Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA9758

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-06-2007
Datum publicatie
17-07-2007
Zaaknummer
346279 VV EXPL 07-97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Doorbetaling van loon na nieuwe periode arbeidsongeschiktheid. Wijziging bedongen arbeid. Op grond van de omstandigheden van het onderhavige geval wordt geoordeeld dat sprake is van een functiewijziging. De werkgever is daarom gehouden tot doorbetaling van loon vanaf de datum van de nieuwe arbeidsongeschiktheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2007, 153
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 346279/ VV EXPL 07-97

datum uitspraak: 20 juni 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. G.B.M. Zuidgeest

tegen

de naamloze vennootschap KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ N.V.

te Amstelveen

gedaagde partij

hierna te noemen KLM

gemachtigde mr. S. Andriesse

De procedure

[eiser] heeft KLM op 23 mei 2007 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 juni 2007, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Partijen hebben stukken in het geding gebracht.

De feiten

a. [eiser] is per 1 december 1974 in dienst getreden bij KLM in de functie van monteur.

b. In1991 is [eiser] arbeidsongeschikt geraakt in verband met hartproblemen.

c. Hervatting van de werkzaamheden in de monteursfunctie bleek niet meer mogelijk, waarna [eiser] is benoemd in de functie van kwaliteitscontroleur.

d. De functie van kwaliteitscontroleur is door KLM ingedeeld in salarisschaal T29, waarbij de T staat voor Technisch.

e. Per 9 oktober 1992 heeft [eiser] een gedeeltelijke WAO-uitkering, op basis van 45-55% arbeidsongeschiktheid, ontvangen.

f. In oktober 1993 is [eiser] opnieuw uitgevallen, wegens een hartstilstand.

g. Vanaf 1 maart 1994 is [eiser] stapsgewijs gereïntegreerd.

h. Bij brief van 29 september 1995 heeft het GAK onder meer het volgende aan [eiser] meegedeeld:

Hiermee bevestig ik ons gesprek op 4-8-95 en telefonisch op 28-9-1995 in verband met de beoordeling t.a.v. AAW/WAO aspecten.

Ik heb u meegedeeld dat wij u momenteel ongeschikt achten voor uw eigen werk van kwaliteitskontroleur in een volledig dienstverband als gevolg van de door de verzekeringsarts vastgestelde beperkingen.

i. Vanaf 4 oktober 1995 heeft [eiser] zes uur per dag gewerkt.

j. In de jaren 1996-tot en met 1998 heeft KLM een reorganisatie doorgevoerd. Daarbij is [eiser] intern herplaatst en is hij gaan werken voor de afdeling CG IV van KLM. Daar heeft [eiser] de functie van documentbeheerder (document distributor) vervuld. Bij de functie van documentbeheerder behoort salarisschaal A6, waarbij de A staat voor Administratief. [eiser] bleef 6 uur per dag werken en bleef ingedeeld in salarisgroep T29.

k. Een brief van 31 maart 1998 van KLM aan [eiser] bevat onder meer de volgende mededelingen:

Hierbij deel ik u mede dat u per 1 april 1998 gemuteerd wordt van uw oude kpl. 3206 naar kpl. 3097, d.w.z. SPL/CG-4 (CF6 documentation).

U wordt aangesteld in de functie distributor.

l. De functiebenaming van distributor is nadien veranderd in documentation distributor.

m. Vanaf het moment dat [eiser] recht kreeg op een WAO-uitkering is deze uitbetaald aan KLM. KLM heeft aan [eiser] zijn oorspronkelijke salaris doorbetaald.

n. Nadat [eiser] zes uur per dag is gaan werken als (document) distributor zijn geen pogingen tot reïntegratie in zijn oorspronkelijke functie ondernomen.

o. Op 22 november 2006 is [eiser] arbeidsongeschikt geraakt wegens hartritmestoornissen.

p. [eiser] is op 20 december 2006 voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard in de zin van de WAO. Vanaf die datum ontvangt hij een volledige WAO-uitkering.

q. Bij brief van 15 maart 2007 heeft KLM aan [eiser] bericht dat zij met ingang van 1 april 2007 geen salaris meer zou betalen.

De vordering

[eiser] vordert (samengevat) veroordeling van KLM tot betaling van het salaris van [eiser] behorende bij zijn huidige werkzaamheden en huidige arbeidsomvang, gedurende 104 weken na 22 november 2006, althans vanaf 1 april 2007, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en rente en veroordeling van KLM in de proceskosten.

Daartoe stelt [eiser], kort gezegd, dat met zijn uitval per 22 november 2006 een nieuwe ziekteperiode is ontstaan op grond waarvan KLM gehouden is om het salaris van [eiser] door te betalen gedurende een periode van 104 weken. Primair meent [eiser] dat de nieuwe werkzaamheden als documentation distributor als bedongen arbeid in de zin van artikel 7:629 BW dienen te worden beschouwd. Subsidiair stelt [eiser] dat de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen, mede gelet op de periode waarin [eiser] zijn huidige werkzaamheden heeft verricht, doorbetaling van het daarbij behorende salaris door KLM behoort plaats te vinden.

Het verweer

KLM heeft gemotiveerd verweer gevoerd, dat er op neerkomt dat voor doorbetaling van salaris wegens ziekte in een geval als het onderhavige vereist is dat de bedongen arbeid na de eerdere periode van arbeidsongeschiktheid is gewijzigd. Daarvan is volgens KLM geen sprake. Omdat [eiser] na zijn arbeidsongeschiktheid passende arbeid is gaan verrichten is de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst onverkort in stand gebleven, zoals bepaald in artikel 7:629 lid 12 BW. Daarbij is van belang dat op grond van de rechtspraak pas gesproken kan worden van een wijziging van de bedongen arbeid als de afspraken omtrent de wijziging van de functie helder en duidelijk zijn dan wel dat er een duidelijke en volledige onvoorwaardelijke wijziging van de functie is overeengekomen. KLM heeft dus voldaan aan haar verplichting tot loondoorbetaling gedurende twee jaar, welke periode reeds geruime tijd is verstreken.

Subsidiair stelt KLM zich op het standpunt dat, indien geoordeeld wordt dat de bedongen arbeid is gewijzigd, aan [eiser] al geruime tijd teveel salaris is uitbetaald. Er is namelijk een salaris op basis van de functie monteur voor 40 uren per week betaald, terwijl [eiser] betaald had moeten worden als documentation distributor voor 30 uren per week. Het aldus teveel betaalde dient verrekend te worden met hetgeen KLM als aanvulling op de WAO-uitkering zou moeten betalen.

De beoordeling van het geschil

1. Volgens KLM ontbreekt het [eiser] aan een spoedeisend belang bij zijn vordering. Dit verweer wordt verworpen omdat [eiser] heeft gesteld en KLM niet heeft betwist dat [eiser] in april 2007 is verhuisd, dat hij thans dubbele hypotheeklasten heeft en dat het stoppen van de salarisbetaling door KLM voor [eiser] een inkomensteruggang van € 300,- netto per maand tot gevolg heeft. Op grond hiervan heeft [eiser] voldoende spoedeisend belang bij zijn vordering.

2. De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiser] tot toewijzing daarvan zal leiden.

3. Zoals KLM terecht heeft aangevoerd is voor een wijziging van de bedongen arbeid vereist dat een duidelijke en volledige, onvoorwaardelijke, functiewijziging is overeengekomen. Anders dan KLM heeft betoogd is daarvan naar voorlopig oordeel sprake. Hiertoe overweegt de kantonrechter als volgt.

4. Nadat [eiser]s functie was gewijzigd in die van kwaliteitscontroleur, is [eiser] naar aanleiding van zijn gedeeltelijke arbeisongeschiktheid gereïntegreerd in het arbeidsproces, tot hij zes uur per dag werkte. Hoewel dit niet ondubbelzinnig uit de stellingen van partijen volgt gaat de kantonrechter ervan uit dat [eiser] vanaf september 1995 bij wijze van aangepast werk de functie van distributor is gaan uitoefenen. Uit de brief van het GAK van 29 september 1995 blijkt immers dat [eiser] ongeschikt werd geacht voor de uitoefening van de functie van kwaliteitscontroleur. Op 31 maart 1998 is door KLM aan [eiser] meegedeeld dat hij werd aangesteld als distributor. [eiser] werd overgeplaatst naar een ander organisatieonderdeel en kreeg andere leidinggevenden. Daarbij is niet aan [eiser] meegedeeld dat de aanstelling onder een voorwaarde geschiedde of dat nog altijd sprake was en zou blijven van passende arbeid in de zin van 7:658a BW. De aanstelling als distributor geschiedde, naar KLM niet heeft betwist, in het kader van een reorganisatie. Dat de overplaatsing verband hield met [eiser]s arbeidsongeschiktheid is gesteld noch gebleken. In de persoonlijke overzichten die KLM in 1998, 2000 en 2001 aan [eiser] heeft toegestuurd is als functieomschrijving opgenomen: Distributor, respectievelijk: Document Distributor. In deze overzichten wordt evenmin melding gemaakt van de omstandigheid dat sprake was van passende arbeid in bovengenoemde zin. Verder is van belang dat KLM geen enkele poging heeft ondernomen om [eiser] te laten reïntegreren in de functie van kwaliteitscontroleur, hetgeen voor de hand zou liggen wanneer die functie nog altijd als de bedongen arbeid zou hebben te gelden. Anderzijds ligt in de rede dat, voor zover sprake is van blijvende ongeschiktheid van [eiser] voor het verrichten van de functie van kwaliteitscontroleur, hem een nieuwe functie wordt aangeboden. Voor zover dit niet de bedoeling van KLM is geweest volgt niettemin uit alle bovengenoemde omstandigheden dat met de aanstelling op 31 maart 1998 van [eiser] in de functie van distributor de bedongen arbeid is gewijzigd.

5. Dat KLM bij de overplaatsing niet een doorgaans gehanteerde standaardbrief heeft gebruikt, doet aan het bovenstaande niet af, alleen al omdat niet valt in te zien waarom [eiser] wist en behoorde te weten dat overplaatsingen binnen KLM uitsluitend middels die standaardbrief worden meegedeeld. Daarnaast is [eiser] na zijn aanstelling als distributor weliswaar administratief gezien niet in de bijbehorende functiegroep en salarisschaal geplaatst, maar valt niet in te zien waarom deze omstandigheid aan [eiser] kan worden tegengeworpen. In de brief van 31 maart 1998 is immers meegedeeld dat de bestaande salariscondities werden gecontinueerd, hetgeen ook daadwerkelijk is gebeurd. De administratieve verwerking van de aanstelling is daarbij een aangelegenheid die voornamelijk KLM aangaat.

6. Al het voorgaande brengt mee dat [eiser] vanaf 22 november 2006 de bedongen arbeid, dat wil zeggen de functie van distributor, niet kan verrichten en dat KLM gehouden is om vanaf die datum aan haar loondoorbetalingsverplichting ex artikel 7:629 BW te voldoen.

7. Het subsidiaire verweer van KLM, dat [eiser] ruim twaalf jaar teveel salaris zou hebben ontvangen, dat verrekend dient te worden met hetgeen KLM als aanvulling op de WAO-uitkering moet betalen, wordt verworpen, alleen al gezien de eerder genoemde mededeling in de brief van 31 maart 1998, dat de salariscondities van [eiser] werden gecontinueerd.

8. Ter zitting heeft [eiser] zijn vordering nader toegelicht en gesteld dat het hem te doen is om doorbetaling van zijn salaris gedurende twee jaar na ingang van zijn arbeidsongeschiktheid, dat zonodig verrekend kan worden met hetgeen [eiser] op grond van de WAO wordt uitbetaald. De vordering zal met inachtneming hiervan worden toegewezen.

9. De gevorderde wettelijke verhoging is toewijsbaar over het salaris over de maanden april en mei 2007, zij het dat deze gematigd wordt tot maximaal twintig procent. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het aldus verschuldigde, telkens vanaf de gebruikelijke dag van uitbetaling van het salaris van de maanden mei en april 2007.

10. De proceskosten komen voor rekening van KLM omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt KLM bij wijze van voorlopige voorziening tot doorbetaling van het salaris van [eiser] vanaf 1 april 2007 en gedurende 104 weken te rekenen vanaf 22 november 2006, met dien verstande dat de WAO-uitkering van [eiser] daarop in mindering strekt;

- veroordeelt KLM bij wijze van voorlopige voorziening tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, tot maximaal twintig procent, over het verschuldigde salaris voor de maanden mei 2007 en april 2007, het aldus totaal verschuldigde telkens te verhogen met de wettelijke rente vanaf de gebruikelijke dag van uitbetaling van het salaris over die maanden;

- veroordeelt KLM tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 84,31

vastrecht € 199,00

salaris gemachtigde € 400,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.