Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ8101

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-02-2007
Datum publicatie
08-02-2007
Zaaknummer
324655 CV EXPL 06-9976
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkneemster vordert loon over de periode van arbeidsongeschiktheid.

De door de werkneemster overgelegde verklaring geeft in het geheel geen inzicht in de vraag op welke wijze het UWV het onderzoek heeft verricht en op welke gronden werd geoordeeld dat de werkneemster in de daarin genoemde periode niet geschikt was voor het verrichten van werkzaamheden. De kantonrechter is van oordeel dat niet gebleken is dat de deskundige zijn oordeel met inachtneming van het bepaalde bij artikel 7:629a lid 3 BW heeft verricht.

Mede gelet op de tijd die verstreken was tussen het oordeel van Achmea Arbo B.V. en de periode waarop de verklaring betrekking heeft, vormt de verklaring van UWV onvoldoende basis om de conclusie te rechtvaardigen dat de werkneemster inderdaad arbeidsongeschikt was voor het werk. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de werkneemster niet heeft voldaan aan het vereiste van het overleggen van een verklaring van een deskundige in de zin van artikel 7:629a lid 1 BW en wijst de vordering reeds daarom af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 324655/CV EXPL 06-9976

datum uitspraak: 7 februari 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiseres]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. L.F. Jansen

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Spielothek Nederland B.V.

te Amsterdam

gedaagde partij

hierna te noemen De Spielothek

gemachtigde mr. M.G. van der Vliet-Blokziel

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 21 september 2006, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- de rolbeschikking van de kantonrechter van 15 november 2006,

- de conclusie van repliek, met producties,

- de conclusie van dupliek.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. Op 5 januari 2002 is [eiseres] in dienst getreden van Spielothek in de functie van kas- halmedewerkster.

b. [eiseres] heeft zich op 31 maart 2003 ziek gemeld.

c. Bij brief van 6 april 2004 heeft Achmea Arbo B.V. aan de Spielothek bericht dat [eiseres] nog volledig arbeidsongeschikt was.

d. Bij brief van 14 april 2004 heeft Achmea Arbo B.V. het volgende aan Spielothek bericht:

“(…)

Op het moment van de beoordeling achtte ik uw medewerkster niet arbeidsongeschikt op medische gronden. Wel is er sprake van een arbeidsconflict welke werkhervatting in de weg staat. Het advies is dan ook om dit conflict zo spoedig mogelijk tot oplossing te brengen. Mocht u hierbij gebruik willen maken van een mediator, dan kan dat eventueel via onze arbodienst. Verder is mijn advies te overwegen betrokkene tot die tijd op non-actief te stellen.

Hierbij wordt de begeleiding onzerzijds in principe beëindigd en verwachten wij binnenkort een herstelmelding van u te ontvangen.”

e. Bij brief van 12 mei 2004 heeft De Spielothek het volgende aan [eiseres] geschreven:

"N.a.v. ons telefoongesprek van gisterenmiddag hebben wij gesproken over een eventuele mogelijkheid een periode in ons filiaal in Amsterdam te gaan werken om rustig weer in het arbeidsproces te komen. Helaas heeft u dit afgeslagen daar u te kennen gaf dat Hoofddorp uw filiaal is. Tevens gaf u ons te kennen dat de heer [XXX] openlijk t.o.v. van zijn medewerkers zijn verontschuldigen aan u moet aanbieden en de waarheid dient te vertellen.

(...)

Daarom lijkt het ons goed om in een gezamenlijk gesprek tot een besluit te komen en nodigen u dan ook persoonlijk uit om op maandag 17 mei as om 12.00 uur op ons kantoor te Hoofddorp te komen om dit conflict op te lossen."

f. Bij brief van 24 mei 2004 heeft De Spielothek het volgende aan [eiseres] geschreven:

“Op maandag 17 mei jl. hadden wij u uitgenodigd om in een persoonlijk gesprek het conflict tussen u en uw filiaalleider op te lossen hetgeen niet tot het resultaat heeft geleid dat wij verwacht hadden. U heeft het gesprek vroegtijdig verlaten en sindsdien hebben wij niets meer van u vernomen.

Daar wij als werkgeefster een belangenafweging in deze moeten maken willen wij ons beroepen op artikel 3 "Goed werknemerschap" lid 3 van de Algemene Arbeidsvoorwaarden en sommeren wij u uw een werk op woensdag 26 mei om 09.00 uur te hervatten in ons filiaal te Amsterdam, Rembrandtplein 2.”

g. Bij brief van 26 mei 2004 heeft De Spielothek [eiseres] andermaal opgeroepen zich te melden nadat gebleken was dat zij zich op woensdag 26 mei 2004 niet in het filiaal te Amsterdam voor haar werk had gemeld, onder gelijktijdige aankondiging van opschorting van de loonbetaling.

h. Bij brief van 7 juni 2004 heeft Achmea Arbo B.V. het volgende aan De Spielothek geschreven:

"(...)

Op het moment van de beoordeling achtte ik uw medewerkster niet arbeidsongeschikt op basis van ziekte en/of gebrek. Wel ben ik van mening dat er sprake is van toenemende spanningsklachten ten gevolge van het escalerende conflict welke tesamen een forse belemmering vormen voor een mogelijke werkhervatting. Daar een eerdere poging tot een gesprek geen oplossing heeft gebracht, is mijn advies om op korte termijn een mediator in te schakelen. Dit kan op uw verzoek via onze Arbo-dienst geregeld worden. Betrokkene gaf aan hier open voor te staan. Verder geef ik u in heroverweging betrokkene tijdelijk op non-actief te stellen."

i. Op 18 augustus 2004 heeft [eiseres] bij politie Kennemerland aangifte gedaan tegen de filiaalleider ([XXX]) van De Spielothek wegens aanranding buiten diensttijd in 2002 in een discotheek.

j. Bij brief van 19 augustus 2004 heeft Achmea Arbo B.V. het volgende aan De Spielothek geschreven:

“(…)

Op het moment van de beoordeling achtte ik uw medewerkster volledig arbeidsongeschikt. Betrokkene gaat per 1 september uit dienst. De verzuimbegeleiding van uw medewerker wordt beëindigd.”

k. Met ingang van 1 september 2004 is de arbeidsovereenkomst ontbonden.

l. Bij brief van 30 december 2005 heeft het UWV het volgende aan [eiseres] geschreven:

“U heeft ons 10 november 2005 verzocht om een deskundige en oordeel inzake uw ongeschiktheid tot werken op 31 maart 2004.

Op grond van de resultaten van ons onderzoek zijn wij van oordeel dat u op 31 maart 2004 tot 01-09-04 niet geschikt bent voor het verrichten van werk in Amsterdam.”

De vordering

[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, De Spielothek zal veroordelen om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen € 8.917,46 bruto, waarop in mindering strekt een betaling ten bedrage van € 1.051,95 netto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2004 tot aan de dag der algehele voldoening, met € 640,00 aan buitengerechtelijke kosten en met de kosten van deze procedure.

[eiseres] heeft het volgende aan haar vordering ten grond-slag gelegd:

De Spielothek blijft sedert mei 2004 in gebreke om aan [eiseres] het haar nog toekomende loon, vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen af te rekenen.

[eiseres] heeft het volgende te vorderen van De Spielothek:

- loon vanaf mei 2004 tot september 2004: viermaal € 777,85, vermeerderd met 50% wettelijke verhoging is € 3.111,40;

- vakantiegeld vanaf mei 2003 tot september 2004 ten bedrage van € 1.265,07 vermeerderd met 50% verhoging;

- afrekening van 20 niet genoten vakantiedagen ten bedrage van € 1.058,50, vermeerderd met 50% verhoging.

Daarop verstrekt in mindering een betaling van € 1.051,95 netto van augustus 2004 verminderd met de aan [eiseres] toekomende ontbindingsvergoeding van € 765,00 bruto.

[eiseres] heeft aldus te vorderen € 8.917,46 bruto, waarop in mindering strekt en betaling van € 1.051,95 netto.

Voorts heeft [eiseres] te vorderen de wettelijke rente over genoemde bedragen, alsmede een bedrag van € 640,00 aan buitengerechtelijke kosten.

Het verweer

De Spielothek heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

[eiseres] vordert betaling van loon e.d. voor de periode dat zij volgens haar stelling wegens arbeidsongeschiktheid niet in staat zou zijn geweest haar werkzaamheden te verrichten. Daarom is het op grond van artikel 7:629a BW vereist dat [eiseres] bij haar eis een verklaring voegt van een deskundige, benoemd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen, omtrent de verhindering van [eiseres] om de bedongen arbeid of andere passende arbeid te verrichten.

De kantonrechter is van oordeel dat de door [eiseres] in het geding gebrachte verklaring van het UWV van 15 december 2005 niet beschouwd kan worden als een verklaring in de zin van genoemd wetsartikel en overweegt daartoe het volgende.

Zoals uit de vaststaande feiten blijkt, is sprake geweest van arbeidsongeschiktheid, doch was Achmea Arbo B.V. van oordeel dat daarvoor geen medische gronden aanwezig waren.

Voorts is gebleken dat De Spielothek [eiseres] in de gelegenheid heeft gesteld op het filiaal in Amsterdam te gaan werken, waaraan [eiseres] geen gevolg heeft willen geven. Zij had daar echter wel gevolg aan moeten geven. Zij had er zelf voor gekozen het voorval niet aan De Spielothek te melden. Toen zij dat wel deed na bijna 2 jaar koos zij er vervolgens ook zelf voor aan De Spielothek te verzoeken geen actie te ondernemen. Als haar dan wel de gelegenheid wordt gegeven op een andere locatie te gaan werken om aldus niet met de betrokken filiaalhouder te worden geconfronteerd, had [eiseres] dat moeten accepteren.

Uit de destijds door Achmea Arbo B.V. gedane beoordelingen blijkt niet dat [eiseres] ongeschikt was om haar werkzaamheden in Amsterdam te verrichten.

De door [eiseres] overgelegde verklaring geeft in het geheel geen inzicht in de vraag op welke wijze het UWV het onderzoek heeft verricht en op welke gronden werd geoordeeld dat [eiseres] in de daar genoemde periode niet geschikt was voor het verrichten van werk in Amsterdam. De kantonrechter is van oordeel dat niet gebleken is dat de deskundige zijn oordeel met inachtneming van het bepaalde bij artikel 7:629a lid 3 BW heeft verricht.

Mede gelet op de tijd die verstreken was tussen het oordeel van Achmea Arbo B.V. en de periode waarop de verklaring betrekking heeft, vormt de verklaring van UWV onvoldoende basis om de conclusie te rechtvaardigen dat [eiseres] inderdaad arbeidsongeschikt was voor het werk in Amsterdam.

Gelet op het vorenstaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat [eiseres] niet heeft voldaan aan het hierboven genoemde vereiste van het overleggen van een verklaring van een deskundige in de zin van artikel 7:629a lid 1 BW.

[eiseres] had dit alles behoren te voorkomen door tijdig een verklaring als bedoeld aan te vragen. Zij heeft daarvoor, gelet op de verschillende procedures die reeds zijn gevoerd, alle gelegenheid gehad. Dat het nu te laat is, komt derhalve voor haar rekening.

Reeds op grond van het vorenstaande moet de vordering worden afgewezen.

Hetgeen partijen verder nog te berde hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Spielothek begroot op €500,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.