Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA5304

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-05-2007
Datum publicatie
16-05-2007
Zaaknummer
15/601992-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art. 6 en 8 WVW1994; beginnend bestuurder. Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto in de nachtelijke uren aanmerkelijk onvoorzichtig op een hem goed bekend weggedeelte in een voor hem zeer onoverzichtelijke bocht naar links onvoldoende rechts gehouden, als gevolg waarvan hij een aanrijding heeft veroorzaakt met een hem tegemoet komende bromfiets, waarop een echtpaar was gezeten. Verdachte is door deze rijwijze aanmerkelijk te kort geschoten in de voorzichtigheid die van hem als verkeersdeelnemer mag worden verwacht. Tengevolge van de aanrijding die door deze wijze van rijden is ontstaan, heeft de passagier van de bromfiets ernstig letsel opgelopen, waarvan zij nog altijd niet volledig is hersteld. Deze ernstige gevolgen van de aanrijding hebben – zoals ter terechtzitting is gebleken – diep ingegrepen in het leven van het slachtoffer. Daarnaast heeft verdachte als beginnend bestuurder onder invloed van alcohol een motorrijtuig bestuurd.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij na het ernstige ongeval van 17 juni 2006 en nadat hij al eerder als beginnend bestuurder onder invloed van alcohol had gereden, op 7 augustus 2006 andermaal onder invloed van alcohol een auto heeft bestuurd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/601992-06

Uitspraakdatum: 4 mei 2007

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 april 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

PRIMAIR:

hij op 17 juni 2006 te Wijk aan Zee in de gemeente Beverwijk, als verkeersdeelnemer, te weten als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over (de voor het openbaar verkeer openstaande weg) de Juliananweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij toen daar rijdende in nagenoeg oostelijke richting over die weg, welke weg ter plaatse was gelegen binnen de bebouwde kom en was aangeduid als eenrichtingsweg door middel van bord C3, zoals bedoeld in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, waaronder een onderbord was aangebracht met de tekst: "met uitzondering van fietsers en bromfietsers", en op welke weg een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur was toegestaan en in welke weg een flauwe bocht naar links -gezien verdachtes rijrichting- zat en in welke weg een fietssuggestiestrook voor het hem -verdachte- tegemoetkomende verkeer was aangebracht,omstreeks 01.05 uur, in ieder geval op een tijdstip bij duisternis,gekomen nabij en/of ter hoogte van een in die weg gelegen kruising of splitsing met de Zeecroft, terwijl aan verdachte voor het eerst op 1 juni 2005 een rijbewijs was afgegeven en derhalve is te kwalificeren als een beginnende bestuurder, terwijl een aan de linkerzijde -gezien verdachtes rijrichting- van die Julianaweg gelegen coniferenhaag het zicht op voornoemde kruising of splitsing belemmerde, roekeloos, in elk geval in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onnadenkend en/of ondeskundig gereden, door niet zoveel mogelijk rechts te houden, maar die (flauwe) bocht af te snijden en/of over die suggestieve fietsstrook te rijden, en/of zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat was om zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, terwijl toen over die fietssuggestiestrook een bestuurder en passagier op een bromfiets hem -verdachte- reeds zo dicht genaderd waren/was, dat er een botsing/aanrijding is ontstaan tussen dat door hem bestuurde motorrijtuig en die bromfiets(ers), waardoor de passagier van die bromfiets, [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde dubbele breuk aan het linkerbeen en/of een gebroken linkerenkel en/of een of meer gescheurde enkelbanden aan het linkerbeen, in elk geval zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

SUBSIDIAIR:

hij op 17 juni 2006 te Wijk aan Zee in de gemeente Beverwijk, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende -in nagenoeg oostelijke richting- op de weg, de Julianaweg,

-welke weg ter plaatse was gelegen binnen de bebouwde kom en was aangeduid als eenrichtingsweg door middel van bord C3, zoals bedoeld in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, waaronder een onderbord was aangebracht met de tekst: "met uitzondering van fietsers en bromfietsers", en op welke weg een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur was toegestaan en in welke weg een flauwe bocht naar links -gezien verdachtes rijrichting- zat en in welke weg een fietssuggestiestrook voor het hem -verdachte- tegemoetkomende verkeer was aangebracht,

-omstreeks 01.05 uur, in ieder geval op een tijdstip bij duisternis,

-gekomen nabij en/of ter hoogte van een in die weg gelegen kruising of splitsing met de Zeecroft,

-terwijl aan verdachte voor het eerst op 1 juni 2005 een rijbewijs was afgegeven en derhalve is te kwalificeren als een beginnende bestuurder,

-terwijl een aan de linkerzijde -gezien verdachtes rijrichting- van die Julianaweg gelegen coniferenhaag het zicht op voornoemde kruising of splitsing belemmerde,

*niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden, maar die (flauwe) bocht heeft afgesneden en/of over die suggestieve fietsstrook heeft gereden,

en/of

*zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

en/of

hij op of omstreeks 17 juni 2006 te Wijk aan Zee in de gemeente Beverwijk, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Julianaweg, niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht;

en/of

hij op of omstreeks 17 juni 2006 te Wijk aan Zee in de gemeente Beverwijk, als bestuurder van een (motor)voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Julianaweg, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij toen en daar tegen een hem -verdachte- tegemoetrijdende bromfiets aangereden of gebotst;

2.

hij op of omstreeks 07 augustus 2006 in de gemeente Beverwijk, als bestuurder van een voertuig, (personenauto), voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, terwijl sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 110 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan in dier voege dat

1.

Primair:

hij op 17 juni 2006 te Wijk aan Zee in de gemeente Beverwijk, als verkeersdeelnemer, te weten als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto,

daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Julianaweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij toen,

terwijl aan verdachte voor het eerst op 1 juni 2005 een rijbewijs was afgegeven en verdachte derhalve is te kwalificeren als een beginnende bestuurder,

daar rijdende in nagenoeg oostelijke richting over die weg,

welke weg ter plaatse was gelegen binnen de bebouwde kom en was aangeduid als eenrichtingsweg door middel van bord C3, zoals bedoeld in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, waaronder een onderbord was aangebracht met de tekst: "met uitzondering van fietsers en bromfietsers", en op welke weg een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur was toegestaan en in welke weg een flauwe bocht naar links -gezien verdachtes rijrichting- zat en in welke weg een fietssuggestiestrook voor het hem tegemoetkomende verkeer was aangebracht, omstreeks 01.05 uur, zijnde een tijdstip bij duisternis, gekomen nabij en ter hoogte van een in die weg gelegen kruising met de Zeecroft, terwijl een aan de linkerzijde -gezien verdachtes rijrichting- van die Julianaweg gelegen coniferenhaag het zicht op voornoemde kruising belemmerde, in aanzienlijke mate onvoorzichtig en onoplettend gereden, door niet zoveel mogelijk rechts te houden, maar die flauwe bocht af te snijden en over die suggestieve fietsstrook te rijden, terwijl toen over die fietssuggestiestrook een bestuurder en passagier op een bromfiets hem reeds zo dicht genaderd waren, dat er een aanrijding is ontstaan tussen dat door hem bestuurde motorrijtuig en die bromfiets, waardoor de passagier van die bromfiets, [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde dubbele breuk aan het linkerbeen en een gebroken linkerenkel en gescheurde enkelbanden aan het linkerbeen heeft opgelopen;

2.

hij op 7 augustus 2006 in de gemeente Beverwijk, als bestuurder van een voertuig, personenauto, voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, terwijl sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 110 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

- ten aanzien van feit 1: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994;

- ten aanzien van feit 2: overtreding van artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sancties en van overige beslissingen

6.1 Vordering van de officier van justitie

Door de officier van justitie is ter terechtzitting gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van hetgeen onder 1 primair en onder 2 tenlaste is gelegd;

- veroordeling van verdachte tot het verrichten van 200 uur taakstraf;

- alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van achttien (18) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

6.2 Hoofdstraf en bijkomende straffen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto in de nachtelijke uren aanmerkelijk onvoorzichtig op een hem goed bekend weggedeelte in een voor hem zeer onoverzichtelijke bocht naar links onvoldoende rechts gehouden, als gevolg waarvan hij een aanrijding heeft veroorzaakt met een hem tegemoet komende bromfiets, waarop een echtpaar was gezeten. Verdachte is door deze rijwijze aanmerkelijk te kort geschoten in de voorzichtigheid die van hem als verkeersdeelnemer mag worden verwacht. Tengevolge van de aanrijding die door deze wijze van rijden is ontstaan, heeft de passagier van de bromfiets ernstig letsel opgelopen, waarvan zij nog altijd niet volledig is hersteld. Deze ernstige gevolgen van de aanrijding hebben – zoals ter terechtzitting is gebleken – diep ingegrepen in het leven van het slachtoffer.

Daarnaast heeft verdachte als beginnend bestuurder onder invloed van alcohol een motorrijtuig bestuurd.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij na het ernstige ongeval van 17 juni 2006 en nadat hij al eerder als beginnend bestuurder onder invloed van alcohol had gereden, op 7 augustus 2006 andermaal onder invloed van alcohol een auto heeft bestuurd.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte ter terechtzitting er blijk van heeft gegeven de ernst van de door hem begane misdrijven in te zien, zodat voor herhaling minder behoeft te worden gevreesd.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. Daarnaast acht de rechtbank een deels onvoorwaardelijke en deels voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van na te noemen duur passend en geboden.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57;

Wegenverkeerswet 1994: artikelen 6, 8, 175, 176, 179.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en onder 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 120 uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet naar behoren verrichten waarvan te vervangen door 60 dagen hechtenis.

De taakstraf moet worden voltooid binnen de termijn van één jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis.

Ten aanzien van feit 1:

Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes (6) maanden;

Ten aanzien van feit 2:

Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes (6) maanden, met bevel dat deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Toeter, voorzitter,

mrs. Mateman en Vos-De Greeve, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. Blijleven en Van den Berg,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 mei 2007.

Mr. Vos- De Greeve is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.