Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA5080

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-05-2007
Datum publicatie
14-05-2007
Zaaknummer
15/630136-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van opzetheling; bewijsverweer. De rechtbank stelt vast dat uit het proces-verbaal start en verloop van het onderzoek blijkt dat verdachten [alias medeverdachte 1] (naar later is gebleken de medeverdachte [medeverdachte 1]) en verdachte zijn aangehouden in een hal van de bloemenveiling te Aalsmeer, waar de Opel Astra van medeverdachte [medeverdachte 1] met geopend kofferdeksel geparkeerd stond naast de vrachtwagen van verdachte. Zowel medeverdachte [medeverdachte 1] als verdachte staan met koffers en tassen in hun handen, kennelijk afkomstig uit de kofferbak van de Opel Astra. De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] die dit op 23 februari 2006 hebben waargenomen, hebben het proces-verbaal mede ondertekend. De rechtbank constateert dat er genoegzaam verslag is gedaan van de observatie op 23 februari 2006 in het proces-verbaal start en verloop van het onderzoek. Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte de inbeslaggenomen goederen met zijn medeverdachte [medeverdachte 1] voorhanden heeft gehad.

Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte wist dat het goederen betrof die afkomstig zijn van misdrijf. De rechtbank grondt dit oordeel op het tapgesprek d.d. 22 februari 2006 om 11.50 uur waaruit blijkt dat verdachte tegen medeverdachte [medeverdachte 1] zegt: “Als er maar geen gevaarlijke dingen inzitten, geen poeder of zo”. [medeverdachte 1] antwoordt hierop dat er alleen technische dingen, computers enz. inzitten. Tevens blijkt de wetenschap van verdachte uit het tapgesprek d.d. 22 februari 2006 om 13.12 uur. Hieruit blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 2] tegen verdachte heeft gezegd dat hij de goederen goed moet verstoppen, waarop verdachte bevestigend antwoordt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/630136-06

Uitspraakdatum: 4 mei 2007

Tegenspraak op grond van artikel 279 Sv

STRAFVONNIS (art. 359 Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 april 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

PRIMAIR:

(incident 1, 2, 3 en 16)

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2006 tot en met 23 februai 2006 te Aalsmeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- (incident 1) twee, althans een of meer, laptop(s) (merk Dell, type Inspiron 1150 en/of 6000) en/of een personal computer (merk Siemens) en/of

- (incident 2) een Compaq Presario en/of een Toshiba Satellite en/of een fototas (inhoudende een fotocamera en/of een aantal lenzen) en/of

- (incident 3) een fotocamera (Canon) en/of een Pocket Agenda (Siemens) en/of een Dell Latitude cpi en/of

- (incident 16) een laptoptas (kleur zwart) en/of een laptop (IBM) en/of een Omnibook

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van genoemde goederen wist(en) en/of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

SUBSIDIAIR:

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2006 tot en met 23 februari 2006 te Aalsmeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

- (incident 1) twee, althans een of meer, laptop(s) (merk Dell, type Inspiron 1150 en/of 6000) en/of een personal computer (merk Siemens) en/of

- (incident 2) een Compaq Presario en/of een Toshiba Satellite en/of een fototas (inhoudende een fotocamera en/of een aantal lenzen) en/of

- (incident 3) een fotocamera (Canon) en/of een Pocket Agenda (Siemens) en/of een Dell Latitude cpi en/of

- (incident 16) een laptoptas (kleur zwart) en/of een laptop (IBM) en/of een Omnibook

te verwerven, voorhanden te hebben en/of over te dragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, immers heeft hij, verdachte,

- (telefonisch) afspraken gemaakt met betrekking tot de (af)levering en/of ontvangst en/of het vervoer (naar Bosnië) van voornoemde (gestolen) goederen en/of

- met zijn, verdachtes, vrachtwagen naar Aalsmeer gereden en/of

- een of meer tassen en/of koffers (inhoudende voornoemde goederen) aangepakt en/of uit de auto gehaald.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Bewijsverweer

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde feit.

De raadsman heeft hiertoe gesteld dat het proces-verbaal van bevindingen, waarin wordt weergegeven hetgeen is waargenomen tijdens de observatie op 23 februari 2006, de mogelijkheid open laat dat verdachte de inhoud van de tassen wilde bekijken alvorens te beslissen of hij deze wel of niet voor zijn medeverdachte wilde transporteren. Derhalve kan het voorhanden hebben van de goederen niet bewezen worden verklaard, aldus de raadsman.

Voorts heeft de raadsman gesteld dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte de wetenschap had dat de goederen van diefstal afkomstig zijn. Ook blijkt niet dat [medeverdachte 1] de wetenschap, dat de goederen van misdrijf afkomstig zijn, met verdachte heeft gedeeld. Verdachte heeft door het vragen of er iets mis was met de goederen, voldaan aan zijn verplichting om onderzoek in te stellen en inlichtingen te vragen. Gelet op het voorgaande heeft de raadsman geconcludeerd dat de heling niet bewezen kan worden verklaard en dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

De rechtbank stelt vast dat uit het proces-verbaal start en verloop van het onderzoek blijkt dat verdachten [alias medeverdachte 1] (naar later is gebleken de medeverdachte [medeverdachte 1]) en verdachte zijn aangehouden in een hal van de bloemenveiling aan de [a-weg] te Aalsmeer, waar de Opel Astra van medeverdachte [medeverdachte 1] met geopend kofferdeksel geparkeerd stond naast de vrachtwagen van verdachte. Zowel medeverdachte [medeverdachte 1] als verdachte staan met koffers en tassen in hun handen, kennelijk afkomstig uit de kofferbak van de Opel Astra. De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] die dit op 23 februari 2006 hebben waargenomen, hebben het proces-verbaal mede ondertekend. De rechtbank constateert dat er genoegzaam verslag is gedaan van de observatie op 23 februari 2006 in het proces-verbaal start en verloop van het onderzoek. Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte de inbeslaggenomen goederen met zijn medeverdachte [medeverdachte 1] voorhanden heeft gehad.

Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte wist dat het goederen betrof die afkomstig zijn van misdrijf. De rechtbank grondt dit oordeel op het tapgesprek d.d. 22 februari 2006 om 11.50 uur waaruit blijkt dat verdachte tegen medeverdachte [medeverdachte 1] zegt: “Als er maar geen gevaarlijke dingen inzitten, geen poeder of zo”. [medeverdachte 1] antwoordt hierop dat er alleen technische dingen, computers enz. inzitten. Tevens blijkt de wetenschap van verdachte uit het tapgesprek d.d. 22 februari 2006 om 13.12 uur. Hieruit blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 2] tegen verdachte heeft gezegd dat hij de goederen goed moet verstoppen, waarop verdachte bevestigend antwoordt.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair tenlastegelegde feit heeft begaan in dier voege dat

hij op 23 februari 2006 te Aalsmeer, tezamen en in vereniging met een ander,

- twee laptops merk Dell, type Inspiron 1150 en 6000 en

- een Compaq Presario en een Toshiba Satellite en een fototas inhoudende een fotocamera en een aantal lenzen en

- een fotocamera Canon en een Pocket Agenda Siemens en een Dell Latitude cpi en

- een Omnibook

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van genoemde goederen wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder primair meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijs ten aanzien van het onder primair tenlastegelegde feit

De rechtbank baseert het bewijs op de navolgende bewijsmiddelen. Voorzover niet anders aangegeven wordt verwezen naar de paginanummers in het eindproces-verbaal van het onderzoek genaamd "Mike", opgenomen in 3 ordners.

- Het proces-verbaal van aangifte d.d. 5 februari 2006 van aangever [aangever 1], waaruit blijkt dat er op 4 februari 2006 is ingebroken in zijn woning, waarbij onder andere 2 laptops van het merk Dell, type 1150 en 6000 zijn weggenomen (p. 520 e.v.).

- Het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 februari 2006 van aangever [aangever 2], waaruit blijkt dat er op 8 februari 2006 is ingebroken in haar woning waarbij onder andere een laptop Compaq, een laptop Toshiba Satellite, een fotocamera en een aantal lenzen zijn weggenomen (p. 534 e.v.).

- Het proces-verbaal van aangifte d.d. 12 februari 2006 van aangever [aangever 3], waaruit blijkt dat er op 11 februari 2006 is ingebroken in haar woning waarbij onder andere een fotocamera van het merk Canon, een Pocket Agenda van het merk Siemens en een laptop van het merk Dell zijn weggenomen (p. 539 e.v.).

- Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 februari 2006 van aangever [aangever 4], waaruit blijkt dat er op 1 februari 2006 is ingebroken in haar woning waarbij onder andere een laptop van het merk IBM is weggenomen (p. 630 e.v.).

- Het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot onderzoek naar inbeslaggenomen goederen d.d. 15 maart 2006, waaruit blijkt dat het op de [a-weg] in Aalsmeer inbeslaggenomen goed met nummer A-04-1, door aangever [aangever 4] wordt herkend als zijnde weggenomen bij de inbraak in haar woning op 1 februari 2006. (p. 193).

- Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [alias medeverdachte 1] (naar later blijkt genaamd [medeverdachte 1]) d.d. 26 februari 2006 om 12.40 uur, waaruit blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] wist dat de goederen gestolen waren (opgenomen in het afzonderlijke procesverbaal, verspreid op 18 mei 2006, mutatienummer PL1256/06-018113).

- Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 28 maart 2006 om 11.40 uur, waaruit blijkt dat hij het telefoonnummer van [alias verdachte] (zijnde verdachte) heeft gekregen van een man genaamd [medeverdachte 2] en dat [alias verdachte] de man is naar wie hij de spullen heeft gebracht (p. 751).

- De verklaring van verdachte d.d. 28 februari 2006 afgelegd bij de rechter-commissaris, waaruit blijkt dat verdachte goederen mee zou nemen naar Bosnië voor [medeverdachte 2] en dat verdachte aan deze man heeft gevraagd of alles volgens de wet was en waaruit voorts blijkt dat verdachte gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer]

- Het tapgesprek op 22 februari 2006 om 11.50 uur tussen [medeverdachte 1] en NN-man (gebruikmakend van het telefoonnummer [telefoonnummer]) waaruit blijkt dat NN-man vraagt of er geen gevaarlijke dingen inzitten, zoals poeder, waarop [medeverdachte 1] antwoordt dat het om technische dingen, waaronder computers gaat (p. 266).

- Het tapgesprek op 22 februari 2006 om 13.12 uur tussen [medeverdachte 1] en verdachte en [medeverdachte 2], waaruit blijkt dat er prijsafspraken zijn gemaakt over het vervoer en in welk gesprek [medeverdachte 2] tegen [alias verdachte] zegt dat hij de goederen goed moet verstoppen (p. 266).

- Het proces-verbaal start en verloop van het onderzoek waaruit blijkt dat verdachte en [medeverdachte 1] op 23 februari om 14.20 uur in een rode Opel Astra stappen en samen naar de bloemenveiling rijden te Aalsmeer. In de hal van de bloemenveiling stonden de vrachtauto van verdachte, met daarop het telefoonnummer [telefoonnummer]) en de Opel Astra naast elkaar en was de kofferbak van de Opel Astra geopend. Beide verdachten stonden met koffers en tassen in hun handen, kennelijk afkomstig uit de kofferbak van de Opel Astra. In deze tassen en koffers bevonden zich een groot aantal goederen die van woninginbraak afkomstig bleken te zijn. (opgenomen in een afzonderlijk proces-verbaal, dossiernummer PL1256/06-505203, op ambtseed/-belofte opgemaakt op 24 februari 2006, door de Nationale Recherche, Unit Randstad-Noord, Team 3).

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van opzetheling.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van hetgeen onder 1 primair is tenlastegelegd;

- oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering heeft doorgebracht.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de draagkracht van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van diverse goederen, waaronder waardevolle elektronica. Op 23 februari 2006 is verdachte aangehouden toen hij de tassen en koffers met daarin de gestolen goederen in zijn handen had, welke hij zou transporteren naar Bosnië. Door aldus te handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen.

Op grond van het vorenoverwogene, alsmede gelet op de straffen die aan medeverdachten in het onderhavige onderzoek zijn opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 47, 416.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder primair tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Beveelt de gevangenneming van verdachte, welke beslissing afzonderlijk is geminuteerd.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Mateman, voorzitter,

mrs. Toeter en Vos-de Greeve, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. Van den Berg en Blijleven,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 mei 2007.

Mr. Vos- de Greeve is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.