Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA4392

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-05-2007
Datum publicatie
03-05-2007
Zaaknummer
341559/ AO VERZ 07-307
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartmaatschappij verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een van haar pursers, omdat deze zich tot 3x toe schuldig zou hebben gemaakt aan seksuele intimidatie van verschillende collega's. De kantonrechter acht dat voldoende aannemelijk geworden en wijst het verzoek toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 341559/ AO VERZ 07-307

datum uitspraak: 2 mei 2007

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de commanditaire vennootschap TRANSAVIA AIRLINES C.V.

te Schiphol,

verzoekster

hierna: Transavia

gemachtigde: mr. P.M. Klinckhamers

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. M.A. Visser.

De procedure

Op 21 maart 2007 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Transavia. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 23 april 2007. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van Transavia heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

a. [verweerder], 35 jaar oud, is sinds 6 mei 2005 bij Transavia in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, laatstelijk in de functie van purser tegen een salaris van € 2.038,71 bruto per maand exclusief vakantiegeld (en overige emolumenten). Daarvoor is hij op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in dienst van Transavia geweest sedert 4 december 2000. Hij heeft vanaf die datum – met uitzondering van de periode van 31 oktober 2003 tot 12 januari 2004 – onafgebroken voor Transavia gewerkt. In genoemde periode was er geen werk voor hem.

b. Op 5 juni 2006 heeft [verweerder] gewerkt op een vlucht van Groningen via Eindhoven naar Tenerife en weer terug naar Amsterdam. Van zijn crew maakten de Cabin-Attendants [XXX] (hierna: [XXX]) en [YYY] (hierna: [YYY]) deel uit. Op 22 juni 2006 heeft [XXX] bij Transavia een klacht ingediend, welke klacht – voor zover hier relevant – als volgt luidde:

“(...)Later op de avond, toen we weer in het hotel waren, haalden hij en een co-piloot mij over om op hun kamer nog even na te kletsen. Ik ging er van uit dat ik niet het enige meisje zou zijn, maar het tegenovergestelde bleek waar te zijn. Toen ik merkte dat de twee heren al snel op het bed gingen liggen, ben ik weggegaan. In mijn eigen kamer aangekomen, kleedde ik me om en net op dat moment werd er op de deur geklopt. Het was [verweerder]. Van collega’s had ik reeds vernomen wat het betekend als er ’s nachts op je deur wordt geklopt, dus ik zei hem dat ik ging slapen. De volgende middag waren [verweerder] en ik als eerste in de lobby en ik voelde een spanning van zijn kant, aangezien hij over de avond ervoor begon en zijn acties goed praatte onder het mom van “ik wilde je alleen even knuffelen”.(...)

(...)Pas toen [verweerder] met zijn hand over mijn benen ging wrijven, tot aan mijn kruis toe, heb ik zijn hand gepakt en weggehaald. Tot tien keer toe moest ik dit herhalen aangezien hij niet wilde luisteren. Ook heb ik gezegd dat ik dit liever niet wilde. Ik ben maar wat gaan rondlopen om dit te vermijden en heb het er met enkele crewmembers over gehad.(...)

(...)Ik hoop dat hier iets mee gedaan wordt.”

c. Naar aanleiding van deze klacht heeft Transavia een onderzoek ingesteld. [verweerder] is in dit onderzoek gehoord. Hij heeft de beschuldiging van de hand gewezen en ontkend dat hij zich aan seksuele intimidatie heeft schuldig gemaakt.

d. Bij brief van 29 juni 2006 heeft Transavia het volgende – voor zover van belang - aan [verweerder] bericht:

(...)Transavia heeft besloten u geen disciplinaire maatregel op te leggen, conform Bijlage 23, lid 1 CAO Cabinepersoneel. Aan dit besluit ligt de volgende overweging ten grondslag:

? Ons onderzoek en uw mondelinge toelichting biedt ons onvoldoende grond om een disciplinaire straf te rechtvaardigen. Hiermee verklaren wij de klacht formeel ongegrond.

Ui ons onderzoek zijn wel een aantal zaken naar voren gekomen die wij niet onbenoemd willen laten, te weten:

? De beschrijving van het voorval aan boord, zoals vermeld in de klachtenbrief, komt niet overeen met uw beschrijving. Opmerkelijk is dat uw eigen beleving een geheel andere is dan die van uw collega. Uw handelswijze geeft wel aanleiding tot twijfels maar wij kunnen dit niet rechtvaardigen.

? Vanuit uw leidinggevende functie aan boord is uw rol zoals beschreven in het voorval zeker niet gepast. U vervult een voorbeeldfunctie en dient zich daar ook als zodanig naar te gedragen.(...)

e. Op 18 juli 2006 heeft Transavia een klacht ontvangen van [YYY], welke klacht eveneens betrekking had op de vlucht van 5 juni 2006. In de desbetreffende e-mail heeft [YYY] het volgende vermeld, voor zover van belang:

(...)Zoals beloofd , stuur ik u de e-mail met korte en zakelijke informatie betreffende de Purser met code BBB.

Tijdens het stopje:

Masseren, midden in een vol café en dan via de schouderbladen naar de voorkant tot onder m’n ribben (de rest werd tegengehouden d.m.v. mijn armen strak tegen mezelf te houden) Vervolgens doorgaan via de onderkant van mijn rug naar mijn heupen/billen toe.(...)

(...)Tijdens start en landing aan mijn benen zitten met de handen (...)

(...)Hij pakte m’n hand vast en ging dan heel irritant aan de binnenkant van mijn handpalm aaien tot mijn pols en terug(...)

(...)Hij wilde ook elke keer een knuffel hebben en had op een gegeven moment door dat dat niet in de smaak viel bij me. (...)

(...)Dit is kort en zakelijk wat er bij mij elke keer aan de hand was. Ik heb het als bijzonder vervelend ervaren(...)

(...)Misschien dat de vraag aanwezig is, waarom ik dit niet eerder heb gemeld: dit is puur om het feit van dat ik nog in mijn proefperiode zat, hij purser is en ik ca1 en dat mijn invliegvluchten niet het resultaat geleverd hadden, wat nodig was, waardoor mijn begin bij trans niet denderend positief was en verder wil ik niemand erbij “naaien”(...)

f. Transavia heeft hierop [verweerder] opnieuw uitgenodigd voor een gesprek. [verweerder] heeft ontkend zich aan seksuele intimidatie schuldig te hebben gemaakt. Bij brief van 27 juli 2006 heeft Transavia, voor zover van belang, het volgende aan [verweerder] bericht:

(...)De aanleiding voor ons gesprek betreft je functioneren als Purser. Wij hebben wederom een klacht ontvangen van een collega Cabin Attendant waarin melding wordt gemaakt van handtastelijkheden aan boord tijdens een vlucht van 5 juni jl. en tijdens een stop voorafgaand aan deze vlucht. Recentelijk is een soortgelijke klacht over jou door ons onderzocht. Het betrof dezelfde vlucht van 5 juni jl. De conclusie van dat onderzoek was dat de klacht weliswaar onvoldoende grond bood om een disciplinaire straf op te leggen, maar dat je handelswijze wel aanleiding gaf tot twijfels. Je hebt zelf ook aangegeven dat je gedrag vanuit je functie van Purser niet gepast was en toegezegd dat dit soort gedrag niet meer voor zal komen. Aangezien de nieuwe klacht betrekking heeft op dezelfde vlucht, zullen we niet overgaan tot het opstarten van een nieuw onderzoek. In ons gesprek van 27 juli jl. hebben wij heel duidelijk gesteld dat wij ervan uitgaan geen enkele klacht meer te ontvangen van collega’s en/of anderen over jouw functioneren, zowel aan boord als tijdens de stops. Mocht dit toch gebeuren dan zal ons verdere vertrouwen in een goede samenwerking ernstig worden beschaamd en zullen wij maatregelen nemen, waarbij wij maatregelen gericht op beëindiging van je dienstverband niet uitsluiten. (...)

g. Op 5 maart 2007 heeft Transavia een klacht over [verweerder] ontvangen van [ZZZ] (hierna: [ZZZ]), eveneens Cabin-Attendant. Haar klacht bevatte, voor zover van belang, het volgende:

(...)Op 4 maart jl. had ik een vlucht de HV 5585 naar Nice met de volgende collega’s: Purser [verweerder] (BBB), (...)

(...)Tijdens de heenreis ben ik door [verweerder] tot 2x toe onzedelijk betast.(...)

(...)In plaats van dat [verweerder] me vroeg om even opzij te gaan, pakte hij me bij mijn zij en duwde mij opzij. Bij het opzij zetten ging hij met zijn handen onder mijn jasje, wreef over mijn rug en ging met zijn hand onder mijn bh bandje door opzij richting mijn borsten. De tweede keer was bij het instappen toen ik als CA3 naast hem stond en hij wederom onder mijn jasje ging met zijn hand en weer met zijn hand over mijn rug onder mijn bh bandje ging en daarbij zei ,,Oh, wat ruik je lekker ohh”. Ik liet duidelijk merken dat ik hier niet van gediend was door hem met mijn schouders weg te duwen.(...)

(...)Ik zie dit incident als pure sexuele intimidatie.(...)

h. Transavia heeft naar aanleiding van de klacht van [ZZZ] opnieuw een onderzoek ingesteld. In dat kader heeft op 8 maart 2007 een gesprek met [verweerder] plaatsgevonden. In het van dat gesprek opgemaakte verslag is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

(...)[verweerder] krijgt het woord en geeft toelichting(...)

(...)na aankomst in Nice was [ZZZ] erg overstuur, ze had inmiddels ook met de captain gesproken. Ze beschuldigde mij van het “aanraken van haar BH bandje” Ik begreep hier helemaal niets van, ik weet echt niet wat er gebeurd is. Ik heb de hele weg niets gemerkt.(...)

(...)Het enige wat ik mij bij de hele situatie kan voorstellen is dat je in de kleine ruimte aan boord elkaar moet passeren en het bijna onmogelijk is om elkaar niet aan te raken. Je ontkomt er niet aan dat je elkaar aanstoot. Ik zou niets anders hebben kunnen bedenken.(...)

i. Bij Transavia is van kracht een handleiding “ongewenste omgangsvormen”, waarin medewerkers er onder meer op worden gewezen welk gedrag onder seksuele intimidatie kan worden begrepen en waarin is vermeld dat Transavia geen ongewenste omgangsvormen tolereert en een vertrouwenspersoon heeft aangesteld om eventuele signalen of klachten van medewerkers te behandelen. Daarnaast, zo beschrijft de handleiding eveneens, heeft Transavia een klachtencommissie, die klachten van medewerkers over ongewenste omgangsvormen behandelt.

Het verzoek

Transavia verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Transavia – samengevat – het volgende. [verweerder] heeft zich in tien maanden tijd drie maal schuldig gemaakt aan seksuele intimidatie ten opzichte van drie medewerkers, aan wie hij leiding geeft. Transavia is van mening dat de handelwijze van [verweerder] op zich een dringende reden is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. In elk geval meent Transavia dat er sprake is van een verandering van omstandigheden, omdat [verweerder] door zijn handelwijze het in hem gestelde vertrouwen heeft geschaad.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 77.036,40.

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan. [verweerder] heeft ontkend dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan seksuele intimidatie. Er is dan ook geen dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Evenmin is er sprake van een wijziging van omstandigheden.

De beoordeling van het verzoek

1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

2. Transavia heeft naar het oordeel van de kantonrechter op basis van de drie onafhankelijk van elkaar ingediende klachten over het gedrag van [verweerder] voldoende aannemelijk gemaakt dat [verweerder] zich schuldig heeft gemaakt aan gedrag dat aan te merken is als seksuele intimidatie. Ondanks het feit dat alle klachten op zichzelf staan, [verweerder] het door de klaagsters omschreven handelen heeft ontkend en er in elk van de klachten geen aanvullend bewijs is voor de juistheid van wat de klaagsters hebben verklaard, levert de omstandigheid dat drie vrouwen onafhankelijk van elkaar zodanig gedrag van [verweerder] hebben beschreven voldoende steun op voor de juistheid van de stellingen van Transavia. Niet in geschil is dat de drie medewerksters in hun klachten handelen van [verweerder] hebben beschreven en niet van een ander. Daar komt bij dat [verweerder] niet heeft weersproken dat hij tijdens een pauze in de vlucht van 5 juni 2006 een tijdje zijn hand op het been van [XXX] heeft gelegd, gedrag dat hem alleen al uit hoofde van zijn leidinggevende positie niet past. Gesteld noch gebleken is bovendien dat de betreffende medewerkers redenen zouden hebben gehad of meenden dat zij redenen hadden om [verweerder] een hak te zetten en daarom valse verklaringen tegen hem af hebben gelegd.

3. [verweerder] heeft aangevoerd dat de klacht van [XXX] geen grond kan zijn om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te komen omdat deze klacht ongegrond is verklaard. De kantonrechter deelt dit standpunt niet. De klacht van [XXX] is, zo blijkt uit de brief van 29 juni 2006 formeel ongegrond verklaard omdat er, afgezien van de verklaring van [XXX], geen bewijs was voor het door haar gestelde handelen van [verweerder]. Terecht is Transavia dan ook tot het besluit gekomen om [verweerder] niet op grond van een enkele verklaring een disciplinaire maatregel op te leggen. Enigszins anders werd het toen Transavia na enige tijd opnieuw een klacht van een andere medewerkster over dezelfde vlucht van 5 juni 2006 binnenkreeg. Het besluit van Transavia om niet opnieuw een onderzoek te gaan verrichten maar [verweerder] in een gesprek en in een brief andermaal op zijn verplichtingen te wijzen is op zichzelf ook begrijpelijk. Dat neemt niet weg dat er op het moment dat Transavia bij brief van 27 juli 2006 [verweerder] een ernstige waarschuwing gaf reeds twee klachten over zijn handelen bekend waren. Dat Transavia de klacht van [YYY] niet zorgvuldig – [verweerder] bedoelt klaarblijkelijk “zonder onderzoek” - heeft afgehandeld, moge zo zijn, maar is geen reden om deze klacht thans buiten beschouwing te laten. [YYY] heeft immers, zoals hiervoor al is weergegeven, beschreven wat zij [verweerder] verweet en haar verklaring maakt deel uit van de processtukken. Voldoende aannemelijk is geworden dat [verweerder] in het gesprek dat hij naar aanleiding van deze klacht met [AAA] en [BBB] van Transavia heeft gevoerd – wellicht summier - op de hoogte is gesteld van de inhoud van deze klacht.

4. [verweerder] had derhalve vanaf 27 juli 2006 als een gewaarschuwd mens te gelden. Omdat er desondanks nadien opnieuw een klacht is gekomen betreffende gedrag van hem dat als seksuele intimidatie is aan te merken heeft Transavia zich terecht op het standpunt gesteld dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. De kantonrechter volgt [verweerder] niet in zijn stelling dat de klacht van [ZZZ] moet worden bezien tegen de achtergrond van haar lage emotionele drempel, wat er van de juistheid van die stelling van [verweerder] dan ook zij.

5. De stelling van [verweerder] dat hij in het vervolg op andere vluchten kan worden ingeroosterd dan de drie klaagsters wordt gepasseerd. Nog afgezien van de roostertechnische problemen die dit wellicht zou kunnen opleveren heeft Transavia aangevoerd, dat het er om gaat dat zij iemand die zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie niet kan handhaven vanwege het belang dat haar overige werknemers hebben bij werk in een omgeving waarin zij niet het risico lopen om onderworpen te worden aan dergelijk gedrag. Dit geldt te meer omdat [verweerder] een leidinggevende positie heeft bij Transavia. Het belang van [verweerder] bij behoud van zijn baan dient voor laatstbedoeld belang van Transavia te wijken.

6. Er zijn dus voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.

7. Beoordeeld moet worden of aan [verweerder] in redelijkheid een vergoeding toekomt.

Dit is niet het geval. Voldoende aannemelijk is geworden dat [verweerder] zich in tien maanden tijd drie keer heeft schuldig gemaakt aan seksuele intimidatie van drie medewerkers die onder zijn leiding stonden. De laatste keer vond plaats nadat hij uitdrukkelijk door Transavia erop was gewezen dat zodanig handelen niet (langer) getolereerd zou worden. [verweerder] heeft een leidinggevende positie en van hem mag dan ook in het algemeen meer terughoudendheid in zijn contacten met medewerkers worden verwacht dan van anderen. Uit de verklaringen van de drie klaagsters valt met voldoende zekerheid af te leiden dat [verweerder] in dit opzicht de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden. Bij het voorgaande neemt de kantonrechter in aanmerking dat [verweerder] pas 35 jaar oud is en hij, mede gelet op zijn opleiding, naar verwachting niet veel moeite zal hebben met het vinden van een andere baan. De kantonrechter realiseert zich daarbij wel dat de aanleiding tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst de kans op een nieuwe baan mogelijk bemoeilijkt, doch dit is een omstandigheid die geheel voor risico van [verweerder] komt en derhalve zich niet in een vergoeding ten laste van Transavia dient te vertalen.

8. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

9. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 15 mei 2007;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.C. Smits en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.