Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA9490

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-07-2007
Datum publicatie
12-07-2007
Zaaknummer
15/975000-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte tot 5 jaar straf met aftrek omdat deze zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan het produceren van synthetische drugs in een daartoe ingerichte loods in Haarlem. In de loods waar verdachte werd aangehouden was een grote hoeveelheid materiaal bevattende MDMA en MDEA, alsook amfetamine en metamfetamine aanwezig en lagen ongeveer één miljoen zogenaamde XTC-tabletten verpakt in dozen voor transport gereed. Uit de resultaten van een door het Nederlands Forensisch Instituut verricht onderzoek in de loods blijkt dat de productiecapaciteit van dit laboratorium zeer groot was. Nu verdachte hier gedurende een periode van twee à drie maanden werkzaam is geweest, moet aangenomen worden dat hij aldus heeft bijgedragen aan de productie van een zeer aanzienlijke hoeveelheid XTC-tabletten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/975000-07

Uitspraakdatum: 12 juli 2007

Tegenspraak

STRAFVONNIS

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 juni 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum],

wonende te [woonadres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Midden Holland, Huis van Bewaring Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 28 juni 2007- tenlastegelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2006 tot en met 30 januari 2007 te Haarlem meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDEA en/of MDA, zijnde MDMA en/of MDEA en/of MDA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aange-wezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 30 januari 2007 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 348 kilogram (315 kilogram tabletten en 33 kilogram poeder), althans een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of 1,08 kilgram amfetamine, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of 0,64 kilogram metamfetamine, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of amfetamine en/of metamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan in dier voege dat hij

1.

in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 30 januari 2007 te Haarlem meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft vervaardigd en/of bewerkt een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDEA, zijnde MDMA en MDEA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

op 30 januari 2007 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde MDMA en N-ethyl-MDA (MDEA) en amfetamine en metamfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De beslissing dat de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten door de verdachte zijn begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna gemelde gebezigde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

De hieronder opgenomen processen-verbaal zijn in wettelijk vorm opgemaakt en voldoen aan de daaraan bij wet gestelde eisen. Indien wordt verwezen naar dossierpagina's, wordt het dossier van de FIOD/ECD met nummer: 38736 “Light” bedoeld.

1. De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 28 juni 2007, voor zover – zakelijk weergegeven - inhoudende:

Ik denk dat ik er op het moment van mijn aanhouding een maand of twee à drie aan het werk was in de loods. In totaal ben ik een keer of tien in de loods aan de [adres] geweest. Ik hield mij daar uitsluitend bezig met het chemische proces, waaronder het omzetten van MDMA-olie naar poeder. Ook deed ik de grondstoffen in de ketel. De eerste keer dat ik er kwam heeft iemand mij het proces uitgelegd en ver-teld hoe ik het moest doen, de keer daarna kon ik zelf dingen doen. Op de avond van mijn aanhouding draaide ik voor het eerst zelfstandig een fase van het chemische proces. Ik ben af en toe alleen in de loods geweest. Er waren ook anderen in het laboratorium aanwezig.

2. Deskundigenrapport opgesteld door de vast gerechtelijk deskundige drs J.D.J. van den Berg, werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 11 juni 2007 (zaaknummer 2007.02.02.075);

3. Proces-verbaal van aanhouding van verdachten [medeverdachte] en [verdachte], ordner 2, dossierpagina’s 103002-103003. De rechtbank begrijpt dit proces-verbaal aldus dat de datum van aanhouding van verdachte [verdachte] 30 en niet 31 januari 2007 was;

4. Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 31 januari 2007 om 14.04 uur, ordner 2, dossier-pagina’s 101012-101015;

5. Proces-verbaal van bevindingen van het Landelijk Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen, ordner 6, dossierpagina’s 400015-400021.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie en van overige beslissingen

6.1 vordering van de officier van justitie

De officier heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten en heeft gevorderd dat verdachte ter zake daarvan een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar zal worden opgelegd, zulks met aftrek van de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de per-soon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland, Regio Amsterdam, Units Regio Amsterdam, uitgebrachte rapport van 15 mei 2007, is gebleken.

In verband met de op te leggen straf heeft de raadsvrouwe betoogd dat verdachte niet wezenlijk was betrokken bij het productieproces van de XTC-tabletten en dat zijn eventuele straf, gelet op zijn beperkte rol, veel lager zou moeten uitvallen dan door de officier van justitie geëist.

Zij heeft aangevoerd dat verdachte weliswaar willen en wetens in de productieplaats aan de [adres] aanwezig is geweest en dat hij zich daar heeft gepresenteerd als medewerker, maar dat hij daar in werkelijkheid slechts was als belangstellende toeschouwer met het doel om knowhow op te doen. De hem door de officier van justitie toebedeelde rol van laborant of één van de laboranten vindt geen enkele steun in de gedingstukken.

De rechtbank volgt de raadsvrouwe niet. Zij acht het onaannemelijk dat een organisatie die zich op een dergelijk grote schaal bezighoudt met de productie van synthetische drugs een willekeurig persoon, die geen relevante bijdrage aan het productieproces levert, uitsluitend als belangstellende toeschouwer zou toelaten in de productieplaats. Dat de rol van verdachte groter was dan bepleit, volgt evenzeer uit de resultaten van het opsporingsonderzoek. Blijkens de in de woning van verdachte aangetroffen grote hoeveelheid boeken, artikelen en handgeschreven notities over de diverse productiemethoden voor synthetische drugs heeft verdachte zich aantoonbaar verdiept in de chemische productieprocessen van onder meer MDMA (hierna aan te duiden als: XTC). Behalve in de theorie, heeft verdachte zich ook in de praktijk van de XTC-productie verdiept. Hij is immers naar eigen zeggen, twee à drie maanden werkzaam geweest in de productieplaats, waarbij hij een keer of tien aanwezig is geweest, en draaide hij op het moment van aanhouding zelfstandig een fase van het productieproces. Deze omstandigheden, in het bijzonder verdachtes bezigheden ten tijde van de aanhouding, vallen naar het oordeel van de rechtbank niet te rijmen met een rol als door de raadsvrouwe omschreven. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte in de onder 1 bewezenverklaarde periode een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het productieproces van de XTC-tabletten in de loods aan de [adres] te Haarlem en houdt daar bij de strafoplegging rekening mee.

Ten aanzien van de op te leggen straf neemt de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het produceren van synthetische drugs in een daartoe ingerichte loods. In de loods waar verdachte werd aangehouden was een grote hoeveelheid materiaal bevattende MDMA en MDEA, alsook amfetamine en metamfetamine aanwezig en lagen ongeveer één miljoen zogenaamde XTC-tabletten verpakt in dozen voor transport gereed. Uit de resultaten van een door het Nederlands Forensisch Instituut verricht onderzoek in de loods blijkt dat de productiecapaciteit van dit laboratorium zeer groot was. Nu verdachte hier gedurende een periode van twee à drie maanden werkzaam is geweest, moet aangenomen worden dat hij aldus heeft bijgedragen aan de productie van een zeer aanzienlijke hoeveelheid XTC-tabletten.

MDMA, N-ethyl-MDA, amfetamine en methamfetamine bevatten voor de gezondheid van personen schade-lijke stoffen. Het betreft hier verslavende en bewustzijnsbeïnvloedende middelen ten aanzien waarvan de wet-gever (onder meer) om die reden de productie en het bezit heeft verboden. Zo blijkt uit onderzoek dat na gebruik van XTC levensbedreigende en psychische klachten kunnen optreden. In de afgelopen jaren zijn na gebruik van XTC meermalen jonge mensen overleden. Verdachte heeft met voorbijzien aan de risico's voor de gezondheid van veelal jonge mensen een rol gespeeld bij het op grote schaal op de markt brengen van deze verboden synthetische drugs.

Naast het gevaar voor de volksgezondheid schuilt in de productie van XTC-tabletten nog ander gevaar. De rechtbank wijst op schade aan het milieu, veroorzaakt door dumpingen van de bij de productie van XTC-tabletten vrijkomende chemische afvalstoffen in het riool of elders en op het ontploffingsgevaar dat bij de productie van XTC-tabletten aanwezig is, welk gevaar zich onder meer doet gelden bij laboratoria in een veelgebruikt industriegebied, zoals het onderhavige.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur passend en geboden is.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 47, 57;

Opiumwet: 2, 10 (oud) en 10.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.1 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIJF JAREN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. de Vries-van den Heuvel, voorzitter,

mrs. Bijvoet en Tel, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Valk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juli 2007.