Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ9164

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-02-2007
Datum publicatie
23-02-2007
Zaaknummer
15/630501-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewapende overval; een poging tot een gewapende overval; een straatroof waarbij weliswaar geen wapen is gebruikt, maar wel geweld; voorbereiding van een straatroof en van een gewapende overval in een woning; vrijspraak van diefstal want geen heerschappij; vrijspraak vanwege ontbreken van volledige en nauwe samenwerking tussen verdachte en degenen die dit feit hebben gepleegd. Zie ook AZ9159, AZ9161, AZ9162 en AZ9163.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/630501-06

Uitspraakdatum: 20 februari 2007

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 februari 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in het P.C. JHvB de Sprang te Scheveningen.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

Op vordering van de officier van justitie is de tenlastelegging van feit 1 en feit 2 ter terechtzitting gewijzigd. Een kopie van die vordering is als bijlage II bij dit vonnis gevoegd en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Vrijspraak

Feit 1

Ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt dat een mededader van verdachte in het café achter de bar een aantal bankbiljetten uit de kassa heeft gepakt. Vrijwel direct daarna, op het moment dat de mededader nauwelijks achter de bar vandaan door het café richting de uitgang wilde lopen, is hij door enkele aanwezigen overmeesterd en is het geld hem weer afgenomen. Gelet op het zeer korte tijdsverloop tussen het in handen krijgen van het geld en het weer afnemen daarvan, is de rechtbank van oordeel dat de mededader zich nog niet een zodanige heerschappij over het geld had verschaft dat de wegneming als voltooid kan gelden. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Ook van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde moet verdachte naar het oordeel van de rechtbank worden vrijgesproken, omdat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat sprake was van volledige en nauwe samenwerking tussen verdachte en degenen die dit feit hebben gepleegd. Uit het dossier blijkt immers niet meer dan dat verdachte weet had van de te plegen overval.

Hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen ten aanzien van de niet-voltooide wegneming, geldt evenzeer voor het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde, zodat verdachte reeds daarom ook van dat feit moet worden vrijgesproken.

Tot slot moet verdachte eveneens worden vrijgesproken van het onder 1 meest subsidiair tenlastegelegde, omdat niet bewezen kan worden dat verdachte bivakmutsen en/of een neppistool ter beschikking heeft ge-steld voor het plegen van dit feit.

Feit 2

Hetgeen de rechtbank hiervoor met betrekking tot feit 1 subsidiair onderscheidenlijk 1 meest subsidiair heeft overwogen, brengt mee dat verdachte ook moet worden vrijgesproken van het hem onder 2 primair onderscheidenlijk 2 subsidiair tenlastegelegde.

Feit 5

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder 5 ten laste is gelegd. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn scooter bij de woning waar [medeverdachte 1] verbleef had achtergelaten, terwijl hij in zijn algemeenheid wist dat [medeverdachte 1] zijn scooter (tevens) gebruikte voor overvallen en dat hij ook wist dat [medeverdachte 1] het plan had opgevat café [café A] te overvallen. Dat is naar het oordeel van de rechtbank evenwel onvoldoende om te kunnen oordelen dat sprake is van een volledige en nauwe samenwerking tussen verdachte en degenen die de overval op café [café A] hebben voorbereid. Verdachte moet daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 8

Ten aanzien van het onder 8 primair tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat ook bij dit feit uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat sprake was van volledige en nauwe samenwerking tussen verdachte en degenen die dit feit hebben gepleegd. De rechtbank neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat - voorzover bekend - dit het eerste strafbare feit is dat in de aanwezigheid van verdachte werd besproken toen hij reeds in de auto zat en dat dit enkele gegeven onvoldoende is om het medeplegen van dit feit te kunnen bewijzen. De enkele omstandigheid dat verdachte zich ondanks het feit dat hij daartoe gelegenheid had niet heeft gedistantieerd van het gebeuren, maakt dat niet anders. Verdachte moet daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Tot slot moet verdachte ook worden vrijgesproken van hetgeen hem onder 8 subsidiair ten laste is gelegd, omdat niet bewezen kan worden dat verdachte het neppistool en/of het gasdrukpistool en/of de bivakmutsen ter beschikking heeft gesteld voor het plegen van dit feit, terwijl uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting evenmin blijkt dat verdachte met het doel de woning aan te wijzen dan wel een vluchtmogelijkheid te bieden aan degenen die het feit hebben gepleegd, rondjes heeft gereden in de nabijheid van de woning van het beoogde slachtoffer.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 3 primair, 4, 6 primair, 7 en 9 tenlastegelegde feiten heeft begaan in dier voege dat

3. PRIMAIR

(incident 5)

hij op 13 augustus 2006 te Haarlem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van 1.143,75 euro, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat een of meer van zijn mededaders

- met bivakmutsen op Café '[café B]' zijn binnengelopen en

- aan die [slachtoffer 1] en de bezoekers van café '[café B]' een vuurwapen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben getoond en

- vervolgens dit vuurwapen heeft doorgeladen en

- hebben geroepen "allemaal op de grond!" en "alle telefoons weg!" en

- vervolgens een vuurwapen heeft gericht en gericht gehouden op die [slachtoffer 1] en

- vervolgens heeft gevraagd om geld en

- vervolgens, nadat die [slachtoffer 1] geld uit de kassa in een door hem opengehouden plastic tasje had gestopt, dreigend heeft geroepen "meer! meer!" en "sneller! sneller!" en

- heeft geroepen om de kluis;

4.

(incident 6)

[medeverdachte 2] op 19 augustus 2006 te Haarlem, ter uitvoering van het door [medeverdachte 1] en die [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 2], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en/of

ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en die [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan die [slachtoffer 2],

opzettelijk dreigend en gewelddadig

- met een bivakmuts op Café '[café C]' is binnengelopen en

- vervolgens heeft geroepen: "Geld!" en

- daarbij heeft gezwaaid met een vuurwapen en

- dat vuurwapen heeft gericht op de hond van die [slachtoffer 2],

terwijl de uitvoering van die/dat voorgenomen misdrij(f)(ven) niet is voltooid;

tot het plegen van welk(e) misdrij(f)(ven) verdachte op 19 augustus 2006 te Haarlem opzettelijk middelen heeft verschaft door:

- zijn, verdachtes, scooter ter beschikking te stellen;

6. PRIMAIR

(incident 10)

hij op 18 augustus 2006 te Haarlem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met daarin een hoeveelheid vleeswaren, toebehorende aan [slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat een van zijn mededaders

- onverhoeds de bovenarm van die [slachtoffer 3] stevig heeft vastgegrepen en

- heeft geroepen: “Geef de tas, geef de tas”;

7.

(incident 10a)

hij op 11 augustus 2006 te Haarlem, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging (artikel 312 lid 1 en lid 2 onder 2º van het Wetboek van Strafrecht) dan wel afpersing in vereniging (artikel 317 lid 1 en lid 3 in samenhang met artikel 312 lid 2 onder 2º van het Wetboek van Strafrecht) opzettelijk

- mobiele telefoons en

- een scooter en

- een neppistool en

- een mes, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft voorhanden gehad, immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders toen aldaar

- dat mes en dat neppistool bij zich gestoken en

- met die scooter in de nabijheid van het kantoor waar [slachtoffer 3] werkzaam was postgevat en

- gelijktijdig vanuit een snackbar de voordeur van dat kantoor geobserveerd en

- vervolgens, toen die [slachtoffer 3] naar buiten kwam, per telefoon zijn mededaders hiervan op de hoogte gesteld;

9.

(incident 12)

hij in de periode van 17 augustus 2006 tot en met 20 augustus 2006 te Haarlem, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging (artikel 312 lid 1 en lid 2 onder 2º van het Wetboek van Strafrecht) dan wel afpersing in vereniging (artikel 317 lid 1 en lid 3 in samenhang met artikel 312 lid 2 onder 2º van het Wetboek van Strafrecht) opzettelijk

- auto's, merk Ford type Escort of merk Volkswagen type Lupo en merk Volkswagen type Golf en

- een pistool of een neppistool en

- een mes en

- bivakmutsen, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft voorhanden gehad, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders toen aldaar

- met een auto, Volkswagen type Golf, met daarin dat pistool of dat neppistool en dat mes en die bivakmutsen postgevat voor de woning van [slachtoffer 4] om die [slachtoffer 4] bij thuiskomst op te wachten en

- gelijktijdig met een andere auto, Ford type Escort of Volkswagen type Lupo, postgevat voor [restaurant A] om te bekijken of en wanneer die [slachtoffer 4] daar zou vertrekken en

- vervolgens onderling van positie gewisseld en aldus de observatie voortgezet.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijsmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3.2 bewezenverklaarde heeft begaan op grond van met name de volgende bewijsmiddelen:

(...)

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

3. primair

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

4.

medeplichtigheid aan poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en/of medeplichtigheid aan poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

6. primair

diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

7.

medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweldpleging, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen of medeplegen van voorbereiding van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

9.

medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweldpleging, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen of medeplegen van voorbereiding van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie en van overige beslissingen

6.1. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6 primair, 7, 8 primair en 9 tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd aan het voorwaardelijke deel van de straf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, ook indien dat inhoudt behandeling bij De Waag. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de op de beslaglijst vermelde scooter en scooteronderdelen verbeurd te verklaren.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van

- het vanwege de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar-Haarlem, Unit Haarlem uitgebrachte voorlichtingsrapport van 31 oktober 2006;

- de door [klinisch psycholoog-psychotherapeut], klinisch psycholoog-psychotherapeut, opgestelde rapportage Pro Justitia van 8 december 2006.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte is in augustus 2006 samen met anderen betrokken geweest bij twee gewapende overvallen op cafés. De eerste overval vond plaats in café "[café B]". Twee mededaders zijn op de scooter van verdachte naar dit café gereden en hebben vervolgens in het café, vermomd met bivakmutsen, de aanwezigen bedreigd met een vuurwapen en een niet van echt te onderscheiden neppistool. Een van hen heeft zijn vuurwapen in het café doorgeladen, gericht op de barvrouw en op dreigende toon geld uit de kassa geëist. Bij deze overval is ruim 1100 euro buitgemaakt. Minder dan een week later heeft een poging tot een tweede overval plaatsgevonden, ditmaal op café "[café C]". Wederom zijn twee mededaders op de scooter van verdachte naar het café gereden. Een van hen is buiten blijven wachten, de ander is met een bivakmuts op het café binnengegaan en heeft, zwaaiend met een vuurwapen, geld geëist. Het kordate optreden van de eigenares van het café en de aanwezigheid van haar rottweiler, hebben deze mededader zodanig afgeschrikt dat hij zonder buit het café uit is gevlucht. De andere mededader stond hem buiten bij het café met de scooter met draaiende motor op te wachten, om er vervolgens samen vandoor te gaan.

Verdachte was vooraf op de hoogte van beide overvallen alsmede van het feit dat daarbij een vuurwapen zou worden gebruikt. Desondanks heeft hij zijn scooter aan de overvallers ter beschikking gesteld en wat betreft de overval op café ‘[café B]’ daarvoor een gedeelte van het buitgemaakte geld ontvangen.

Verdachte is voorts betrokken geweest bij de voorbereiding van een overval op een vrouw, waarvan verdachte en zijn mededaders dachten dat zij elke vrijdag van haar werk naar de bank ging met een tas met daarin een groot geldbedrag. Samen met een van zijn mededaders heeft verdachte in een snackbar tegenover het deurwaarderskantoor waar de vrouw werkzaam was, postgevat om in de gaten te houden of en wanneer de vrouw naar buiten zou komen.Op dat moment zouden zij aan twee andere mededaders, die buiten in de buurt van het kantoor stonden te wachten en het beoogde slachtoffer zouden overvallen, een sein te geven. Door twijfel bij een van zijn mededaders over de vraag of degene die op een gegeven moment het kantoor verliet, wel het beoogde slachtoffer was, is deze overval niet doorgezet. Een week later hebben verdachte en zijn mededaders de overval alsnog gepleegd. Verdachte heeft toen zijn scooter aan twee mededaders ter beschikking gesteld en heeft zelf, samen met een derde mededader, vanuit een auto het kantoor in de gaten gehouden en zijn mededaders op de scooter gebeld met de mededeling dat de vrouw naar buiten kwam. Hierop hebben zijn mededaders de vrouw beetgepakt en haar tas, waar achteraf vleeswaren in bleken te zitten, meegenomen.

In dezelfde periode is verdachte ook nog betrokken geweest bij de voorbereiding van een gewapende overval in een woning. Hij heeft, samen met zijn mededaders, in een auto gepost voor de [restaurant A] van het beoogde slachtoffer, terwijl enkele andere mededaders, in het bezit bivakmutsen, een mes en een (nep)pistool die bij de overval gebruikt zouden gaan worden, voor de woning van het slachtoffer hebben gepost in afwachting van de thuiskomst van het beoogde slachtoffer. Verdachte en zijn mededaders hebben zich van het voorbereiden van deze overval, die in de woning van het beoogde slachtoffer zou plaatsvinden, niet laten weerhouden door het feit dat naar zij wisten het slachtoffer met zijn vrouw en kinderen daar woonde. Dat deze overval uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden, is waarschijnlijk slechts te danken aan het feit dat verdachte en zijn mededaders het beoogde slachtoffer die avond niet hebben gezien.

Verdachte is derhalve in een tijdsbestek van ongeveer anderhalve week betrokken geweest bij een gewapende overval, een poging tot een gewapende overval, een straatroof waarbij weliswaar geen wapen is gebruikt, maar wel geweld, en de voorbereiding van een straatroof en van een gewapende overval in een woning. Dit zijn ernstige misdrijven die behoren tot een categorie strafbare feiten die een grove inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de directe slachtoffers. Slachtoffers van dergelijke feiten lijden vaak langdurig onder de psychische gevolgen van zo'n traumatische gebeurtenis. De rechtbank rekent verdachte zijn betrokkenheid hierbij zwaar aan.

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met het feit dat verdachte, in aanmerking genomen zijn afhankelijke persoonlijkheid en daarmee samenhangende beïnvloedbaarheid, zoals daarvan blijkt uit het rapport van de psycholoog [klinisch psycholoog-psychotherapeut], zijn vriendschap met medeverdachte [medeverdachte 1] niet op het spel durfde te zetten en daardoor wellicht tot handelingen is gekomen die hij uit zichzelf niet zou hebben gepleegd. De rechtbank houdt rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en neemt op dat punt de conclusie van voornoemde psychologische rapportage over. Dit neemt echter niet weg dat verdachte ook zelf, zij het dus in verminderde mate, verantwoordelijk is voor zijn daden en het zijn eigen keuze is geweest zijn scooter ter beschikking te stellen en zich meerdere malen niet te distantiëren waar dat wel had gekund.

De rechtbank houdt tot slot ten nadele van verdachte rekening met het feit dat hij blijkens het hem betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 25 september 2006 eerder is veroordeeld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Een gedeelte daarvan behoeft vooralsnog niet ten uitvoer te worden gelegd om verdachte er van te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Reclassering Nederland gedurende de proeftijd noodzakelijk, ook als dat inhoudt behandeling bij De Waag. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Deze straf is aanmerkelijk lager dan is geëist, omdat de rechtbank verdachte vrijspreekt van vier ernstige feiten waarvan de officier van justitie de bewezenverklaring heeft gevorderd.

6.3 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven scooter en de scooteronderdelen, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de onder 3 primair, 4, 6 primair en 7 bewezenverklaarde feiten met behulp van de aan verdachte toebehorende scooter zijn begaan.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 46, 47, 48, 57, 310, 312, 317.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van de hem onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair, 2 primair en subsidiair, 5 en 8 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot vier (4) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

– verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens De Reclassering Nederland, Regio Alkmaar-Haarlem, Unit Haarlem, ook als zulks inhoudt dat verdachte in de proeftijd een behandeling bij De Waag dient te onder-gaan.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- een scooter, merk Beta Ark;

- scooteronderdeel, zijkap, kleur zilver;

- scooteronderdeel, zwarte voorkap.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Bijvoet, voorzitter,

mrs. Donders en Van Mierlo, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier drs. Kaal,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 februari 2007.