Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA1423

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-03-2007
Datum publicatie
23-03-2007
Zaaknummer
129162
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onteigening van perceelsgedeelten die nodig zijn voor de aanleg van de Beechavenue tussen de Rijkerstreek en de Fokkerweg te Haarlemmermeerweg. Voor zover onteigenden ervan uitgaan dat voor een onteigening op grond van artikel 72a Onteigeningswet is vereist dat het planologisch regime voor de aanleg van het werk onherroepelijk is vastgesteld, is dit onjuist. Vereist is slechts dat omtrent de planologische inpassing voldoende zekerheid bestaat. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende planologische zekerheid is voor de aanleg van de weg. Uitsluitend twijfel aan de rechtmatigheid van het vrijstellingsbesluit is niet voldoende om te kunnen concluderen dat onvoldoende zekerheid bestaat over de planologische inpassing. Onteigenden hebben hun standpunt dat het vrijstellingsbesluit niet in overeenstemming is te brengen met het Besluit Luchtkwaliteit 2005 op geen enkele wijze onderbouwd. De rechtbank heeft dan ook geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de nieuwe beslissing op bezwaar van de gemeente, welke berust op nieuw uitgevoerd onderzoek, niet als planologische basis voor de aanleg van de weg kan dienen.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat ten aanzien van de afweging van de bij het Koninklijk Besluit tot onteigening betrokken belangen, de toetsing door de rechter in beginsel is beperkt tot de vraag of de Kroon bij die afweging in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat voor de verwezenlijking van de weg de onderhavige onteigening noodzakelijk is. De rechter toetst de door de betrokken bestuursorganen genomen besluiten derhalve marginaal. Daarbij mag de rechter geen acht slaan op (nadien opgekomen) feiten en omstandigheden, waarmee de gemeente respectievelijk de Kroon geen rekening hebben kunnen houden bij het besluit tot onteigening, respectievelijk tot goedkeuring. Het verweer dat de noodzaak voor de onteigening ontbreekt, omdat onteigende bereid en in staat is de beoogde weg zelf te realiseren kan daarom in deze procedure niet meer worden aangevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 129162 / HA ZA 06-1349

Vonnis van 14 maart 2007

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HAARLEMMERMEER,

zetelend te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

eiseres,

procureur mr. J.C. Binnerts,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

gedaagde,

procureur mr. H.J.M. van Schie

en tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHIPSHOL IV B.V.,

gevestigd te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer,

interveniënte,

procureur mr. H.J.M. van Schie.

Partijen zullen hierna de gemeente, [gedaagde] en Chipshol genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de akte depot no. 58/2006

- de aktes houdende producties van de gemeente

- de conclusie van antwoord van [gedaagde]

- de incidentele conclusie tot interventie van Chipshol

- de conclusie van antwoord in het incident van de gemeente

- de conclusie van antwoord in het incident van [gedaagde]

- de pleidooien waarbij tevens bij mondeling vonnis Chipshol is toegelaten als tussenkomende partij en het proces-verbaal daarvan,

- de akte van [gedaagde] en Chipshol

- de antwoordakte van de gemeente.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Feiten

2.1. Bij besluit van 8 juli 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente (verder: het college) vrijstelling verleend van het bestemmingsplan ten behoeve van de aanleg van de Beechavenue tussen de Rijkerstreek en de Fokkerweg te Haarlemmermeer (verder: de weg). Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt. Het college heeft bij besluit van 25 april 2003 de bezwaren ongegrond verklaard. De beslissing op bezwaar heeft deze rechtbank bij uitspraak van 2 juni 2004 vernietigd. Het hoger beroep tegen deze uitspraak is ongegrond verklaard. Bij besluit van 2 december 2004 heeft het college de vrijstelling ten behoeve van de aanleg van de weg wederom gehandhaafd. Bij uitspraak van 4 oktober 2005 heeft deze rechtbank ook dit besluit vernietigd. Het hoger beroep tegen deze uitspraak is ongegrond verklaard. Bij besluit van 29 augustus 2006 heeft het college nogmaals de bezwaren tegen het vrijstellingsbesluit ongegrond verklaard. Ook tegen dit besluit is beroep ingesteld. Het beroep beperkt zich tot de kwestie van de luchtkwaliteit.

2.2. Bij Koninklijk Besluit van 8 december 2004, nummer 04.004664, gepubliceerd in de Staatscourant van 13 januari 2005, nr. 9, zijn op grond van artikel 72a van de Onteigeningswet (hierna: Ow) ter onteigening aangewezen een aantal onroerende zaken die nodig zijn voor de aanleg van de weg.

2.3. In het Koninklijk Besluit is [gedaagde] aangewezen als eigenaar van:

- sectie en nummer AK 2108, waarvan te onteigenen een gedeelte ter grootte van 27 centiare (grondplannummer 35a);

- sectie en nummer AK 2108, waarvan te onteigenen een gedeelte ter grootte van 41 centiare (grondplannummer 35b);

- sectie en nummer AK 2110, waarvan te onteigenen een gedeelte ter grootte van 1 hectare, 25 are en 18 centiare (grondplannummer 37).

Deze percelen maken deel uit van het perceel dat thans kadastraal bekend is als gemeente Haarlemmermeer, sectie AK 2287.

2.4. Bij akte van 13 juli 2004, ingeschreven in de openbare registers op 14 juli daarna, heeft [gedaagde] aan Chipshol enkele gedeelten van het perceel thans kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer AK 2287 geleverd, zodat Chipshol van die gedeelten de juridische eigendom heeft verkregen.

3. Het geschil

3.1. De gemeente vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

a) bij vervroeging uit zal spreken de onteigening van de onder nummer 1 van de

dagvaarding genoemde, ter onteigening aangewezen onroerende zaken deeluitmakende van het perceel dat thans kadastraal bekend is als gemeente Haarlemmermeer, sectie AK 2287, ten name van en ten behoeve van de gemeente, met de bepaling dat door inschrijving van dit vonnis in de daartoe bestemde registers het eigendom zal overgaan op de gemeente, vrij van alle rechten, lasten, huren en pacht;

b) bij aanvaarding van het aanbod bij antwoord het bedrag van de schadeloosstelling vast zal stellen op het bedrag van € 255.000,00;

c) indien het aanbod niet alsnog wordt aanvaard, het voorschot zal bepalen op 100% van het aangeboden bedrag, met bepaling dat geen zekerheid voor de voldoening van de schadeloosstelling nodig is;

d) deskundigen in oneven getale en een rechter-commissaris zal benoemen, een datum voor descente zal bepalen en bij later vonnis de schadeloosstelling vast zal stellen volgens de wet, zonodig met veroordeling van de gemeente tot betaling van het bedrag waarmee de vastgestelde schadeloosstelling het betaalde voorschot te boven gaat, dan wel met veroordeling van [gedaagde] tot terugbetaling van het gedeelte van het voorschot dat de vastgestelde schadeloosstelling te boven gaat;

kosten rechtens.

3.2. [gedaagde] en Chipshol voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] en Chipshol voeren in de eerste plaats aan dat het vrijstellingsbesluit van de gemeente als beschreven sub 2.1 nog immer niet onherroepelijk is en dat bij gebrek aan zekerheid dat de weg daadwerkelijk zal worden aangelegd de onteigening niet kan worden uitgesproken. [gedaagde] en Chipshol hebben er in dit verband op gewezen dat het besluit van 29 augustus 2006 in beroep mogelijk geen stand zal houden, omdat het niet voldoet aan het Besluit Luchtkwaliteit 2005. [gedaagde] en Chipshol menen dat de rechtbank daarover advies dient te vragen aan de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak.

4.2. Voor zover [gedaagde] en Chipshol ervan uitgaan dat voor een onteigening op grond van artikel 72a Onteigeningswet is vereist dat het planologisch regime voor de aanleg van het werk onherroepelijk is vastgesteld, is dit onjuist. Vereist is slechts dat omtrent de planologische inpassing voldoende zekerheid bestaat. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende planologische zekerheid is voor de aanleg van de weg. Bij besluit van 29 augustus 2006 heeft de gemeente voor de derde maal beslist op de bezwaren tegen het vrijstellingsbesluit van 8 juli 2002. Aan de orde is nog slechts of het vrijstellingsbesluit in overeenstemming is met het Besluit Luchtkwaliteit 2005. De gemeente stelt zich in het besluit van 29 augustus 2006 op het standpunt dat voldaan wordt aan de eisen van het Besluit Luchtkwaliteit 2005 onder verwijzing naar de resultaten van een nieuw onderzoek. [gedaagde] en Chipshol hebben aangegeven te betwijfelen of het vrijstellingsbesluit in overeenstemming is te brengen met het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Uitsluitend twijfel aan de rechtmatigheid van het vrijstellingsbesluit is echter niet voldoende om te kunnen concluderen dat onvoldoende zekerheid bestaat over de planologische inpassing. [gedaagde] en Chipshol hebben hun standpunt dat het vrijstellingsbesluit niet in overeenstemming is te brengen met het Besluit Luchtkwaliteit 2005 verder op geen enkele wijze onderbouwd. De rechtbank heeft dan ook geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de nieuwe beslissing op bezwaar van de gemeente, welke berust op nieuw uitgevoerd onderzoek, niet als planologische basis voor de aanleg van de weg kan dienen. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om daaromtrent advies te vragen aan de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak.

4.3. [gedaagde] en Chipshol voeren in de tweede plaats het verweer dat de onteigening ziet op een strook grond die breder is dan feitelijk noodzakelijk is voor de aanleg van de weg. Daarnaast ontbreekt volgens [gedaagde] en Chipshol de noodzaak voor de onteigening, omdat Chipshol bereid en in staat is de beoogde weg zelf te realiseren.

4.4. Dit verweer kan in deze procedure niet meer worden aangevoerd en wordt daarom gepasseerd. Als uitgangspunt heeft te gelden dat ten aanzien van de afweging van de bij het Koninklijk Besluit tot onteigening betrokken belangen, de toetsing door de rechter in beginsel is beperkt tot de vraag of de Kroon bij die afweging in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat voor de verwezenlijking van de weg de onderhavige onteigening noodzakelijk is. De rechter toetst de door de betrokken bestuursorganen genomen besluiten derhalve marginaal. Daarbij mag de rechter geen acht slaan op (nadien opgekomen) feiten en omstandigheden, waarmee de gemeente respectievelijk de Kroon geen rekening hebben kunnen houden bij het besluit tot onteigening, respectievelijk tot goedkeuring.

Slotsom

4.5. Nu blijkens de inhoud van de stukken alle op de onderhavige onteigening betrekking hebbende wettelijke voorschriften in acht zijn genomen en [gedaagde] en Chipshol de aangeboden schadeloosstelling niet hebben aanvaard, is de vordering tot een vervroegde uitspraak over de onteigening voor toewijzing vatbaar.

4.6. Bij akte hebben [gedaagde] en Chipshol aangegeven dat zij beide thans niet in staat zijn om ten aanzien van de te onteigenen grond exact aan te geven welk stuk juridisch in eigendom toebehoort aan [gedaagde] en welk stuk juridisch in eigendom toebehoort aan Chipshol. Dientengevolge hebben [gedaagde] en Chipshol ermee ingestemd dat aan hen gezamenlijk één schadebedrag wordt toegekend. Bij antwoordakte heeft de gemeente aangegeven dat zij zich daarin kan vinden, met dien verstande dat de gemeente de één betalende, jegens de ander zal zijn gekweten.

4.7. In aanmerking genomen hetgeen is overwogen sub 4.6 zal de rechtbank ingevolge artikel 54j Ow aan drie door haar te benoemen deskundigen opdracht geven om de schadeloosstelling te begroten voor [gedaagde] en Chipshol gezamenlijk en zal zij voorts één van haar leden aanwijzen om, vergezeld van de griffier, als rechter-commissaris bij de opneming door de deskundigen van de ligging en de gesteldheid van de te onteigenen percelen tegenwoordig zijn. Bovendien zal een nieuwsblad worden aangewezen waarin de aankondiging door de griffier, als bedoeld in artikel 28 Ow, dient te geschieden.

4.8. De rechtbank zal het voorschot op de schadeloosstelling, overeenkomstig de vordering van de gemeente, vaststellen op 100% van het bij dagvaarding aangeboden bedrag, met bepaling dat geen zekerheid voor de voldoening van de schadeloosstelling nodig is.

4.9. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. spreekt vervroegd uit de onteigening ten algemenen nutte, ten name van de gemeente, vrij van alle bestaande lasten en rechten, van de onroerende zaken, kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer:

- sectie en nummer AK 2287, voor een gedeelte ter grootte van 27 centiare (grondplannummer 35a);

- sectie en nummer AK 2287, voor een gedeelte ter grootte van 41 centiare (grondplannummer 35b);

- sectie en nummer AK 2287, voor een gedeelte ter grootte van 1 hectare, 25 are en 18 centiare (grondplannummer 37),

5.2. bepaalt het door de gemeente als onteigenende partij te betalen voorschot op de schadeloosstelling op € 255.000,00 (tweehonderd vijfenvijftigduizend euro), rechtstreeks te betalen aan [gedaagde] en Chipshol gezamenlijk, des dat de gemeente de één betalende, jegens de ander zal zijn gekweten,

1.3. bepaalt dat geen zekerheid voor de voldoening van de schadeloosstelling nodig is,

1.4. wijst het in de gemeente Haarlemmermeer verschijnende Haarlems Dagblad aan als nieuwsblad waarin overeenkomstig art. 54 Ow een uittreksel van dit vonnis geplaatst dient te worden,

1.5. beveelt dat een deskundigenonderzoek zal plaats hebben ter begroting van de schadeloosstelling van [gedaagde] en Chipshol gezamenlijk,

1.6. benoemt tot deskundigen aan wie dit onderzoek wordt opgedragen:

1. mr. J. Berkvens

p/a Jonker c.s. Advocaten

[adres]

[woonplaats],

2. C.G. Plomp

[adres]

[woonplaats],

3. mr. ing. J.A. Jansens van Gellicum

p/a ’t Schoutenhuis

[adres]

[woonplaats],

1.7. benoemt tot rechter-commissaris die vergezeld van de griffier bij de opneming door deskundigen tegenwoordig zal zijn, het lid van deze rechtbank mr. S. Sicking,

1.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

1.9. wijst het in de gemeente Haarlemmermeer verschijnende Haarlems Dagblad aan als nieuwsblad waarin de aankondiging door de griffier zal moeten geschieden van de door de rechter-commissaris te bepalen plaats en tijd van de opneming door deskundigen van de ligging en gesteldheid van de te onteigenen percelen,

1.10. houdt iedere verdere beslissing, waaronder die omtrent de kosten, aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking, mr. W.J.A.M. van Brussel en mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2007.?