Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA9962

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-07-2007
Datum publicatie
19-07-2007
Zaaknummer
348385 AO VERZ 07-593
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Wegens lichamelijke gebreken raakt werknemer blijvend ongeschikt voor het verrichten van de (na een reorganisatie) tot zijn functie behorende fysiek zware werkzaamheden. Na een re-integratietraject van 3 jaar is voor hem geen andere, passende functie gevonden. Werknemer heeft in kort geding wedertewerkstelling in zijn oude functie gevorderd. De vordering is toegewezen. Daarbij heeft de kantonrechter (onder meer) overwogen dat de werkgever niet van werknemer mag eisen fysiek zware werkzaamheden te verrichten, aangezien de reorganisatie nimmer aan de OR is voorgelegd en de functieomschrijving niet is gewijzigd. De werkgever is niet in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding.

De kantonrechter stelt voorop dat het ontbindingsverzoek niet kan dienen als hoger beroep van het vonnis in kort geding. De kantonrechter is van oordeel dat thans echter sprake is van een zodanige verandering van omstandigheden dat, het vonnis in kort geding ten spijt, aanleiding is voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Inmiddels is immers komen vast te staan dat de OR wel om advies is gevraagd en dat deze onvoorwaardelijk akkoord is gegaan met de reorganisatie. Bovendien is als onvoldoende betwist komen vast te staan, dat de zware werkzaamheden daadwerkelijk deel uitmaken van de oude functie van werknemer en dat de functieomschrijving slechts om budgettaire redenen niet is aangepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 348385/ AO VERZ 07-593

datum uitspraak: 13 juli 2007

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ N.V.

te Amstelveen

verzoekster

hierna: KLM

gemachtigde: mr. S. Andriesse

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. M.A.T. Sick

De procedure

Op 1 juni 2007 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van KLM. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 6 juli 2007. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van KLM heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. [verweerder], 50 jaar oud, is sinds 1 april 1982 bij KLM in dienst, laatstelijk in de functie van Teamleider Baggage Services tegen een salaris van € 2.087,56 bruto per maand exclusief vakantiegeld ( en overige emolumenten).

2. Bij brief van 26 augustus 2003 heeft KLM bij de ondernemingsraad een adviesaanvraag ingediend met betrekking tot een door haar uit te voeren reorganisatie van de afdeling Bagage (hierna te noemen: de Transitie).

3. De Transitie hield (onder meer) een wijziging van de functie van Teamleider in, met dien verstande dat deze voortaan in piekuren zou dienen mee te werken in de sterkte.

4. De ondernemingsraad heeft zich op 26 november 2003 onvoorwaardelijk akkoord verklaard met de door KLM voorgestelde reorganisatie.

5. [verweerder] is op 16 mei 2004 volledig arbeidsongeschikt geraakt vanwege schouder-, nek- en rugklachten. Ook is bij hem diabetes geconstateerd.

6. In de probleemanalyse van 28 juni 2004 heeft de bedrijfsarts als prognose onder meer het volgende opgemerkt:

“Het onderliggende complex aan medische problemen vormen een blijvende beperking. Hierdoor is client niet in staat tot het uitvoeren van alle meewerktaken. Deze situatie zal zich in relatie tot de huidige arbeidsbelasting niet verbeteren.”

Als einddoel van de re-integratie geeft de bedrijfsarts aan:

“werkhervatting in een andere functie bij de eigen werkgever.”

7. Het eerste plan van aanpak van 6 oktober 2004 vermeldt als einddoel “Werkhervatting in de eigen functie”. Met betrekking tot de fysieke beperkingen van KLM wordt onder andere het volgende opgemerkt:

a) vooral schouder/nek klachten, waardoor fysieke zware meewerk taken [...] niet mogelijk zijn. [...]

b) gezien de chronische aandoeningen heeft het medisch de voorkeur alleen late diensten te werken. [...]

Peter ziet zelf tijdens dit gesprek het er niet van komen dat hij op termijn in staat zal zijn weer volledig hersteld in de functie van Teamleider, aan het werk te gaan. Dit is geen onwil, maar hij kiest voor zijn gezondheid.”

8. Op 10 december 2004 is met [verweerder] gesproken over het opstarten van een re-integratietraject. In de bevestigingsbrief van 5 januari 2005 heeft KLM onder meer het volgende opgemerkt:

“Wij hebben aangegeven dat wij voornemens zijn [...] u te bemiddelen naar een andere, passende functie. [...] U heeft tijdens het gesprek reeds aangegeven op dit moment nog niet achter een bemiddelingstraject te staan.”

9. Op 20 april 2005 heeft in het kader van het re-integratietraject een eerste gesprek plaatsgevonden tussen KLM en de begeleidster van [verweerder], [XXX], jobmanager FlexJobs. Daarbij hebben partijen afgesproken dat [verweerder], in afwijking van de normale gang van zaken, niet in een zogenoemde BIM-functie (een tijdelijke werkplek zonder uitzicht op een vaste aanstelling), geplaatst zou worden, maar als assistent teamleider zou worden ingezet op de Crew Rijderij.

10. Bij e-mail van 6 juni 2005 heeft KLM de bedrijfsarts J.E. Jurgens (hierna: Jurgens) verzocht zijn beperking ten aanzien van het lopen van late diensten per 1 juli 2005 in te trekken .

11. Op 20 juni 2005 heeft Jurgens daarop onder meer het volgende geantwoord:

“Gezien het feit dat uw suikergehalte nu op stabiel niveau is is dat het proberen waard om de onregelmatige diensten erbij te betrekken.. Echter, het blijft afwachten of dat een blijvend resultaat zal zijn.”

12. Tijdens een gesprek op 22 juni 2005 heeft [verweerder] aangegeven zijn aandacht te willen blijven richten op een definitieve plaatsing binnen Baggage Services en meer specifiek op de vacature Baggage Flow Manager. Bij brief van 22 juni 2005 heeft [YYY] (hierna: [YYY]), Duty Baggage Manager en direct leidinggevende van [verweerder], daaromtrent het volgende opgemerkt:

“Door deze keuze sluit u bewust een flink aantal kansen op een passende functie buiten BS uit waarmee u uw kansen op een geslaagd reïntegratietraject flink afnemen. [...] Wij hebben u daarom voor de keuze gesteld. Of u wacht de uitkomst van de selectie rondom de vacature BFC'er af en in de tussentijd schorten wij uw bemiddelingstraject op. Of u gaat alsnog volledig meewerken aan uw bemiddeling [...] U heeft aangegeven voor de eerste optie te kiezen. [...] Dit heeft wel tot gevolg dat de totale bemiddelingstermijn niet zal worden verlengd.”

13. In augustus 2005 is [verweerder] afgewezen voor de functie van Baggage Flow Manager.

14. [verweerder] heeft van maart tot september 2005 werkzaamheden uitgevoerd als assistent teamleider op de Crew Rijderij (crew bagage afhandeling). Daarna is hij vanaf 19 september 2005 tot 5 oktober 2005 volledig arbeidsongeschikt geweest.

15. Op 10 oktober 2005 is [verweerder] voor een periode van drie maanden te werk gesteld op de afdeling Aqua Services. Hij heeft na een week zijn werkzaamheden bij Aqua Services gestaakt.

16. [verweerder] is vanaf 18 oktober 2005 voor een periode van drie maanden werkzaam geweest als medewerker Regie en Observatie bij de afdeling Flex-Dienstverlening.

17. Op 22 december 2005 heeft [YYY] [verweerder] op diens verzoek bij [ZZZ] (hierna: [ZZZ]), Director Baggage Services, voorgedragen voor de functie van Regisseur Rederij.

18. Op 28 januari 2006 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en [YYY]. Bij brief van 1 februari 2006 heeft [YYY] onder meer het volgende aan [verweerder] medegedeeld:

“Ik heb u verteld niet tevreden te zijn over de inspanning die u levert t.a.v. uw reïntegratie. [...] Ik stop met uw voordracht als kandidaat voor de functie regisseur rederij. [...] Ik ben van mening dat u, door uw negatieve houding en onvoldoende inzet geen geschikte kandidaat voor deze functie.”

19. Op 2 februari 2006 heeft [AAA] (hierna: [AAA]), Personeelsmanager Baggage Services, met [verweerder] een gesprek gevoerd over de voortgang van het re-integratietraject. Bij brief van 13 februari 2006 [AAA] hierover onder meer het volgende opgemerkt:

“Ik heb het gesprek gebruikt om mijn zorg te uiten over de voortgang van uw arbeidsbemiddelingstraject. [...] Er zijn nu een aantal vacatures beschikbaar bij de afdeling Engineering & Maintenance. Wanneer u daarvoor in aanmerking wilt komen, moet u actie ondernemen én niet alleen blijven vasthouden aan een herplaatsing binnen de afdeling Baggage Services. [...]

Om u te ondersteunen [uit deze vicieuze cirkel te komen [...] heb ik u aangeboden te gaan praten met een psycholoog (vergoed door KLM). Inmiddels heeft u mij, tot mijn spijt, laten weten hier geen gebruik van te willen maken.”

20. Bij brief van 16 februari 2006 heeft [verweerder] zijn functie van Teamleider terug geclaimd. Hij heeft zijn claim als volgt onderbouwd:

“Ik heb echter geconstateerd dat de [...] aangekondigde wijziging in de functieomschrijving van de TL mbt het actief meewerken niet is gebeurd en dat de huidige functieomschrijving nog immer dezelfde is [...] Ik wil dan ook de functie van TL direct terugclaimen, omdat eerder genoemde bezwaren over mijn te verwachten belastende fysieke werkzaamheden niet van toepassing zijn.”

21. Op 6 maart 2006 heeft naar aanleiding van voornoemde brief een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en [ZZZ]. Bij brief van 7 maart 2006 heeft [ZZZ] onder meer het volgende aan [verweerder] medegedeeld:

“U weigert zich los te maken van de afdeling baggage services. [...] Daarbij heeft de afdeling BS alleen maar fysiek zware functies. De 2 functies die [...] minder belastend zijn, zijn die van regisseur rijderij en baggage flow controller. Hier zijn echter momenteel geen vacatures beschikbaar. [...] Op dit moment is er een vacature beschikbaar als medewerker Parts Service Repair [...] bij de afdeling Engine Services [...] Als blijkt dat u zich niet maximaal inspant om deze baan te bemachtigen, zullen wij [...] overgaan tot ontbinding van uw arbeidsovereenkomst.”

22. Na een sollicitatiegesprek op 13 maart 2006 bij de afdeling Engine Services, heeft [verweerder] bij e-mail van 14 maart 2006 aan [XXX] laten weten de functie van medewerker Parts Service Repair niet te accepteren, omdat hij deze functie niet passend vond.

23. Tijdens een gesprek op 28 maart 2006 heeft KLM [verweerder] een bemiddelingstraject van vier maanden, gericht op herplaatsing buiten KLM, aangeboden.

24. Op 18 april 2006 laat [verweerder] aan [ZZZ] weten in aanmerking te willen komen voor de functie van Teamcoördinator bij de afdeling Baggage Services. [ZZZ] heeft [verweerder] bij brief van 21 april 2006 medegedeeld dat [verweerder] reeds niet voor deze functie in aanmerking komt, omdat hij niet inzetbaar is op onregelmatige diensten.

25. In antwoord op een e-mail van [verweerder] van 28 april 2006 heeft [ZZZ] op 11 mei 2006 onder meer het volgende aan [verweerder] bericht:

“U stelt in uw bericht dat uw huisarts en de bedrijfsarts, de heer E. Jurgens, er geen bezwaar in zouden zien als u zou werken in onregelmatige diensten [...]

Uw bewering is niet juist. De heer Jurgens heeft mij verklaard dat op 16 mei 2004 duidelijk is geworden dat u niet inzetbaar bent in (functies met) onregelmatige diensten en dat daarin tot op heden geen verandering zou zijn opgetreden.”

26. Vanaf 28 april 2006 heeft KLM [verweerder] vrijgesteld van werkzaamheden met doorbetaling van salaris.

27. [verweerder] heeft op 4 mei 2006 bij het UWV een deskundigenoordeel aangevraagd.

28. Op 11 mei 2006 is een externe bemiddelingstraject van start gegaan, waarbij [verweerder] gedurende vier maanden begeleid zou worden door het externe bemidddelingsbureau Serin.

29. Op 12 mei 2006 heeft de arbeidsdeskundige van het UWV geconcludeerd dat “het traject tot herplaatsing op de oude afdeling te snel is afgesloten, zonder te testen of aangepast eigen- of ander werk binnen de afdeling tot de haalbare mogelijkheden behoort.”

30. Op 12 juli 2006 heeft bedrijfsarts Jurgens een Functionele Mogelijkheden Lijst (hierna: FML) opgesteld met betrekking tot de resterende belastbaarheid van [verweerder]. Uit de FML blijkt onder andere dat [verweerder] fysiek niet in staat wordt geacht om langdurig (ongeveer 10 keer per minuut) frequent licht te tillen of dragen en om langdurig (ongeveer 1 keer per minuut) frequent zwaar te tillen of dragen. Ter toelichting heeft Jurgens het volgende opgemerkt:

“Dhr [verweerder] mag gewichten tillen en/of dragen (<23 kg). Echter, het frequent uitvoeren van deze tilhandelingen zal tot klachten leiden. Dat dient voorkomen te worden. Overigens is dat een blijvende beperking!”

31. Bij brief van 13 september 2006 heeft [ZZZ] [verweerder] aangeboden het externe bemiddelingstraject met twee maanden te verlengen.

32. Het externe bemiddelingstraject is op 10 december 2006 afgesloten.

33. Op 10 mei 2007 heeft [verweerder] KLM in kort geding gedagvaard en wedertewerkstelling gevorderd in (primair) zijn functie van Teamleider dan wel (subsidiair) een passende functie op de afdeling Baggage Services. Dan wel (meer subsidiair) een passende functie binnen KLM.

34. Bij vonnis van 13 juni 2007 heeft de kantonrechter de primaire vordering van [verweerder] toegewezen. Onder punt 9 van het vonnis overweegt de kantonrechter als volgt:

“Geoordeeld wordt dat weliswaar is gebleken dat [verweerder] niet in staat is de fysiek zware werkzaamheden als “meewerkend voorman” te verrichten, doch evenzeer dat deze werkzaamheden volgens de functieomschrijving geen deel uitmaken van de functie. Als goed werkgever kan KLM daarom van [verweerder] niet verlangen dat hij deze werkzaamheden gaat verrichten, temeer nu niet is gebleken dat KLM met [verweerder] [...] overleg heeft gevoerd over de functiewijziging, terwijl KLM desgevraagd heeft medegedeeld dat zij de Ondernemingsraad niet om advies heeft gevraagd [...].”

35. Voorts heeft de kantonrechter onder punt 11 van het vonnis overwogen dat herplaatsing in een andere functie dan die van teamleider eerst dan aan de orde kan komen, nadat KLM [verweerder] in de gelegenheid zal hebben gesteld om gedurende een periode van tenminste zes maanden zijn functie van teamleider uit te oefenen en na die periode blijkt dat KLM duurzaam niet in staat is om wisseldiensten te draaien.

36. Op 21 juni 2007 en 2 juli 2007 hebben naar aanleiding van het vonnis van de kantonrechter gesprekken tussen KLM en [verweerder] plaatsgevonden. Bij het laatste gesprek heeft [ZZZ] [verweerder] opgedragen zich de volgende dag om 6.00 uur te melden bij de teamleider van de Oosthal.

37. [verweerder] heeft zich de avond van 2 juli 2007 om 22.00 uur ziek gemeld.

Het verzoek

KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt KLM – samengevat – het volgende.

[verweerder] is wegens fysieke beperkingen niet geschikt voor het uitvoeren van de functie van meewerkend teamleider op de afdeling Baggage Services. KLM heeft er gedurende drie jaar alles aan gedaan om [verweerder] aan het werk te houden. Het begeleidingstraject heeft een half jaar langer geduurd dan is voorgeschreven op basis van het re-integratiebeleid. KLM heeft [verweerder] in de gelegenheid gesteld om op diverse plekken tijdelijke werkzaamheden te verrichten ten einde in contact te blijven met het arbeidsproces en ervaring op te doen met verschillende soorten werkzaamheden. Vanaf 23 april 2004 tot op heden heeft KLM [verweerder] zijn volledige salaris betaald. [verweerder] daarentegen heeft er de kantjes van afgelopen. Met zijn passieve houding en ongemotiveerde opstelling heeft hij het re-integratietraject gefrustreerd. Het mislukken van het traject is dan ook geheel aan [verweerder] te wijten.

KLM kan zich niet vinden in het vonnis van de kantonrechter in kort geding. De Ondernemingsraad is immers, zoals naderhand is gebleken, wel om advies is gevraagd en zonder voorwaarden akkoord gegaan met de reorganisatie. Het functieprofiel van de teamleider is om budgettaire reden niet aangepast, maar de veranderingen zijn wel degelijk in de praktijk doorgevoerd. De medewerkers van de afdeling Baggage Services zijn er door middel van een informatiebulletin van 19 augustus 2003 van op de hoogte gesteld dat de teamleiders op spitstijden mee zouden gaan werken en dat voor teamleiders met fysieke beperkingen passende oplossingen zouden worden gezocht. Na de invoering van de Transitie is de functie van teamleider dan ook gewijzigd in die zin, dat de teamleiders sindsdien in de spitstijden daadwerkelijk fysiek zware taken uitvoeren.

Daarbij komt dat de beperking van [verweerder] voor het werken in wisseldiensten nog steeds niet is opgeheven. KLM heeft [verweerder] bovendien, in weerwil van hetgeen in het vonnis is overwogen, wel degelijk in de gelegenheid gesteld om gedurende zes maanden in alle diensten, inclusief wisseldiensten werkzaam te zijn, met ingang van 1 juli 2005. [verweerder] is echter in die periode veelvuldig ziek geweest en heeft ook vakantie genoten. Dat KLM [verweerder] niet over een aangesloten periode van zes maanden heeft kunnen beoordelen, kan KLM derhalve niet worden verweten. KLM sluit overigens niet uit dat de veelvuldige uitval van [verweerder] in die periode juist samenhangt met het lopen van alle diensten.

Het ziet er niet naar uit dat voor [verweerder] binnen afzienbare tijd bij KLM of elders een andere, passende functie zal worden gevonden. Dit is op zichzelf reeds een zodanige verandering van omstandigheden, dat van KLM in redelijkheid niet kan worden verwacht dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerder] laat voortbestaan.

KLM heeft het vonnis van de kantonrechter in kort geding niet naast zich neer willen leggen en heeft daarom besloten in ieder geval daaraan uitvoering te geven totdat in de onderhavige procedure is beslist. Zij heeft [verweerder] dan ook uitgenodigd voor een gesprek ten einde afspraken te maken over zijn wedertewerkstelling. Bij dat gesprek gaf [verweerder] aan eerst mee te willen lopen met een collega teamleider. Hoewel dit niet in overeenstemming was met de vordering van [verweerder] tot wedertewerkstelling in zjn functie van teamleider, kon KLM begrip opbrengen voor de wens van [verweerder]. Partijen hebben vervolgens afgesproken een week na te denken over de beste oplossing. Direct na het gesprek verweet [verweerder] KLM geen uitvoer te willen geven aan het vonnis. Om verdere discussie te voorkomen heeft KLM [verweerder] bij het tweede gesprek te kennen gegeven zijn wens te honoreren en hem in de gelegenheid gesteld om vanaf 3 juli 2007 mee te lopen met de teamleider in de Oosthal. Door zich vervolgens ziek te melden heeft [verweerder] wederom de verhoudingen op scherp gezet.

Door deze gebeurtenis is de arbeidsrelatie tussen partijen inmiddels zodanig verstoord dat KLM geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking met [verweerder].

De arbeidsovereenkomst dient dan ook op korte termijn te worden ontbonden.

Voor toekenning van een vergoeding aan [verweerder] is, mede gelet op diens non-coöperatieve houding gedurende het drie jaar durende re-integratietraject, geen aanleiding.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 171.292,80 bruto.

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan.

De functie van Teamleider Baggage Service is niet inhoudelijk gewijzigd. Het positief advies van de Ondernemingsraad met betrekking tot de Transitie is niet relevant, omdat de door KLM voorgestelde wijziging nooit formeel is doorgevoerd. Er zijn dan ook nog steeds teamleiders bij de afdeling Baggage Services die zijn blijven werken conform de ongewijzigde functieomschrijving en geen zware fysieke taken uitvoeren.

Daarbij komt dat het meewerken op de werkvloer slechts voor een klein gedeelte zware werkzaamheden betreft. De Teamleider kan dus wel degelijk meewerken zonder fysiek belastend werk te doen.

Er was dan ook geen enkele reden om [verweerder] niet in zijn eigen functie te laten re-integreren, te minder nu de verwachting was dat de beperking op het draaien van onregelmatige diensten binnen afzienbare tijd zou komen te vervallen. In feite is [verweerder] vanaf 1 juli 2005 zonder problemen in alle diensten mee gaan draaien.

[verweerder] heeft keer op keer aangegeven in zijn functie van teamleider te willen terugkeren. KLM heeft zonder goede reden geen gehoor aan de wens van [verweerder] willen geven. Zowel uit het deskundigenoordeel van het UWV als uit het vonnis van de kantonrechter in kort geding blijkt dat KLM zich onvoldoende heeft ingespannen om [verweerder] weer op een passende functie aan het werk te krijgen. Indien KLM het niet eens is met die uitspraak, had zij daarvan in hoger beroep moeten gaan.

[verweerder] heeft zich altijd meewerkend en actief opgesteld. KLM daarentegen heeft [verweerder] nimmer een serieuze kans geboden om voor een andere passende functie, zoals die van Regisseur Rijderij, in aanmerking te komen. Dat [verweerder] de functie bij Engine Services niet heeft geaccepteerd kan hem niet worden tegengeworpen. Dat was een magazijnfunctie en derhalve niet als passend voor [verweerder] aan te merken.

Er zijn nog steeds genoeg vacatures bij KLM voor passende functies voor [verweerder]. Er zijn dan ook geen gronden voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Het is juist KLM die een verkeerde interpretatie heeft gegeven van de uitlatingen van [verweerder] bij het gesprek op 21 juni 2007. Het tweede gesprek op 2 juli 2007 verliep daardoor in een uiterst onaangename sfeer. [verweerder] voelde zich zodanig geïntimideerd door [ZZZ], dat hij het niet kon opbrengen om de volgende dag aan het werk te gaan.

Gelet op de handelwijze van KLM gedurende het re-integratietraject, is de verandering van omstandigheden waarop KLM zich beroept, geheel aan KLM te verwijten. Indien de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden, is er dan ook aanleiding voor de door [verweerder] verzochte vergoeding. Bij de berekening daarvan is uitgegaan van een maandsalaris inclusief 8% vakantietoeslag en vaste ploegentoeslag van € 2.854,86, 30 gewogen dienstjaren en een correctiefactor van C = 2. Tevens dient te worden meegewogen de leeftijd van [verweerder], de zeer moeilijke arbeidsmarkt en het feit dat zijn medische beperkingen zijn ontstaan door het jarenlang verrichten van fysiek zeer zwaar werk in dienst van KLM.

Bij het vaststellen van de datum van ontbinding verzoekt [verweerder] rekening te houden met de bij KLM geldende opzegtermijn van vier maanden.

De beoordeling van het verzoek

Anders dan [verweerder] heeft aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW, nu [verweerder] langer dan twee jaar aaneengesloten arbeidsongeschikt is voor zijn eigen functie.

Met [verweerder] is de kantonrechter van oordeel, dat de onderhavige procedure niet het karakter kan hebben van een hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter in kort geding. Daartoe dient KLM immers een andere weg te bewandelen. Dat deze weg wellicht een langere is dan door KLM gewenst, doet dit niet anders zijn.

Bij de beoordeling van het onderliggende verzoek zal de kantonrechter zich dan ook uitsluitend laten leiden door de vraag of thans sprake is van een zodanige verandering van omstandigheden dat, het vonnis in kort geding ten spijt, aanleiding is voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op korte termijn.

In de onderhavige procedure is komen vast te staan dat KLM de Ondernemingsraad destijds om advies heeft gevraagd met betrekking tot de voorgenomen organisatiewijzigingen, waaronder die met betrekking tot de functie van Teamleider Baggage Services, en dat de Ondernemingsraad daarmee onvoorwaardelijk akkoord is gegaan. Dit werpt een ander licht op de overweging van de kantonrechter dat KLM van [verweerder] niet kan verlangen dat hij de werkzaamheden van meewerkend teamleider gaat verrichten, te meer nu als niet gemotiveerd door [verweerder] betwist is komen vast te staan, dat KLM slechts om budgettaire redenen niet is overgegaan tot aanpassing van de functieomschrijving.

Daar tegenover staat dat [verweerder], bij gebreke van enige schriftelijke verklaring daaromtrent, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er nog steeds teamleiders zijn die geen zwaar fysieke werkzaamheden uitvoeren.

Het voorgaande in overweging nemende, is naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam gebleken, dat de functie van Teamleider Baggage Services niet meer dezelfde is als de functie die [verweerder] bekleedde voordat hij arbeidsongeschikt werd, nu daartoe thans ook fysiek bezwarende werkzaamheden behoren. Nu vast staat dat [verweerder] door lichamelijke beperkingen niet in staat is tot het uitvoeren van die werkzaamheden, kan van re-integratie van [verweerder] in zijn oude functie geen sprake zijn.

Van belang is tevens, dat de kantonrechter op grond van de uitlatingen van [verweerder] over de houding van [ZZZ] tijdens de laatste twee gesprekken tussen partijen, de stellige indruk heeft gekregen dat ook hij geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking. Instandhouding van de arbeidsovereenkomst lijkt dan ook een heilloos en tot mislukken gedoemd scenario op te leveren.

Het voorgaande vormt op zich een zodanige verandering van omstandigheden, dat de arbeidsovereenkomst op grond van een gewichtige reden op korte termijn ontbonden dient te worden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden tegen 1 augustus 2007.

Gelet op de omstandigheden van het geval is de kantonrechter van oordeel dat aan [verweerder] in redelijkheid een vergoeding toekomt. Bij de vaststelling van de omvang van die vergoeding zal worden uitgegaan van het door [verweerder] gestelde bruto salaris van € 2.854,86 per maand en het aantal gewogen dienstjaren van 30, nu KLM daartegen geen verweer heeft gevoerd.

Tevens dient de leeftijd en de gezondheid van [verweerder] gewicht in de schaal te leggen, te meer nu, bij gebreke van feiten en omstandigheden waaruit het tegendeel blijkt, genoegzaam aannemelijk is geworden dat de lichamelijke beperkingen van [verweerder] (in ieder geval gedeeltelijk) hun oorzaak vinden in het zware werk dat hij gedurende een langdurig dienstverband voor KLM heeft verricht.

De kantonrechter volgt [verweerder] niet in zijn verwijt dat KLM zich onvoldoende heeft ingespannen om hem in een passende functie te plaatsen. Gelet op het hiervoor geschetste verloop en de duur van het re-integratietraject, heeft KLM genoegzaam aannemelijk gemaakt dat zij in de op haar rustende verplichting om [verweerder] in een passende functie te re-integreren niet tekort is geschoten. Re-integratie van [verweerder] in zijn eigen functie was, zoals is gebleken, niet mogelijk gelet op zijn lichamelijke beperkingen. Voor de andere twee passende functies bij de afdeling Baggage Services is [verweerder], na een sollicitatiegesprek afgewezen (de functie van Baggage Flow Controller) dan wel niet voorgedragen (de functie van Regisseur Rijderij). Dat dit laatste, zoals [verweerder] heeft betoogd, op onjuiste gronden is gebeurd, acht de kantonrechter onvoldoende aannemelijk. Het is alleszins begrijpelijk dat KLM teleurgesteld was in de houding van [verweerder], mede gelet op het feit dat hij zich niet goed had voorbereid op het sollicitatiegesprek voor de functie van Baggage Flow Controler – dat [verweerder], zoals hij heeft aangevoerd, tijdens dat gesprek ‘onder druk is gezet’ is niet gebleken - en dat hij reeds na een week zijn werkzaamheden voor de afdeling Aqua Services had gestaakt.

Hoe begrijpelijk het ook is dat [verweerder] het verlies van zijn oude functie betreurde, het had hem op zeker moment duidelijk kunnen zijn dat hij, door zich vast te bijten in de wens weer als Teamleider aan de slag te gaan, de mogelijkheid om een andere passende en bevredigende functie te verwerven, frustreerde. Dat hij desalniettemin in zijn houding heeft volhard, kan hem verweten worden en dient dan ook mee te wegen in de vaststelling van de aan hem toe te kennen vergoeding.

Tevens is van belang dat [verweerder] reeds gedurende drie jaar zijn volledige salaris van KLM heeft ontvangen, tijdens welke periode hij niet steeds (voor de volledige werktijd) werkzaamheden voor KLM heeft verricht, terwijl hij de afgelopen 15 maanden helemaal vrij gesteld is van werkzaamheden.

Het voorgaande brengt mee dat aan [verweerder] een vergoeding naar billijkheid zal worden toegekend van € 50.000,00 bruto.

Voor het eerste over vier maanden ontbinden van de arbeidsovereenkomst ziet de kantonrechter geen aanleiding. De ontbinding zal, zoals reeds overwogen, tegen 1 augustus 2007 plaatsvinden.

KLM heeft geen vergoeding aangeboden, zodat de kantonrechter KLM in de gelegenheid zal stellen het verzoek in te trekken.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 1 augustus 2007 te ontbinden onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld;

bepaalt dat KLM de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 23 juli 2007 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

voor het geval KLM het verzoek niet intrekt wordt alvast als volgt beslist:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 1 augustus 2007;

kent aan [verweerder] ten laste van KLM een vergoeding toe van € 50.000,00 bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op ingevolge sociale verzekeringswetten te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid;

veroordeelt voor zover nodig KLM tot betaling van die vergoeding;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

voor het geval KLM het verzoek wel intrekt:

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.A. Boom en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.