Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ8887

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-02-2007
Datum publicatie
20-02-2007
Zaaknummer
333029 / AO VERZ 06-2142
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Na bouwfraude-affaire in 1994 is bij verzoekster de 'gedragscode integriteit' geïntroduceerd. Verweerder heeft in strijd met deze gedragscode zijn betrokkenheid (als vennoot) bij een onderaannemer van verzoekster niet aan het bestuur gemeld. Overtreding gedragscode levert verandering van omstandigheden op. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Geen vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 333029 / AO VERZ 06-2142

datum uitspraak: 19 februari 2007

BESCHIKKING VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap NELIS INFRA B.V.

te Haarlem

verzoekster

hierna te noemen Nelis

gemachtigde mr. B. Westerhout

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna te noemen [verweerder]

gemachtigde mr. P.J. van den Broeke

De procedure.

1. Op 21 december 2006 is ter griffie een verzoek-schrift ontvangen van Nelis, strekkende tot "voorwaardelijke" ontbinding van de arbeidsovereen-komst van par-tijen. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend, welk verweerschrift op 12 februari 2007 ter griffie is ontvangen.

2. Op 12 februari 2007 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaats gehad. Partijen hebben aldaar hun standpunten nader toegelicht en door hun gemachtigden doen toelichten. Door de gemachtigde van Nelis, zijn pleitaantekeningen overgelegd.

Beide par-tijen hebben producties in het geding gebracht.

Door de grif-fier is van het ter zitting verhandelde aanteke-ning gehouden.

3. Ter zitting is de uitspraak bepaald op heden.

4. De kantonrechter heeft kennis genomen van voormelde stuk-ken, de inhoud daarvan moet als hier herhaald worden be-schouwd.

De feiten.

5. [verweerder], 50 jaar oud, is begin 1979 bij (de rechtsvoorganger van) Nelis in dienst getreden. Nelis is een 100% dochter van BAM Wegen B.V.. Tot 20 november 2006 was [verweerder] werkzaam in de functie van bedrijfsleider van de afdeling leidingbouw. Het laatst verdiende salaris bedraagt € 6.117,82 bruto per vier weken (excl. emolu-men-ten).

6. Naar aanleiding van de bouwfraude-affaire is in de loop van 2004 binnen alle werkmaatschappijen van de BAM Groep de gedragscode integriteit geïntroduceerd. Deze gedragscode is aan alle werknemers van alle werkmaatschappijen van de BAM Groep uitgereikt. In genoemde gedragscode staat ondermeer opgenomen: Medewerkers mogen geen betaalde of onbetaalde nevenactiviteiten verrichten waarvan uitoefening mogelijk in conflict kan komen met de belangen van Koninklijke BAM Groep of een dochter van Koninklijke BAM Groep. Bij twijfel dient met de raad van bestuur respectievelijk de directie te worden overlegd.

… Concurreren of zaken doen met bedrijven waarin familieleden of vrienden van medewerkers belangen hebben, kan belangentegenstellingen veroorzaken. Zulke relaties moeten worden gemeld bij de compliance officer, zodat de juiste handelwijze kan worden bepaald.

7. Per 1 januari 2005 zijn nieuwe arbeidsovereenkomsten opgesteld en ter ondertekening aan alle werknemers voorgelegd. In die nieuwe arbeidsovereenkomsten is steeds verwezen naar genoemde gedragscode en is aangegeven dat de werknemers van de BAM Groep zich aan die code dienen te houden. Ook staat aangegeven wat de arbeidsrechtelijke consequenties zijn bij overtreding van de gedragscode, variërend, afhankelijk van de ernst van de overtreding, van berisping tot ontslag op staande voet. Voorafgaand aan de ondertekening van de nieuwe arbeidsovereenkomsten zijn de werknemers voorgelicht en is aangegeven dat overtreding van de in de gedragscode streng zou worden bestraft.

Bij de invoering van de gedragscode is een “compliance officer” benoemd met als taak het bevorderen dat de werknemers van de BAM Groep vertrouwd zijn en blijven met de aard, inhoud en achtergrond van de gedragscode. In dat kader organiseert de “compliance officer” met enige regelmaat cursussen waaraan de werknemers verplicht moeten deelnemen.

8. Bij een inventarisatie van haar (onder)aannemers en de omzetvolumes per (onder)aannemer is het oog van Nelis gevallen op het bedrijf H&T Onderhoudswerken. H&T Onderhoudswerken heeft in de periode tussen 1999 en eind 2006 in totaal € 945.408,60 aan Nelis gefactureerd. Bij nader onderzoek is gebleken dat [verweerder] sedert 20 februari 1999 een van de twee vennoten is van genoemd bedrijf (een vennootschap onder firma).

9. Nelis heeft [verweerder] op 20 november 2006 op staande voet ontslagen. [verweerder] heeft de rechtsgeldigheid van het hen gegeven ontslag op staande voet bestreden.

Het verzoek.

10. Nelis grondt het verzoek primair op een dringende reden, subsi-diair op veranderingen in omstandigheden. In dat verband heeft Nelis (ondermeer) aangevoerd dat [verweerder] zich stelselmatig aan overtreding van de gedragscode heeft schuldig gemaakt en aldus zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst met Nelis grovelijk heeft veronachtzaamd.

Het verweer.

11. [verweerder] heeft het door Nelis verzochte en daartoe aange-voerde gemotiveerd bestreden. Zo het onverhoopt tot een ontbinding mocht komen maakt [verweerder] aanspraak op een vergoeding ex art. 7:685, lid 8 BW.

De ontbinding.

12. De primaire grond kan het verzoek niet dragen. Waar de dringende reden die aan het [verweerder] gegeven ontslag op staande voet ten grondslag ligt dezelfde is en op dezelfde gestelde feiten berust als de primaire grond waarop het ontbin-dingsver-zoek is gebaseerd, is het van tweeën één, of er is sprake van een deugdelijk gegeven ontslag op staande voet, in welk geval de arbeidsovereenkomst van par-tijen op 20 november 2006 tot een einde is gekomen en dus niet meer door tussen-komst van de kantonrechter kan worden beëindigd, of de opge-geven drin-gende reden kan het ontslag op staande voet niet dragen, maar dan is die reden ook niet geschikt om als grond-slag te dienen als primaire grond van dit ontbin-dingsver-zoek. Buiten de vraag of er sprake is van een dringende reden zijn geen punten opgeworpen en/of aannemelijk geworden waarop het [verweerder] gegeven ontslag op staande voet zou kunnen afstuiten.

13. [verweerder] heeft, na de introductie van de gedragscode, zijn betrokkenheid bij het bedrijf H&T Onderhoudswerken niet gemeld bij het bestuur van Nelis. [verweerder] heeft ter zake ook de compliance officer niet geconsulteerd. Door een en ander na te laten heeft [verweerder] naar het oordeel van de kantonrechter de aard en strekking van de gedragscode integriteit miskent. Daarbij is het niet van belang dat [verweerder], naar hij aanvoert, op zich niet betrokken was bij door Nelis aan H&T verstrekte opdrachten. Evenmin is relevant dat de participatie van [verweerder] bij H&T tot 20 % beperkt was. [verweerder] heeft de regels uit de gedragscode zoals hiervoor onder 6. beschreven, niet in acht genomen. Een en ander kan niet afgedaan worden als naïef, zoals de gemachtigde van [verweerder] nog heeft betoogd, maar als dermate onzorgvuldig dat Nelis daardoor het vertrouwen in [verweerder] heeft kunnen verliezen. [verweerder] heeft ter zitting zelf overigens nog gezegd dat hij melding achterwege gelaten heeft omdat hij geen slapende honden wakker wilde maken.

Bedacht moet worden dat voorliggende kwestie een voor de bouwsector uiterst gevoelige materie betreft. Elke schijn dat, ten detrimente van de opdrachtgever, de ene hand de andere wast, moet worden voorkomen. In ieder geval dient in verhoudingen als deze alles inzichtelijk te zijn. [verweerder] heeft zich aan die inzichtelijkheid onttrokken. Dat [verweerder] mogelijk in een verleden liggend voor de introductie van de integriteitcode aan zijn direct leidinggevende zijn participatie bij H&T heeft gemeld doet daaraan niet af. De regels zijn sedertdien strakker geworden terwijl overigens uit niets blijkt dat voor bedoelde leidinggevende duidelijk was dat het bedrijf waar [verweerder] in participeerde optrad als onderaannemer van Nelis.

14. Het vorenstaande in aanmerking genomen is de kanton-rechter van oordeel dat er sprake is van verande-ringen in omstandighe-den. Gelet op die veranderingen in de omstandigheden dient de arbeidsover-eenkomst van par-tijen bil-lijk-heidshalve op korte termijn te worden ontbon-den, een en ander voorzover die overeenkomst nog mocht blijken te bestaan.

Blijkt de arbeidsovereenkomst van par-tijen nog te bestaan dan stelt de kan-ton-rechter zich voor die overeenkomst per 1 maart 2007 te ontbinden.

15. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in art. 7:685, lid 1 BW.

Van enig opzegverbod als hiervoor bedoeld is niet gebleken.

De vergoeding.

16. Nu de kantonrechter ertoe zal overgaan de dienstbe-trekking tussen partijen te beëindigen, ligt de - door de kantonrech-ter ontkennend te beantwoorden - vraag voor of [verweerder] ten laste van Nelis een vergoeding als bedoeld in art 7:685, lid 8 BW toegekend dient te worden.

Immers, [verweerder] is er zelf de reden van dat Nelis het vertrouwen in hem heeft verloren door de voorgeschreven transparantie uit de weg te gaan. [verweerder] had, in de positie die hij binnen Nelis bekleedde kunnen en/of moeten aanvoelen, zeker binnen de gewijzigde (althans de door Nelis gewenste en [verweerder] bekende) bedrijfscultuur moeten aanvoelen, dat hij openheid diende te betrachten. De verklaring van [verweerder] dat hij geen slapende honden wakker wilde maken spreekt in dat verband boekdelen.

Intrekken van het verzoek.

17. Waar het verzoek integraal wordt toegewezen kan de zaak bij eindbeschikking worden afgedaan.

De kosten.

18. De kantonrechter ziet aanleiding de kosten van deze proce-dure te compenseren, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

B E S C H I K K I N G :

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 maart 2007, een en ander voorzover die overeenkomst nog mocht blijken te bestaan,

compenseert de proceskosten, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. S.R. Mellema, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.