Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA1864

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-03-2007
Datum publicatie
29-03-2007
Zaaknummer
329627 CV EXPL 06-11815
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop. Stelplicht.

De onderhavige koop van geluidsboxen valt binnen de definitie van consumentenkoop van artikel 7:5 BW. Eiseres heeft immers als verkoopster in de uitoefening van haar bedrijf gehandeld door aan gedaagde, een natuurlijk persoon, de geluidsboxen te verkopen.

Gedaagde heeft aangevoerd dat de geluidsboxen niet aan de overeenkomst beantwoordden.

Eiseres heeft gemotiveerd betwist dat er een afwijking was, zodat het bewijs daarvan door gedaagde moet worden geleverd. De afwijking bestond volgens gedaagde hierin dat (een van) de geluidsboxen kraakte(n). Onweersproken is dat tijdens de onderzoeken door de technische afdeling van eiseres dat kraken niet is vastgesteld. Daar tegenover had gedaagde feiten en/of omstandigheden moeten stellen en te bewijzen moeten aanbieden dat de boxen wel degelijk de gestelde afwijking vertoonden. Dat heeft gedaagde echter onvoldoende gedaan. Gedaagde heeft derhalve niet aan zijn stelplicht voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 329627/CV EXPL 06-11815

datum uitspraak: 28 maart 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap XXX B.V.

te Eindhoven

eisende partij

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

verschenen in persoon

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 10 november 2006, met producties,

- het proces-verbaal van de zitting van 29 november 2006 houdende de mondelinge conclusie van antwoord,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe-zen en op 13 december 2006 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 28 februari 2006 gehouden comparitie van partijen en de bij die gelegenheid door [eiseres] in het geding gebrachte productie.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. In maart 2003 heeft [gedaagde] bij [eiseres] twee luidsprekerboxen (Behringer Ultrawave B300) gekocht voor de prijs van €975,00 inclusief omzetbelasting.

b. Naar aanleiding van klachten van [gedaagde] zijn deze boxen door de technische dienst van [eiseres] onderzocht. Er werd geen afwijking geconstateerd.

c. Daarna heeft de technische dienst van [eiseres] de gehele geluidsset van [gedaagde] onderzocht, inclusief de genoemde boxen en de mixer van [gedaagde] die niet bij [eiseres] was gekocht.

d. In december 2004 heeft [gedaagde] aan [eiseres] laten weten andere boxen te hebben gekocht en zijn de boxen door [eiseres] teruggenomen.

e. Tegenover die terugname door [eiseres] stond een gelijktijdige aankoop door [gedaagde] van [eiseres] van een zogenoemde “in ear monitorset” van het merk Sennheiser, compleet met twee oortelefoontjes van het merk Shure. [eiseres] heeft [gedaagde] 10% korting op deze aankoop verleend. Netto kwam dat neer op een bedrag van €1.053,00 inclusief omzetbelasting.

f. Bij factuur van 31 december 2004 heeft [eiseres] voor die onder d. en e. genoemde terugname en gelijktijdige verkoop een bedrag van €315,00 inclusief omzetbelasting in rekening gebracht.

g. [gedaagde] heeft deze factuur onbetaald gelaten.

De vordering

[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen €456,09, te vermeerderen met de wettelijke rente per jaar over €310,08 vanaf 10 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening, hoofdsom en rente tezamen een bedrag van €5.000,00 niet te boven gaande, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

[eiseres] heeft het volgende aan haar vordering ten grond-slag gelegd:

[eiseres] ontkent dat zij tekort zou zijn geschoten om deugdelijke boxen te leveren. Toen [gedaagde] de boxen in december 2004 kwam terugbrengen, is met hem afgesproken dat [eiseres] de boxen zou terugnemen tegen de op dat moment geldende prijs van €738,00 inclusief omzetbelasting. Uit coulance overwegingen heeft [eiseres] voorts aan [gedaagde] nog 10% korting verleend op de in december 2004 aangeschafte “in ear monitorset” met oortelefoontjes.

In totaal is [gedaagde] derhalve met de factuur van 31 december 2004 (€1.053,00 - €738,00=) €315,00 inclusief omzetbelasting in rekening gebracht.

[gedaagde] weigert deze factuur te voldoen.

Abusievelijk is bij dagvaarding een bedrag van €310,08 gevorderd, maar [eiseres] legt zich daarbij neer.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [gedaagde] [eiseres] genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. [eiseres] heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van €75,00. [gedaagde] dient deze kosten ingevolge de algemene betalingsvoorwaarden dan wel ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan [eiseres] te voldoen.

Voorts is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd geworden. Deze bedraagt, berekend vanaf de datum van verzuim tot 6 november 2006, €71,01.

Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

Vooropgesteld moet worden dat de onderhavige koop van de geluidsboxen valt binnen de definitie van consumentenkoop van artikel 7:5 BW. [eiseres] heeft immers als verkoopster in de uitoefening van haar bedrijf gehandeld door aan [gedaagde], een natuurlijk persoon, de geluidsboxen te verkopen.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat de geluidsboxen niet aan de overeenkomst beantwoordden.

[eiseres] heeft gemotiveerd betwist dat er een afwijking was, zodat het bewijs daarvan door [gedaagde] moet worden geleverd. De afwijking bestond volgens [gedaagde] hierin dat (een van) de geluidsboxen kraakte(n). Onweersproken is dat tijdens de onderzoeken door de technische afdeling van [eiseres] dat kraken niet is vastgesteld. Daar tegenover had [gedaagde] feiten en/of omstandigheden moeten stellen en te bewijzen moeten aanbieden dat de boxen wel degelijk de gestelde afwijking vertoonden. Dat heeft [gedaagde] echter onvoldoende gedaan. [gedaagde] heeft derhalve niet aan zijn stelplicht voldaan.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een afwijking en dus ook niet van een tekortkoming aan de zijde van [eiseres].

De kantonrechter deelt daarom standpunt van [eiseres] dat in december 2004, mede gelet op het tijdsverloop sedert de aanschaf in maart 2003, geen sprake is geweest van het terugnemen van de boxen omdat [eiseres] zou zijn tekortgeschoten. De boxen zijn door [eiseres] teruggenomen in het kader van de door [gedaagde] gewenste inruil, waarbij hij andere apparatuur aanschafte.

Dit geldt temeer omdat [gedaagde] ter zitting van 29 november 2006 heeft verklaard dat hij tegen [eiseres] heeft gezegd: “Lever maar een ander product, ik hoef geen geld terug.”

[gedaagde] heeft aangevoerd dat partijen hebben afgesproken dat de inruil geen verdere kosten voor [gedaagde] met zich zou brengen.

[eiseres] heeft die stelling van [gedaagde] gemotiveerd weersproken. Het gaat hier om een ook door [gedaagde] gewenste inruil en niet om terugname van ondeugdelijke boxen (zoals hierboven reeds is overwogen). De stelling van [eiseres] wordt bevestigd door de onderhavige factuur en de daarop gemaakte en door [gedaagde] onvoldoende gemotiveerde aantekeningen. Deze door [eiseres] gestelde gang van zaken verdraagt zich ook beter met de inruil zoals deze heeft plaatsgevonden dan met een annulering van de eerdere koop van de geluidsboxen.

[gedaagde] heeft tegenover deze feitelijke gang van zaken zijn eigen stelling, die geen steun vindt in de overgelegde stukken, in het licht van het tussen partijen gevoerde debat, onvoldoende concreet onderbouwd. Daardoor heeft hij die feitelijke gang van zaken onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat deze vaststaan en voor bewijslevering geen plaats is

Op grond van het vorenstaande ligt de gevorderde hoofdsom voor toewijzing gereed.

Tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd. Daarom worden ook deze onderdelen van de vordering toegewezen.

Hetgeen partijen verder nog te berde hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwij-ting aan [eiseres] te betalen €456,09, te vermeerderen met de wettelijke rente per jaar over €310,08 vanaf 10 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening, hoofdsom en rente tezamen een bedrag van €5.000,00 niet te boven gaande.

Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op €220,32 aan verschotten en €120,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor-raad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.