Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6978

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-03-2007
Datum publicatie
12-06-2007
Zaaknummer
15/694012-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting, gewoontewitwassen, criminele organisatie, wash-washtruc. Bij de keuze tot oplegging van een vrijheidbenemende straf en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder mee laten wegen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan vijf oplichtingen, waarbij zij werd ingezet door haar medeverdachten voor hetzij werkzaamheden op haar kantoor, hetzij voor werkzaamheden op een andere ontmoetingsplaats. Verdachte bediende zich daarbij altijd van valse namen en hoedanigheden en leugens over de door de slachtoffers te verkrijgen gelden. Uit de aangiftes en afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat verdachte met haar innemende en betrouwbare voorkomen en mededelingen zeer behendig was in het winnen van vertrouwen bij de slachtoffers. De samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten en de omstandigheden waaronder de slachtoffers werden ontvangen en te woord gestaan droegen ook in belangrijke mate bij aan het gewekte vertrouwen bij de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/694012-05

Uitspraakdatum: 27 maart 2007

Tegenspraak

STRAFVONNIS

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 15 februari, 5, 6 en 13 maart 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in P.I. Utrecht – P.I.V. HvB Nieuwersluis.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Op vordering van de officier van justitie is de omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzitting van 5 maart 2007 aangepast ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Een kopie van die vordering is als bijlage II bij dit vonnis gevoegd en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijsbeslissingen

3.1 Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder 5. ten laste is gelegd. Uit de dossierstukken blijkt weliswaar van betrokkenheid van verdachte door het beschikbaar stellen van kantoorruimte ten behoeve van haar medeverdachten. Dit nu acht de rechtbank echter onvoldoende om te komen tot het bewijs van medeplegen van oplichting. Verdachte moet dus worden vrijgesproken van dit feit.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde feiten heeft begaan in dier voege dat

1.

(zaaksdossier 3: oplichting [slachtoffer 1/2])

zij in de periode van 25 mei 2005 tot en met 9 juni 2005 te Amsterdam en/of Groot-Brittanië tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van 2920 BP op of omstreeks 9 juni 2005,

hebbende verdachte en/of haar mededaders met vorenomschreven oogmerk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- onder de naam [alias 1] die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] uitgenodigd naar Nederland te komen om geld te inspecteren, omdat het geld door de douane gecontroleerd moest worden, zodat dit in Engeland niet meer hoefde te gebeuren en

- vervolgens een ontmoeting gearrangeerd met die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en een persoon zich noemende [betrokkene 1] en die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] begeleid naar een kantoor in Amsterdam en gevraagd (na afgifte van hun paspoorten teneinde deze te laten kopiëren) 3000 BP te betalen voor "clearing and handling charges" en

- vervolgens in dat kantoor aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een zwarte tas getoond met dollars en medegedeeld dat die van stempels met het opschrift "secured" of "security" waren voorzien, welke stempels op de biljetten zaten om diefstal te voorkomen, die enkel met speciale rode vloeistof konden worden verwijderd en vervolgens een biljet met die vloeistof schoongemaakt en aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] meegegeven ten bewijze dat het biljet echt was,

waardoor die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werden bewogen tot bovengenoemde afgifte;

2.

(zaaksdossier 7: oplichting [slachtoffer 3])

zij op tijdstippen in de periode van 1 september 2005 tot en met 2 maart 2006 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen,

hebbende verdachte en/of haar mededaders met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als [alias 2] en/of [alias 3] en/of [alias 4] en/of in die valse hoedanighe(i)d(en):

- in Amsterdam een ontmoeting gearrangeerd met een persoon zich noemende [alias 2] (een Zuid-Afrikaanse diplomaat) en/of een persoon zich noemende [alias 3] (medewerker Zuid-Afrikaanse federale bank) en/of begeleid naar een kantoor in de buurt van Schiphol, alwaar een persoon

aanwezig was zich noemende [betrokkene 2] en/of die [slachtoffer 3] verteld dat hij 8.600 euro moest betalen voor belasting en gemaakte kosten om het geld vrij te krijgen bij de ABN/AMRO bank en/of een ontvangstbewijs gegeven en/of die [slachtoffer 3] een bewijs gegeven dat hij eigenaar was van een bedrag van 48

miljoen USD en/of

- in voornoemd kantoor die [slachtoffer 3] een koffer getoond gevuld met Amerikaanse dollars voorzien van een merk of stempel, dat chemisch moest worden verwijderd en/of ten bewijze dat die dollars echt waren de stempel van enkele biljetten (van 100 dollar) verwijderd en/of meegedeeld dat die vloeistof niet meer bruikbaar was en/of was ingedikt, omdat deze te warm was geworden en/of (enkele van) die bankbiljetten aan die [slachtoffer 3] meegegeven teneinde ze op echtheid te laten controleren en/of

- die [slachtoffer 3] verteld dat die [alias 3] zijn baas in Zuid-Afrika moest bellen om deze gerechtigd was om opdracht te geven bij een bedrijf in Rotterdam om voor de Zuid-Afrikaanse bank de chemicaliën herbruikbaar te maken en/of die [slachtoffer 3] verzocht 34.600 euro te betalen voor de aanschaf van die chemicaliën, waarvan zij een deel zouden voorschieten en/of die [slachtoffer 3] een betalingsbewijs gestuurd dat een gedeelte (groot 19.000 USD) was voorgeschoten en/of

- die [slachtoffer 3] in contact gebracht met een persoon zich noemende [alias 4] (werkzaam bij de douane) en een ontmoeting gearrangeerd op een kantoor te Amsterdam en/of toegezegd alle documenten te regelen die nodig waren voor het vrijgeven van geld en/of die [slachtoffer 3] verzocht 21.050 euro te betalen voor het in orde maken van de vrachtbrief, nu deze niet klopte, nu er een vrachtbrief was voor één koffer, terwijl het om twee koffers ging en/of die [slachtoffer 3] verscheidene malen naar Nederland laten komen, teneinde geld vrij te maken en/of

- die [slachtoffer 3] verscheidene brieven en stukken en documenten gezonden waaronder een "Customs Deposit Advice" van Ministry of Justice, customs & excise department, The Netherlands en een "Deposit Security Vault" van de ABN/AMRO en een brief van "Netherlands Drug Law Enforcement Agency",

waardoor die [slachtoffer 3] telkens werd bewogen tot bovengenoemde afgiften;

3.

(zaaksdossier 13: oplichting [slachtoffer 4])

zij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2006 tot en met 13 april 2006 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van 23.500 euro en 2.000 euro,

hebbende verdachte en/of haar mededaders met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als [alias 5] en/of [alias 6] en/of [alias 7] en/of in die valse hoedanighe(i)d(en):

- aan die [slachtoffer 4] een brief gezonden, met als afzender [alias 5], inhoudende dat [familielid] was overleden aan een ziekte in Zuid-Afrika en dat deze [familielid] een erfenis naliet van 23 miljoen Amerikaanse dollars en dat deze erfenis moest worden verdeeld over de erven en dat [slachtoffer 4] ongeveer 7 miljoen Amerikaanse dollars zou erven en aan deze brief een bijlage gehecht van SNS security waaruit bleek dat het geld reeds in Amsterdam was en waarin [slachtoffer 4] werd verzocht 23.500 euro te betalen voor transportbelasting en/of

- aan die [slachtoffer 4] telefonisch meegedeeld dat hij geld mocht zien alvorens hij over zou gaan tot de betaling van de transportbelasting en die [slachtoffer 4] uitgenodigd hiervoor naar Nederland te komen en/of

- die [slachtoffer 4] en zijn vrouw opgehaald bij het Sheraton hotel nabij Amsterdam met een auto met een chauffeur, zich noemende John, en/of begeleid naar een kantoor in Amsterdam en/of die Hartmann en zijn vrouw een koffer getoond gevuld met dollarbiljetten en/of een bundeltje biljetten uit de koffer genomen

en door middel van licht en een stift laten zien dat de biljetten echt waren,

waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovengenoemde afgiften;

4.

(zaaksdossier 14: oplichting [slachtoffer 5/6])

zij op tijdstippen in de periode van 9 maart 2006 tot en met 23 mei 2006 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen,

hebbende verdachte en/of haar mededaders met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als [alias 8] en/of [alias 9] en/of [alias 10] en/of [alias 11] en/of [alias 12] en in die valse hoedanighe(i)d(en):

- die [slachtoffer 5] in Amsterdam ontvangen en/of naar een kantoor begeleid en/of aldaar twee koffers getoond gevuld met bankbiljetten die waren voorzien van stempels en/of die [slachtoffer 5] verteld dat die stempels er afgewassen moesten worden met chemisch spul en/of het wassen van biljetten voorgedaan en vervolgens die [slachtoffer 5] biljetten meegegeven ter controle van de echtheid van die biljetten en/of die [slachtoffer 5] 15.000 euro laten betalen en hem een bewijs van ontvangst gegeven van 20.000 euro en/of die [slachtoffer 5] gezegd dat het overige deel, zijnde 5.000 euro, betaald was door een persoon zich noemende [betrokkene 3], zijnde de chef van die [alias 8] en/of

- vervolgens die [slachtoffer 5] verteld dat de chemische vloeistof die nodig was om de stempels van de biljetten te verwijderen niet meer goed was en dat er nieuwe vloeistof gekocht moest worden in Zwitserland en dat dit 160.000 euro kostte en dat [betrokkene 3] de helft zou betalen en die [slachtoffer 5] naar Amsterdam laten komen om dat bedrag te betalen en de volgende dag die [slachtoffer 5] gebeld en gezegd dat het geld nog niet vrijgegeven kon worden omdat er problemen waren met de Nederlandse overheid in verband met moneylaunderingwetgeving (witwaswetgeving) en/of

- vervolgens die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] uitgenodigd naar Amsterdam te komen en/of een ontmoeting gearrangeerd met een vrouw zich noemde [alias 12] en een man zich noemende [betrokkene 5] (manager bij SNS Securities) en hun op een hotelkamer een koffer met geld getoond en een kwitantie gegeven na betaling van 20.000 euro en hun de koffer gegeven waarin 500.000 dollars zouden zitten en/of vervolgens die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] telefonisch gemeld dat zij de koffer niet moesten

openmaken, omdat zij per ongeluk de koffer hadden meegekregen die voor een ander bestemd was en/of

- vervolgens die [slachtoffer 6] naar Amsterdam laten komen en een ontmoeting gearrangeerd met personen zich noemende [betrokkene 4] en [alias 11] en gevraagd 55.000 euro te betalen teneinde het geld vrij te krijgen en/of die [slachtoffer 6] verteld dat hij naar Den Haag moest gaan om een certificaat te kopen om het geld vrij te krijgen en/of met die [slachtoffer 6] afgesproken dat zij het geld die dag nog zou krijgen bij SNS Securities en/of

- vervolgens die [slachtoffer 5] diverse bedragen laten betalen voor de opslag van het geld en/of

- vervolgens die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] naar Schiphol, gemeente Haarlemmermeer laten komen en/of aldaar een ontmoeting gearrangeerd met die [betrokkene 4] en een man zich noemende [alias 9] en/of een koffer getoond met daarin 8 miljoen dollar en/of die [slachtoffer 6] biljetten meegegeven teneinde te laten controleren op echtheid en/of verteld dat de koffer niet geopend mocht worden omdat het geld net gereinigd was en/of niet in aanraking mocht komen met licht en/of

- aan die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] verscheidene brieven en stukken en documenten gezonden,

waardoor die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

6.

(zaaksdossier 18: oplichting [slachtoffer 7])

zij op tijdstippen in de periode van 16 maart 2006 tot en met 22 mei 2006 te Amsterdam en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Duitsland tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van

- 23.250,75 euro en

- 5.987,90 euro,

hebbende verdachte en/of haar mededaders telkens met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als [alias 13] en/of [alias 14] en/of [alias 15] en/of in die valse hoedanighe(i)d(en):

- die [slachtoffer 7] naar Nederland laten komen en een ontmoeting gearrangeerd met een man die zich voordeed als de assistent van Makerela teneinde die [slachtoffer 7] 23.250,75 euro te laten betalen voor de vervoerskosten en/of teneinde die [slachtoffer 7] het (hem toegezegde) geldbedrag in ontvangst te laten nemen en/of

- die [slachtoffer 7] een geldkoffer getoond, inhoudende Amerikaanse bankbiljetten van 100 US dollar, welke waren voorzien van inktstempels en/of getoond hoe middels een vloeistof de inkt van de bankbiljetten kon worden verwijderd en/of

- vervolgens die [slachtoffer 7] een factuur gezonden betreffende de opslagkosten van het geld bij Trident Security & Service en/of die [slachtoffer 7] verzocht deze factuur per Western Union te voldoen en/of

- die [slachtoffer 7] verscheidende documenten en brieven en faxen gestuurd, waaronder een "Certificate of Incorporation" van de Corporate Affairs Commission en een "Letter of Probate and Administration" van de Federal High Court of Justice, capetown, South Africa,

waardoor die [slachtoffer 7] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften;

7.

(zaaksdossier 30: criminele organisatie)

zij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 6 juni 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en Amsterdam en Utrecht heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte en haar mededaders welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- medeplegen van valsheid in geschrift en

- medeplegen van gewoontewitwassen en

- medeplegen van oplichting;

8.

(zaaksdossier 32: heroïne)

zij op 7 juni 2006 te Utrecht opzettelijk aanwezig heeft gehad 642,52 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

9.

(Zaaksdossier 36: witwassen)

zij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 7 juni 2006 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededaders meermalen geldbedragen tot een totaal van ongeveer 330.000 euro verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl zij wist dat de geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar beslissing dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de navolgende bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

(...)

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van oplichting

feit 2, 3, 4, 6 (telkens):

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

feit 7:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

feit 8:

handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 9:

medeplegen van gewoontewitwassen

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie en van overige beslissingen

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft alle feiten bewezen geacht en gevorderd dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 5 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen als volgt worden toegewezen:

Fischer het gehele bedrag van € 29.428,65 en Hartmann tot een bedrag van € 25.830,- en voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren en hierbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie gevorderd om een afschrift van een moneytransfer en een stortingsbewijs te onttrekken aan het verkeer, de telefoons verbeurd te verklaren en een garantiebewijs terug te geven aan verdachte. Voorts heeft hij aangekondigd dat hij de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal gaan vorderen.

Hoofdstraf

De rechtbank heeft bij de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, en de door Reclassering Nederland Regio Alkmaar-Haarlem respectievelijk Regio Midden-Oost Nederland opgemaakte rapporten van 8 juni 2006, 4 december 2006 en 15 november 2006, de aanvullende informatie van Reclassering Midden-Oost Nederland van 14 februari 2007 en de brief van H. van Lunen van Reclassering Nederland van 13 februari 2007, waarvan ter terechtzitting is gebleken.

Bij de keuze tot oplegging van een vrijheidbenemende straf en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder mee laten wegen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan vijf oplichtingen, waarbij zij werd ingezet door haar medeverdachten voor hetzij werkzaamheden op haar kantoor, hetzij voor werkzaamheden op een andere ontmoetingsplaats. Verdachte bediende zich daarbij altijd van valse namen en hoedanigheden en leugens over de door de slachtoffers te verkrijgen gelden. Uit de aangiftes en afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat verdachte met haar innemende en betrouwbare voorkomen en mededelingen zeer behendig was in het winnen van vertrouwen bij de slachtoffers. De samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten en de omstandigheden waaronder de slachtoffers werden ontvangen en te woord gestaan droegen ook in belangrijke mate bij aan het gewekte vertrouwen bij de slachtoffers.

Ook heeft verdachte zich gedurende langere tijd schuldig gemaakt aan het samen met anderen een gewoonte maken van witwassen van gelden. Verdachte heeft daarvoor zelfs verschillende malen haar dochter en een goede vriendin ingezet. Witwassen vormt een aantasting van het financieel-economisch bestel, omdat daarmee gelden worden onttrokken aan het zicht van de fiscus en justitie en het als gevolg daarvan corrumperend werkt op het reguliere handels- en betalingsverkeer.

Voorts rekent de rechtbank verdachte zwaar aan dat zij gedurende een half jaar deel uit heeft gemaakt van een criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met oplichting, valsheid in geschrifte en het witwassen van geldbedragen. Verdachte speelde in deze organisatie en belangrijke rol. Zij heeft samen met twee medeverdachten een kantoor opgericht dat uitsluitend dienst deed als facilitair bedrijf voor het oplichten van personen. De slachtoffers werd per fax of e-mail door medeverdachten een percentage van een niet bestaand miljoenenbedrag in het vooruitzicht gesteld, waarna verdachte en haar medeverdachten uiterst geraffineerd en gewetenloos te werk gingen door de slachtoffers allerhande leugens voor te schotelen, maar ook door deze nagemaakte documenten van betrouwbare instellingen, zoals banken, toe te zenden. Voorts deden de leden van de organisatie - daarbij gebruik makend van valse namen - zich voor als werknemer bij een betrouwbare instelling als een ambassade of een bestaande bankinstelling. Ook werden de slachtoffers ter onderbouwing van het verhaal officieel ogende overlijdensakten, erfenistoekenningen en dergelijke toegezonden met daarbij rekeningen voor allerhande kosten verband houdende met de overdracht van het geld.

Daarnaast werden de niet uit Nederland afkomstige slachtoffers naar Nederland, veelal naar een speciaal daartoe ingericht nepkantoor, gelokt om het geld in ontvangst te nemen. Hier kregen zij meestal koffers met geld te zien waarbij hen werd verteld dat dit geld was voorzien van stempels om diefstal te voorkomen. Ter plekke werd met behulp van de wash-wash truc een aantal biljetten ontdaan van de stempels. De slachtoffers kregen vervolgens een aantal van deze gewassen biljetten mee om deze te kunnen testen op hun echtheid. Daarna kregen zij te horen dat de reinigingsvloeistof op was en dat voor de reiniging van de overige biljetten een aanzienlijk geldbedrag betaald diende te worden.

Verdachte en haar mededaders bespraken onderling wie welke rol zou aannemen en welk percentage van het afhandig gemaakte geldbedrag daar tegenover stond.

Hoewel het niet onaannemelijk is dat de slachtoffers van verdachte en haar medeverdachten mogelijk werden gedreven door hebzucht, waardoor zij ten prooi zijn gevallen aan deze criminele organisatie, doet dat niets af aan de strafwaardigheid en de verwerpelijkheid van het bewezenverklaarde. Onder meer uit de verklaringen van de verdachten zelf volgt dat personen die zich met deze vorm van oplichting bezighouden juist appelleren aan de hebzucht van hun slachtoffers en daarbij zelf floreren.

Tenslotte heeft verdachte voor haar broer bijna 700 gram heroïne in bewaring gehad. Hoewel niet uit het dossier is komen vast te staan dat verdachte zich naast oplichting, witwassen en deelname aan een criminele organisatie ook bezig hield met de handel en verspreiding van verdovende middelen, is de heroïne gelet op de hoeveelheid wel bestemd geweest voor de handel. Heroïne is slecht voor de volksgezondheid en werkt ontwrichtend op de samenleving, omdat de gebruikers daarvan daaraan verslaafd kunnen raken en hun verslaving veelal weer bekostigen met het plegen van strafbare feiten.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, omdat zij minder feiten bewezen acht en de rol van verdachte, hoewel zij voor de criminele organisatie in Nederland een belangrijke positie inneemt, minder hoog inschat dan de officier van justitie. Verder heeft de rechtbank in het voordeel van verdachte meegewogen dat verdachte haar verantwoordelijkheid voor hetgeen zij heeft aangericht heeft aanvaard door mee te werken aan het onderzoek en ter terechtzitting voorts blijk heeft gegeven de ernst van de feiten in te zien.

Vorderingen benadeelde partijen

Namens verdachte is aangevoerd dat de benadeelde partijen Hartmann en Fischer niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, omdat deze in de Duitse taal zijn opgesteld. Subsidiair is ten aanzien van de vordering van Fischer aangevoerd dat de vordering ter zitting door de officier van justitie is ingediend en dat dit juridisch gezien niet mogelijk is, omdat een officier van justitie niet mag optreden als gemachtigde. Deze stellingen vinden geen steun in het recht en de verweren worden daarom verworpen.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 37.330,-- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat, aangezien niet duidelijk is of [slachtoffer 4] nu wel of niet is failliet is verklaard en hierdoor niet kan worden vastgesteld of [slachtoffer 4] gerechtigd is om een vordering in te dienen, deze schade niet van eenvoudige aard is. Deze vordering leent zich daarom niet voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal dan ook niet in de vordering kunnen worden ontvangen.

De benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 29.428,65 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 6 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven telefoons dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met behulp van deze telefoons, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten een afschrift van een moneytransfer en een kopie van een stortingsbewijs, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met met behulp van deze documenten is begaan of voorbereid. Het ongecontroleerde bezit van deze documenten is in strijd met de wet.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 140, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

2 en 10 van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het onder 5 ten laste gelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 7] geleden schade tot een bedrag van € 29.428,65 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 7], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart verbeurd:

- 1.00 STK Telefoontoestel Kl: zil/rood; SAMSUNG B-1101-3

- 1.00 STK Telefoonstoestel Kl: zwart; NOKIA B1101-4 nr. 06-43523159

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 1.00 STK Papier; MONEYTRANSFER van 200 euro van Sherida Slijngard

- 1.00 STK Papier; KOPIE GWK; B4000-1, storting 100 euro M Hak

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 1.00 STK Papier; GARANTIEBEWIJS voor Castillo Soto Luisa

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Scholte, voorzitter,

mrs. Van Dijk en Goedhuis-Visser, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Vries,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 maart 2007.

Mr. Scholte is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.