Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ9163

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-02-2007
Datum publicatie
23-02-2007
Zaaknummer
15/635484-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak diefstal, geen heerschappij tot stand gebracht; voorbereiding; geen sprake van poging; geen sprake van vrijwillige terugtred; verdachte verminderd ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij de diefstallen, naar eigen zeggen, heeft gepleegd uit verveling en dat hij er ter terechtzitting blijk van heeft gegeven weinig besef te hebben van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Bij de beslissing over de op te leggen straf heeft de rechtbank voorts in aanmerking genomen dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, zij het niet voor geweldsmisdrijven. Daarnaast heeft de rechtbank, in sterkere mate dan ze officier van justitie bij de door hem geëiste straf, rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Op dat punt neemt de rechtbank de conclusie van het rapport van de psycholoog [psycholoog] over. Ook de door deze psycholoog en door de Jeugdreclassering geadviseerde ambulante behandeling van verdachte, steunend-structurerend van aard, teneinde de ontwikkeling te stimuleren en de dreigende persoonlijkheidsstoornis en recidive te trachten te voorkomen, wordt door de rechtbank betrokken in de aan verdachte op te leggen straf. Zie ook AZ9159, AZ9161, AZ9162 en AZ9164.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/635484-06

Uitspraakdatum: 20 februari 2007

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 6 februari 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in het Jongeren Opvangcentrum te Amsterdam, Transformatorweg 6 te Amsterdam.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Vrijspraak

Ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde overweegt de rechtbank het volgende. Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt dat de mededader van verdachte in het café achter de bar een aantal bankbiljetten uit de kassa heeft gepakt. Vrijwel direct daarna, op het moment dat de mededader nauwelijks achter de bar vandaan door het café richting de uitgang wilde lopen, is hij door enkele aanwezigen overmeesterd en is het geld hem weer afgenomen. Gelet op het zeer korte tijdsverloop tussen het in handen krijgen van het geld en het weer afnemen daarvan, is de rechtbank van oordeel dat de mededader zich nog niet een zodanig heerschappij over het geld had verschaft dat de wegneming als voltooid kan gelden. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 subsidiair, 2, 3 primair, 4, 5 en 6 tenlastegelegde feiten heeft begaan in dier voege dat

1.

SUBSIDIAIR:

(incident 1)

op 23 augustus 2006 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen bankbiljetten, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen [slach[slachtoffer 1] en bezoekers van café '[café]', te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, hij, verdachte, en/of een van zijn mededaders

- met ieder een bivakmuts op café '[café]' zijn binnengelopen en

- vervolgens die [slachtoffer 1] en bezoekers van café '[café]' een mes en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben getoond en

- vervolgens heeft geroepen: "Dit is een overval, allemaal jullie geld op tafel" en "Handen omhoog, hier dat geld" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- [slachtoffer 2], bezoeker van café '[café]', een mes op de keel heeft gezet,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

(incident 1)

op 23 augustus 2006 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en [slach[slachtoffer 1] en (andere) bezoekers van café '[café]' te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan die [slachtoffer 2] en die (andere) bezoekers van Café '[café]', hij, verdachte, en/of een van zijn mededaders

- met ieder een bivakmuts op café '[café]' zijn binnengelopen en

- vervolgens die [slachtoffer 1] en die bezoekers van café '[café]' een mes en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben getoond en

- vervolgens heeft geroepen: "Dit is een overval, allemaal jullie geld op tafel" en "Handen omhoog, hier dat geld" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- die [slachtoffer 2] een mes op de keel heeft gezet,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

PRIMAIR:

(incident 2)

hij op 12 mei 2006 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de Spaarndamseweg, heeft weggenomen ongeveer 5 euro, toebehorende aan [slachtoffer 3];

4.

(incident 3)

hij in de periode van 8 juli 2006 tot en met 9 juli 2006 te Haarlem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, uit een woning gelegen aan de [woonplaats], 650 euro, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

5.

(incident 4)

hij op 19 mei 2006 te Haarlem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een woning gelegen aan de Madioenstraat heeft weggenomen een playstation en een spelcomputer en 2 spelcassettes en 10 playstation spellen en een discman en een digitale camera en een geheugenkaart, toebehorende aan [slachtoffer 5];

6.

(incident 7)

hij op 21 augustus 2006 en 22 augustus 2006 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging (artikel 312 lid 1 en lid 2 onder 2º van het Wetboek van Strafrecht) dan wel afpersing in vereniging (artikel 317 lid 1 en lid 3 in samenhang met artikel 312 lid 2 onder 2º van het Wetboek van Strafrecht) opzettelijk

- donkere kleding en

- een mes en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en

- bivakmutsen en

- een auto en

- een scooter,

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft voorhanden gehad,

immers hebben/zijn/is hij, verdachte, en/of (een van) zijn mededader(s) toen aldaar

- meermalen met die auto langs café '[café B]' gereden teneinde de ligging van dat café te bekijken en/of aan zijn mededaders dat café aan te wijzen en

- meermalen, gehuld in donkere kleding, op die scooter, met in de buddyseat van die scooter dat mes, dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp en die bivakmutsen, langs café '[café B]' gereden en in het voorbijgaan naar binnen gekeken en vanaf de hoek de ingang van café '[café B]' geobserveerd.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijsmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3.2 bewezenverklaarde heeft begaan op grond van met name de volgende bewijsmiddelen:

(...)

4. Strafbaarheid van de feiten

4.1 Kwalificatieverweer

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat bij feit 6 geen sprake meer was van voorbereiding, maar van een poging, omdat reeds een begin was gemaakt met de uitvoering van het misdrijf. Voorts is deze poging niet strafbaar, omdat verdachte en zijn mededader vrijwillig zijn teruggetreden. Vorenstaande brengt, aldus de raadsvrouw, mee dat het feit niet als voorbereiding gekwalificeerd kan worden.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe dat verdachte en zijn mededader langs het bewuste café zijn gereden en op een afstand het café hebben geobserveerd. Hiermee hebben zij naar het oordeel van de rechtbank geen gedragingen verricht die naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden geacht te zijn gericht op voltooiing van het voorgenomen misdrijf. Van een poging is derhalve geen sprake. De ten aanzien van verdachte bewezenverklaarde gedragingen kunnen worden gekwalificeerd als (strafbare) voorbereidingshandelingen. Voorzover het verweer van de raadsvrouw zo zou moeten worden verstaan dat zij voorts heeft bedoeld te betogen dat de voorbereidingshandelingen niet strafbaar zijn omdat verdachte en zijn mededader vrijwillig zijn teruggetreden, verwerpt de rechtbank eveneens. Uit de zich in het dossier bevindende verklaringen van verdachte en zijn mededader blijkt dat de voorgenomen overval niet is uitgevoerd, noch met de uitvoering daarvan een begin is gemaakt, omdat het in het café te druk was. De reden van terugtreden was derhalve gelegen in een omstandigheid buiten de wil van verdachte, zodat van vrijwillig terugtred geen sprake is. Of verdachtes mededader vrijwillig zou zijn teruggetreden is niet van belang, omdat verdachte zich niet kan beroepen op de beweerde vrijwillige terugtred van die mededader.

4.2 Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op:

1. subsidiair en 2 primair

de voortgezette handeling van poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk of die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3. primair

diefstal;

4.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

5.

diefstal;

6.

medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweldpleging, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen of medeplegen van voorbereiding van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie en van overige beslissingen

6.1. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor de onder 1 primair, 2, 3 primair, 4, 5, en 6 tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd aan het voorwaardelijke deel van de straf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens Bureau Jeugdzorg, ook indien dat inhoudt behandeling bij De Waag, met daarbij de opdracht aan eerstgenoemde instelling tot het verlenen van hulp en steun. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] in zijn geheel en hoofdelijk toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van

- het vanwege de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Noord-Holland, Locatie Haarlem uitgebrachte rapport van 31 augustus 2006;

- het vanwege Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Afdeling Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Haarlem opgemaakte plan van aanpak, gedateerd 12 oktober 2006 en nader aangevuld ten behoeve van de terechtzitting van 6 februari 2007;

- de door [psycholoog], psycholoog, opgestelde rapportage Pro Justitia van 9 november 2006.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. In augustus 2006 is verdachte samen met zijn mededaders betrokken geweest bij de voorbereiding van een gewapende overval op café “[café B]”. Verdachte is gedurende twee avonden met een van zijn mededaders op een scooter, met in de buddyseat bivakmutsen, een mes en een neppistool, langs dat café gereden. Beide keren hebben zij van een afstand het café geobserveerd en gewacht op een geschikt moment om de overval te plegen. Omdat het beide avonden te druk was in het café, hebben zij de geplande overval niet uitgevoerd. De dag erna heeft verdachte samen met enkele mededaders gepoogd een gewapende overval te plegen op café “[café]”, gelegen tegenover café “[café B]”. Verdachte en een van zijn mededaders zijn met bivakmutsen op het café binnengegaan en hebben de aanwezigen bedreigd met een niet van een echt vuurwapen te onderscheiden neppistool en geld geëist. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij bij die overval een in het café aanwezige oudere man een mes op de keel heeft gezet.

Verdachte heeft zich door bovenstaande handelingen binnen een tijdsbestek van drie dagen schuldig gemaakt aan de voorbereiding en (een begin van) de daadwerkelijke uitvoering van ernstige misdrijven die behoren tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de directe slachtoffers. Slachtoffers van dergelijke feiten lijden vaak langdurig onder de psychische gevolgen van zo'n beangstigende gebeurtenis. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Daarnaast heeft verdachte zich in de maanden voorafgaand aan de overvallen driemaal schuldig gemaakt aan diefstal uit woningen. Diefstal is een ergerlijk feit dat niet alleen materiële schade voor de benadeelde met zich meebrengt, maar ook gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij de diefstallen, naar eigen zeggen, heeft gepleegd uit verveling en dat hij er ter terechtzitting blijk van heeft gegeven weinig besef te hebben van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers.

Bij de beslissing over de op te leggen straf heeft de rechtbank voorts in aanmerking genomen dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, zij het niet voor geweldsmisdrijven. Daarnaast heeft de rechtbank, in sterkere mate dan ze officier van justitie bij de door hem geëiste straf, rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Op dat punt neemt de rechtbank de conclusie van het rapport van de psycholoog [psycholoog] over. Ook de door deze psycholoog en door de Jeugdreclassering geadviseerde ambulante behandeling van verdachte, steunend-structurerend van aard, teneinde de ontwikkeling te stimuleren en de dreigende persoonlijkheidsstoornis en recidive te trachten te voorkomen, wordt door de rechtbank betrokken in de aan verdachte op te leggen straf.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Een gedeelte daarvan behoeft vooralsnog niet ten uitvoer te worden gelegd om verdachte er van te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Afdeling Jeugdbescherming en Jeugdreclassering gedurende de proeftijd noodzakelijk, ook als dat inhoudt behandeling bij De Waag. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

6.3 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 650,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 4 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

6.4 Schadevergoedingsmaatregel

Tevens acht de rechtbank termen aanwezig om een schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 650,-.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht art. 36f, 45, 46, 47, 56, 77a, 77h, 77i, 77l, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 311, 312, 317.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 1 primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4.2 vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van twaalf (12) maanden.

Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot vier (4) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Afdeling Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Haarlem, thans in de persoon van [medewerker jeugdreclassering], ook als zulks inhoudt dat verdachte in de proeftijd een behandeling bij De Waag dient te ondergaan.

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 4] geleden schade tot een bedrag van € 650,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 4], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuit-voerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 650,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door dertien (13) dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat, voorzover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte inzoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Bijvoet, voorzitter, tevens kinderrechter,

mrs. Donders en Van Mierlo, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier drs. Kaal,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 februari 2007.