Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6420

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-04-2007
Datum publicatie
05-06-2007
Zaaknummer
07-2584
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Het besluit tot intrekking van bijstand was uitsluitend gebaseerd op de onduidelijkheid die verzoeker had laten bestaan omtrent de door hem met zijn auto (die was toegerust als taxi) verreden kilometers en de bekostiging daarvan. Ter zitting van de voorzieningenrechter heeft verzoeker een niet onaannemelijke verklaring voor die kilometers en de kosten gegeven. Op grond daarvan heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen en verweerder opgedragen voorschotten te verstrekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 07 - 2584 WWB

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 april 2007

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats]

verzoeker,

gemachtigde: mr. C.E.G. Koopman, advocaat te Amsterdam,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Purmerend,

verweerder.

Tegenwoordig: mr. J.F. Miedema, voorzieningenrechter, en mr. J.H. Bosveld, griffier.

Zitting: 26 april 2007

Verschenen: Verzoeker in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder vertegenwoordigd door D. Lattmann, werkzaam bij de gemeente Purmerend.

Het geschil betreft het besluit van verweerder van 5 april 2007, waarin de uitkering van verzoeker ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 15 februari 2007 is ingetrokken.

Bij mondelinge uitspraak van 26 april 2007 heeft de voorzieningenrechter:

- het verzoek toegewezen;

- bepaald dat verweerder verzoeker voorschotten dient te verstrekken ter hoogte van 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm, te rekenen vanaf 6 april 2007 tot de dag na de verzending van de te nemen beslissing op bezwaar;

- het college van burgemeester en wethouders van Purmerend veroordeeld in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 644,--, welk bedrag de gemeente dient te betalen aan de griffier van de rechtbank;

- de gemeente gelast het door verzoeker betaalde griffierecht van € 39,-- aan hem te vergoeden.

De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat verweerder bevoegd is de rechtmatigheid van verstrekte uitkeringen te onderzoeken. De signalen die aan het onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstandsuitkering van verzoeker als beginpunt zijn geformuleerd zijn naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter echter niet overtuigend. De zo genoemde fraudesignalen: het te snel interen van de erfenis van zijn vader, de erfenis van de auto (Mercedes) en het feit dat verzoeker taxichauffeur was geweest en voornemens was dit beroep weer te gaan uitoefenen, betreffen immers omstandigheden waarvan verweerder op de hoogte was en door verzoeker op de hoogte werd gehouden van de ontwikkelingen daarin. Anderzijds kan de omstandigheid dat een uitkeringsgerechtigde erin slaagt de kosten te dragen die het bezit van een 'taxiklare' auto met zich brengen, aanleiding zijn voor nader onderzoek. Indien voorts blijkt dat met deze auto een groot aantal kilometers is gereden, zijn vragen over de bestemming en de wijze waarop de kosten hiervan zijn gedragen naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter gerechtvaardigd.

In het licht van het voorgaande heeft de voorzieningenrechter beoordeeld of het besluit in de procedure naar verwachting stand zal kunnen houden.

Verweerder heeft het besluit gebaseerd op het standpunt dat het recht van verzoeker op bijstand niet meer is vast te stellen. Verweerder heeft daartoe overwogen dat verzoeker in de periode van 22 december 2005 tot en met 15 december 2006 30.405 km. met zijn auto heeft gereden en deze verreden kilometers niet eenduidig kan verklaren.

Ter zitting heeft verzoeker een lijst overgelegd van bestemmingen en het aantal daarvoor verreden kilometers, in totaal 28.426,8. Hij heeft daarbij verklaard dat deze lijst tot stand is gekomen door uit zijn geheugen te putten en met informatie die hij van zijn moeder en van zijn vriendin heeft verkregen, omdat hij veelal de auto gebruikt met een van beiden als passagier.

De voorzieningenrechter acht de door verzoeker overgelegde lijst niet op voorhand onaannemelijk. Nu het besluit, zoals verweerder ter zitting heeft bevestigd, uitsluitend was gebaseerd op onduidelijkheid omtrent de (bekostiging van de) verreden kilometers, acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat het besluit in de procedure geen stand zal houden.

In deze omstandigheden heeft de voorzieningenrechter aanleiding gezien een voorlopige voorziening te treffen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

(griffier) (voorzieningenrechter)

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.