Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ6686

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-01-2007
Datum publicatie
22-01-2007
Zaaknummer
324164/ CV EXPL 06-5925
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid voor kosten ambulancevervoer. Dat de ambulancedienst wellicht rechtstreeks bij de ziektenkostenverzekeraar kon declareren doet niet af aan de aansprakelijkheid van gedaagde. De vordering is opeisbaar omdat gedaagde daarvan op de hoogte is geraakt en heeft nagelaten juiste adresgegevens door te geven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 324164/ CV EXPL 06-5925

datum uitspraak: 18 januari 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEWEST GOOI EN VECHTSTREEK

in het bijzonder de REGIONALE AMBULANCEVOORZIENING GOOI EN VECHTSTREEK

te Bussum

eisende partij

hierna te noemen RAV

gemachtigde W.N. Hilbrink

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. M.F. Achekar

De procedure

RAV heeft [gedaagde] gedagvaard op 15 september 2006. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.

RAV heeft daarop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten

1. RAV heeft aan [gedaagde] op 10 augustus 2004 ambulancehulp verleend.

1. RAV heeft in verband met de verleende hulp aan [gedaagde] een factuur d.d. 15 september 2004 verzonden naar het adres Commelinstraat 45 te Amsterdam. Het factuurbedrag bedraagt in hoofdsom € 514,80.

3. Tot medio 2005 woonde [gedaagde] aan de Commelinstraat 514 te Amsterdam.

4. Op 17 februari 2006 en op 24 februari 2006 heeft de incassogemachtigde van RAV sommatiebrieven, gericht aan [gedaagde], verzonden naar het adres Commelinstraat 45 te Amsterdam.

5. Op 28 februari 2006 heeft [gedaagde] een telefoongesprek gevoerd met de incassogemachtigde van RAV.

6. Op 10 maart 2006 en op 22 maart 2006 heeft de incassogemachtigde wederom sommatiebrieven, gericht aan [gedaagde], verzonden naar het adres Commelinstraat 45 te Amsterdam.

7. Een brief d.d. 16 november 2006 van Agis Zorgverzekeringen (hierna: Agis) aan [gedaagde] heeft, voorzover van belang, de volgende inhoud:

“Agis verklaard hierbij dat u op 10 augustus 2004 bij Agis Zorgverzekeringen stond ingeschreven als verzekerde met inschrijfnummer 971007871.

De gemaakte kosten van een ambulancerit op 10 augustus 2004 vallen onder de Ziekenfondswet. Deze kosten hadden rechtstreeks door het ambulancebedrijf RAV Gooi & Vechtstreek gedeclareerd kunnen worden.”

De vordering

RAV vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 671,55, vermeerderd met wettelijke rente en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Daartoe stelt RAV dat op grond van de verrichte ambulancehulp een bedrag van € 514,80 verschuldigd is. Omdat [gedaagde], zo stelt RAV, kennelijk particulier verzekerd is, is zij zelf verantwoordelijk voor het indienen van haar declaraties bij haar verzekeraar. Van RAV kan niet worden verwacht dat zij treedt in de discussie tussen verzekerde en verzekeraar. In het telefoongesprek van 28 februari 2006 heeft [gedaagde] volgens RAV gemeld dat de vordering al was voldaan en heeft [gedaagde] op een vraag daartoe geantwoord dat zij het betalingsbewijs aan RAV zou sturen. In dat gesprek heeft [gedaagde] niet haar juiste adresgegevens doorgegeven, aldus RAV. Het betalingsbewijs heeft [gedaagde] niet opgestuurd, zo stelt RAV voorts.

RAV’s incassogemachtigde brengt € 115,69 bij RAV in rekening, welk bedrag RAV als schade van [gedaagde] vordert. De opeisbare wettelijke rente tot de dag der dagvaarding bedraagt € 41,06.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering. [gedaagde] stelt de factuur nooit ontvangen te hebben omdat deze niet naar haar woonadres is verzonden. Hetzelfde geldt voor de sommaties. Daarnaast stelt [gedaagde] dat de kosten van ambulancehulp onder de Ziekenfondswet vallen en dat RAV, die bekend was met de verzekeringsgegevens van [gedaagde], de factuur dus rechtstreeks aan [gedaagde]’s verzekeraar Agis had moeten sturen. [gedaagde] acht het onbegrijpelijk dat RAV dit heeft nagelaten.

De beoordeling van het geschil

Het feit dat RAV de kosten van het ambulancevervoer ook bij Agis kan declareren doet niet af aan de omstandigheid dat [gedaagde] zelf in de eerste plaats verantwoordelijk is voor de betaling van de betreffende factuur. [gedaagde] is immers de opdrachtgever voor de verleende zorg. Weliswaar is begrijpelijk dat [gedaagde] verwacht dat RAV de kosten rechtstreeks bij Agis incasseert, maar [gedaagde] is aansprakelijk voor de voldoening van die kosten. Immers, de onderlinge verhouding tussen [gedaagde] en Agis gaat RAV in beginsel niet aan. De stelling dat RAV bekend was met de verzekeringsgegevens leidt niet een ander oordeel, omdat die stelling niet nader is onderbouwd. Daaruit kan bijvoorbeeld niet worden afgeleid dat [gedaagde] met RAV heeft afgesproken dat RAV de kosten voor het ambulancevervoer rechtstreeks bij Agis zou declareren. Voor het overige zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die tot een ander oordeel kunnen leiden. Het voorgaande betekent dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de kosten van het ambulancevervoer.

De omstandigheid dat RAV de factuur en de eerste twee aanmaningen niet naar het adres van [gedaagde] heeft gestuurd, brengt niet mee, voorzover [gedaagde] dat heeft willen stellen, dat [gedaagde] daarom het factuurbedrag niet verschuldigd is geworden.

Verder is van belang dat tussen partijen vast staat dat [gedaagde] in het telefoongesprek van 28 februari 2006 heeft gemeld dat de rekening vermoedelijk al was voldaan. De stelling van RAV, dat [gedaagde] in dat gesprek heeft toegezegd een bewijs van betaling aan RAV te sturen, heeft [gedaagde] niet betwist. Op grond van dit een en ander staat vast dat [gedaagde] van de vordering van RAV op de hoogte is geraakt, nadat de verkeerd geadresseerde sommatiebrief van 24 februari 2006 alsnog door derden aan het juiste adres is bezorgd. Vervolgens heeft [gedaagde] kennelijk nagelaten om aan RAV en/of RAV’s incassogemachtigde de juiste adresgegevens te verstrekken en evenmin heeft [gedaagde] een bewijs van betaling aan RAV gestuurd. Dat na 28 februari 2006 wederom twee aanmaningen naar het verkeerde adres zijn gestuurd, kan RAV derhalve niet worden toegerekend en staat niet in de weg aan de opeisbaarheid van de vordering.

Op grond van het voorgaande is het de vordering voorzover die ziet op het factuurbedrag en de daarover verschuldigde rente toewijsbaar.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen. Reeds op grond van het hiervoor overwogene komen de kosten van de vóór 28 februari 2006 verzonden aanmaningen niet voor vergoeding in aanmerking. Omdat niet is gesteld of gebleken dat de verder door RAV verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier moet de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.

De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren des dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan RAV van € 555,81 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 514,00 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de proceskosten des dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Harts en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.