Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA5846

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-05-2007
Datum publicatie
29-05-2007
Zaaknummer
135392
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot schorsing van de executie van het vonnis van de voorzieningenrechter te 's-Hertogenbosch wordt afgewezen. Ook de door Cono aangepaste tv-commercial valt onder de reikwijdte van het bij dat vonnis opgelegde verbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 135392 / KG ZA 07-250

Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 25 mei 2007, houdende mondeling vonnis

in de zaak van

de coöperatieve zuivelonderneming

CONO B.A.,

gevestigd te Beemster,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. R.F. Meijer,

advocaat mr. H.J.M. Boukema te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAMPINA B.V.,

gevestigd te Zaltbommel,

gedaagde in conventie,

verzoekster in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. L. Koning,

advocaten mrs. J.J. Brinkhof en D.J. Straathof te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Cono en Campina genoemd worden.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. Th.S. Röell, voorzieningenrechter, en drs. E.A. Verloop, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen partijen, bijgestaan door hun advocaten voornoemd.

Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities en desgevraagd nadere inlichtingen verschaft. Daarna heeft de voorzieningenrechter het volgende vonnis gewezen.

1. De beoordeling

1.1. Cono vordert dat de voorzieningenrechter Campina op straffe van verbeurte van een dwangsom zal veroordelen de tenuitvoerlegging van het op 11 mei 2007 door de voorzieningenrechter in de rechtbank te ’s-Hertogenbosch tussen partijen gewezen vonnis in kort geding te staken en gestaakt te houden.

1.2. Het enige uitgangspunt in deze zaak is voormeld vonnis van de voorzieningenrechter in Den Bosch, waarin aan Cono op straffe van verbeurte van een dwangsom een verbod is opgelegd om uit te zenden: “de in het lichaam van de dagvaarding beschreven televisiecommercial voor Beemsterkaas, alsmede (…) iedere andere reclame- uiting (…) die op overeenkomstige en misleidende wijze aanhaakt bij de in het lichaam van de dagvaarding beschreven televisiecommercial van Campina, voorheen Melkunie, met Peer Mascini in de hoofdrol.”

1.3. Het toetsingskader in dit kort geding is dus beperkt: het gaat om een executiegeschil en de voorzieningenrechter kan in deze zaak geen eigen oordeel vellen over de vraag of de (oorspronkelijke) Beemsterkaas commercial onrechtmatig is jegens Campina of niet. In deze zaak is de onrechtmatigheid van die (oorspronkelijke) Beemsterkaas commercial dus een gegeven, en wel op grond van voormeld vonnis van de voorzieningenrechter Den Bosch. In dit executiegeschil kan dus niet aan de orde komen of sprake is van vergelijkende reclame ex art. 194a lid 1 BW, of het beroep van Cono op art 10 EVRM slaagt, en of bijvoorbeeld de parodie-exceptie opgaat. Anderzijds kan – behoudens de reconventionele vordering – niet meer aan de orde komen of Campina auteursrechthebbende is op de Melkunie commercial.

1.4. Daarmee komt de vraag aan de orde of de thans voorliggende, enigszins gewijzigde, commercial, gezien moet worden als een “andere reclame-uiting (…) die op overeenkomstige en misleidende wijze aanhaakt bij de in het lichaam van de dagvaarding beschreven televisiecommercial van Campina, voorheen Melkunie, met Peer Mascini in de hoofdrol.”

1.5. Dat is onmiskenbaar het geval. De in het Bossche vonnis onder 2.6 weergegeven tekst: “Nee, nee, nee, nee, ik ben het niet. Ik ben mijn broer. Ik ben van de kaas.” is weliswaar uit de commercial geschrapt – en daarmee is de expliciete, zelfgekozen, associatie met de Melkuniereclame verdwenen – maar die wijziging brengt niet met zich dat niet meer sprake zou zijn van een commercial die “op overeenkomstige en misleidende wijze aanhaakt” bij de televisiecommercial van Campina. Het dictum van het Bossche vonnis voor zover het gaat om de andere overeenkomstige reclame-uitingen moet enerzijds restrictief worden uitgelegd, maar anderzijds moet de uitleg wel geschieden aan de hand van de overwegingen van het vonnis. Overweging 4.4.2 van dat vonnis spreekt het oordeel uit dat de televisiecommercial van Cono een kopie is van de eerdere reclamecampagne van Melkunie. Aan die overweging is deze voorzieningenrechter bij de uitleg van het dictum gebonden.

1.6. Dat brengt met zich dat de gevorderde staking van de executie dient te worden afgewezen, met veroordeling van Cono in de kosten van het geding. De voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld is niet vervuld, zodat deze geen bespreking behoeft.

2. De beslissing

De voorzieningenrechter

2.1. weigert de gevraagde voorzieningen,

2.2. veroordeelt Cono in de proceskosten, aan de zijde van Campina tot op heden begroot op EUR 251,-- aan verschotten en EURO 816,-- aan procureurssalaris,

2.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Waarvan proces-verbaal,