Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA0210

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-02-2007
Datum publicatie
26-03-2007
Zaaknummer
06/9127
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu bevrijdingsdag in de Algemene Termijnenwet wordt aangewezen als een algemeen erkende feestdag en in de Verordening parkeerbelastingen noch in het Besluit betaald parkeren een daarvan afwijkende regeling is vastgelegd, is derhalve voor het parkeren op bevrijdingsdag geen parkeerbelasting verschuldigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2007-0637
NTFR 2007/668
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/9127

Uitspraakdatum: 8 februari 2007

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X,

wonende te Z, eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Purmerend, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 11 juli 2006 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2007, alwaar is verschenen en gehoord P namens verweerder. Eiser is met kennisgeving vooraf, niet verschenen.

Gronden

1. Eiser heeft op vrijdag 5 mei 2006 om 14.10 uur zijn personenauto geparkeerd op het Slotplein te Purmerend. Door de gemeente aangestelde parkeercontroleurs hebben, omdat zij in de auto geen parkeerkaartje hebben aangetroffen, de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

2. Op bovengenoemde locatie en tijdstip is in beginsel, zo is ook tussen partijen niet in geschil, parkeerbelasting verschuldigd.

Eiser is evenwel van opvatting dat 5 mei is aan te merken als een feestdag waarop geen parkeerbelasting verschuldigd is.

Verweerder is van opvatting, onder verwijzing naar de Winkeltijdenwet, dat bevrijdingsdag niet is aan te merken als een erkende feestdag zodat voor het op deze dag parkeren op daartoe aangewezen plaatsen, parkeerbelasting verschuldigd is.

3. In het Besluit betaald parkeren Purmerend 2006 (hierna: het Besluit), behorend bij de van toepassing zijnde Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen (hierna: de Verordening) is onder letter A een opsomming gegeven van de plaatsen en de tijden waarop parkeren alleen is toegestaan tegen betaling van parkeerbelasting.

Uit deze opsomming is af te leiden dat voor het parkeren op het Slotplein op vrijdag tussen 09.00 uur en 18.00 uur parkeerbelasting verschuldigd is.

Uit deze opsomming is voorts af te leiden dat voor het parkeren op het Slotplein op koop-zonda-gen tussen 12.00 uur en 17.00 uur parkeerbelasting verschuldigd is.

In het Besluit is tevens onder letter E - voor zover hier van belang - opgenomen:

1. In dit besluit wordt onder koopzondag verstaan: een zon- of feestdag waarop de verboden als vervat in artikel 2 van de Winkeltijdenwet niet gelden als gevolg van een aanwijzing van burgemeester en wethouders.

2. (…)

3. Het gestelde onder A. en B. is niet van kracht op algemeen erkende feestdagen ten aanzien waarvan geen aanwijzing van burgemeester en wethouders, als genoemd onder 1. gegeven is.

In het gestelde onder letter E, ten eerste, wordt derhalve vastgelegd welke zondagen en/of feestdagen zijn aan te merken als koopzondagen, waarop voor het parkeren parkeerbelasting verschul-digd is.

In het gestelde onder letter E, ten derde, wordt vastgelegd dat op algemeen erkende feest-dagen geen parkeerbelasting verschuldigd is, tenzij een dergelijke dag door B&W is aange-merkt als koopzondag,

4. Verweerder heeft ter zitting, in reactie op daartoe gestelde vragen van de rechtbank, ver-klaard dat voor 5 mei 2006 geen aanwijzing is gegeven door burgemeester en wethouders, als bedoeld onder letter E, ten eerste, van het Besluit.

Bevrijdingsdag 2006 is derhalve niet aan te merken als een koopzondag waarop parkeer-belasting verschuldigd is voor het parkeren op het Slotplein.

5. Gelet op het gestelde onder letter E, ten derde, van het Besluit geldt voorts het navolgende.

Op algemeen erkende feestdagen is geen parkeerbelasting verschuldigd, tenzij deze dag is aangewezen als koopzondag.

Nu 5 mei 2006 door burgemeester en wethouders niet is aangewezen als koopzondag is voor het parkeren op deze dag geen parkeer-belasting verschuldigd, indien bevrijdingsdag is aan te merken als een algemeen erkende feestdag.

6. Ten aanzien van de vraag of bevrijdingsdag is aan te merken als een algemeen erkende feestdag, overweegt de rechtbank als volgt.

7. In het Besluit is niet eenduidig omschreven, welke dagen zijn aan te merken als een algemeen erkende feestdag.

Het bepaalde onder letter E, ten eerste, van het Besluit voorziet daar niet in, nu daar slechts wordt geregeld welke zondagen en welke feestdagen zijn aan te merken als koopzondagen. Zoals onder 4 al is vastgesteld, is bevrijdingdsdag niet aan te merken als een koopzondag, zodat voor de beantwoording van de onder 6 geformuleerde vraag het gestelde onder letter E, ten eerste verder buiten beschouwing kan blijven.

8. De rechtbank voegt hier aan toe dat, zo verweerder al gevolgd kan worden in zijn stelling dat het gestelde onder letter E, ten eerste van het Besluit van belang is voor de beantwoor-ding van de onder 6 geformuleerde vraag, hem dat niet kan baten nu dit artikel veel te algemeen is geformuleerd. In dit artikel wordt slechts gesproken van ‘een zon- of feestdag’ zonder enige precisering.

In ieder geval wordt niet nader bepaald welke dagen hebben te gelden als een algemeen erkende feestdag. Zo kan er verschil bestaan tussen een landelijk gevierde algemeen erkende feestdag, en een alleen in Purmerend gevierde feestdag.

9. De door verweerder in dit verband gehanteerde verwijzing naar de Winkeltijdenwet treft evenmin doel, aangezien in de Winkeltijdenwet (meer in het bijzonder in artikel 2) alleen is geregeld op welke (gedeelten van) dagen het verboden is een winkel voor publiek geopend te hebben.

Zo kan de in dit artikel genoemde “4 mei na 19 uur” bezwaarlijk als een feestdag worden aangemerkt. Hetzelfde heeft te gelden voor de in de Winkeltijdenwet genoemde “24 december na 19 uur” en “Goede Vrijdag na 19 uur”.

Evenmin valt in te zien dat Koninginnedag (in de Winkeltijdenwet niet aangewezen als een dag waarop winkels gesloten moeten zijn) weer niet is aan te merken als een algemeen erkende feestdag. De omstandigheid dat op deze dag winkels geopend mogen zijn, is geen grond om de dag waarop de verjaardag van de koningin gevierd wordt niet aan te merken als een algemeen erkende feestdag.

Voor de beantwoor-ding van de vraag of bepaalde dagen, zoals bevrijdingsdag, zijn aan te merken als algemeen erkende feestdagen, biedt de Winkeltijdenwet - anders dan verweerder meent - derhalve geen aanknopingspunten.

10. In de Verordening is evenmin eenduidig omschreven, welke dagen zijn aan te merken als een algemeen erkende feestdag. De begripsomschrijvingen onder artikel 1 van de Verorde-ning voorzien daar in ieder geval niet in.

11. De opmerking van verweerder dat in het Besluit of de Verordening geen verwijzing staat naar de Algemene Termijnenwet is op zichzelf juist. Echter, indien verweerder op basis van deze constatering het standpunt wenst in te nemen dat de Algemene Termijnenwet voor de gemeentelijke belasting-verordening van Purmerend buiten toepassing moet blijven, kan de rechtbank verweerder daarin niet volgen.

Parkeerbelasting wordt geheven op grond van artikel 225 van de Gemeentewet, terwijl voorts in artikel 231 van de Gemeentewet voor de heffing van de parkeerbelasting de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeen-kom-stige toepassing is verklaard, zodat in dezen (mede gelet op de preambule en artikel 1 van de Algemene Termijnenwet) de Algemene Termijnen-wet van toepassing is.

In artikel 3 van de Algemene Termijnenwet wordt de vijfde mei (naast Koninginnedag) aangewezen als algemeen erkende feestdag

12. Nu bevrijdingsdag in de Algemene Termijnenwet wordt aangewezen als een algemeen erkende feestdag en in de Verordening noch in het Besluit een daarvan afwijkende regeling is vastgelegd (zo deze afwijking van de Algemene Termijnenwet al rechtskracht zou hebben), beantwoordt de rechtbank de onder 6 geformuleerde vraag is bevestigende zin.

Op grond van het bepaalde onder letter E, ten derde, van het Besluit is derhalve voor het parkeren op bevrijdingsdag geen parkeerbelasting verschuldigd.

13. Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft verweerder zich bij brief van 29 januari 2007 gewend tot de rechtbank en daarbij zijn standpunt herhaald en nader onderbouwd. In de brief wordt gesteld dat het altijd de bedoeling is geweest om parkeerbelasting te heffen op bevrijdings-dag, maar dat dit uitgangspunt wat onduidelijk is verwerkt in het Besluit.

De rechtbank merkt, onder verwijzing naar bovenstaande overwegingen, allereerst op dat van enige onduidelijkheid naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is. Dat daarnaast het gestelde onder letter E, ten derde, van het Besluit in directe samenhang zou moeten worden gelezen met het gestelde onder letter E, ten eerste, van het Besluit, vindt geen steun in de bewoordingen van het daarin gestelde. Evenmin is sprake van een samenhang tussen beide onderdelen die tot deze conclusie dwingt.

De rechtbank merkt vervolgens op dat, zo verweerder al kan worden gevolgd in zijn visie dat de parkeerbelasting op dit punt in het Besluit onduidelijk is uitge-werkt, dit verweerder niet kan baten. In de gemeentelijke belastingverordening (en de daarmee samenhangende besluiten) dient duidelijk en ondubbelzinnig te zijn vastgelegd wanneer parkeerbelasting verschuldigd is. Belastingheffing kan niet plaatsvinden op basis van onduidelijke regel-geving. Eventuele onduidelijkheiden - zo daar al sprake van is - kunnen nimmer aanleiding zijn om naheffings-aanslagen ‘zekerheidshalve’ of onder verwijzing naar een geprentendeerde bedoeling in stand te laten.

Het standpunt van verweerder is eerder aan te merken als een finale poging om achteraf een vermeende onduidelijkheid min of meer te repareren, waar een ruimhartig terugtreden van de heffende overheid veeleer op zijn plaats zou zijn geweest.

De opmerking van verweerder dat het Besluit betaald parkeren Purmerend 2007 momenteel op dit onderdeel wordt aangepast, neemt de rechtbank voor kennisgeving aan.

De brief van verweerder heeft de rechtbank overigens geen aanleiding gegeven het onder-zoek te heropenen.

14. Het beroep is gegrond.

Proceskosten:

De rechtbank acht, nu niet is gebleken van door een derde beroepsmatig verleende rechts-bijstand en evenmin van door eiser gemaakte reiskosten voor het bijwonen van de zitting, geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de opgelegde naheffingsaanslag;

- gelast dat de gemeente Purmerend het door eiser betaalde griffierecht van € 38 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 8 februari 2007 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr A.M. van Amsterdam, rechter, in tegenwoordigheid van mr L.H.W. Verdegaal, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.