Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA7776

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-02-2007
Datum publicatie
21-06-2007
Zaaknummer
15/501460-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak op grond van ontbrekend deskundigenrapport. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat er geen monsters zijn genomen omdat de bodemplaten in zijn geheel naar het Nederlands Forensisch Instituut gestuurd zouden worden. De zending is echter abusievelijk niet naar het NFI gestuurd, maar vernietigd. Verdachte heeft weliswaar zelf verklaard dat hij cocaïne in zijn koffer had, maar heeft tevens verklaard dat hij dit niet zelf had geconstateerd maar had gehoord van de hem verder onbekende man die hem had voorgesteld de koffer te vervoeren. Gelet op het ontbreken van een deskundigenrapport en gelet op het ontbreken van meer specifieke redenen van wetenschap bij verdachte omtrent de aard van de bij hem aangetroffen stof, waarbij nog geldt dat de aangetroffen rode substantie op het eerste gezicht niet is te duiden als cocaïne, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd.

Verdachte moet van het hem tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

VESTIGING SCHIPHOL

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/501460-06

Uitspraakdatum: 16 februari 2007

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 februari 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in P.I. Haaglanden P.C.S. Unit 2.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 10 november 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Verdachte is op 10 november 2006 te Schiphol aangekomen vanuit de Dominicaanse Republiek. Bij onderzoek door de douane bleek dat aan de bodemplaten van zijn koffer een rode substantie bevestigd was. Een kleine hoeveelheid van deze rode substantie is getest door de douanebeambte met behulp van de MMC cocaïnetest. De test kleurde hierbij positief zodat aangenomen werd dat de stof vermoedelijk cocaïne bevatte. Echter, een deskundigenrapport inhoudende de bevestiging dat de rode substantie daadwerkelijk cocaïne bevatte, ontbreekt. Uit het aanvullend proces-verbaal van 13 februari 2007 van de opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar] blijkt dat er geen monsters van de substantie zijn genomen omdat de bodemplaten in zijn geheel naar het Nederlands Forensisch Instituut gestuurd zouden worden. De zending is echter abusievelijk niet naar het NFI gestuurd, maar vernietigd. Verdachte heeft weliswaar zelf verklaard dat hij cocaïne in zijn koffer had, maar heeft tevens verklaard dat hij dit niet zelf had geconstateerd maar had gehoord van de hem verder onbekende man die hem had voorgesteld de koffer te vervoeren. Gelet op het ontbreken van een deskundigenrapport en gelet op het ontbreken van meer specifieke redenen van wetenschap bij verdachte omtrent de aard van de bij hem aangetroffen stof, waarbij nog geldt dat de aangetroffen rode substantie op het eerste gezicht niet is te duiden als cocaïne, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd.

Verdachte moet van het hem tenlastegelegde worden vrijgesproken.

De beslissing tot vrijspraak brengt met zich dat de onder verdachte inbeslaggenomen goederen aan hem teruggegeven dienen te worden.

4. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem tenlastegelegde feit.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

– 5. 1.00 STK Label IBERIA bagage IB 187669;

– 6. 1.00 STK Label IBERIA bagage IB 187668;

– 7. 1.00 STK Telefoontoestel Kl: zwart SAMSUNG D500;

– 8. 1.00 STK Formulieren, IBERIA reisschema 0752323941757;

– 9. 3.00 STK Vliegticket electron. Op naam van [verdachte];

– 11. 1.00 STK Instapkaart, IBERIA;

– 13. 3.00 STK Notitie en memo;

– 14. 1.00 STK Kaart ORANGE simm 0606021340214f;

– 15. 1.00 STK Kaart LEBARA simm 0608101007980;

– 16. 1.00 STK Kaart T-MOBILE simm 8931162000051737415;

– 17. 2.00 STK Claimtag IBERIA ib 187668.

Heft op het bevel voorlopige hechtenis.

Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van den Bos, voorzitter,

mrs. Brouwer en Hijink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Valk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 februari 2007.

Mrs. Brouwer en Hijink zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.