Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6852

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-03-2007
Datum publicatie
12-06-2007
Zaaknummer
15/694038-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting, gewoontewitwassen, criminele organisatie, wash-washtruc. Bij de keuze tot oplegging van een vrijheidbenemende straf en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder mee laten wegen dat verdachte gedurende een half jaar heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met oplichting, valsheid in geschrifte en het witwassen van geldbedragen. Verdachte speelde in deze organisatie en belangrijke rol. Verdachte heeft samen met twee medeverdachten een kantoor opgericht dat dienst deed als facilitair bedrijf voor het oplichten van personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/694038-06

Uitspraakdatum: 27 maart 2007

Tegenspraak

STRAFVONNIS

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 februari, 5, 6 en 13 maart 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in P.I. Flevoland, HvB Lelystad.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Op vordering van de officier van justitie is de omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzitting van 5 maart 2007 aangepast ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Een kopie van die vordering is als bijlage II bij dit vonnis gevoegd en maakt daarvan deel uit.

(...)

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijsbeslissing

3.1 Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met diens medeverdachten bij de oplichting van de [slachtoffers]. Uit de dossierstukken blijkt uitsluitend van betrokkenheid van verdachte door het fungeren als chauffeur van de [slachtoffers]. Dit nu acht de rechtbank echter onvoldoende om te komen tot het bewijs van medeplegen van oplichting. Verdachte moet dus worden vrijgesproken van dit feit.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan in dier voege dat

2.

(zaaksdossier 7: oplichting [slachtoffer 1])

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2005 tot en met 2 maart 2006 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen,

hebbende verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als [alias 1] en/of [alias 2] en/of [alias 3] en/of in die valse hoedanighe(i)d(en):

- in Amsterdam een ontmoeting gearrangeerd met een persoon zich noemende [alias 1] (een Zuid-Afrikaanse diplomaat) en/of een persoon zich noemende [alias 2] (medewerker Zuid-Afrikaanse federale bank) en/of begeleid naar een kantoor in de buurt van Schiphol, alwaar een persoon

aanwezig was zich noemende [betrokkene 1] en/of die [slachtoffer 1] verteld dat hij 8.600 euro moest betalen voor belasting en gemaakte kosten om het geld vrij te krijgen bij de ABN/AMRO bank en/of een ontvangstbewijs gegeven en/of die [slachtoffer 1] een bewijs gegeven dat hij eigenaar was van een bedrag van 48

miljoen USD en/of

- in voornoemd kantoor die [slachtoffer 1] een koffer getoond gevuld met Amerikaanse dollars voorzien van een merk of stempel, dat chemisch moest worden verwijderd en/of ten bewijze dat die dollars echt waren de stempel van enkele biljetten (van 100 dollar) verwijderd en/of meegedeeld dat die vloeistof niet meer bruikbaar was en/of was ingedikt, omdat deze te warm was geworden en/of (enkele van) die bankbiljetten aan die [slachtoffer 1] meegegeven teneinde ze op echtheid te laten controleren en/of

- die [slachtoffer 1] verteld dat die [alias 2] zijn baas in Zuid-Afrika moest bellen om deze gerechtigd was om opdracht te geven bij een bedrijf in Rotterdam om voor de Zuid-Afrikaanse bank de chemicaliën herbruikbaar te maken en/of die [slachtoffer 1] verzocht 34.600 euro te betalen voor de aanschaf van die chemicaliën, waarvan zij een deel zouden voorschieten en/of die [slachtoffer 1] een betalingsbewijs gestuurd dat een gedeelte (groot 19.000 USD) was voorgeschoten en/of

- die [slachtoffer 1] in contact gebracht met een persoon zich noemende [alias 3] (werkzaam bij de douane) en een ontmoeting gearrangeerd op een kantoor te Amsterdam en/of toegezegd alle documenten te regelen die nodig waren voor het vrijgeven van geld en/of die [slachtoffer 1] verzocht 21.050 euro te betalen voor het in orde maken van de vrachtbrief, nu deze niet klopte, nu er een vrachtbrief was voor één koffer, terwijl het om twee koffers ging en/of die [slachtoffer 1] verscheidene malen naar Nederland laten komen, teneinde geld vrij te maken en/of

- die [slachtoffer 1] verscheidene brieven en stukken en documenten gezonden waaronder een "Customs Deposit Advice" van Ministry of Justice, customs & excise department, The Netherlands en een "Deposit Security Vault" van de ABN/AMRO en een brief van "Netherlands Drug Law Enforcement Agency",

waardoor die [slachtoffer 1] telkens werd bewogen tot bovengenoemde afgiften;

3.

(zaaksdossier 13: oplichting [slachtoffer 2])

hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2006 tot en met 13 april 2006 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van 23.500 euro en 2.000 euro,

hebbende verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

zich voorgedaan als [alias 4] en/of [alias 5] en/of [alias 6] en/of in die valse hoedanighe(i)d(en):

- aan die [slachtoffer 2] een brief gezonden, met als afzender [alias 4], inhoudende dat [zgn. familielid] was overleden aan een ziekte in Zuid-Afrika en dat deze [zgn. familielid] een erfenis naliet van 23 miljoen Amerikaanse dollars en dat deze erfenis moest worden verdeeld over de erven en dat [slachtoffer 2] ongeveer 7 miljoen Amerikaanse dollars zou erven en aan deze brief een bijlage gehecht van SNS security waaruit bleek dat het geld reeds in Amsterdam was en waarin [slachtoffer 2] werd verzocht 23.500 euro te betalen voor transportbelasting en/of

- aan die [slachtoffer 2] telefonisch meegedeeld dat hij geld mocht zien alvorens hij over zou gaan tot de betaling van de transportbelasting en die [slachtoffer 2] uitgenodigd hiervoor naar Nederland te komen en/of

- die [slachtoffer 2] en zijn vrouw opgehaald bij het Sheraton hotel nabij Amsterdam met een auto met een chauffeur, zich noemende [betrokkene 2], en/of begeleid naar een kantoor in Amsterdam en/of die [slachtoffer 2] en zijn vrouw een koffer getoond gevuld met dollarbiljetten en/of een bundeltje biljetten uit de koffer genomen

en door middel van licht en een stift laten zien dat de biljetten echt waren,

waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovengenoemde afgiften;

4.

(zaaksdossier 14: oplichting [slachtoffer 3/4])

hij op tijdstippen in de periode van 9 maart 2006 tot en met 23 mei 2006 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen,

hebbende verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 3] in Amsterdam ontvangen en/of naar een kantoor begeleid en/of aldaar twee koffers getoond gevuld met bankbiljetten die waren voorzien van stempels en/of die [slachtoffer 3] verteld dat die stempels er afgewassen moesten worden met chemisch spul en/of het wassen van biljetten voorgedaan en vervolgens die [slachtoffer 3] biljetten meegegeven ter controle van de echtheid van die biljetten en/of die [slachtoffer 3] 15.000 euro laten betalen en hem een bewijs van ontvangst gegeven van 20.000 euro en/of die [slachtoffer 3] gezegd dat het overige deel, zijnde 5.000 euro, betaald was door een persoon zich noemende [betrokkene 3], zijnde de chef van die Kruger en/of

- vervolgens die [slachtoffer 3] verteld dat de chemische vloeistof die nodig was om de stempels van de biljetten te verwijderen niet meer goed was en dat er nieuwe vloeistof gekocht moest worden in Zwitserland en dat dit 160.000 euro kostte en dat [betrokkene 3] de helft zou betalen en die [slachtoffer 3] naar Amsterdam laten komen om dat bedrag te betalen en de volgende dag die [slachtoffer 3] gebeld en gezegd dat het geld nog niet vrijgegeven kon worden omdat er problemen waren met de Nederlandse overheid in verband met moneylaunderingwetgeving (witwaswetgeving) en/of

- vervolgens die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] uitgenodigd naar Amsterdam te komen en/of een ontmoeting gearrangeerd met een vrouw zich noemde [betrokkene 4] en een man zich noemende [betrokkene 9] (manager bij SNS Securities) en hun op een hotelkamer een koffer met geld getoond en een kwitantie gegeven na betaling van 20.000 euro en hun de koffer gegeven waarin 500.000 dollars zouden zitten en/of vervolgens die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] telefonisch gemeld dat zij de koffer niet moesten

openmaken, omdat zij per ongeluk de koffer hadden meegekregen die voor een ander bestemd was en/of

- vervolgens die [slachtoffer 4] naar Amsterdam laten komen en een ontmoeting gearrangeerd met personen zich noemende [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en gevraagd 55.000 euro te betalen teneinde het geld vrij te krijgen en/of die [slachtoffer 4] verteld dat hij naar Den Haag moest gaan om een certificaat te kopen om het geld vrij te krijgen en/of met die [slachtoffer 4] afgesproken dat zij het geld die dag nog zou krijgen bij SNS Securities en/of

- vervolgens die [slachtoffer 3] diverse bedragen laten betalen voor de opslag van het geld en/of

- vervolgens die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] naar Schiphol, gemeente Haarlemmermeer laten komen en/of aldaar een ontmoeting gearrangeerd met die [betrokkene 5] en een man zich noemende [betrokkene 7] en/of een koffer getoond met daarin 8 miljoen dollar en/of die [slachtoffer 4] biljetten meegegeven teneinde te laten controleren op echtheid en/of verteld dat de koffer niet geopend mocht worden omdat het geld net gereinigd was en/of niet in aanraking mocht komen met licht en/of

- aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] verscheidene brieven en stukken en documenten gezonden,

waardoor die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

5.

(zaaksdossier 15: oplichting [slachtoffer 5])

hij op tijdstippen in de periode van 15 maart 2006 tot en met 24 maart 2006 in Nederland en/of te Duitsland,

tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van 15.000 euro,

hebbende verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als [alias 7] en/of [alias 8] en/of [alias 9] en/of in die valse hoedanighe(i)d(en):

- die [slachtoffer 5] naar Nederland laten komen om aldaar het geld in ontvangst te laten nemen bij het bedrijf SNS Security en/of dat geld te laten deponeren op een rekening in Liechtenstein en/of die [slachtoffer 5], na het tonen van zijn visitekaartje op naam van [alias 7], naar het kantoor van SNS Security gebracht, alwaar onder meer een persoon aanwezig was zich noemende [alias 8] en alwaar die [slachtoffer 5] zich moest legitimeren en 15.000 euro moest betalen voor gemaakte vervoerskosten en/of

- die [slachtoffer 5] verscheidene brieven en stukken en documenten gezonden waaronder een "Terminbestaetigung" opgemaakt door [alias 9] d.d. 23 maart 2006 en een "letter of probate and administration" opgemaakt door de Standard Bank of South Africa d.d. 07 maart 2006 en een "deposite certificate" opgemaakt door de Standard Bank of South Africa,

waardoor die [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

(zaaksdossier 30: criminele organisatie)

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 6 juni 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en Amsterdam heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte en zijn mededaders welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- medeplegen van valsheid in geschrift en

- medeplegen van gewoontewitwassen en

- medeplegen van oplichting;

7.

(witwassen)

hij op tijdstippen in de periode van 26 april 2005 tot en met 27 juni 2006 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders meermalen geldbedragen tot een totaal van 52.881 euro en/of een auto (merk Volkswagen Passat, kenteken [kenteken]) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedragen en voornoemde auto- onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit oplichting en/of valsheid in geschrift.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 2, 3, 4, 5, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3. Bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar beslissing dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de navolgende bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

(...)

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2, 3, 4 (telkens):

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

feit 5:

medeplegen van oplichting

feit 6:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

feit 7:

medeplegen van gewoontewitwassen

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie en van overige beslissingen

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft – zakelijk weergegeven – gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van alle feiten;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], te weten tot een bedrag van € 25.830,--, niet-ontvankelijk verklaring voor het overige deel van de vordering;

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- verbeurdverklaring van de auto;

- onttrekking aan het verkeer van afschriften van Money Transfers;

- teruggave aan verdachte van een brief en een aankoopnota.

Voorts heeft de officier van justitie aangekondigd dat hij de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal gaan vorderen.

Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij de keuze tot oplegging van een vrijheidbenemende straf en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder mee laten wegen dat verdachte gedurende een half jaar heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met oplichting, valsheid in geschrifte en het witwassen van geldbedragen. Verdachte speelde in deze organisatie en belangrijke rol. Verdachte heeft samen met twee medeverdachten een kantoor opgericht dat dienst deed als facilitair bedrijf voor het oplichten van personen. De slachtoffers werd een percentage van een niet bestaand miljoenenbedrag in het vooruitzicht gesteld, waarbij verdachte en diens medeverdachten uiterst geraffineerd en gewetenloos te werk gingen door de slachtoffers allerhande leugens voor te schotelen, maar ook door deze nagemaakte documenten van betrouwbare instellingen, zoals banken, toe te zenden. Voorts deden de leden van de organisatie -daarbij gebruik makend van valse namen - zich voor als werknemer bij een betrouwbare instelling als een ambassade of een bestaande bankinstelling. Ook werden de slachtoffers ter onderbouwing van het verhaal officieel ogende overlijdensakten, erfenistoekenningen en dergelijke toegezonden met daarbij rekeningen voor allerhande kosten verband houdende met de overdracht van het geld.

Daarnaast werden de niet uit Nederland afkomstige slachtoffers naar Nederland, veelal naar een speciaal daartoe ingericht nepkantoor, gelokt om het geld in ontvangst te nemen. Hier kregen zij meestal koffers met geld te zien waarbij hen werd verteld dat dit geld was voorzien van stempels om diefstal te voorkomen. Ter plekke werd met behulp van de wash-wash truc een aantal biljetten ontdaan van de stempels. De slachtoffers kregen vervolgens een aantal van deze gewassen biljetten mee om deze te kunnen testen op hun echtheid. Daarna kregen zij te horen dat de reinigingsvloeistof op was en dat voor de reiniging van de overige biljetten een aanzienlijk geldbedrag betaald diende te worden..

Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan vier oplichtingen. Verdachte vervulde hierbij de rol van chauffeur van medeverdachten en slachtoffers en onderhield het contact zijn medeverdachten van het kantoor over de de koffers en de tijdstippen waarop hij slachtoffers kwam brengen. Hij beheerde genoemde koffers met geld en zorgde voor de echte geldbiljetten teneinde de slachtoffers te overtuigen van de echtheid van het hen toegezegde geldbedrag. Verdachte verdeelde het afhandig gemaakte geld onder zijn medeverdachten en ontving daarvan ook een deel.

Hoewel het niet onaannemelijk is dat de slachtoffers van verdachte en diens medeverdachten mogelijk werden gedreven door hebzucht, waardoor zij ten prooi zijn gevallen aan deze criminele organisatie, doet dat niets af aan de strafwaardigheid en de verwerpelijkheid van het bewezenverklaarde. Onder meer uit de verklaringen van de verdachten zelf volgt dat personen die zich met deze vorm van oplichting bezighouden juist appelleren aan de hebzucht van hun slachtoffers en daarbij zelf floreren.

Samen met anderen heeft verdachte een gewoonte gemaakt van het witwassen van van misdrijf afkomstig geld. Witwassen vormt een aantasting van het financieel-economisch bestel, omdat daarmee gelden worden onttrokken aan het zicht van de fiscus en justitie en het als gevolg daarvan corrumperend werkt op het reguliere handels- en betalingsverkeer.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte in 2002 in Zwitserland in verband met bedrog is veroordeeld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, omdat verdachte van een ten laste gelegd feit wordt vrijgesproken en zij de rol van verdachte in de criminele organisatie minder zwaar weegt dan de officier van justitie.

Vordering benadeelde partij

Namens verdachte is aangevoerd dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vorderingen, omdat deze in de Duitse taal is opgesteld. Deze stelling vindt geen steun in het recht en het verweer wordt dan ook verworpen.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 37.330,-- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die deze als gevolg van het onder 3. ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat, aangezien niet duidelijk is of de heer [slachtoffer 2] nu wel of niet is failliet is verklaard en het het hierdoor niet duidelijk is of deze [slachtoffer 2] gerechtigd is om een vordering als de onderhavige in te dienen, deze schade niet van eenvoudige aard is. Deze vordering leent zich daarom niet voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal dan ook niet in de vordering kunnen worden ontvangen.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven auto dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met behulp van deze auto, die aan verdachte toebehoort, zijn begaan of voorbereid.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten 94 afschriften van moneytransfers, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met met behulp van deze documenten is begaan of voorbereid. Het ongecontroleerde bezit van deze documenten is in strijd met de wet.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 140, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 1. ten laste gelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 2., 3., 4., 5., 6. en 7. tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DERTIG MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart verbeurd:

- 1.00 STK Personenauto; VOLKSWAGEN passat Kl: zwart; [kenteken] en kentekenbewijs deel 1 en 2

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 94.00 STK Diverse; AFSCHRIFTEN money transfers

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 1.00 STK Enveloppe; INHOUD 1 BRIEF aan Kofi Opoku, afz. Samuel Ray Quansak

- 1.00 STK Diverse; AANKOOPNOTA; on Bloemert aankoop 2 auto’s voor 9200 euro

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van Dijk, voorzitter,

mrs. Goedhuis-Visser en Scholte, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Vries,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 maart 2007.

Mr. Scholte is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.