Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB0221

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-07-2007
Datum publicatie
24-07-2007
Zaaknummer
350327 / VV EXPL 07-125
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Proeftijdbeding. Na 7 maanden op free-lance basis voor gedaagde te hebben gewerkt, treedt eiser bij gedaagde in dienst. Gedaagde zegt de arbeidsovereenkomst binnen de overeengekomen proeftijd van 1 maand op. Eiser beroept zich op de nietigheid van het proeftijdbeding en vordert in kort geding wedertewerkstelling en doorbetaling van loon.

De kantonrechter is van oordeel dat het proeftijdbeding geldig moet worden geacht, nu gedaagde voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de nieuwe functie van eiser een wijziging betekende ten opzichte van de werkzaamheden die eiser op free-lance basis voor gedaagde verrichtte. Gedaagde was dus gerechtigd de arbeidsovereenkomst op te zeggen. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 350327 / VV EXPL 07-125

datum uitspraak: 20 juli 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde: mr. J.J. de Boer

tegen

de besloten vennootschap

TJADE PETRI RETAIL B.V.

te Haarlem

gedaagde partij

hierna te noemen Tjade Petri

gemachtigde: mr. M.H. Hehemann

De procedure

[eiser] heeft Tjade Petri in rechte betrokken. Tjade Petri is vrijwillig verschenen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 juli 2007 tegelijk met die van het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst van Tjade Petri (zaaknummer 349693). De gemachtigde van Tjade Petri heeft zich bediend van een pleitnotitie. Beide partijen hebben stukken in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. Tjade Petri is een onderneming die zich onder meer bezig houdt met het verkopen en plaatsen van glaswerken.

b. [eiser] heeft van oktober 2006 tot en met april 2007 op freelance-basis voor Tjade Petri gewerkt als trainee bedrijfsleider.

c. In de periode van oktober 2006 tot en met april 2007 is [eiser] meermaals te laat op het werk verschenen.

d. [eiser] is per 1 mei 2007 voor één jaar bij Tjade Petri in dienst getreden in de functie van uitvoerder glaswerken. In de arbeidsovereenkomst zijn partijen een proeftijd van één maand overeengekomen.

e. [eiser] is vanaf 1 mei 2007 meermaals te laat op het werk verschenen.

f. [eiser] is op 12 mei 2007 vijf uur te laat op werk gekomen en Tjade Petri heeft daarop de arbeidsovereenkomst mondeling opgezegd.

g. Tjade Petri heeft het ontslag bij brief van 15 mei 2007 aan [eiser] bevestigd.

h. [eiser] heeft aan Tjade Petri kenbaar gemaakt niet met het ontslag in te stemmen.

i. Bij brief van 16 mei 2007 heeft de gemachtigde van [eiser] aan Tjade Petri medegedeeld dat het proeftijdbeding nietig is, dan [eiser] daarmee nog steeds in dienst is en dat [eiser] zich beschikbaar houdt voor werk.

j. Bij brief van 21 mei 2007 heeft de gemachtigde van [eiser] Tjade Petri gesommeerd het loon van [eiser] door te betalen.

De vordering

[eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Tjade Petri tot wedertewerkstelling van [eiser] alsmede tot doorbetaling van het loon met daarover de wettelijke rente en wettelijke verhoging van 50% tot het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en met veroordeling van Tjade Petri in de kosten van het geding.

[eiser] stelt daartoe onder meer het volgende. [eiser] is op 12 mei 2007 te laat op werk verschenen, omdat hij zich had verslapen doordat hij ten gevolge van de stress op werk de avond tevoren een slaappil had genomen en hij op weg naar werk een lekke band had gekregen. Het proeftijdbeding waarop Tjade Petri zich beroept is nietig. Tjade Petri heeft namelijk al gedurende het half jaar voordat de arbeidsovereenkomst werd gesloten voldoende inzicht gekregen in de geschiktheid van [eiser] om de bedongen arbeid te verrichten. [eiser] voerde de werkzaamheden die hij in loondienst uitvoerde – calculatie en uitvoering - immers ook al uit in het halve jaar daarvoor. De enige wijziging die met het in dienst treden optrad, was dat hij niet meer verantwoordelijk was voor de planning.

Het verweer

Tjade Petri betwist de vordering en voert daartoe onder meer het volgende aan. Tjade Petri was gerechtigd een beroep te doen op de tussen partijen overeengekomen proefperiode. [eiser] werkte als freelancer voor Tjade Petri in de functie van bedrijfsleider. In die functie was [eiser] verantwoordelijk voor de planning, de werkvoorbereiding van de glaszetters en het instrueren van de glaszetters vanuit het kantoor. Op basis van de arbeidsovereenkomst had [eiser] evenwel de functie van uitvoerder. In deze functie was het zijn taak om de kwaliteit van het werk van de glaszetters te controleren, bij klanten op bezoek te gaan, offertes te maken en in de Glas Inside Vestiging te staan. In deze functie werden meer praktische vaardigheden en communicatieve vaardigheden van hem geëist, omdat hij veel meer zou moeten meten, bij klanten zou moeten langsgaan en intensiever zou moeten samenwerken met collega’s. Aangezien Tjade Petri deze vaardigheden niet eerder van [eiser] had kunnen beoordelen, was zij gerechtigd het proeftijdbeding overeen te komen. Daar komt nog bij dat Tjade Petri nog niet had kunnen beoordelen hoe [eiser] zou functioneren als werknemer, in welke positie men immers minder vrijheden geniet dan als zelfstandig ondernemer.

De beoordeling van het geschil

1. Voor wat betreft de vordering betreffende de doorbetaling van loon - waarvan [eiser] voldoende heeft gesteld dat deze spoedeisend is - geldt dat deze slechts voor toewijzing in aanmerking komt als aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiser] tot een toewijzing daarvan zal leiden. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende.

2. Door Tjade Petri is voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat de nieuwe functie een wijziging betekende ten opzichte van de werkzaamheden die [eiser] als bedrijfsleider verrichtte en dat die wijziging meer inhield dan alleen een vermindering van taken. [eiser] heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat er meer externe contacten met aannemers en particulieren werden verwacht in deze functie. [eiser] heeft weliswaar aangevoerd dat hij ook als bedrijfsleider al wel eens dit soort taken had uitgevoerd, maar niet is komen vast te staan dat dit meer was dan sporadisch. Bovendien is het optreden als freelancer waarbij de freelancer zelf kan bepalen of en zo ja wanneer hij zijn werkzaamheden verricht, een andere dan die van een werknemer in vast dienstverband die zich in een meer ondergeschikte positie bevindt en van wie kan worden verlangd dat hij op vaste tijden op het werk verschijnt. Ook dit is een verschil met de situatie die bestond voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst. Het was gezien het vorengaande wel gerechtvaardigd om een proeftijdbeding af te spreken om te bezien in hoeverre [eiser] in die positie zou functioneren. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter moet het proeftijdbeding daarmee geldig worden geacht en was Tjade Petri gerechtigd de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

3. [eiser] heeft ook wedertewerkstelling gevorderd. Voor wedertewerkstelling bestaat echter, reeds gezien hetgeen hiervoor is overwogen, geen grond.

4. Gezien het vorengaande zal de gevraagde voorlopige voorziening geheel worden geweigerd.

5. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

6. De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- weigert de gevorderde voorlopige voorziening;

- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Tjade Petri tot en met vandaag worden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. Boom en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.