Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA3451

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-01-2007
Datum publicatie
20-04-2007
Zaaknummer
121484
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

AUTEURSRECHT kantoormeubellijn + depot als model

De door [naam]/HS Design op bestelling van Voortman ontworpen kantoormeubelen en accessoires zijn onderworpen aan auteursrecht. HS Design heeft hangende de onderhavige procedure de ontwerpen voor de onderhavige producten als model gedeponeerd. HS Design komt daarmee niet op grond van artikel 3.29 jo. 3.8 lid 2 BVIE het auteursrecht op dat model toe, nu partijen bij overeenkomst zijn afgeweken van de regeling in artikel 3.8 lid 2 BVIE. Gelet op het bepaalde in artikel 3.6 sub c BVIE kan Voortman dan ook geen rechten ontlenen aan die inschrijving. Volgt veroordeling van Voortman tot het aantonen van haar omzet in de door Smit/HS Design ontworpen producten, met het advies aan partijen om met behulp van een mediator/deskundige in onderhandeling te treden om te komen tot een redelijke auteursrechtelijke vergoeding voor HS Design.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BIE 2008, 13
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 121484 / HA ZA 06-199

Vonnis van 17 januari 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HS DESIGN B.V.,

gevestigd te Loon op Zand,

eiseres,

procureur mr. W.M.U. van der Blom,

advocaat mr. J.G.A. Linssen te Tilburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOORTMAN KANTOORMEUBELEN B.V.,

tevens h.o.d.n. “Voortman Bedrijfsmeubelen”,

gevestigd te Purmerend,

gedaagde,

procureur mr. P.F. Keuchenius.

Partijen zullen hierna HS Design en Voortman genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 mei 2006 met de daarin genoemde stukken,

- het proces verbaal van comparitie gehouden op 11 juli 2006,

- de conclusie van repliek met een productie,

- de conclusie van dupliek met 12 producties,

- het verkort proces-verbaal van de zitting op 4 december 2006 voor het houden van de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Door H. [naam] (hierna te noemen “[naam]”) zijn in opdracht van Voortman kantoormeubelen en bijbehorende accessoires ontworpen. Deze kantoormeubelen en accessoires worden vanaf 1989 door Voortman geproduceerd en verkocht onder de namen: On-Line 2449, On-Line 2000, Space-Line, Free-Line en All-Office (hierna te noemen: “de On-Line producten”).

2.2. Op 6 maart 1992 is door Voortman een brief aan [naam] verzonden met - onder meer - de volgende zinsnede:

“Ten aanzien van de provisie bieden wij u 1,5% van de omzet van de produkten c.q. produktlijnen, waarvan U de ontwikkeling heeft gedaan. Deze 1,5% regeling geldt voor een periode van 5 jaar, met een optie om deze regeling na 5 jaar nog eens voor een periode van 5 jaar te verlengen.”

2.3. Op 28 maart 1996 is HS Design opgericht. [naam] is directeur en enig aandeelhouder van HS Design. Bij akten van 29 maart 1996 en 1 januari 2001 zijn alle industriële en intellectuele eigendomsrechten in verband met door [naam] in het verleden ontworpen (kantoor)meubelen aan HS Design overgedragen.

2.4. Op 3 september 1997 heeft Voortman aan HS Design een brief gezonden waarin onder meer het volgende is gesteld:

“Wij hebben u bij brief van 6 maart 1992 een honorering voor uw werkzaamheden voorgesteld en u daarnaast een provisie aangeboden van 1,5% met een optie om deze regeling met 5 jaar te verlengen. U heeft vanaf 1 januari 1992 gedurende vijf jaar 1,5% provisie ontvangen. Uit die optie vloeit voort dat u aanspraak kunt maken op een provisie voor de komende vijf jaren, gerekend vanaf het verstrijken van de eerste vijf jaar op 31 december 1996. Daarna bestaat voor u geen recht op enige provisie.”

2.5. Voortman heeft tot 6 maart 2002 1,5% provisie over de omzet van de On-Line producten aan [naam] dan wel HS Design betaald. Na die datum is zij gestopt met het betalen van provisie en het verstrekken van omzetgegevens. Zij is doorgegaan met het produceren en verkopen van On-line producten of producten waarbij door Voortman wijziging is gebracht in het aanvankelijk ontwerp voor het desbetreffende On-line product.

2.6. Tot voor enkele jaren werd in de informatie- en reclamefolders voor de On-Line producten uitdrukkelijk melding gemaakt van het feit dat ([naam] van) HS Design de producten had ontworpen en ontwikkeld. In haar door Voortman in het geding gebracht foldermateriaal wordt over de On-Line producten onder meer het volgende gesteld: “Op basis van deze gedachte hebben wij een nieuwe visie op kantoormeubelen ontwikkeld. Een kompleet organisatiemeubel, waarbij ergonomische eisen zijn gekombineerd met een degelijke konstruktie, technisch vernuft en een bijzonder fraaie vormgeving. ‘ON-LINE’ hebben wij dit programma genoemd (…)”.

3. De vordering

3.1. HS Design vordert - zakelijk weergegeven - dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Voortman zal veroordelen:

1. om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis aan HS Design een deugdelijke, gedocumenteerde en verifieerbare opgave te verstrekken van de door Voortman geproduceerde en direct of indirect in het verkeer gebrachte producten die behoren tot de On-Line producten, en betaling van een dwangsom van EUR 5.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Voortman daarmee in gebreke blijft,

2. tot betaling van royalties/provisie ten bedrage van 1,5% over de hiervoor bedoelde door Voortman gerealiseerde omzet sedert 6 maart 2002 en de in de toekomst nog te realiseren omzet, te vermeerderen met de wettelijke rente sedert het moment van opeisbaarheid van de betalingen,

3. om in publicaties ten aanzien van de door HS Design ontworpen en ontwikkelde producten uitdrukkelijk te vermelden dat (H. [naam] van) HS Design de ontwerper van de betreffende producten is, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,-- per gebeurtenis dat Voortman geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen,

4. tot betaling van de kosten van deze procedure en te bepalen dat Voortman de nakosten en wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zal zijn indien die kosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis zullen zijn voldaan.

3.2. HS Design legt aan haar vordering ten grondslag dat de door [naam] ontworpen On-Line producten een eigen oorspronkelijk karakter bezitten en het persoonlijk stempel van [naam] dragen en dat deze daarom de bescherming krachtens de Auteurswet (Aw) toekomen, welk recht bij HS Design rust. Zij stelt voorts dat partijen op 6 maart 1992 een exclusieve licentieovereenkomst zijn aangegaan voor de duur van twee keer 5 jaar en dat deze licentieovereenkomst na ommekomst van 10 jaar stilzwijgend is verlengd, doordat Voortman door is gegaan met het produceren en verkopen van de On-Line producten.

4. Het verweer

4.1. Voortman voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

5.1. Voor zover nodig in verband met artikel 4.6 lid 3 van het Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom van 25 februari 2005, Trb. 2005, 96 (BVIE) stelt de rechtbank allereerst hierbij uitdrukkelijk haar bevoegdheid vast. Die bevoegdheid is gegrond op het feit dat de gedaagde, Voortman, woonplaats in het arrondissement Haarlem heeft.

5.2. Voortman heeft bij pleidooi als prealabel punt aangevoerd dat HS Design in strijd met de goede procesorde procedeert door eerst ter comparitie van partijen naar voren te brengen dat zij haar vordering baseert op de Auteurswet, subsidiair op de Benelux Tekeningen en Modellenwet (BTMW) en door vervolgens pleidooi te vragen. Het gevolg hiervan is volgens Voortman dat zij niet adequaat kan reageren op hetgeen door HS Design bij pleidooi naar voren zal worden gebracht. Zij verzoekt de rechtbank daar ofwel geen rekening mee te houden ofwel een nadere aktewisseling toe te staan.

5.3. Dit verzoek zal de rechtbank niet honoreren. Juist is dat HS Design eerst ter comparitie van partijen de rechtsgronden voor haar vordering heeft gesteld. Nog afgezien van het feit dat de rechter op grond van artikel 25 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gehouden is om ambtshalve de rechtsgronden aan te vullen, is Voortman door de door HS Design gevolgde wijze van procederen niet onredelijk bemoeilijkt in haar verdediging. Na de comparitie van partijen is immers geen vonnis gewezen, maar heeft de rechter nog gelegenheid geven om voor repliek en dupliek te concluderen, waardoor Voortman alle gelegenheid heeft gekregen om (bij conclusie van dupliek) schriftelijk en adequaat te reageren op de ter comparitie door HS Design gestelde juridische grondslagen voor haar vordering. Bij pleidooi heeft Voortman daar nog eens aan de hand van haar pleitnotitie en in twee termijnen op kunnen reageren.

5.4. De rechtbank zal de beoordeling van de vordering van HS Design aanvangen met het beantwoorden van de vraag die ook naar de mening van Voortman als eerste zal moeten worden beantwoord, te weten of de door Voortman geproduceerde en in het verkeer gebrachte kantoormeubelen en accessoires als door HS Design bedoeld, onderworpen zijn aan enig auteursrecht.

5.5. Voorop gesteld dient te worden dat ook ontwerpen voor kantoormeubelen en aanverwante zaken, als werken van toegepaste kunst als bedoeld in artikel 10 lid 1 sub 11 Aw, auteursrechtelijke bescherming kunnen genieten. Daarvoor is vereist dat het desbetreffende werk een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Dit bijvoorbeeld door een samenspel van constructie, vorm, gebruiksmogelijkheden, materiaal en/of kleur. Er dient sprake te zijn van een creatieve prestatie van de auteur die in het werk tot uitdrukking komt. Technische, objectieve inventiviteit valt niet onder de creativiteit die het auteursrecht beschermt. Die bescherming komt ook niet toe aan een ontwerp dat is ontleend aan andermans ouder werk en niet als een nieuw, oorspronkelijk werk kan worden aangemerkt.

5.6. HS Design heeft gesteld dat de On-Line producten een eigen, oorspronkelijk karakter bezitten en het persoonlijk stempel van de ontwerper dragen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat door toepassing van een traditioneel bladframe en het schuin weglopende vlak van de driehoeksbuis het bureauaanzicht een zwevend en luchtig design heeft gekregen. De bladafwerking is, aldus HS Design, vernieuwend vanwege de enigszins afgeronde driehoeksvorm. Er is verder gekozen voor een klikconstructie in plaats van een schroefconstructie, er zijn optimale bekabelingsmogelijkheden en het geheel bestaat uit vaste en instelbare bureaus, waardoor een uitgebreid assortiment aan mogelijke configuraties te realiseren is. Bovendien is er, aldus nog steeds HS Design, een specifieke kleurenpalet samengesteld waardoor veel toepassingen met op elkaar afgestelde kleuren mogelijk zijn. HS Design concludeert dat er een modern strak design meubelprogramma is ontstaan.

5.7. Voortman heeft betwist dat de On-Line producten een eigen, oorspronkelijk karakter bezitten en het persoonlijk stempel van [naam] dragen. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat de ontwerpen voor de On-Line producten, zoals bij veel meubellijnen het geval is, zijn ingegeven door algemene gebruikseisen, arbo-voorschriften, NEN-normen en modetrends en dat de onderscheidende kenmerken van de On-Line producten, waar die afwijken van vergelijkbare meubelen, niet zo zeer van auteursrechtelijke aard zijn, maar dienen ter onderscheiding van de meubellijn ten opzichte van de meubellijn van concurrenten. Ter illustratie van dit standpunt zijn door Voortman enige afbeeldingen in het geding gebracht uit de eerste On-Line brochure uit 1989/1990 en van vergelijkbare kantoormeubelen uit die tijd van andere fabrikanten.

5.8. Dit verweer wordt door de rechtbank verworpen. Op de door Voortman in het geding gebrachte foto’s van naar haar mening vergelijkbare kantoormeubelen uit de tijd waarin de door [naam] in opdracht van Voortman gemaakte ontwerpen voor de On-Line producten tot stand zijn gekomen, is enkel te zien dat die meubels op onderdelen gelijkend zijn aan de On-Line producten, maar de totaal indruk - waar het hier om gaat - van de On-Line producten is dusdanig anders, dat niet aannemelijk is geworden dat de combinatie van bijvoorbeeld de gekozen vorm, constructie en materialen door andere ontwerpers eerder zijn toegepast. Evenmin is voor de rechtbank komen vast te staan dat de ontwerpen van [naam] uitsluitend zijn ingegeven door algemene gebruikseisen, arbo-voorschriften, NEN-normen en modetrends en daarmee dat geen sprake is van een creatief product. Haar onderhavige weren zijn door Voortman enkel onderbouwd met het overleggen van enige afbeeldingen van naar haar mening vergelijkbare kantoormeubelen uit de tijd waarin de door [naam] gemaakte ontwerpen voor de On-Line producten tot stand zijn gekomen. Het had echter, mede gezien het hiervoor onder 2.6 gedeeltelijk geciteerd foldermateriaal van Voortman, op haar weg gelegen om met concrete feiten te komen die haar weren zouden kunnen onderbouwen, doch die zijn door Voortman in het geheel niet gesteld. Met dit alles is voor de rechtbank het oorspronkelijke karakter van de ontwerpen van [naam] voor de On-Line-producten gegeven. De omstandigheid dat [naam] mogelijk bestaande en bekende, en dus niet slechts nieuwe elementen in zijn ontwerpen heeft verwerkt doet aan het vorengaande niet af, evenmin als de omstandigheid dat de vormgeving mede door technische en functionele elementen wordt bepaald.

5.9. Voortman heeft voorts nog aangevoerd dat de door [naam] ontworpen On-Line producten door haar in de loop van de tijd ingrijpend zijn gewijzigd. Voor zover Voortman daarmee heeft willen stellen dat HS Design op die producten - zo zij auteursrecht op de On-Line-producten heeft - op die gewijzigde producten geen auteursrecht kan doen gelden, moet dat verweer worden verworpen. Het recht van verveelvoudiging behoort tot de exploitatierechten van de auteursrechthebbende. Op grond van het bepaalde in artikel 13 Aw moet onder de verveelvoudiging van een werk mede worden verstaan iedere gehele of gedeeltelijke bewerking in gewijzigde vorm, welke niet als een nieuw, oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt. Dat bedoelde wijzigingen hebben geleid tot een nieuw oorspronkelijk werk is door Voortman niet gesteld en uit hetgeen zij over het gewijzigd zijn van de On-Line producten heeft gesteld, ook niet aannemelijk geworden.

5.10. Uit het hiervoor overwogene volgt dat de door Voortman geproduceerde en in het verkeer gebrachte kantoormeubelen en accessoires als door HS Design bedoeld, onderworpen zijn aan auteursrecht.

5.11. Subsidiair heeft Voortman naar voren gebracht dat een eventueel auteursrecht op grond van artikel 23 jo artikel 6 lid 2 BTMW - sedert 1 september 2006: artikel 3.29 jo. artikel 3.8 lid 2 BVIE - bij haar als opdrachtgever rust. Die bepalingen komen er - voor de onderhavige situatie samengevat - op neer dat indien een model op bestelling is ontworpen, behoudens andersluidend beding tussen opdrachtgever en ontwerper, de opdrachtgever als ontwerper wordt beschouwd en daarmee ook het auteursrecht inzake dat model toekomt.

5.12. Dit verweer moet worden verworpen. Voorop gesteld moet worden dat ingevolge artikel 3 lid 1 BTMW/3.5 lid 1 BVIE het uitsluitend recht op een model wordt verkregen door de inschrijving van een depot.

Bij pleidooi heeft Voortman aangevoerd dat zij op 27 september 2006 - derhalve eerst kort geleden - de ontwerpen voor de On-Line producten als model bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (verder: het Bureau) heeft gedeponeerd. Voor zover moet worden aangenomen dat op grond van dit depot (sedertdien) genoemde bepalingen van het Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom van toepassing zijn, is de rechtbank van oordeel dat partijen bij overeenkomst zijn afgeweken van de regeling in artikel 3.8 lid 2 BVIE. De hiervoor onder 2.2 en 2.4 gedeeltelijk geciteerde brieven van Voortman van 6 maart 1992 respectievelijk 3 september 1997 kunnen niet anders worden uitgelegd dan dat partijen zijn overeengekomen dat het auteursrecht op de On-line producten aan [naam] toekomt en dat Voortman provisie betaalt over de omzet van de producten voor de exploitatie van dit auteursrecht. Alleen dan is immers begrijpelijk dat Voortman bij brief van 3 september 1997 deze betaling van provisie voor een periode van nog eens vijf jaar heeft verlengd. Ook het feit dat Voortman niet eerder dan in september 2006 stappen heeft gezet om te komen tot inschrijving van een depot inzake een model voor de On-line-producten wijst erop dat partijen zijn afgeweken van de regeling in artikel 6 lid 2 BTMW/3.8 lid 2 BVIE. Zoals hiervoor onder 5.10 is vastgesteld, zijn de On-Line producten aan auteursrecht onderworpen. Dat [naam]/HS Design de On-Line producten heeft ontworpen is door Voortman niet betwist. Het staat ook op haar hiervoor onder 2.6 genoemd reclame- en informatiemateriaal vermeld. Op grond van artikel 4 Aw wordt [naam] geacht de rechthebbende op het auteursrecht te zijn. Dat het auteursrecht door hem bij akte (artikel 2 lid 3 Aw) aan Voortman is overgedragen, is (anders dan de overdracht aan HS Design) gesteld noch gebleken.

5.13. Gelet op het vorenoverwogene komt aan de On-Line producten een bescherming op grond van het auteursrecht toe en is HS Design, als degene aan wie de maker [naam] dit recht heeft overgedragen thans de rechthebbende op het auteursrecht. Nu ingevolge artikel 3.6 sub c BVIE geen recht op een model wordt verkregen, indien in het model gebruik wordt gemaakt van een reeds bestaand auteursrechtelijk beschermd werk zonder toestemming van de houder van dit auteursrecht, kan Voortman ook om die reden geen rechten ontlenen aan haar inschrijving bij het Bureau d.d. 27 september 2006. Gesteld noch gebleken is immers dat [naam] of HS Design dergelijke toestemming heeft gegeven. Dit alles betekent dat de vordering zoals hierboven weergegeven onder 3.1.1, nu die voor het overige niet is betwist, ingevolge artikel 27a Aw kan worden toegewezen. De rechtbank ziet aanleiding om de gevorderde dwangsommen te matigen. Voorts ziet de rechtbank aanleiding om de gevorderde termijn waarbinnen Voortman aan de veroordeling dient te voldoen te verruimen.

5.14. HS Design heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een licentieovereenkomst die op 6 maart 2002 stilzwijgend is verlengd. Ten processe staat vast dat Voortman bij schrijven van 3 september 1999 aan HS Design heeft medegedeeld dat er vanaf 1 januari 2002 geen sprake meer is van een recht op provisie. Voorts staat vast dat Voortman per 6 maart 2002 is gestopt met het sturen van omzetgegevens en met het betalen van provisie. Nu Voortman aldus uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dat zij geen voortzetting verlangt van de overeenkomst, kan geen sprake zijn van een stilzwijgende verlenging daarvan. Het feit dat Voortman door is gegaan met het produceren en verkopen van On-Line producten doet hier niet aan af. Gelet op het vorenoverwogene zal de vordering zoals weergegeven onder 3.1.2, die klaarbijkelijk enkel gestoeld is op een vordering tot nakoming van voornoemde overeenkomst, worden afgewezen.

5.15. De vordering zoals hiervoor weergeven onder 3.1.3 zal eveneens worden afgewezen. Voortman heeft gesteld dat [naam] (bedoeld zal zijn HS Design) zich niet kan baseren op enige contractuele of wettelijke bevoegdheid tot verlangen van de vermelding van zijn naam. Dat standpunt is juist. Een contractuele bevoegdheid is gesteld noch gebleken, terwijl ingevolge artikel 25 Aw alleen de maker van een werk een vordering als de onderhavige kan instellen. HS Design is niet de maker van het werk, terwijl [naam] geen partij is in de onderhavige procedure.

5.16. HS Design heeft bij conclusie van antwoord nog gesteld dat sprake is van een onrechtmatige daad aan de zijde van Voortman. Zij heeft echter nagelaten een en ander nader te onderbouwen, zodat de rechtbank hier verder aan voorbijgaat. Een en ander kan derhalve niet leiden tot het oordeel dat de vorderingen van HS Design, voor zover af te wijzen, toch moeten worden toegewezen.

5.17. Resumerend zal alleen hetgeen onder 3.1.1 is gevorderd worden toegewezen. De rechtbank realiseert zich dat daarmee het geschil tussen partijen niet is opgelost. Ter voorkoming van nieuwe gerechtelijke procedures geeft de rechtbank partijen in overweging om, eventueel onder begeleiding van een mediator, in onderhandeling te treden om gezamenlijk tot een redelijke auteursrechtelijke vergoeding te komen. De rechtbank wijst daarbij op het bestaan van deskundigen op het gebied van het auteursrecht in de meubelbranche.

5.18. Nu partijen over en weer ten dele in het gelijk en ongelijk worden gesteld, zal de rechtbank de kosten van het geding compenseren in die zin dat elk van partijen de eigen proceskosten heeft te dragen.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. veroordeelt Voortman om binnen een termijn van een maand na betekening van dit vonnis met onderbouwde en verifieerbare bescheiden aan te tonen wat vanaf 6 maart 2002 de jaarlijkse omzet van Voortman over de On-Line producten is geweest,

6.2. bepaalt dat Voortman voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het onder 6.1 bepaalde, aan HS Design een dwangsom verbeurt van EUR 500,--, tot een maximum van EUR 500.000,--,

6.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer, mr. W.J.A.M. van Brussel en mr. N.E. Kwak en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2007.?