Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA1819

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-02-2007
Datum publicatie
28-03-2007
Zaaknummer
15/630569-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd; verminderde toerekeningsvatbaarheid. Betrokkene lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis NAO met anti-sociale, afhankelijke en borderline trekken. Daarnaast is betrokkene verslaafd aan cannabis. De persoonlijkheidsstoornis beïnvloedde betrokkenes gedragingen tijdens het ten laste gelegde. Vanuit de geringe identiteitsontwikkeling, het kwetsbare en krenkbare zelfgevoel is betrokkene in sterke mate geneigd zich te richten op en zich te laten beïnvloeden door belangrijke anderen. Zijn onvermogen hierin grenzen aan te geven doet opportunistisch en kinderlijk naïef aan. Hij lijkt onvermogend de gevolgen van zijn handelen te overzien. Naast zijn impulsiviteit is hij voorts namelijk geneigd de zaken op zijn beloop te laten. Betrokkene laat zich hierbij weinig sturen door zijn geweten. Op confrontaties hieromtrent reageert hij vooral geschrokken en beschaamd. Verantwoordelijkheden worden onder meer door cannabisgebruik ontlopen. De psycholoog adviseert betrokkene ten aanzien van het ten laste gelegde enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De rechtbank neemt voornoemd advies over en maakt deze tot de hare.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/630569-06

Uitspraakdatum: 21 februari 2007

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 februari 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in PI Flevoland, Huis van Bewaring Almere binnen.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

PRIMAIR:

hij op (een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 23 juni 2006 tot en met 3 juli 2006 te Zaandam, gemeente Zaanstad, en/of Akersloot, gemeente Castricum en/of Oostzaan, meermalen althans eenmaal (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 50.000 euro en/of een hoeveelheid wiet, althans (een materiaal bevattende) hennep, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), verdachte, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, (telkens)

(in de vroege ochtend van 23 juni 2006)

- die [slachtoffer 1] (meermalen) met de (tot vuist gebalde) hand in diens gezicht en/of op zijn armen en/of rug heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een mes heeft/hebben getoond en/of dat mes bij de keel van die [slachtoffer 1] gehouden en/of met dat mes in de rug en/of zij en/of arm van die [slachtoffer 1] heeft geprikt) en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen in een auto te stappen en/of (vervolgens) (met vergrendelde deuren) naar Akersloot heeft/hebben gereden en/of (daarbij) de woorden heeft/hebben gebezigd: "waar is het spul" en/of "waar is het"

en/of (vervolgens)

- in het bijzijn van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat het pistool moest worden opgehaald of opgegraven en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen in een auto te stappen en/of (vervolgens) heeft/hebben meegenomen naar recreatiegebied "Het Twiske" en/of

- (daarbij) heeft/hebben gesproken over wie "het" zou gaan doen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben medegedeeld dat hij 50.000 euro moest terugbetalen en/of (vervolgens)

(in de nacht van 23 juni op 24 juni 2006)

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] geboeid was, (vanuit de woning van [betrokkene]) onder dwang heeft/hebben meegenomen naar recreatiegebied "Het Twiske" en/of

- die [slachtoffer 2] (meermalen) heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] met handboeien aan elkaar heeft/hebben geboeid en/of

- die [slachtoffer 1] een mes heeft/hebben gegeven en/of die [slachtoffer 1] (vervolgens) heeft/hebben gedwongen die [slachtoffer 2] met dat mes te prikken en/of die [slachtoffer 2] te slaan en/of

- heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer 2] geld moest betalen en/of (vervolgens)

(op 2 juli 2006)

- die [slachtoffer 1] (telefonisch) (dreigend) heeft/hebben medegedeeld dat als die [slachtoffer 1] het (geld) niet zou hebben hij, verdachte, zou zorgen voor een paar Joego's, althans woorden van gelijke aard of strekking terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR:

hij op (een of meer tijdstippen in) of omstreeks de periode van 23 juni 2006 tot en met 24 juni 2006 te Zaandam, gemeente Zaanstad, en/of Akersloot, gemeente Castricum en/of Oostzaan meermalen, althans eenmaal,(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) (telkens) met dat opzet

(in de vroege ochtend van 23 juni 2006)

- die [slachtoffer 1] (meermalen) met de (tot vuist gebalde) hand in diens gezicht en/of op zijn armen en/of rug heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een mes heeft/hebben getoond en/of dat mes op/tegen en/of bij de keel van die [slachtoffer 1] gehouden en/of met dat mes in de rug en/of zij en/of arm van die [slachtoffer 1] heeft geprikt) en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen in een auto te stappen en/of (vervolgens) (met vergrendelde deuren) naar Akersloot heeft/hebben gereden

en/of (vervolgens)

- in het bijzijn van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat het pistool moest worden opgehaald of opgegraven en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen in een auto te stappen en/of (vervolgens) heeft/hebben meegenomen naar recreatiegebied "Het Twiske" en/of

- (daarbij) heeft/hebben gesproken over wie "het" zou gaan doen en/of (vervolgens)

(in de nacht van 23 juni op 24 juni 2006)

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] geboeid was, (vanuit de woning van [betrokkene]) onder dwang heeft/hebben meegenomen naar recreatiegebied "Het Twiske" en/of

- die [slachtoffer 2] (meermalen) heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] met handboeien aan elkaar heeft/hebben geboeid en/of

- die [slachtoffer 1] een mes heeft/hebben gegeven en/of die [slachtoffer 1] (vervolgens) heeft/hebben gedwongen die [slachtoffer 2] met dat mes te prikken en/of die [slachtoffer 2] te slaan en/of

- heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer 2] geld moest betalen en/of (vervolgens)

- terwijl die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] in die auto zaten de deuren van die auto heeft/hebben vergrendeld.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Partiële vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder primair, de eerste drie gedachtenstreepjes (de vroege ochtend van 23 juni 2006) en het laatste gedachtenstreepje (op 2 juli 2006) ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

PRIMAIR:

hij op tijdstippen in de periode van 23 juni 2006 tot en met 3 juli 2006 te Zaandam, gemeente Zaanstad, en/of Akersloot, gemeente Castricum en/of Oostzaan, telkens ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld telkens [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 50.000 euro, verdachte en/of een of meer van zijn mededaders,

op 23 juni 2006

- in het bijzijn van die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat het pistool moest worden opgehaald of opgegraven en

- die [slachtoffer 1] heeft gedwongen in een auto te stappen en vervolgens heeft meegenomen naar recreatiegebied "Het Twiske" en

- daarbij hebben gesproken over wie "het" zou gaan doen en

- die [slachtoffer 1] hebben medegedeeld dat hij 50.000 euro moest terugbetalen en vervolgens

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] geboeid was, vanuit de woning van [betrokkene] onder dwang hebben meegenomen naar recreatiegebied "Het Twiske" en

- die [slachtoffer 2] meermalen hebben geslagen en

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] met handboeien aan elkaar hebben geboeid en

- die [slachtoffer 1] een mes heeft gegeven en die [slachtoffer 1] vervolgens heeft gedwongen die [slachtoffer 2] met dat mes te prikken en die [slachtoffer 2] te slaan en

- hebben gezegd dat die [slachtoffer 2] geld moest betalen.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder primair meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de door de Brijder Verslavingszorg uitgebrachte rapporten van 7 november 2006 en 1 februari 2007 en het door psycholoog [psycholoog] uitgebrachte Pro Justitia rapport van 2 februari 2007 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met anderen geprobeerd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door gebruik van geweld en het dreigen met geweld te dwingen om € 50.000,- te laten betalen, de waarde van een gestolen partij wiet die bij [slachtoffer 1] in bewaring was gegeven. [slachtoffer 1] is onder meer gedwongen in een auto plaats te nemen en is twee keer meegenomen naar recreatiegebied Het Twiske. Verdachte en zijn mededaders hebben de eerste keer gedaan alsof ze een pistool mee hadden genomen en hebben op deze manier [slachtoffer 1] enorme vrees aangejaagd dat hij vermoord zou worden. Dit werd versterkt doordat verdachte heeft gezegd dat hij ‘het’ wel zou gaan doen. Diezelfde avond is [slachtoffer 1] samen met [slachtoffer 2] nog een keer door verdachte en zijn mededaders meegenomen naar Het Twiske. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn door middel van handboeien aan elkaar vastgemaakt en [slachtoffer 1] is gedwongen om [slachtoffer 2] met een mes te steken en te slaan. Er is tegen [slachtoffer 2] gezegd dat hij geld moest betalen. Vorenstaande gebeurtenissen zijn voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zeer beangstigend geweest.

Verdachte heeft zich door bovenstaande handelingen schuldig gemaakt aan een ernstig misdrijf dat behoort tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de directe slachtoffers. Slachtoffers van dergelijke feiten lijden vaak langdurig onder de psychische gevolgen van zo'n beangstigende gebeurtenis. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Zij neemt daarbij in aanmerking dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] een grote rol heeft gespeeld in het geheel. Hoewel verdachte zelf geen geweld heeft gebruikt, neemt dit niet weg dat verdachte door zijn aanwezigheid heeft bijdragen aan het jegens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gepleegde geweld en de bedreigingen en hij geen enkele poging heeft ondernomen deze te stoppen.

Het eerder genoemde pro justitia rapport houdt – zakelijk weergegeven – het volgende in:

Betrokkene lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis NAO met anti-sociale, afhankelijke en borderline trekken. Daarnaast is betrokkene verslaafd aan cannabis. De persoonlijkheidsstoornis beïnvloedde betrokkenes gedragingen tijdens het ten laste gelegde. Vanuit de geringe identiteitsontwikkeling, het kwetsbare en krenkbare zelfgevoel is betrokkene in sterke mate geneigd zich te richten op en zich te laten beïnvloeden door belangrijke anderen. Zijn onvermogen hierin grenzen aan te geven doet opportunistisch en kinderlijk naïef aan. Hij lijkt onvermogend de gevolgen van zijn handelen te overzien. Naast zijn impulsiviteit is hij voorts namelijk geneigd de zaken op zijn beloop te laten. Betrokkene laat zich hierbij weinig sturen door zijn geweten. Op confrontaties hieromtrent reageert hij vooral geschrokken en beschaamd. Verantwoordelijkheden worden onder meer door cannabisgebruik ontlopen. De psycholoog adviseert betrokkene ten aanzien van het ten laste gelegde enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank neemt voornoemd advies over en maakt deze tot de hare. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, doch niet voor soortgelijke gewelddadige feiten.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Een gedeelte daarvan behoeft vooralsnog niet ten uitvoer te worden gelegd om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst soortgelijke strafbare feiten te begaan. Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Brijder Verslavingszorg gedurende de proeftijd noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

De door de rechtbank opgelegde straf is lager dan de straf die door de officier van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank in aanmerking heeft genomen dat, gezien de conclusie van de psychiater, verdachte ten tijde van het ten laste gelegde beïnvloedbaar was en zich in bepaalde mate heeft laten meeslepen door medeverdachte [medeverdachte]. Daarnaast dicht de rechtbank de verdachte een minder belangrijke en minder invloedrijke rol in het gepleegde misdrijf toe dan de officier van justitie.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 45, 47, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 9 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de verslavingsreclassering van de Brijder Verslavingszorg, ook als dat inhoudt dat hij zich onder behandeling zal stellen van 'De Waag'.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de eventueel ten uitvoer te leggen gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

9. Samenstelling van de rechtbank en de uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Kalden, voorzitter,

mrs. Brouwer en Hijink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Kerkhof,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 februari 2007.