Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA3519

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-04-2007
Datum publicatie
26-04-2007
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 331966 CV EXPL 06-7692
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verjaringsperikelen. Beroep op nietigheid c.q. vordering kennelijk onredelijk ontslag verjaard?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 331966 CV EXPL 06-7692

datum uitspraak: 26 april 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiseres]

te [adres]

eisende partij

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. E.H. Copini

tegen

Stichting Zorgcirkel Waterland

te Purmerend

gedaagde partij

hierna te noemen Zorgcirkel

gemachtigde mr. S.C. de Lange.

De procedure

[eiseres] heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen Zorgcirkel.

Hierop heeft Zorgcirkel geantwoord.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. [eiseres] heeft toen de vordering mondeling willen vermeerderen/wijzigen, waartegen Zorgcirkel bezwaar heeft gemaakt.

Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt. De gemachtigde van Zorgcirkel heeft pleitnotities overgelegd.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de mogelijk door partijen overgelegde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.

De vordering

[eiseres] vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair voor recht zal verklaren dat [eiseres] tijdig de nietigheid van het haar verleende ontslag heeft ingeroepen en in het verlengde daarvan Zorgcirkel zal veroordelen tot doorbetaling van loon vanaf 1 december 2005, met verdere nevenvorderingen zoals in de dagvaarding vermeld;

subsidiair Zorgcirkel zal veroordelen om met [eiseres] een nieuwe arbeidsovereenkomst te sluiten zoals in de dagvaarding vermeld.

Bij wijze van vermeerdering/wijziging van eis is tenslotte gevorderd:

meer subsidiair dat Zorgcirkel zal worden veroordeeld tot het betalen van een door de kantonrechter vast te stellen billijke schadevergoeding, wegens door Zorgcirkel gepleegde onrechtmatige daad;

alles met veroordeling van Zorgcirkel in de proceskosten.

Het verweer

Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.

De feiten

In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.

1. [eiseres] is met ingang van 15 februari 2004 op arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Zorgcirkel in dienst getreden in de functie van Helpende A1.

2. Met ingang van 6 september 2004 is deze arbeidsovereenkomst omgezet in een individuele leer/arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, te weten voor de duur van de door [eiseres] te volgen opleiding Verzorgende 3IG, met de mogelijkheid van tussentijdse opzegging. Na het behalen van het diploma zou deze overeenkomst automatisch worden omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

3. In laatstgenoemde leer/arbeidsovereenkomst is in artikel 10. met zoveel woorden het volgende vermeld:

De overeenkomst eindigt van rechtswege indien de werknemer de opleiding…niet kan voortzetten en/of wanneer hij/zij niet slaagt in het behalen van het diploma…

Mocht de medewerker de opleiding eerder (moeten) afbreken dan zal niet teruggeplaatst worden in zijn/haar laatstelijk uitgeoefende functie… en zal de arbeidsovereenkomst….beëindigd worden.

4. Op 2 mei 2005 heeft [eiseres] een verkeersongeluk gehad. Na het ongeluk heeft zij zich bepaalde (meestal kortere) periodes ziek gemeld, weer beter gemeld, weer ziek gemeld enzovoorts. Eind oktober 2005 heeft [eiseres] voor het laatst gewerkt.

5. Bij brief van 16 november 2005 heeft het Regio College aan Zorgcirkel gemeld dat de hiervoor bedoelde opleiding met ingang van 9 november 2005 voortijdig was beëindigd.

6. Bij brief van 18 november 2005, die de volgende dag door [eiseres] is ontvangen, is door Zorgcirkel het volgende aan [eiseres] medegedeeld:

Wij hebben van het Regio College vernomen dat uw opleiding per 9 november 2005 wegens twee maal een onvoldoende leerperiode is beëindigd. Hierbij delen wij u mede dat wij om deze reden het leergedeelte uit uw leerarbeidsovereenkomst tevens beëindigen per 1 december 2005.

Daar wij door zeer late berichtgeving van het Regiocollege kunnen wij de administratieve processen rond de salarisbetaling niet eenvoudig wijzigen. Uw ontvangt daarom over de maand november salaris en wij zullen niet overgaan tot het terugvorderen van het aan u uitgekeerde.

Zodra uw schoolboeken waarvoor borg is ingehouden, ingeleverd zijn bij het secretariaat van de afdeling Opleiding & Scholing vindt de afrekening plaats van vakantieuitkering en eventuele uitbetaling/inhouding van vakantieuren en/of roosteruren. Uw uniform kunt u bij de linnenkamer inleveren. (Binnen 1 week na uw ontslagdatum).

Uw eventuele deelname van de spaarloonregeling bij Centraal Beheer wordt automatisch bij beëindiging van het dienstverband stopgezet.

Per 1 december 2005 wordt u afgemeld bij het ziekenfonds.

7. Hierop heeft [eiseres] haar uniform inderdaad bij Zorgcirkel ingeleverd. Zij heeft voor de laatste maal salaris ontvangen over de maand november 2005. Eind december heeft zij nog een eindafrekening ontvangen, onder meer in verband met uitbetaling van vakantiebijslag en eindejaarsuitkering. In die eindafrekening staat vermeld datum uit dienst 30-11-2005.

8. Vervolgens heeft [eiseres] een WW uitkering aangevraagd en gekregen, welke uitkering inging op 1 december 2005. Na afloop van de uitkeringsperiode WW heeft [eiseres] een bijstandsuitkering aangevraagd en gekregen.

9. Bij brief van 31 mei 2006 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan Zorgcirkel het volgende medegedeeld:

Voor zover u zich op het standpunt stelt, dat cliënte per 1 december j.l. uit dienst is getreden, wordt middels dit faxbericht de nietigheid van het ontslag ingeroepen. Cliënt was immers vanaf 15 februari 2004 bij u in dienst voor onbepaalde tijd. Voor het ontslag is geen toestemming door het CWI gegeven. De opzegging is dan ook vernietigbaar.

Dit wordt niet anders voor het geval de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is gevolgd op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Ook in dat geval eindigt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet van rechtswege, maar behoudt de werknemer de ontslagbescherming die hoort bij de eerdere arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

De beoordeling van het geschil

Wijziging/vermeerdering van eis.

Zorgcirkel heeft zich tegen de wijziging/vermeerdering van eis verzet omdat deze niet vooraf is aangekondigd en voorts slechts mondeling is gedaan.

Daarover wordt als volgt geoordeeld.

Ingevolge het bepaalde in artikel 82 lid 2 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering kunnen conclusies en akten in kantonzaken ook mondeling ter terechtzitting worden genomen, hetgeen in beginsel ook geldt voor een akte vermeerdering/wijziging van eis.

Dit laat echter onverlet dat een dergelijke vermeerdering/wijziging van eis, desnoods ambtshalve, door de kantonrechter buiten beschouwing moet worden gelaten, indien deze in strijd komt met de beginselen van een behoorlijke procesorde. Zo’n geval doet zich hier voor.

De gemachtigde van [eiseres] heeft de voorgestelde wijziging/vermeerdering immers niet vooraf aan de gemachtigde van Zorgcirkel medegedeeld, die zich daarop dan ook niet heeft kunnen prepareren. Mede gelet op de aard van de voorgestelde eiswijziging/vermeerdering, te weten een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad, hetgeen gelet op het onderhavige feitencomplex juridisch bepaald toch geen eenvoudige kwestie is, moet een en ander vanuit een oogpunt van een behoorlijke procesvoering als onaanvaardbaar worden aangemerkt.

De wijziging/vermeerdering van eis wordt daarom niet toegestaan.

Beroep op nietigheid van het ontslag.

Partijen zijn het erover eens dat de op 6 september 2004 ingegane arbeidsovereenkomst, hoewel voor bepaalde tijd aangegaan, ingevolge het bepaalde in artikel 7.667 van het Burgerlijk Wetboek niet van rechtswege afliep, nu daarvoor een rechtsgeldige opzegging nodig was. Partijen zijn het er verder over eens dat de eenzijdige beëindiging van deze arbeidsovereenkomst door Zorgcirkel, wegens het ontbreken van de door artikel 6 lid 1 BBA voorgeschreven ontslagvergunning, ingevolge het bepaalde in artikel 9 BBA vernietigbaar was.

In geschil is nu of [eiseres] deze vernietigbaarheid tijdig, dat wil zeggen binnen 6 maanden nadat de ontslagaanzegging [eiseres] had bereikt, heeft ingeroepen. Zo ja, dan is het ontslag nietig en loopt de arbeidsovereenkomst nog steeds door, met alle gevolgen van dien voor de gevorderde loondoorbetaling c.a. Zo nee, dan is de primaire vordering niet-ontvankelijk.

Daarover wordt als volgt overwogen.

Aan [eiseres] moet onmiddellijk worden toegegeven dat de zinsnede in de brief van 18 november 2006 luidende:

Hierbij delen wij u mede dat wij om deze reden het leergedeelte uit uw leerarbeidsovereenkomst tevens beëindigen per 1 december 2005.

in zoverre aanleiding kan geven tot twijfel, dat daaruit, geïsoleerd beschouwd, de conclusie getrokken zou kunnen worden dat alléén de leerovereenkomst wordt beëindigd en niet (ook) de daaraan gekoppelde arbeidsovereenkomst.

Aan Zorgcirkel moet echter worden toegegeven dat het, gelet op de rest van die brief, onmiddellijk aan [eiseres] duidelijk moet zijn geweest dat hier sprake was van een verschrijving en dat wel degelijk bedoeld werd (ook) de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Zo werd [eiseres] in diezelfde brief aangezegd haar uniform in te leveren binnen 1 week na uw ontslagdatum, hetgeen zij heeft gedaan. Verder werd haar in die brief medegedeeld dat zij per 1 december 2005 werd afgemeld bij het ziekenfonds, waartegen zij niet heeft geprotesteerd. Vervolgens kreeg [eiseres] na november geen loon meer uitbetaald en werd eind december slechts volstaan met een eindafrekening, waartegen [eiseres] evenmin heeft geprotesteerd. Integendeel, ingaande 1 december 2006 heeft [eiseres] op eigen aanvrage een WW uitkering toegekend gekregen.

Dat [eiseres] desondanks niet zou hebben begrepen dat de arbeidsovereenkomst was beëindigd kan in redelijkheid niet worden volgehouden, althans mag onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid niet aan Zorgcirkel worden tegengeworpen. Zorgcirkel kon en mocht erop vertrouwen dat [eiseres] op 19 november 2005 wel degelijk had begrepen dat zij per 1 december 2005 werd ontslagen.

Dat betekent dat de in artikel 9 lid 3 BBA bedoelde vervaltermijn van 6 maanden al lang was verlopen toen de gemachtigde van [eiseres] bij faxbericht van 31 mei 2006 de nietigheid heeft ingeroepen van dit ontslag. De primaire vordering, die van het tegendeel uitgaat, is dan ook niet ontvankelijk te achten.

Kennelijk onredelijk ontslag.

De subsidiaire vordering, strekkende tot herstel van de arbeidsovereenkomst op de voet van het bepaalde in artikel 7.682 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is, zoals terecht door Zorgcirkel wordt aangevoerd, eveneens verjaard. Een dergelijke vordering moet volgens artikel 7.683 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek binnen 6 maanden nadat de arbeidsovereenkomst feitelijk is geëindigd worden ingesteld, hetgeen niet is gebeurd. Deze vordering is immers pas ingesteld bij gelegenheid van de inleidende dagvaarding (van 27 november 2006) terwijl de verjaring tussentijds niet is gestuit. De subsidiaire vordering is dus eveneens niet-ontvankelijk te achten.

Samenvatting.

De vordering moet samenvattend, zowel primair als subsidiair, niet-ontvankelijk worden verklaard, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

Beslissing

[eiseres] wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vordering.

[eiseres] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van Zorgcirkel tot op heden begroot op € 500,-- wegens salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 april 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.