Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ7480

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-01-2007
Datum publicatie
31-01-2007
Zaaknummer
323124 CV EXPL 06-9506
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop van onder andere badkamertegels. Consument stelt dat tegels niet aan overeenkomst beantwoordden. Bewijslast ligt bij verkoper dat dit bij aflevering wel het geval was. Geen voldoende bewijs aangeboden. Tegels waren niet herstelbaar of vervangbaar. Mate van afwijking daarom gesteld op 100%. Consument mocht daarom de volledige prijs van de badkamertegels op de factuur in mindering brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 323124/CV EXPL 06-9506

datum uitspraak: 24 januari 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap Beenhakker B.V.

te IJmuiden

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

hierna te noemen Beenhakker

gemachtigde C.Th. Snijder

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. D.J. Klock

In conventie en in reconventie

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 6 september 2006, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met productie,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe-zen en op 1 november 2006 uitgesproken tussenvonnis,

- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge het bovengenoemde vonnis op 15 december 2006 gehouden comparitie van partijen.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. Beenhakker heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] op 6 juni 2004 diverse vloertegels en lijm geleverd.

b. Voor die leverantie heeft Beenhakker bij factuur van 31 juli 2004 €735,35 aan [gedaagde] in rekening gebracht.

c. De levering betrof onder meer 4 m² witte en 4 m² zwarte badkamertegels van het merk Mosa, voor de prijs van €94,80 respectievelijk €118,80.

d. Bij aflevering heeft [gedaagde] één doos met tegels gecontroleerd op het juiste soort tegels. De dozen met de tegels hebben na aflevering door Beenhakker enige tijd in de huiskamer van de woning van [gedaagde] gestaan tijdens de verbouwing aan die woning.

e. De tegels zijn door een tegelzetter, niet afkomstig van Beenhakker, gelegd.

f. Nadat de tegels waren gelegd en eind juli 2004 de werkzaamheden aan de badkamer waren voltooid, is de afdeklaag van de tegels verwijderd en zijn de tegels schoongemaakt. [gedaagde] heeft toen geconstateerd dat de toplaag van alle tegels cirkelvormige krassen bevatten.

g. Over deze krassen heeft [gedaagde] mondeling een klacht ingediend bij Beenhakker.

h. Daarna heeft [gedaagde] bij brief van 12 augustus 2004 het volgende aan Beenhakker geschreven:

“Twee weken geleden ben ik bij uw onderneming geweest met een klacht over door u geleverde vloertegels van het merk Mosa. Zowel de zwarte als de witte vloertegels blijken na oplevering over cirkelvormige beschadigingen in de toplaag te beschikken.

Tijdens mijn bezoek heb ik u uitgelegd dat na het leggen van de tegels de badkamervloer is afgedekt alvorens over te gaan tot plaatsing van de overige zaken als douchecabine etc.

Ondanks het feit dat 3 onafhankelijke experts (…) hebben verklaard dat deze beschadigingen niet door lopen, werkzaamheden of andere activiteiten veroorzaakt kunnen zijn, wees u deze verklaringen resoluut van de hand.

U heeft tijdens ons gesprek toegezegd contact op te nemen met de firma Mosa en een van hun vertegenwoordigers langs te sturen om de schade te kunnen beoordelen.

Daar ik, gedurende ons gesprek, sterk de indruk heb gekregen dat u mijn klacht niet serieus heeft genomen kan ik niet anders dan uw firma aansprakelijk te stellen voor de schade en de betaling van de factuur aan te houden tot er duidelijkheid is betreffende de oorzaak van de genoemde beschadigingen.”

i. Bij brief van 9 december 2004 heeft [gedaagde] het volgende aan Beenhakker geschreven:

“Naar aanleiding van uw betalingsherinnering, (…), wil wij nogmaals melden dat wij uw vordering niet accepteren.

In deze verwijs ik naar ons schrijven van 12 augustus 2004 waarin wij de firma Beenhakker aansprakelijk hebben gesteld voor de schade aan de geleverde tegels

Tot op heden hebben wij, ondanks uw persoonlijke toezeggingen, noch van uw onderneming, noch van de firma Mosa, enig bericht mogen ontvangen.

Zolang u in gebreke blijft en er zich geen passende oplossing aandient zijn wij niet voornemens de openstaande posten te voldoen.”

j. In reactie hierop heeft Beenhakker het volgende aan [gedaagde] geschreven (deze brief was abusievelijk gedateerd op 2 mei 2002):

“In augustus bent u persoonlijk bij ons geweest met de klacht. Bij het plaatsen van een douchescherm waren enkele vloertegels bekrast. Naar uw mening zou dat niet normaal zijn.

Wij wezen erop, dat met een simpele proef met bijvoorbeeld een Stanley-mes kan worden aangetoond dat verglaasde vloertegels niet tegen een dergelijke behandeling bestand zijn.

Wij hebben echter op Uw verzoek de Mosa verwittigd (per fax) en de vertegenwoordiger van onze leverancier. Beiden reageerden net als wij.

De vertegenwoordiger van de Mosa zou U dat telefonisch meedelen. Kennelijk is dat niet gebeurd, anders had U Uw brief van 9 december niet geschreven.

De vertegenwoordiger heet [XXX]. Ik zal nogmaals contact met hem opnemen. U kunt hem ook zelf bellen op [telefoonnummer].”

k. [gedaagde] heeft de over b. genoemde factuur volledig onbetaald gelaten.

In conventie

De vordering

Beenhakker vordert betaling van €930,26, vermeerderd met de wettelijke rente over €735,35 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de algehele voldoening en met de proceskosten.

Beenhakker heeft het volgende aan haar vordering ten grond-slag gelegd:

Beenhakker heeft op 16 juni 2004 in opdracht en voor rekening van [gedaagde] badkamertegels en lijm geleverd, één en ander onder de door Beenhakker gestelde en door [gedaagde] geaccepteerde voorwaarden.

[gedaagde] heeft de factuur van 31 juli 2004 ten bedrage van €735,35 ondanks aanmaningen onbetaald gelaten.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [gedaagde] Beenhakker genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. Beenhakker heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van €136,00. [gedaagde] dient deze kosten ingevolge de algemene betalingsvoorwaarden dan wel ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan Beenhakker te voldoen.

Voorts is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd geworden. Deze bedraagt, berekend vanaf 31 augustus 2004 tot 6 september 2004, €58,91.

Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

In reconventie

De vordering

[gedaagde] vordert dat de kantonrechter voor recht zal verklaren dat [gedaagde] de bevoegdheid toekomt de factuur van Beenhakker te verminderen in evenredigheid met de mate van afwijking van het overeengekomene, doch minimaal met €367,68, met veroordeling van Beenhakker in de kosten van de procedure.

Het verweer

Beenhakker heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie

De over en weer ingestelde vorderingen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

Ter comparitie is gebleken dat de bezwaren van [gedaagde] louter zijn gericht tegen de witte en zwarte badkamertegels. Dat brengt met zich dat [gedaagde] niet gerechtigd was de betaling van de overige geleverde tegels en lijmen op te schorten.

Het deel van de vordering dat geen betrekking heeft op de badkamertegels ligt daarom reeds voor toewijzing gereed. Dit deel is groot €735,35 - €94,80 - €118,80 = €521,75.

De koop van de onderhavige badkamertegels is een consumentenkoop in de zin der wet. Daarom is hier van toepassing het bepaalde bij artikel 7:18 BW.

Tussen partijen staat vast dat de geleverde badkamertegels krassen bevatten. Dit wordt immers door Beenhakker niet gemotiveerd weersproken. Hij stelt zich echter op het standpunt dat die krassen bij aflevering niet aanwezig waren.

Nu evenwel vaststaat dat de krassen op de tegels aanwezig zijn, wordt op grond van het bepaalde bij lid 2 van artikel 7:18 BW vermoed dat de tegels bij aflevering niet aan de overeenkomst hebben beantwoord, nu de afwijking zich binnen een periode van zes maanden na aflevering heeft geopenbaard en gesteld noch gebleken is dat de aard van de tegels of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.

Het bovenstaande brengt met zich dat Beenhakker dient te bewijzen dat de tegels ten tijde van de aflevering wel aan de overeenkomst beantwoordden.

Beenhakker heeft in dat verband geen voldoende concreet bewijsaanbod gedaan, zodat de kantonrechter hem niet tot de genoemde bewijslevering zal toelaten.

Op grond van het vorenstaande moet er daarom van worden uitgegaan dat de badkamertegels niet aan de overeenkomst beantwoordden, zodat [gedaagde] gerechtigd was zijn betalingsverplichting op te schorten tot het bedrag van €94,80 + €118,80 = €213,60.

Door [gedaagde] is onweersproken gesteld dat de badkamertegels volledig moeten worden verwijderd, terwijl voorts gesteld noch gebleken is dat de tegels kunnen worden vervangen. Er is dus geen sprake van een mogelijkheid tot herstel en vervanging van de tegels, zodat op grond van lid 2 van artikel 7:22 BW de in het eerste lid van dat artikel genoemde bevoegdheden voor [gedaagde] ontstaan. De vordering van [gedaagde] moet zo worden begrepen dat hij vermindering van de koopprijs vordert in evenredigheid met de mate van afwijking van het overeengekomen, één en ander als genoemd in artikel 7:22 lid 1 aanhef en onder b. BW.

De tegels zijn volledig onbruikbaar zodat de mate van afwijking 100% bedraagt. Om die reden zal het volledige bedrag dat voor de badkamertegels in rekening is gebracht in mindering op de vordering strekken.

In conventie:

Op grond van het vorenstaande zal [gedaagde] daarom slechts het genoemde bedrag van €521,75 dienen te betalen.

Omdat [gedaagde] met betrekking tot de gebreken aan de badkamertegels in het gelijk wordt gesteld, zullen de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen overeenkomstig de staffel bij het rapport Voorwerk II behorend bij het toe te wijzen bedrag. Het ter zake gevorderde bedrag van €136,00 komt daarmee overeen, zodat dit zal worden toegewezen.

Ook de gevorderde rente zal worden afgewezen voor zover deze meer bedraagt dan de wettelijke rente over het toe te wijzen bedrag vanaf 31 augustus 2004. Zoals uit het vorenstaande volgt, heeft [gedaagde] immers verzuimd het bedrag van €521,75 tijdig te voldoen.

In reconventie:

De vordering van [gedaagde] zal op grond van het vorenstaande worden toegewezen voor zover zij betrekking heeft op de gebreken aan de badkamertegels.

In conventie en in reconventie:

Partijen worden over en weer in het ongelijk gesteld, zodat de proceskosten tussen hen zullen worden gecompenseerd.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

Veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwij-ting aan Beenhakker te betalen €657,75, te ver-meerderen met de wette-lijke rente over €521,75 vanaf 31 augustus 2004 tot aan de dag der alge-hele voldoening.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor-raad.

In reconventie:

Verklaart voor recht dat [gedaagde] de bevoegdheid had de factuur van Beenhakker met betrekking tot de badkamertegels te verminderen in evenredigheid met de mate van afwijking van het overeengekomene.

In conventie en in reconventie:

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.