Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB0585

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-07-2007
Datum publicatie
27-07-2007
Zaaknummer
06/10362
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overname van schuld van dochtermaatschappij aan directeur grootaandeelhouder door eiseres in verband met liquidatie dochtermaatschappij. Niet onzakelijk wanneer een moedermaatschappij in het kader van de liquidatie van haar 100% dochtermaatschappij de activa en passiva overneemt. Niet onjuist om een overgedragen passiefpost voor de nominale waarde in aanmerking te nemen, nu de crediteur zijn debiteur in beginsel steeds voor dat bedrag zal kunnen aanspreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2007, 1399
FutD 2007-1445
Belastingadvies 2008/2.9
V-N 2007/55.10

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/10362

Uitspraakdatum: 4 juli 2007

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X, gevestigd te Z,

eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/ P,

verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2001 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van fl -/- 52.391 (de aanslag). Gelijktijdig heeft verweerder een verliesverrekeningsbeschikking als bedoeld in artikel 21a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vastgesteld, die een bedrag van fl 52.391 vermeldt.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 10 augustus 2006 de aanslag gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen bij brief van 18 september 2006, ontvangen bij de rechtbank op 19 september 2006, beroep ingesteld.

1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2007 te Haarlem. De gemachtigde van eiseres is met kennisgeving aan de rechtbank niet verschenen. Namens verweerder is verschenen A. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiseres is opgericht op 8 januari 1998. Op dezelfde datum heeft eiseres B B.V. (hierna B) opgericht, een 100% dochtermaatschappij.B is in 2001 geliquideerd en de activiteiten van B zijn gestaakt.

2.2. Directeur grootaandeelhouder van eiseres is C. B had een geldbedrag van C geleend en voorts was B een bedrag aan C verschuldigd uit hoofde van een rekening/courant. Ten tijde van de liquidatie waren deze schulden nog niet afgelost.

2.3. In het kader van de liquidatie van B heeft eiseres heeft alle activa en de passiva van B, waaronder evenbedoelde schulden aan de directeur-groot aandeelhouder, tegen nominale waarde overgenomen.

2.4. In haar aangifte vennootschapsbelasting 2001 heeft eiseres ter zake van de liquidatie van B, een verlies van fl 255.327 gerapporteerd, in een later schrijven neerwaarts bijgesteld tot op fl 244.424. Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder geen fiscale gevolgen willen toekennen aan de overname door eiseres van het saldo van de schuld aan de directeur-groot aandeelhouder (fl 235.000 en fl 24.467) en een vordering op C (fl 38.834), en is hij als volgt van de aangifte afgeweken:

Aangegeven belastbaar bedrag fl -/- 296.395

Bij: verbeterde opgaaf liq.verlies (255.327 -/- 244.424.) 10.903

Bij: minder liquidatieverlies (38.834 -/- 235.000 -/- 24.467) 220.633

Bij: geen rentekosten ter zake van bovengenoemde schulden 12.468 +

Vastgesteld belastbaar bedrag fl -/- 52.391

2.5. Bij uitspraak op bezwaar is de aanslag gehandhaafd.

3. Geschil

3.1. In geschil is of de door eiseres van B overgenomen schulden bij de berekening van het liquidatieverlies tot uitdrukking komen, hetgeen door eiseres wordt verdedigd en door verweerder wordt betwist.

3.2. Eiseres stelt onder meer dat zij om de liquidatie van B te kunnen voltooien, activa en passiva van B heeft overgenomen. De overgenomen schulden zullen door eiseres worden voldaan. Eiseres neemt de schulden tegen de nominale waarde over en krijgt daartegenover een vordering op B die niet voldaan kan worden en tot het voor B opgeofferde bedrag wordt gerekend.

3.3. Verweerder stelt dat eiseres niet zakelijk heeft gehandeld door een waardeloze vordering van haar directeur grootaandeelhouder over te nemen tegen de nominale waarde. Zakelijke motieven zijn er niet, aangezien de ondernemingsactiviteiten van B zijn gestaakt. Het motief kan slechts zijn dat eiseres niet wilde dat C een afwaarderingsverlies zou leiden. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

3.4. Verweerder heeft zijn stelling dat het beroep tegen de aanslag bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk is, en eiseres geen bezwaar en beroep tegen de verliesvaststelling heeft ingesteld, ter zitting ingetrokken.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag heeft verweerder bij beschikking het verlies van het jaar 2001 vastgesteld op fl 52.391. Dit is ook het belastbaar bedrag, zodat het bedrag van de aanslag nihil is. Het beroep wordt gelezen als gericht te zijn tegen de verliesvaststellingsbeschikking.

4.2. In het kader van de liquidatie van B heeft eiseres alle activa en passiva van B overgenomen. Aldus heeft er een vermogensverschuiving plaatsgevonden tussen eiseres en B, is eiseres ten gunste van B verarmd en is het vermogen van B toegenomen van negatief tot nihil. De rechtbank kwalificeert deze vermogensverschuiving als een informele kapitaalstorting door eiseres in B.

4.3. De rechtbank stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of een geldverstrekking als geldlening dan wel als kapitaalvertrekking heeft te gelden, in beginsel de civielrechtelijke vorm beslissend is voor de fiscale gevolgen. Gesteld noch gebleken is dat de schuld van B aan de directeur-groot aandeelhouder als iets anders dan als geldverstrekking moet worden gekwalificeerd en de rechtbank ziet geen reden hier anders over te oordelen.

4.4. Het standpunt van verweerder dat eiseres een waardeloze vordering van haar directeur-groot aandeelhouder heeft overgenomen, vindt geen steun in de feiten. Immers, anders dan bij cessie vindt door evenbedoelde transactie geen wijziging plaats in de persoon van de crediteur. Eiseres is bereid geweest de betreffende schuld voor haar rekening te nemen, onder gelijkblijvende dezelfde voorwaarden, en de schuld is niet afbetaald. Voor de transactie had de directeur-groot aandeelhouder een vordering van fl 235.000, na de transactie nog steeds. In beginsel is het vermogen van de directeur-groot aandeelhouder door de transactie niet gewijzigd.

4.5. Eiseres heeft ervoor gekozen om in het kader van de vereffening van het vermogen van B onder meer de schulden van B voor haar rekening te nemen, naar zij stelt om de liquidatie van B te kunnen voltooien en om aansprakelijkstelling voor schulden van B te voorkomen. Verweerder kent aan deze rechtshandelingen geen fiscale gevolgen toe omdat eiseres hiermee onzakelijk zou hebben gehandeld. Nu het tegendeel is gesteld noch gebleken stelt de rechtbank voorop dat eiseres het besluit om B te liquideren op zakelijke gronden heeft genomen. Anders dan verweerder acht de rechtbank het niet voorshands onzakelijk wanneer een moedermaatschappij in het kader van de liquidatie van haar 100% dochtermaatschappij de activa en passiva van de dochtermaatschappij overneemt. Voorts acht de rechtbank het in dit geval niet onjuist om een overgedragen passiefpost voor de nominale waarde in aanmerking te nemen, nu de crediteur zijn debiteur in beginsel steeds voor dat bedrag zal kunnen aanspreken. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank de correctie op de aangifte niet gerechtvaardigd. Het beroep is daarom gegrond.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 322 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1).

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- bepaalt het vastgestelde verlies op een bedrag van fl 285.492 ofwel € 129.551, en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 322, en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan dit bedrag aan eiseres te voldoen;

- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiseres betaalde griffierecht van € 281 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 4 juli 2007 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. J. Snitker, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.J. Loggen - ten Hoopen, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.