Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA4619

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-05-2007
Datum publicatie
20-06-2007
Zaaknummer
06/7136
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij de verwerking op het postkantoor is een vergissing gemaakt waardoor het motorrijtuig ten onrechte als ontschorst geregistreerd stond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/7136

Uitspraakdatum: 8 mei 2007

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X, wonende te Z, eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst Apeldoorn / Centrale administratie, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiseres over de tijdvakken 6 juli 2005 tot en met 15 augustus 2005 en 16 augustus 2005 tot en met 15 november 2005 naheffingsaanslagen (aanslagnummers 000.00.000.Y5.2 en 000.00.000.Y5.3) motorrijtuigenbelasting opgelegd, ten bedrage van € 110 en € 269.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 6 juni 2006 de naheffingsaanslagen gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen bij brief van 5 juli 2006, ontvangen bij de rechtbank op 6 juli 2006, beroep ingesteld.

1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2007 te Haarlem. Eiseres is daar in persoon verschenen, bijgestaan door A. Namens verweerder is verschenen B. Ter zitting is het onderzoek geschorst. Nadat verweerder de door de rechtbank verzochte informatie bij brief van 6 april 2007 heeft overgelegd, is het onderzoek met toestemming van de partijen zonder nadere zitting gesloten.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

Eiseres is sinds 17 maart 2005 kentekenhouder van het motorrijtuig met kenteken 00-AA-AA. Op 19 april 2005 is het motorrijtuig als geschorst geregistreerd zoals bedoeld is in hoofdstuk IV, paragraaf 6, van de Wegenverkeerswet 1994. Op grond van artikel 19, eerste lid, van de wet op de motorrijtuigenbelasting is de belasting niet geheven over de tijdvakken die aanvangen tijdens de voor het motorrijtuig geldende schorsing.

3. Geschil en standpunten van de partijen

In geschil is of eiseres op 8 juli 2005 de schorsing heeft beëindigd.

Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de auto niet in juli 2005 is ontschorst en dat de naheffingsaanslagen dan ook ten onrechte zijn opgelegd. Pas in november 2005 heeft zij de auto uit de schorsing gehaald. Op 8 juli 2005 heeft eiseres wel informatie gevraagd op het postkantoor over de schorsing van het motorrijtuig. Er is toen per abuis in het systeem gezet dat het motorrijtuig werd ontschorst. Als er toen ook daadwerkelijk goed in het systeem gezet was dat het motorrijtuig ontschorst was, had zij het ook niet in november 2005 kunnen ontschorsen. Van de ontschorsing in november 2005 heeft zij helaas geen bewijs meer, dat heeft zij aan de RDW gegeven toen het motorrijtuig gekeurd werd als kampeerauto en de RDW stelt het niet meer te hebben. Daarnaast wil het postkantoor niet meewerken door hun gegevens over te leggen.

4.2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het aan eiseres is om te bewijzen dat zij pas in november 2005 het motorrijtuig heeft ontschorst. Zij heeft haar standpunt echter niet met stukken onderbouwd, zodat het bewijs niet is geleverd en de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

4.3. Na de zitting heeft verweerder op verzoek van de rechtbank nader onderzoek naar de gang van zaken gedaan. Bij brief van 6 april heeft verweerder hier het volgende over bericht:

“Nader onderzoek heeft uitgewezen dat er bij de verwerking op het postkantoor een vergissing is gemaakt. Op initiatief van het postkantoor is op 28 november 2005 een nieuw tenaamstellingsbewijs afgegeven met als datum 28 november 2006 (...). Dit is gebeurd naar aanleiding van een onjuiste verwerking welke in de voorliggende periode op het postkantoor heeft plaatsgevonden.

Gezien bovenstaande is de belastingdienst genegen aan de grieven van belanghebbende tegemoet te komen. De registratie bij de RDW kan niet ongedaan gemaakt worden. Het motorrijtuig met kenteken 00-AA-AA zal derhalve ambtshalve door de Belastingdienst/Centrale administratie als geschorst worden geregistreerd voor de periode 9 juli 2005 tot en met 27 november 2005.

De schorsing zal als beëindigd worden beschouwd met ingang van 28 november 2005. Naar mijn mening ben ik hierbij volledig aan belanghebbendes grieven tegemoet gekomen.”.

4.4. Nu verweerder het standpunt van eiseres volgt, zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aan-lei-ding verweerder te veroordelen in de kos-ten die eiseres in verband met de behande-ling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Voor de door eiseres genoemde proceskosten, te weten reiskosten, wordt verweerder veroordeeld deze te vergoeden tot een bedrag van € 18,22.

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag tot nihil en bepaalt dat deze uitspraak in zo verre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 18,22, en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan dit bedrag aan eiseres te voldoen;

- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiseres betaalde griffierecht van € 38 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 8 mei 2007 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A. Roelvink - Verhoeff, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.J. Loggen - ten Hoopen, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.