Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA5191

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-05-2007
Datum publicatie
30-05-2007
Zaaknummer
331691 / AL VERZ 06-3409
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoeker is lid van een VvE. De VvE heeft verzoeker in verband met niet stoppende, persoonlijke aantijgingen (beledigen, beschuldigen, zwart maken) door verzoeker jegens de andere leden van VvE, twee maal een schriftelijke waarschuwing gegeven en hem vervolgens twee maal een boete opgelegd. Het verzoek strekt tot vernietiging van de besluiten van de VvE tot het opleggen van de boetes bij gebreke van valide basis.

Artikel 2:8 BW bepaalt dat degenen die betrokken zijn bij een rechtspersoon zich als zodanig jegens elkander dienen te gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Artikel 27 van het standaardreglement van de VvE bepaalt dat de VvE een eigenaar bij overtreding van de bepalingen van de wet een boete kan opleggen, indien dat lid geen gevolg geeft aan een schriftelijke waarschuwing.

De kantonrechter is van oordeel dat verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan schending van art. 2:8 BW, derhalve aan een overtreding van de wet als bedoeld in art. 27 van het standaardreglement. De boetes die verzoeker zijn opgelegd hebben derhalve grond. Het verzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2007, 91
JRV 2007, 527
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 331691 / AL VERZ 06-3409

datum uitspraak: 30 mei 2007

BESCHIKKING VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[verzoeker]

te [woonplaats]

verzoeker

hierna te noemen [verzoeker]

geen gemachtigde, procedeert in persoon

tegen

VERENIGING VAN EIGENAARS ALHOLM/BANDHOLM II

te Hoofddorp

verweerster

hierna te noemen VvE

gemachtigde XXX

De procedure.

1. Op 5 december 2006 is ter griffie een verzoekschrift (met bijlagen, deels op latere tijdstippen binnen gekomen dan het verzoekschrift zelf) ontvangen strekkende tot vernietiging van twee besluiten van VvE, daterend van respectievelijk 7 en 29 november 2006. VvE heeft op 10 januari 2007 een verweerschrift ingediend.

2. Op 15 januari 2007 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaats gehad. Verzoeker is in persoon verschenen, voor verweerders is (ondermeer) [XXX] verschenen, administrateur van VvE. Door de griffier is van het ter zitting verhandelde aantekening gehouden. De behandeling van het verzoek is ter zitting aangehouden om partijen de gelegenheid te bieden het tussen hen bestaande geschil door middel van mediation te beslechten.

Van mediation is het echter niet gekomen, waarna op 2 mei 2007 de mondelinge behandeling is voortgezet en afgerond.

3. Ter zitting is de uitspraak bepaald op heden.

4. De kantonrechter heeft kennis genomen van de stukken, de inhoud daarvan moet als hier herhaald worden beschouwd.

De feiten.

5. [verzoeker] is lid van de Vereniging van Eigenaars Alholm/Bandholm II te Hoofddorp. De verhoudingen tussen [verzoeker] en de overige leden van VvE zijn geruime tijd ernstig verstoord.

6. VvE heeft bij besluiten van 7 en 29 november 2006 [verzoeker] een boete opgelegd van respectievelijk € 200,-- en € 400,--.

7. VvE baseert de opgelegde boetes op art. 27 van het toepasselijke standaardreglement. Dat art. houdt (ondermeer) in:

lid 1. : Bij overtreding van een van de bepalingen van de wet, van het reglement, …. … door een eigenaar …, zal de administrateur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding.

lid 2.: Indien de betrokkene geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan de vergadering hem een boete opleggen … voor elke overtreding …. .

8. Bij brief van 28 september 2006 heeft de administrateur (tevens lid van VvE), op de voet van art 27, lid 1 van het standaardreglement [verzoeker] een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief.

9. Bij ter vergadering van 7 november 2006 genomen beslissing heeft VvE [verzoeker] een boete opgelegd van € 200,--. De grond voor de boete is voortdurende, ook na de schriftelijke waarschuwing van 28 september 2006 niet stoppende, persoonlijke aantijgingen (beledigen, beschuldigen, zwart maken) door [verzoeker] richting nagenoeg alle andere leden van VvE.

10. Bij, door [verzoeker] ontvangen, brief van 20 november 2006, heeft de administrateur van VvE [verzoeker] naar aanleiding van de reactie van [verzoeker] op de vergadering van 7 november 2006, nogmaals/wederom gewaarschuwd. De reactie van [verzoeker] op de brief van 20 november 2006 is voor de administrateur van VvE aanleiding geweest de leden van VvE voor te stellen [verzoeker] een boete op te leggen van € 400,--. De leden van VvE, [verzoeker] uitgezonderd, hebben met het voorstel van de administrateur ingestemd.

Het verzoek.

11. [verzoeker] verzoekt op de voet van art. 5:130 BW de besluiten van de VvE, waarbij hem boetes zijn opgelegd, te vernietigen. Volgens [verzoeker] ontberen die besluiten een valide basis.

Het verweer.

12. VvE betoogt dat voor het opleggen van de boetes alleszins reden is nu [verzoeker] sinds jaar en dag (nagenoeg alle) leden van VvE terroriseert met brieven vol beschuldigingen en insinuaties, welke als laster en/of smaad opgevat kunnen worden. Dit gedrag is met [verzoeker] besproken, hem is gezegd daarmee te stoppen, maar zonder succes. Als gevolg daarvan zijn de boetes opgelegd.

De beoordeling.

13. De basis van de [verzoeker] opgelegde boetes is art. 27 van het standaardreglement. Dat artikel verwijst naar overtreding van een van de bepalingen van de wet. In de verwijzing naar de wet ligt besloten een verwijzing naar art. 2:8 BW, welk artikel op grond van de schakelbepaling art. 5:124 BW ook op een VvE als Alholm/Bandholm van toepassing is.

14. Art. 2:8 BW luidt voor zover van belang als volgt:

lid 1. Een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, moeten zich als zodanig jegens elkander gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.

lid 2. …

15. Vraag is of [verzoeker] zich jegens de overige VvE-leden gedraagt naar hetgeen de redelijkheid en billijkheid vordert. De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend.

Uit de in het geding gebrachte stukken blijkt aan de kant van [verzoeker] van een klagend, alles ter discussie stellend, weinig accepterend en beschuldigend gedrag, overlopend van eigen gelijk. Een dergelijk gedrag van een van de leden van een VvE ten opzichte van de andere leden, in ieder geval de voorzitter en de administrateur, kan niet worden beschouwd als redelijk en billijk. Natuurlijk kan het niet zo zijn dat een lid van een VvE op grond van art. 2:8 BW monddood gemaakt wordt, maar er zijn wel grenzen. Die grenzen heeft [verzoeker] met zijn herhaalde aanvallen overschreden.

16. De conclusie van het voorgaande moet zijn dat [verzoeker] zich schuldig gemaakt heeft aan schending van art. 2:8 BW, derhalve aan een overtreding van de wet als bedoeld in art. 27 van het standaardreglement. De boetes die [verzoeker] zijn opgelegd hebben derhalve grond. Het verzoek van [verzoeker] moet dan ook worden afgewezen. [verzoeker] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure.

B E S C H I K K I N G :

De kantonrechter:

wijst het verzoek af,

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de kant van VvE begroot op € 50,--.

Aldus gegeven door mr. S.R. Mellema, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2007 in tegenwoordigheid van de grif-fier.