Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA1383

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-03-2007
Datum publicatie
23-03-2007
Zaaknummer
15/610820-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Raadkamerprocedure, artikel 164 WVW, teruggave rijbewijs.

In het onderliggende proces-verbaal is niet vermeld wat de afstand van de lasergun tot de rijlijn is geweest, zoals imperatief voorgeschreven in de "Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers" van 1 oktober 2006 van het Openbaar Ministerie (Stcrt 2006, 175);

De rechtbank is van oordeel, dat het op dit moment niet voldoen van het proces-verbaal van bevindingen van de politie aan hetgeen in de "Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers" van 1 oktober 2006 van het Openbaar Ministerie imperatief is voorgeschreven, niet ten nadele van klager mag strekken. De rechtbank ziet daarin dan ook aanleiding om thans tot teruggave van het rijbewijs te besluiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

ENKELVOUDIGE RAADKAMER

Registratienummer: [nummer]

Parketnummer: [nummer]

Uitspraakdatum: 15 maart 2007

BESCHIKKING (art. 164 WVW 1994)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 8 februari 2007 2006 is ter griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een door mr. H.J. Visser, advocaat, ingediend klaagschrift, gedateerd 7 februari 2007, van:

[klager], klager,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

tegen de invordering door de politie Kennemerland en het vervolgens onder zich houden door de officier van justitie te Haarlem van het rijbewijs van klager voornoemd.

Op 15 maart 2007 is dit klaagschrift in het openbaar in raadkamer behandeld.

Klager is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. Visser, voornoemd.

Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. Kubbinga.

Van het verhandelde in raadkamer is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De inhoud daarvan wordt als hier ingelast beschouwd.

2. Beoordeling

De invordering heeft plaatsgevonden met inachtneming van de wettelijke voorschriften, nu jegens klager de verdenking bestaat, dat hij - zakelijk weergegeven - op 3 februari 2007 in de gemeente Haarlemmermeer als bestuurder van een motorvoertuig op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, te weten de Provinciale weg N201, de aldaar geldende maximumsnelheid met 70 kilometer per uur heeft overschreden.

Gelet op die verdenking heeft de officier van justitie naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid tot de inhouding van het rijbewijs kunnen beslissen.

Van de zijde van klager is er - zakelijk weergegeven en voor zover te dezen van belang - op gewezen dat:

- in het onderliggende proces-verbaal niet is vermeld wat de afstand van de lasergun tot de rijlijn is geweest, zoals imperatief voorgeschreven in de "Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers" van 1 oktober 2006 van het Openbaar Ministerie (Stcrt 2006, 175);

- het niet vermelden in het proces-verbaal van de afstand van de lasergun tot de rijlijn recentelijk voor de kantonrechters te Emmen en Sneek aanleiding is geweest verdachten vrij te spreken;

- een zorgvuldige meting door de niet meer te herstellen omissie niet kan worden gegarandeerd;

- het proces-verbaal van bevindingen niet volgens de aanwijzingen van het OM is opgemaakt en derhalve waarschijnlijk als bewijsmiddel zal worden uitgesloten, zodat - nu ook overigens een zorgvuldige meting van de gereden snelheid niet kan worden gegarandeerd - moet worden aangenomen dat klager óf niet verder zal worden vervolgd, óf zal worden vrijgesproken.

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld, dat de behandeling van het klaagschrift dient te worden aangehouden teneinde de politie nader onderzoek te laten verrichten en daarvan een aanvullend proces-verbaal op te maken. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld, dat het belang van de verkeersveiligheid dient te prevaleren boven het persoonlijk belang van klager, en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het klaagschrift.

De rechtbank is - gelet op hetgeen in het klaagschrift en bij het onderzoek in raadkamer naar voren is gebracht omtrent de belangen van klager bij het kunnen beschikken over zijn rijbewijs - van oordeel, dat het op dit moment niet voldoen van het proces-verbaal van bevindingen van de politie aan hetgeen in de "Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers" van 1 oktober 2006 van het Openbaar Ministerie imperatief is voorgeschreven, niet ten nadele van klager mag strekken. De rechtbank ziet daarin dan ook aanleiding om thans tot teruggave van het rijbewijs te besluiten.

De rechtbank heeft in haar oordeel betrokken, dat niet is gebleken van andere feiten of omstandigheden op grond waarvan ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat klager - die geen documentatie heeft - opnieuw een feit als bedoeld in het tweede of derde lid van artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 zal begaan. Het klaagschrift is mitsdien gegrond.

De rechtbank merkt daarbij uitdrukkelijk op, dat het voorgaande geenszins betekent dat de kantonrechter, later inhoudelijk over de strafzaak oordelend, niet kan besluiten een langere onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen dan de tijd gedurende welke het rijbewijs van klager thans ingevorderd en ingehouden is geweest.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het klaagschrift gegrond;

gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager, voornoemd.

4. Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. Bijvoet, rechter,

in tegenwoordigheid van Van Velzen, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2007.