Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA9683

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-07-2007
Datum publicatie
17-07-2007
Zaaknummer
329389 CV EXPL 06-11712
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet op juiste gronden gegeven. Chauffeur op een shuttlebus geeft verkeerd, dat wil zeggen: een lager, aantal passagiers aan de centrale door en steekt de extra verdiensten in eigen zak. Chauffeur behoorde tot een groep medewerkers van het busbedrijf, die allen wegens deze fraude zijn ontslagen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 329389/CV EXPL 06-11712

datum uitspraak: 4 juli 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde voorheen mr. A.A.M. Broos, thans mr. J.J. Kaldenbach

tegen

de besloten vennootschap

Connexxion Taxi Services B.V.

te IJsselmuiden, gemeente Kampen

gedaagde partij

hierna te noemen Connexxion

gemachtigde mr. E.J. Nieuwenhuys

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe-zen en op 9 mei 2007 bij vervroeging uitgesproken tussenvonnis en de daarin genoemde stukken.

Bij het vonnis van 9 mei 2007 was [eiser] toegelaten zich uit te laten over de producties die door Connexxion bij haar antwoordakte na comparitie in het geding waren gebracht. [eiser] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. [eiser] is op 16 juni 1992 bij (de rechtsvoorganger van) Connexxion in dienst getreden in de functie van chauffeur tegen een salaris van (laatstelijk) € 1.738,97 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag.

b. [eiser] heeft zijn werkzaamheden aanvankelijk verricht te Den Helder en is vanaf februari 2006 werkzaam te Schiphol. [eiser] heeft tot taak om met een shuttlebus passagiers van en naar Schiphol te vervoeren.

c. Passagiers kunnen van deze service gebruik maken (i) met een voucher verkregen van een reisorganisatie, (ii) met een kaartje gekocht bij de balie van Connexxion op Schiphol of (iii) met een bij de chauffeur gekocht kaartje.

d. De chauffeurs van de shuttlebusjes geven voor vertrek aan de zogenoemde haltecoördinator door hoeveel passagiers zij vervoeren. De haltecoördinator geeft dit vervolgens door aan de centrale van Connexxion. De centrale verzoekt daarna de chauffeur het doorgegeven aantal te bevestigen.

e. Nadat begin 2006 was gebleken dat de inkomsten van het shuttlevervoer te Schiphol terugliepen en dat twaalf chauffeurs structureel minder passagiers vervoerden dan hun collega’s, heeft Connexxion tussen 4 en 12 mei 2006 een controle doen uitvoeren onder de desbetreffende chauffeurs door de bij haar werkzame [XXX] (hierna: [XXX]).

f. Op 5 mei 2006 heeft [XXX] vanuit een onopvallend geparkeerde auto de door [eiser] bestuurde shuttlebus geobserveerd. Een door [XXX] gemaakte notitie luidt onder meer als volgt:

“14.30 [eiser] 8 personen in de bus, slechts 3 gemeld […] bij de centrale”

g. [eiser] heeft in een door hemzelf ingevulde rittenstaat van die datum vermeld dat hij op 14.10 uur met drie passagiers van Schiphol is vertrokken en om 14.40 uur op Schiphol is teruggekeerd.

h. Uit het fraudeonderzoek is naar voren gekomen dat 12 chauffeurs en één van de haltecoördinatoren, mevrouw [YYY] (hierna: [YYY]), bij de frauduleuze handelingen waren betrokken.

i. Van die chauffeurs hebben er 11, die de fraude hebben toegegeven, zelf ontslag genomen.

j. Op 12 mei 2006 heeft [ZZZ] (hierna: [ZZZ]), vestigingsmanager Schiphol, [eiser] op staande voet ontslagen wegens fraude met het invullen van de rittenstaat.

k. Voorafgaand aan het ontslag op staande voet heeft Connexxion [eiser] in het kader van hoor en wederhoor in de gelegenheid gesteld om zijn visie te geven op de door Connexxion geconstateerde feiten.

l. Op 12 mei 2006 heeft [XXX] bij de politie aangifte gedaan van verduistering door (onder meer) [eiser] tijdens dienstbetrekking. Blijkens het proces-verbaal van aangifte heeft [XXX] onder meer het volgende verklaard:

“Op vrijdag 5 mei 2006 omstreeks 13.30 ben ik wederom gaan controleren vanaf de C-baan. Ik zag dat de chauffeur [eiser] 8 passagiers in zijn bus had zitten. Volgens het systeem van de centrale heeft hij door gegeven dat hij drie (3) passagiers in zijn bus had zitten.”

m. Bij brief van 13 mei 2006 heeft [eiser] geprotesteerd tegen dit ontslag op staande voet en bericht dat hij zo spoedig mogelijk zijn werk weer zou willen kunnen hervatten.

n. De gemachtigde van [eiser] heeft daarna bij brief van 22 mei 2006 de nietigheid van het ontslag ingeroepen en aanspraak gemaakt op doorbetaling van het salaris.

o. Hierop heeft de gemachtigde van Connexxion bij brief van 24 mei 2006 geantwoord dat het ontslag op staande voet werd gehandhaafd.

p. Vervolgens heeft [eiser] Connexxion op 14 september 2006 gedagvaard tot -onder meer- wedertewerkstelling.

q. Bij vonnis van 4 oktober 2006 heeft de kantonrechter te Haarlem de door partijen over en weer gevorderde voorlopige voorzieningen geweigerd.

r. Bij beschikking van 12 januari 2007 heeft de kantonrechter te Haarlem de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor het geval deze nog tussen partijen bestaat, met ingang van 1 februari 2007 ontbonden zonder toekenning van een vergoeding aan [eiser].

De vordering

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Connexxion zal veroordelen tot:

A. wedertewerkstelling van [eiser], voltijds in zijn eigen functie van chauffeur, dit uiterlijk binnen 2 dagen na betekening van het vonnis en op straffe van een dwangsom van €500,00 per dag voor elke dag dat Connexxion nalaat om aan deze veroordeling te voldoen;

B. betaling van €10.433,82 bruto als het loon over de periode van 1 mei 2006 tot 12 november 2006, exclusief 8% vakantiebijslag;

C. betaling van €1.738,97 bruto per maand als het loon over iedere maand vanaf 1 november 2006, dit tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag en al hetgeen waarop [eiser] krachtens een CAO of krachtens wettelijke maatregelen recht verkrijgt;

D. betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ad 50% over de onder B. en C. genoemde posten;

E. betaling van €700,00 (exclusief BTW) ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

F. betaling van de wettelijke rente over alle voornoemde gevorderde bedragen vanaf de dag dat die bedragen zijn verschuldigd;

G. betaling van de kosten van het geding.

[eiser] heeft aan zijn vordering ten grond-slag gelegd dat hij betwist te hebben gefraudeerd en dat het niet valt uit te sluiten dat er andere oorzaken zijn voor de door Connexxion geconsta-teerde verschillen in aantallen passagiers.

Het verweer

Connexxion heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Connexxion is van oordeel dat het ontslag op staande voet op goede gronden is geven.

Voor het geval de kantonrechter daarover anders mocht oordelen, verzoekt Connexxion met een beroep op artikel 7:680a BW, de vordering tot doorbetaling van het salaris te matigen tot maximaal drie maanden salaris. [eiser] heeft tot twee keer toe door diens stilzitten richting Connexxion de indruk gewekt te berusten in het gegeven ontslag op staande voet dan wel in de op 4 oktober 2006 gedane uitspraak in kort geding.

De beoordeling van het geschil

De kernvraag in dit geschil is of Connexxion voldoende heeft aangetoond dat [eiser] tijdens zijn werkzaamheden heeft gefraudeerd in die zin dat hij minder passagiers heeft opgegeven dan het door hem werkelijk vervoerde aantal passagiers.

Indien deze fraude komt vast te staan, is het ontslag op staande voet terecht gegeven en dienen de vorderingen van [eiser] te worden afgewezen.

Ter onderbouwing van de door haar gestelde fraude heeft Connexxion zich beroepen op de visuele waarneming van het aantal passagiers door [XXX] tijdens de uitgevoerde controle. Voorts bevinden zich bij de overgelegde producties ritstaten waaruit blijkt dat het aantal passagiers dat door [XXX] is gezien hoger is dan het door [eiser] doorgegeven aantal passagiers.

Daarnaast heeft Connexxion een gespreksverslag overgelegd van een gesprek met haar werkneemster [YYY], waarin het volgende is opgenomen:

“(…)

Op de vraag waar denk je nu aan, reageerde [YYY] als volgt:

Na mijn bekentenis gaan er veel meer chauffeurs mee dan jullie denken. Het klopt dat ik minder passagiers op gaf aan de centrale dan er daadwerkelijk in de auto zaten. Hier was een behoorlijk grote groep chauffeurs bij betrokken. Het geld wat de chauffeurs daar aan over hebben gehouden is verdeeld tussen de chauffeurs en mij.

(…)”

Nadat de comparitie van partijen had plaatsgevonden, heeft Connexxion nog producties in het geding gebracht. Uit die producties blijkt het volgende:

- een medewerker van Connexxion heeft een eerdere verklaring ten gunste van [eiser] ingetrokken omdat hij bij het opstellen van die, naar zijn zeggen, onjuiste verklaring, onder druk was gezet door [eiser];

- ritstaten van 5 mei 2005, waaruit blijkt dat door [eiser] om 14.32 uur drie passagiers zijn doorgegeven.

De kantonrechter is van oordeel dat nadere bewijslevering door Connexxion niet nodig is. Uit de thans overgelegde ritstaten en de reeds eerder in het geding gebrachte notitie van [XXX] over zijn waarnemingen op 5 mei 2005 blijkt dat [eiser] inderdaad toen minder passagiers heeft opgegeven dan hij werkelijk vervoerde. Van enige door [XXX] gemaakte vergissing is niet gebleken.

[eiser] heeft zich beroepen op de door hem in het geding gebrachte verklaring van de medewerkster [YYY]. Zonder nadere toelichting door [eiser] is die verklaring niet in overeenstemming te brengen met het hierboven genoemde gespreksverslag.

Hetzelfde geldt voor de verklaring van medewerker [AAA] die door [eiser] in het geding is gebracht. Deze medewerker heeft zijn verklaring ingetrokken, zoals hierboven reeds is overwogen. Door [eiser] is op geen enkele wijze meer gereageerd op deze intrekking van de verklaring door de genoemde medewerker.

Al met al komt de kantonrechter tot de conclusie dat [eiser] de stelling van Connexxion en de in dat verband overgelegde producties onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. Dat betekent dat wat Connexxion heeft gesteld als juist moet worden aangenomen en voor verder bewijslevering geen noodzaak meer bestaat.

Voor tegenbewijs acht de kantonrechter geen termen aanwezig, nu [eiser] daarvoor een onvoldoende concreet bewijsaanbod heeft gedaan.

Op grond van het vorenstaande is daarmee komen vast te staan dat [eiser] inderdaad heeft gefraudeerd bij de opgave van het aantal van de door hem vervoerde passagiers. Het ontslag op staande voet is derhalve op goede gronden gegeven.

Dat leidt ertoe dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen, met zijn veroordeling in de proceskosten. De kantonrechter kent bij de proceskostenveroordeling geen punten toe aan de akte na comparitie van Connexxion, omdat Connexxion de daarbij overlegde stukken, nu gesteld noch gebleken is dat dit niet mogelijk was, reeds bij haar conclusie van antwoord had behoren over te leggen.

Hetgeen partijen verder nog te berde hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

Beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vorderingen af.

Veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Connexxion begroot op €600,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor-raad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.