Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ9381

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-02-2007
Datum publicatie
27-02-2007
Zaaknummer
15/994528-07, 15/994529-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Artikel 55a Sv, klaagschrift strekkende tot opheffing van het daarop gelegde beslag, met last tot teruggave aan klagers van 73 runderen.

Uit het proces-verbaal van de Algemene Inspectiedienst kan worden afgeleid het vermoeden dat klagers het welzijn en de gezondheid van de runderen benadelen. Mitsdien is de inbeslagname rechtmatig. Het belang van strafvordering verzet zich tegen de opheffing van het beslag. Of de belangen van klagers bij opheffing van het beslag en teruggave daarvan aan hen zwaarder wegen dan de belangen van strafvordering bij de handhaving van het beslag is een afweging die in het kader van deze procedure niet hoeft te worden gemaakt. Het klaagschrift behoort mitsdien ongegrond te worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

ENKELVOUDIGE RAADKAMER

Registratienummer: [nummer]

Parketnummers: [nummer]

Uitspraakdatum: 20 februari 2007

BESCHIKKING (art. 552a Sv.)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 18 januari 2007 is op de griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een door mr. J.A.F. Boor, advocaat, ingediend klaagschrift van:

1. [klager]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

en

2. [klager],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

beiden domicilie kiezende te [adres], ten kantore van mr. Boor, voornoemd.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het daarop gelegde beslag, met last tot teruggave aan klagers van:

- 73 runderen.

Op 8 februari 2007 is dit klaagschrift op een openbare zitting in raadkamer behandeld.

Klagers zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun raadsman mr. Boor, voornoemd.

Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. Beune.

Van het verhandelde ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De inhoud daarvan wordt als hier ingelast beschouwd.

Vast is komen te staan dat de runderen op 14 en 15 december 2006 onder klager sub 1 in beslag zijn genomen en dat het beslag nog voortduurt.

2. Standpunten van partijen

Namens klagers is er, zakelijk weergegeven, op gewezen dat de inbeslagname onrechtmatig is omdat,

(a) anders dan de Algemene Inspectiedienst heeft verklaard, geen sprake is van overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en dat er bij een op 18 oktober 2006 gehouden controleonderzoek geen wansituaties zijn geconstateerd, hetgeen ook blijkt uit de foto's die de deurwaarder heeft gemaakt bij de civiele beslaglegging;

(b) klagers van geen enkele controle een afschrift hebben ontvangen;

(c) klagers eerst bij brief van 7 december 2006 op de hoogte zijn gesteld van de klachten en eerst toen zijn gesommeerd aan de wantoestanden een einde te maken en het dierenwelzijn op het vereiste niveau te brengen, welke brief hen pas op de datum van de inbeslagname door de politie te Halfweg is overhandigd, zodat hen geen enkele tijd is gegund veranderingen aan te brengen;

(d) de Algemene Inspectiedienst haar bevoegdheid heeft overschreden, omdat het op de weg van de gemeente had gelegen te controleren of de constructie en de staat van de gebouwen, schuren en stallen te controleren;

Klagers hebben, aangezien in de praktijk blijkt dat dieren al door justitie zijn verkocht of afgemaakt als het bevel tot teruggave daarvan wordt gegeven, onder zichzelf beslag gelegd op de runderen.

Voorzover het beslag rechtmatig is stellen klagers dat het beslag moet worden opgeheven en de runderen aan klagers moeten worden teruggegeven omdat:

(a) zij door het (voortduren van het) beslag worden bezwaard, daar zij hun bedrijf/beroep niet langer kunnen uitoefenen, niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien en zelfs de kosten van het onderhoud en de voeding der runderen aan der Staat moeten betalen;

(b) het belang van strafvordering zich niet tegen de gevraagde teruggave verzet, nu het immers hoogst onwaarschijnlijk is, dat de strafrechter de runderen verbeurd zal verklaren of aan het verkeer zal onttrekken.

De officier van justitie heeft zich onder verwijzing naar de inhoud van de zich in het dossier bevindende processen-verbaal van politie en/of de Algemene Inspectiedienst op het standpunt gesteld, dat het beslag rechtmatig is en dat het belang van strafvordering zich tegen de verzochte teruggave verzet, onder meer nu het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter, later oordelend, de inbeslaggenomen runderen verbeurd zal verklaren.

3. Beoordeling

3.1. Bij de beoordeling van het klaagschrift dient allereerst te worden getoetst of het beslag rechtmatig is. Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelende in raadkamer is de rechtbank van oordeel dat ten tijde van de inbeslagneming van de runderen sprake was van een redelijk vermoeden van enig in Nederland begaan strafbaar feit, en wel van overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl de runderen tevens vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. Uit het proces-verbaal van de Algemene Inspectiedienst met nummer 37737 kan immers worden afgeleid het vermoeden dat klagers het welzijn en de gezondheid van de runderen benadelen. Er zijn gebreken in de huisvesting en de drinkinstallaties van de runderen geconstateerd, het voer is als ongezond en ontoereikend gekwalificeerd, aan een rund is medische zorg onthouden en de dieren werden onvoldoende gecontroleerd. Mitsdien is de inbeslagname rechtmatig.

3.2. Vervolgens dient te worden beoordeeld of het belang van strafvordering zich tegen teruggave van het beslag verzet. In de onderhavige zaak vertaalt de vraag of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet in de vraag of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen runderen verbeurd zal verklaren. Het enkele feit dat de runderen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring is onvoldoende om deze vraag bevestigend te kunnen beantwoorden. Er moet ook enige mate van waarschijnlijkheid bestaan dat de strafrechter daartoe zal overgaan. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank sprake, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen. Het belang van strafvordering verzet zich mitsdien tegen de opheffing van het beslag. Of de belangen van klagers bij opheffing van het beslag en teruggave daarvan aan hen zwaarder wegen dan de belangen van strafvordering bij de handhaving van het beslag is een afweging die in het kader van deze procedure niet hoeft te worden gemaakt.

Het klaagschrift behoort mitsdien ongegrond te worden verklaard.

4. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het klaagschrift ongegrond.

5. Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. Aardenburg, rechter,

in tegenwoordigheid van Van Velzen griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2007.