning willen inbreken. In acht gevallen is dat ook daadwerkelijk gelukt. Dit zijn bijzonder ergerlijke feiten, waardoor de benadeelden materiële schade hebben geleden en in de privacy van hun eigen woning zijn aangetast. Bovendien brengen dergelijke feiten in het algemeen gevoelens van onbehagen en onveiligheid in de samenleving teweeg. Uit het zich in het dossier bevindende uittreksel justitiële documentatie van verdachte blijkt dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, en daarbij tot niet onaanzienlijke gevangenisstraffen is veroordeeld. Kennelijk heeft dit verdachte er niet van weerhouden opnieuw strooptochten uit te voeren. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

6.3 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een dopsleutel, een breekijzer, een zaklamp en batterij, alsmede een pet en twee handschoenen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat diverse bewezenverklaarde diefstallen zijn begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen.

6.4 Vorderingen benadeelde partij

[slachtoffer 6]

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 949,00 ingediend ter zake van materiële schade die hij als gevolg van het hiervoor onder 6. tenlastegelegde feit zou hebben geleden, nu zijn zegelring is gestolen.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 949 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Daarnaast zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft daarnaast een vordering tot schadevergoeding van € 247,00 ingediend tegen verdachte ter zake van immateriële schade die hij, en in het bijzonder zijn partner met wie hij de woning deelt, als gevolg van de hiervoor onder 6. tenlastegelegde woninginbraak zouden hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit en – gelet op de onderbouwing daarvan en het verhandelde ter terechtzitting – tot een bedrag van € 247,00 redelijk en billijk voorkomt. Deze vordering zal dan ook worden toegewezen.

Daarnaast zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Tevens acht de rechtbank termen aanwezig om een schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 949 + 247 = € 1196,00.

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 25,00 ingediend tegen verdachte wegens geleden materiële schade als gevolg van het hiervoor onder 4 tenlastegelegde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden afgewezen, gelet op de hierna te nemen beslagbeslissing in dit vonnis, waarin de rechtbank gelast dat de bij verdachte tijdens zijn fouillering aangetroffen bankbiljetten van 20 en 5 euro dienen te worden teruggegeven aan [slachtoffer 4]. Nu [slachtoffer 4] zijn geld reeds via deze weg terugkrijgt, zal de vordering worden afgewezen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 36b, 36c, 36f, 45, 285, 310, 311.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 3, tweede aandachtsstreep, tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 10 tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hierboven onder 4.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DERTIG (30) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst af de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 4] geleden schade.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 6] geleden schade tot een bedrag van € 1196,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 6] voornoemd, rekeningnummer 492658897, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1196,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 23 dagen hechtenis.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de volgende zaken die staan vermeld op de kennisgeving van inbeslagneming (dossierpagina 30 – 39):

- 1 dopsleutel (pagina 30)

- 1 breekijzer (pagina 32)

- 1 batterij (pagina 32)

- 1 zaklantaarn (pagina 33)

- 1 pet (pagina 33)

- 2 handschoenen (pagina 33)

- 1 jas (pagina 33, 34)

- 2 sportschoenen (pagina 34)

Gelast de teruggave aan verdachte van de volgende zaken die staan vermeld op de kennisgeving van inbeslagneming (dossierpagina 30 – 39):

- 1 shirt (pagina 34)

- 1 hemd (pagina 34)

- 1 spijkerbroek (pagina 34)

- 1 zwarte sleutel met sleutelhanger (pagina 39)

- 1 horloge zilverkleurig “omax quartz” (pagina 39)

- 1 lederen polsbandje (pagina 39)

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de volgende zaken die staan vermeld op de kennisgeving van inbeslagneming (dossierpagina 30 – 39):

- 19 stuks geld (pagina 30)

- 61 stuks geld (pagina 36)

- 1 sleutelbos (pagina 38)

Gelast de teruggave aan [slachtoffer 4], genoemd in feit 4, van de volgende zaken die staan vermeld op de kennisgeving van inbeslagneming (dossierpagina 30 – 39):

- 1 biljet van 20 euro (pagina 39)

- 1 biljet van 5 euro (pagina 39).

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Terwiel, voorzitter,

mrs. Scholte en Eichperger, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Touwen,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli 2007.