Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA7122

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-03-2007
Datum publicatie
13-06-2007
Zaaknummer
15/501465-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geweld aan boord van een vliegtuig; mishandeling. Verdachte heeft aan boord van een luchtvaartuig een medepassagier bij de keel gegrepen en bedreigd, een andere medepassagier in het gezicht gestompt en een aantal andere medepassagiers beledigd en verder lastig gevallen. Verdachte is zich voor de vlucht te buiten gegaan aan het roken van marihuana, het gebruiken van cocaïne en het drinken van bier. Daarna heeft verdachte tijdens de vlucht nog enkele glazen whisky gedronken, als gevolg waarvan verdachte als een wilde tekeer is gegaan en niet te stoppen was in zijn agressieve handelingen en uitlatingen. Vanwege het begane geweld heeft verdachte de leden van het boordpersoneel, alsmede ook de gezagvoerder, ervan weerhouden om de hen opgedragen taken op het gebied van de de veiligheid van het luchtvaartuig en de medepassagiers ten volle uit te voeren, omdat zij gedwongen waren zich intensief met verdachte en de onstane situatie bezig te houden. Daardoor heeft verdachte de veiligheid van het luchtvaartuig en zijn medepassagiers in gevaar gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/501465-06

Uitspraakdatum: 1 maart 2007

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 februari 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te Groningen,

thans gedetineerd in P.I. Midden Holland, HvB Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 10 november 2006, aan boord van een luchtvaartuig (te weten een Nederlands vliegtuig (vluchtnummer KLM 0714), in vlucht (in het internationale luchtruim), opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of andere van zijn, verdachtes, medepassagiers, immers heeft hij, verdachte,

- voornoemde [slachtoffer 1] (met kracht) met de vuist, althans de hand in/tegen het gezicht gestompt en/of geslagen en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] (met kracht) bij de keel gegrepen/gepakt en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] (op dreigende wijze) de woorden toegevoegd: "pas op hoor, ik trek je kop van je romp af" en/of

- tegen [slachtoffer 3] (op dat moment werkzaam als steward en belast met de uitvoering van de veiligheidsvoorschriften) verklaard dat het zijn missie was zijn medepassagier te onthoofden en/of

- achtmaal, althans meermalen, getracht een medepassagier te vinden, waarbij hij, verdachte bij verscheidene medepassagiers (een) deken(s) van het hoofd en/of lichaam getrokken en/of daarbij (meermalen) op agressieve wijze door het vliegtuig heen en weer gelopen en/of daarbij meerdere/verscheidene medepassagiers beledigd en/of uitgescholden,

waardoor gevaar voor het luchtvaartuig te duchten is geweest, immers heeft hij, verdachte, de vluchtveiligheid en/of de passagiersveiligheid in gevaar gebracht door voornoemde handelingen te plegen en/of bevelen (van het cabinepersoneel) niet op te volgen en/of zich (zeer) agressief te gedragen en/of medepassagiers lastig te vallen (door onder andere (een) deken(s) van hun af te trekken en/of hen te beledigen en/of uit te schelden en/of meermalen door het vliegtuig heen en weer gelopen), terwijl de gezagvoerder daardoor gedwongen werd om aanwijzingen te geven (te weten: het verbieden om door de cabine te lopen met het doel om de betreffende passagier te zoeken en/of het stoppen met lastigvallen van andere passagiers) en/of hem, verdachte te (laten) boeien en/of hem, verdachte een (kalmerings)injectie te laten toedienen;

2.

hij op of omstreeks 10 november 2006, aan boord van een luchtvaartuig (te weten een Nederlands vliegtuig (vluchtnummer KLM 0714), opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), die [slachtoffer 1],

(met kracht) met de vuist, althans de hand, in/tegen het gezicht (ter hoogte van de kaak) heeft gestompt en/of geslagen waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan in dier voege dat

1.

hij op 10 november 2006, aan boord van een luchtvaartuig, te weten een Nederlands vliegtuig vluchtnummer KLM 0714, in vlucht in het internationale luchtruim, opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en andere van zijn, verdachtes, medepassagiers, immers heeft hij, verdachte,

- voornoemde [slachtoffer 1] met kracht met de vuist tegen het gezicht geslagen en

- voornoemde [slachtoffer 2] met kracht bij de keel gegrepen en

- voornoemde [slachtoffer 2] op dreigende wijze de woorden toegevoegd: "pas op hoor, ik trek je kop van je romp af" en

- tegen [slachtoffer 3], op dat moment werkzaam als steward en belast met de uitvoering van de veiligheidsvoorschriften, verklaard dat het zijn missie was zijn medepassagier te onthoofden en

- getracht een medepassagier te vinden, waarbij hij, verdachte, bij verscheidene medepassagiers een deken van het hoofd en/of lichaam heeft getrokken en daarbij meermalen op agressieve wijze door het vliegtuig heen en weer heeft gelopen en daarbij meerdere medepassagiers heeft beledigd en uitgescholden,

waardoor gevaar voor het luchtvaartuig te duchten is geweest, immers heeft hij, verdachte, de vluchtveiligheid en de passagiersveiligheid in gevaar gebracht door voornoemde handelingen te plegen en bevelen van het cabinepersoneel niet op te volgen en zich zeer agressief te gedragen en medepassagiers lastig te vallen door onder andere een deken van hen af te trekken en hen te beledigen en uit te schelden en meermalen door het vliegtuig heen en weer te lopen, terwijl de gezagvoerder daardoor gedwongen werd om aanwijzingen te geven, te weten: het verbieden om door de cabine te lopen met het doel om de betreffende passagier te zoeken en het stoppen met lastigvallen van andere passagiers en verdachte te laten boeien en verdachte een kalmeringsinjectie te laten toedienen;

2.

hij op 10 november 2006, aan boord van een luchtvaartuig te weten een Nederlands vliegtuig vluchtnummer KLM 0714, opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 1], die [slachtoffer 1], met kracht met de vuist tegen het gezicht ter hoogte van de kaak heeft geslagen waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van de feiten

Ten aanzien van het eerste bewezenverklaarde feit overweegt de rechtbank nog als volgt.

In de tenlastelegging is weggevallen het bestanddeel ‘gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig’. Nu de kwalificatiebeslissing op grondslag van de bewezenverklaring dient plaats te vinden, is dat op basis van de onderhavige bewezenverklaring niet zonder meer mogelijk. Echter, uit de op die zin volgende feitelijke beschrijving van het gevaar kan naar het oordeel van de rechtbank slechts blijken dat daarmede is bedoeld dat door de handelingen van verdachte de vluchtveiligheid in gevaar is gebracht, zodat het bewezenverklaarde voldoet aan de kwalificatie van artikel 385b van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in vlucht, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is, meermalen gepleegd;

2. mishandeling.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie en van overige beslissingen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide feiten en gevorderd dat ter zake aan verdachte een gevangenisstraf van achttien maanden wordt opgelegd.

Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de door de Forensisch Psychiatrische Dienst Haarlem uitgebrachte consultbrief van 13 november 2006 en van het door de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar-Haarlem, Unit Haarlem, uitgebrachte rapport van 17 januari 2007 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft aan boord van een luchtvaartuig een medepassagier bij de keel gegrepen en bedreigd, een andere medepassagier in het gezicht gestompt en een aantal andere medepassagiers beledigd en verder lastig gevallen. Verdachte is zich voor de vlucht te buiten gegaan aan het roken van marihuana, het gebruiken van cocaïne en het drinken van bier. Daarna heeft verdachte tijdens de vlucht nog enkele glazen whisky gedronken, als gevolg waarvan verdachte als een wilde tekeer is gegaan en niet te stoppen was in zijn agressieve handelingen en uitlatingen. Vanwege het begane geweld heeft verdachte de leden van het boordpersoneel, alsmede ook de gezagvoerder, ervan weerhouden om de hen opgedragen taken op het gebied van de de veiligheid van het luchtvaartuig en de medepassagiers ten volle uit te voeren, omdat zij gedwongen waren zich intensief met verdachte en de onstane situatie bezig te houden. Daardoor heeft verdachte de veiligheid van het luchtvaartuig en zijn medepassagiers in gevaar gebracht.

De daden van geweld in kleine besloten ruimtes, zoals een luchtvaartuig, brengen gevoelens van grote onveiligheid te weeg voor mensen die daarvan getuige zijn, met name ook omdat men door de beslotenheid van de ruimte niet aan de situatie kan ontsnappen. De mogelijkheid van escalatie van het geweld, waarbij meerdere personen betrokken raken, kan een zeer grote bedreiging voor de de veiligheid van het luchtvaartuig én de inzittenden vormen. De rechtbank rekent verdachte zijn optreden aan boord van het vliegtuig dan ook ernstig aan.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Een gedeelte daarvan behoeft vooralsnog niet ten uitvoer te worden gelegd om verdachte er van te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te begaan.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht 14a, 14b, 14c, 57, 300, 385b.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN (18) MAANDEN, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot ZES (6) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Brouwer, voorzitter,

mrs. Hijink en Van den Bos, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Valk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 maart 2007.

Mrs. Brouwer en Hijink zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.