Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA5186

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-05-2007
Datum publicatie
24-05-2007
Zaaknummer
336527/CV EXPL 07-1020
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering strekt tot vergoeding van niet gebruikte vliegtickets voor een vlucht van Madrid naar Buenos Aires.

De kantonrechter is van oordeel dat de bij dagvaarding gestelde grondslag volstrekt ondeugdelijk is voor de onderhavige vordering. Er is geen sprake geweest van levering van zaken en diensten, terwijl voorts bij de dagvaarding, afgezien van de overgelegde factuur van eiseres zelf, producties ontbraken ter onderbouwing van het gevorderde bedrag. Tevens heeft eiseres niet voldaan aan het vereiste van artikel 111 lid 3 Rv, nu zij in de dagvaarding heeft vermeld dat geen verweer bekend was, terwijl het tegendeel is gebleken uit de correspondente die bij conclusie van antwoord is overgelegd.

Voorts is de kantonrechter van oordeel dat de ter comparitie alsnog gestelde grondslag van de vordering in een te laat stadium naar voren is gebracht, daargelaten dat op geen enkele manier aannemelijk is gemaakt dat gedaagde bekend was met de problematiek bij de luchtvaartmaatschappij en dat om die reden op gedaagde een waarschuwingsplicht rustte. De kantonrechter gaat daarom niet verder in op deze ter comparitie gestelde grondslag van de vordering.

Door ter comparitie te kennen te geven dat de grondslag van de vordering is het tekortschieten door gedaagde in haar verplichtingen als tussenpersoon, erkent eiseres impliciet dat op gedaagde geen vergoedingsplicht rust voor de niet-gebruikte tickets. Voor die vergoeding moet eisers zich inderdaad tot de luctvaartmaatschappij wenden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 336527/CV EXPL 07-1020

datum uitspraak: 16 mei 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap Vlewaco Holland B.V.

te Loosdrecht

eisende partij

hierna te noemen Vlewaco

gemachtigde H. Terhoeven

tegen

de besloten vennootschap Consolidair B.V.

te Heemstede

gedaagde partij

hierna te noemen Consolidair

gemachtigde mr. E.R. Bettman

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 24 januari 2007, met één productie,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe-zen en op 21 maart 2007 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 17 april 2007 gehouden comparitie van partijen en de bij die gelegenheid door Consolidair nog overgelegde productie.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. Vlewaco heeft op 15 september 2006 via Consolidair twee e-vliegtickets geboekt voor een vlucht op 8 oktober 2006 van Madrid naar Buenos Aires met Air Madrid. De retourvlucht zou plaatsvinden op 12 oktober 2006.

b. Op 8 oktober 2006 bleek de geboekte vlucht overboekt/vertraagd en heeft Vlewaco bij Air France andere tickets gekocht om de reis naar Buenos Aires te kunnen maken. Vlewaco heeft aan Air France daarvoor in totaal €4.356,76 betaald.

c. Vlewaco heeft een vergoeding verzocht wegens de door Air Madrid niet uitgevoerde vlucht.

De vordering

Vlewaco vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Consolidair zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Vlewaco te betalen €5.000,00 met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 januari 2007 tot aan die der algehele voldoening, met veroordeling van Consolidair in de kosten van het geding.

Vlewaco heeft het volgende aan haar vordering ten grond-slag gelegd:

Vlewaco heeft op de bij haar geldende algemene voorwaarden voor levering van zaken en diensten, ingevolge overeenkomst daartoe opeisbaar van Consolidair te vorderen een bedrag van €4.356,76, zoals breder omschreven staat in de aan Consolidair toegezonden en door deze behouden factuur van 16 oktober 2006.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft Consolidair Vlewaco genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. Vlewaco heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ad 15%, zijnde €653,40. Consolidair dient deze kosten ingevolge de algemene betalingsvoorwaarden en de billijkheid aan Vlewaco te voldoen.

Voorts is Consolidair de contractuele rente van 1% per maand verschuldigd geworden vanaf 30 dagen na factuurdatum.

Vlewaco beperkt haar vordering tot een bedrag van €5.000,00 en doet afstand van hetgeen Consolidair boven dat bedrag verschuldigd is.

Ter comparitie van 17 april 2007 heeft Vlewaco haar vordering gebaseerd op de grondslag dat Consolidair te kort is geschoten in de nakoming van haar zorgverplichting als bemiddelaar door, hoewel zij bekend was met de problemen bij Air Madrid, Vlewaco daarvoor niet te waarschuwen en niet te adviseren met een andere luchtvaartmaatschappij naar Buenos Aires te vliegen.

Het verweer

Consolidair heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

De kantonrechter is met Consolidair van oordeel dat de bij dagvaarding gestelde grondslag volstrekt ondeugdelijk is voor de onderhavige vordering. Er is geen sprake geweest van levering van zaken en diensten, terwijl voorts bij de dagvaarding, afgezien van de overgelegde factuur van Vlewaco zelf, producties ontbraken ter onderbouwing van het gevorderde bedrag.

Tevens heeft Vlewaco niet voldaan aan het vereiste van artikel 111 lid 3 Rv, nu zij in de dagvaarding heeft vermeld dat geen verweer van Consolidair bekend was, terwijl het tegendeel is gebleken uit de correspondente die door Consolidair bij conclusie van antwoord is overgelegd.

Voorts is de kantonrechter van oordeel dat de ter zitting van 17 april 2007 gestelde grondslag van de vordering in een te laat stadium naar voren is gebracht, daargelaten dat op geen enkele manier aannemelijk is gemaakt dat Consolidair bekend was met de problematiek bij Air Madrid en dat om die reden op Consolidiar een waarschuwingsplicht rustte.

De kantonrechter gaat daarom niet verder in op deze ter comparitie gestelde grondslag van de vordering.

Beoordeeld moet worden of niettemin voldoende grondslag aanwezig is om de vordering te kunnen toewijzen. De kantonrechter is van oordeel dat daarvan geen sprake is.

Door ter comparitie te kennen te geven dat de grondslag van de vordering is het tekortschieten door Consolidair in haar verplichtingen als tussenpersoon, erkent Vlewaco impliciet dat op Consolidair geen vergoedingsplicht rust voor de niet-gebruikte tickets. Voor die vergoeding moet Vlewaco, zoals Consolidair heeft aangevoerd en zoals ook uit de overgelegde berichten van Air Madrid blijkt, zich inderdaad tot Air Madrid wenden of tot de curator in het faillissement van Air Madrid.

Op grond van het vorenstaande moet de vordering worden afgewezen.

Vlewacozal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Vlewaco in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Consolidair begroot op €400,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.