Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA8343

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-06-2007
Datum publicatie
28-06-2007
Zaaknummer
131118/2006-4274
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Adoptie

De minderjarige is als alleenstaande minderjarige asielzoekster naar Nederland gekomen. Tussen de minderjarige en verzoekster, die werkt in de woonvoorziening waar de minderjarige verbleef is een hechte band ontstaan. Nadat de woonvoorziening ging sluiten, is de minderjarige opgenomen in het gezin van verzoekster. Aannemelijk is dat adoptie in het belang van de minderjarige is.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 228
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2007/347
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie- en Jeugdrecht

zaak-/rekestnr.: 131118/2006-4274

beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken d.d. 12 juni 2007

gegeven op het verzoek van:

[naam verzoekers],

beiden wonende te Haarlem,

hierna mede te noemen: verzoekers,

procureur: mr. M. Middeldorp

advocaat mr. C.A. Goudsmit te Amsterdam,

strekkende tot adoptie van:

[naam minderjarige],

geboren op [datum] 1989 te [plaats], Mongolië,

hierna mede te noemen: de minderjarige.

1. Verloop van de procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 28 december 2006 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief met bijlagen van 29 maart 2007 van mr. C.A. Goudsmit;

- het verhandelde ter terechtzitting van de meervoudige kamer van 16 april 2007 in aanwezigheid van partijen bijgestaan door mr. C.A. Goudsmit, de Raad voor de Kinderbescherming, vertegenwoordigd door S. van den Ende en de Stichting Nidos vertegenwoordigd door A.J.M. Klaver.

1.2 De minderjarige is in raadkamer gehoord.

2. De vaststaande feiten

- Uit het overgelegde “Birth certificate”, opgemaakt door het “[naam instantie] met de nummers [nummer] en [nummer] blijkt dat de minderjarige op [datum] 1989 is geboren als kind van [naam] en dat de geboorte op [datum] 1989 is geregistreerd in het geboorteregister van het Songino district in [plaats], Mongolië; de naam van de vader staat niet vermeld op de geboorteakte;

- uit het overgelegde “Pass away certificate” opgemaakt door het “[naam instantie” met de nummers No: [nummer] en [nummer] blijkt dat [naam], de moeder van de minderjarige, op [datum] 1998 is overleden;

- de minderjarige is in oktober 2002 naar Nederland gekomen en heeft een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige asielzoekster gekregen;

- het verzoek voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf is afgewezen; tegen deze afwijzing is een bezwaarschrift ingediend;

- gelet op de schorsende werking van het bezwaarschrift verblijft de minderjarige thans op grond van artikel 8 sub h Vreemdelingenwet legaal in Nederland;

- bij beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, de kantonrechter te Eindhoven, van 28 november 2002, is de Stichting Nidos, instelling voor jeugdbescherming voor vluchtelingen, gevestigd te Utrecht, benoemd tot tijdelijk voogdes over de minderjarige;

- uit het uittreksel GBA van de gemeente [plaats] blijkt dat de minderjarige sedert 18 mei 2006 in het gezin van verzoekers verblijft;

- verzoekers zijn op [datum] 1949 met elkaar gehuwd;

- de minderjarige is het vijfde kind tot wie verzoekers in familierechtelijke betrekking komt te staan.

3. Beoordeling van het verzoek

3.1 De minderjarige is niet naar Nederland gekomen met de intentie om te worden geadopteerd, maar om een verblijfsstatus te verwerven. In augustus 2003 is [naam minderjarige] in een woonvoorziening voor alleenstaande minderjarige asielzoekers ([plaats]) geplaatst. De minderjarige en verzoekster, die in het [plaats] werkzaam was, hebben elkaar daar leren kennen. Verzoekster was niet de mentor van de minderjarige, maar wel verantwoordelijk voor de woonvoorziening waarin [naam minderjarige] verbleef. Tussen hen is een vertrouwensband ontstaan. De minderjarige heeft verzoekster meerdere malen verzocht de moederlijke zorg voor haar op zich te willen nemen. Door haar werk in [plaats] was het verzoekster echter niet toegestaan de minderjarige in haar privéleven te betrekken.

Nadat in november 2005 bekend werd dat het [plaats] zou gaan sluiten en het dienstverband van verzoekster bij deze instelling zou worden beëindigd, hebben verzoekers besloten de minderjarige in hun gezin op te nemen en is [naam minderjarige] op 18 mei 2006 officieel bij de familie [naam] in [plaats] gaan wonen. Verzoekers en de minderjarige hebben ter zitting verklaard dat tussen hen en tussen de minderjarige en de vier kinderen van verzoekers een hechte band is ontstaan. Daarnaast heeft de minderjarige verklaard dat zij zich opgenomen voelt in de familie van verzoekers en eindelijk het gevoel heeft “ergens bij te horen”.

3.2 In haar rapportage van 8 december 2006 concludeert mevrouw [naam], orthopedagoog/gz-psycholoog te [plaats], dat tussen verzoekers en [naam minderjarige] een affectieve en pedagogische binding is ontstaan en dat deze binding veel kenmerken vertoont van een veilige hechting. Voorts concludeert zij dat een veilige hechting een belangrijke basis is om zich te ontwikkelen en dat adoptie de minderjarige de nodige zekerheid zal geven om zich verder te ontwikkelen tot een evenwichtige en volwassen persoonlijkheid.

3.3 Mevrouw A.J.M. Klaver, jeugdbeschermer/voogd van de Stichting Nidos, ondersteunt het initiatief van de minderjarige en verzoekers om een adoptieprocedure te starten. Zij stelt dat er sprake is van een positieve ontwikkeling sinds [naam minderjarige] bij verzoekers woont en is van mening dat afwijzing van de adoptie schadelijk voor de verdere ontplooiing van de minderjarige zal zijn.

3.4 Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen tijdens de gehouden verhoren naar voren is gebracht, is gebleken dat de moeder van de minderjarige overleden is en dat niet bekend is wie de vader van de minderjarige is. Hierdoor is voldoende komen vast te staan dat de minderjarige thans en naar voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien, niets meer van haar ouders in hoedanigheid van ouder te verwachten heeft.

Voorts is aannemelijk dat de adoptie in het kennelijke belang van de minderjarige is.

Zowel verzoekers als de minderjarige hebben verklaard dat zij de tussen hen bestaande band willen bestendigen in een familierechtelijke relatie via adoptie.

Nu [naam minderjarige] sinds 18 mei 2006 in het gezin van verzoekers verblijft, is aan de voorwaarde van art. 1:228 lid 1 sub f. BW voldaan.

3.5 De Raad voor de Kinderbescherming heeft ter zitting verklaard dat de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) niet op de onderhavige procedure van toepassing is. Omdat de moeder van de minderjarige is overleden en niet bekend is wie de vader van [naam minderjarige] is, zij sinds haar 13e jaar in Nederland verblijft en tussen verzoekers en haar inmiddels een hechte band is ontstaan, heeft de Raad ter zitting verklaard geen bezwaar te hebben tegen de verzochte adoptie.

3.6 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal het verzoek tot adoptie van de minderjarige door verzoekers worden toegewezen.

3.7 Op grond van artikel 25, lid 6 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zal de rechtbank de inschrijving van de akte van geboorte van de minderjarige gelasten in de registers van de Burgerlijke Stand van de gemeente 's-Gravenhage.

3.8 De minderjarige zal op grond van het bepaalde in artikel 1: 5, lid 8, BW na de adoptie de geslachtsnaam [naam] dragen.

4. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijke geslacht:

[naam minderjarige],

geboren op [datum] 1989 te [plaats], Mongolië,

door verzoekers voornoemd.

Gelast de inschrijving van voormelde akte van geboorte in de registers van de Burgerlijke Stand van de gemeente 's-Gravenhage.

Gelast wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige in: [naam].

Aldus gegeven door mr. J.G. Kok, lid van deze kamer tevens kinderrechter, voorzitter, en mrs. A. Ayal en R.A. Otter, leden van deze kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juni 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.