Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA9027

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-06-2007
Datum publicatie
09-07-2007
Zaaknummer
15/634138-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van de invoer van ongeveer 7 kilo cocaïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/634138-06

Uitspraakdatum: 14 juni 2007

Tegenspraak

STRAFVONNIS

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 maart 2007 en 12 juni 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres],

thans gedetineerd in P.I. Amsterdam, HvB Het Schouw te Amsterdam.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 14 juli 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 7 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. De rechtbank, is an-ders dan de officier van justitie die het feit bewezen heeft geacht, van oordeel dat uit de zich in het dossier bevindende stukken, noch uit het onderzoek ter terechtzitting, voldoende gegevens zijn te putten die kunnen leiden tot het wettige en overtuigende bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan met name niet nu de rechtbank niet is gebleken dat de in het telefoongesprek van 14 juli 2006 om 08:03:28 uur gebezigde term “feessie”, ziet op de aankomst van een zending verdovende middelen, zoals de officier van justitie veronderstelt. Verdachte moet derhalve worden vrijgesproken.

4. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen schriftelijke bescheiden.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Jansen, voorzitter,

mrs. Monster en Burg, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mrs. Banning en Antonos,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juni 2007.